Een afspraak met de huisarts via een beeldscherm, een medicijndispenser die op het juiste moment uw medicijnen aanbiedt of een alarmknop waarmee u hulp kunt inschakelen. Digitale hulpmiddelen en zorgtechnologie krijgen een steeds grotere plaats in de zorg thuis.
Dat kan prettig zijn. U hoeft bijvoorbeeld minder vaak naar een praktijk of ziekenhuis en krijgt sneller hulp bij dagelijkse handelingen. Maar digitale zorg moet wel bij u passen. Niet iedereen heeft een smartphone, kan goed met apps omgaan of voelt zich prettig bij contact via een scherm.
De landelijke koers voor de ouderenzorg wordt vaak samengevat als: zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan. Dat laatste deel betekent niet dat alle zorg voortaan digitaal moet. Digitale zorg is een middel om passende zorg te bieden, geen doel op zichzelf.
In dit artikel leest u:
- welke ouderenzorg al digitaal wordt aangeboden;
- wat de voordelen en beperkingen zijn;
- wanneer persoonlijk contact nodig blijft;
- of u digitale zorg mag weigeren;
- hoe u om uitleg, hulp of een alternatief vraagt;
- waar u ondersteuning bij digitale vaardigheden vindt.

Wat betekent ‘digitaal als het kan’?
‘Digitaal als het kan’ is onderdeel van het landelijke beleid voor wonen, ondersteuning en zorg voor ouderen. Het uitgangspunt is dat digitale oplossingen worden ingezet wanneer zij het dagelijks leven makkelijker maken en bijdragen aan goede zorg.
Denk bijvoorbeeld aan:
- beeldbellen met een zorgverlener;
- een medicijndispenser;
- een digitaal patiëntenportaal;
- thuismetingen van bloeddruk of bloedsuiker;
- een alarmknop of personenalarmering;
- sensoren die een afwijkende situatie herkennen;
- een app met oefeningen of gezondheidsinformatie.
Het woord kan is hierbij belangrijk. Een digitale oplossing moet bruikbaar, veilig en geschikt zijn voor uw persoonlijke situatie. Zij moet niet alleen technisch mogelijk zijn, maar u ook werkelijk helpen.
Een beeldbelafspraak kan bijvoorbeeld geschikt zijn voor een kort controlegesprek. Bij lichamelijk onderzoek, ernstige klachten, geheugenproblemen of een ingewikkeld gesprek kan persoonlijk contact noodzakelijk blijven.
Waarom wordt de ouderenzorg steeds digitaler?
Nederland telt ongeveer 3,8 miljoen mensen van 65 jaar en ouder. Vrijwel alle ouderen wonen zelfstandig, ook op hoge leeftijd. Tegelijk neemt de vraag naar zorg toe en zijn er tekorten aan zorgmedewerkers.
Digitale zorg kan zorgverleners helpen hun tijd anders te verdelen. Een verpleegkundige hoeft bijvoorbeeld niet altijd naar iemands woning te rijden om te controleren of medicijnen zijn ingenomen. Een medicijndispenser kan op het juiste tijdstip een zakje medicijnen aanbieden en een melding geven wanneer dat niet gebeurt.
Voor ouderen kan digitale zorg verschillende voordelen hebben:
- minder reizen naar een zorgverlener;
- sneller contact bij een eenvoudige vraag;
- meer overzicht over afspraken en uitslagen;
- ondersteuning bij dagelijkse routines;
- eerder hulp kunnen inschakelen;
- meer vrijheid en vertrouwen in huis;
- minder afhankelijkheid van vaste bezoekmomenten.
Toch gebruikt het grootste deel van de ouderen nog niet regelmatig digitale hulpmiddelen voor de zorg. Veel mensen hebben hulp nodig om ermee te leren werken. Anderen geven de voorkeur aan persoonlijk contact.
Vooral ouderen met weinig sociale contacten, een laag inkomen, een hoge leeftijd of geheugenproblemen kunnen extra drempels ervaren. Goede uitleg en ondersteuning zijn daarom geen extra service, maar een voorwaarde voor passende digitale zorg.
Welke zorg wordt nu al digitaal aangeboden?
Digitale zorg is een verzamelnaam. De ene toepassing vervangt een afspraak, terwijl de andere vooral extra ondersteuning geeft.
Digitale toepassing | Waarvoor wordt deze gebruikt? | Vervangt dit persoonlijk contact? |
|---|---|---|
Beeldbellen | Overleg, controle of begeleiding op afstand | Soms |
Medicijndispenser | Medicijnen op tijd aanbieden | Soms een controlemoment |
Digitale herinnering | Herinneren aan medicijnen of afspraken | Meestal niet |
Personenalarmering | Hulp inschakelen bij een val of noodsituatie | Nee |
Sensoren in huis | Veranderingen of risico’s signaleren | Nee |
Patiëntenportaal | Afspraken, uitslagen en berichten bekijken | Soms administratief contact |
Persoonlijke gezondheidsomgeving | Gegevens van meerdere zorgverleners verzamelen | Nee |
Thuismonitoring | Waarden zoals bloeddruk of gewicht doorgeven | Soms een controleafspraak |
Zorgapp | Oefeningen, instructies of vragenlijsten | Soms een deel van begeleiding |
Digitaal consult | Schriftelijk contact met huisarts of behandelaar | Soms |
Welke middelen beschikbaar zijn, verschilt per huisarts, ziekenhuis, apotheek, thuiszorgorganisatie en gemeente.
Beeldbellen met de thuiszorg, huisarts of het ziekenhuis
Bij beeldbellen spreekt u een zorgverlener via het scherm van een smartphone, tablet of computer. U kunt elkaar zien en horen.
Beeldbellen wordt onder meer gebruikt voor:
- een korte controle;
- uitleg over medicijnen;
- ondersteuning bij een handeling;
- bespreken hoe het thuis gaat;
- begeleiding bij oefeningen;
- het beantwoorden van vragen;
- contact na een behandeling of ziekenhuisopname.
Wanneer kan beeldbellen prettig zijn?
Een beeldgesprek kan handig zijn als u slecht ter been bent, ver van de zorgverlener woont of alleen een korte vraag wilt bespreken. U hoeft niet te reizen en kunt soms sneller terecht.
Ook kan iemand uit uw omgeving aansluiten, mits u dat wilt en de zorgverlener daarmee instemt. Dit kan prettig zijn bij een gesprek waarin veel informatie wordt besproken.
Wanneer is beeldbellen minder geschikt?
Beeldbellen is niet altijd een goede vervanging voor een bezoek. Persoonlijk contact kan nodig blijven wanneer:
- lichamelijk onderzoek nodig is;
- uw klachten plotseling of ernstig zijn;
- u de zorgverlener moeilijk kunt verstaan of volgen;
- u problemen heeft met zien of horen;
- u geheugenproblemen heeft;
- de techniek onrust of verwarring veroorzaakt;
- u geen rustige of veilige plek voor het gesprek heeft;
- gevoelige of emotionele informatie wordt besproken;
- de zorgverlener onvoldoende kan beoordelen hoe het met u gaat.
Een zorgverlener moet kunnen uitleggen waarom een beeldgesprek in uw situatie geschikt is.
Medicijndispensers en digitale herinneringen
Een medicijndispenser helpt u medicijnen op het juiste moment in te nemen. De apotheek levert de medicijnen meestal in zakjes op een rol. Op het ingestelde tijdstip geeft het apparaat een signaal en komt het juiste zakje beschikbaar.
Sommige apparaten sturen een melding naar een zorgorganisatie of contactpersoon wanneer u het zakje niet uitneemt.
Mogelijke voordelen
Een medicijndispenser kan:
- meer structuur geven;
- vergissingen bij het innemen beperken;
- voorkomen dat u een innamemoment vergeet;
- u meer vrijheid geven;
- een deel van de medicatiecontrole overnemen.
Dit kan vooral prettig zijn wanneer u de juiste medicijnen nog zelfstandig kunt innemen, maar moeite heeft met de tijdstippen.
Wanneer is een dispenser niet voldoende?
Een medicijndispenser beoordeelt niet automatisch of u het medicijn daadwerkelijk inneemt. Het apparaat kan ook niet altijd vaststellen of u bijwerkingen heeft of zich niet goed voelt.
Extra ondersteuning kan nodig blijven wanneer u:
- niet begrijpt waarvoor de medicijnen zijn;
- zakjes moeilijk kunt openen;
- regelmatig twijfelt of u iets al heeft ingenomen;
- medicijnen moet afmeten of injecteren;
- problemen heeft met slikken;
- een wisselend medicatieschema heeft;
- geheugenproblemen heeft;
- bijwerkingen ervaart.
Bespreek problemen met medicijnen altijd met uw apotheek, huisarts of thuiszorg. Verander niet zelf de dosering of het innamemoment.
Personenalarmering en alarmknoppen
Met personenalarmering kunt u vanuit huis hulp inschakelen. U draagt bijvoorbeeld een knop om uw pols of hals. Bij een val of andere noodsituatie drukt u op de knop.
De melding gaat naar een alarmcentrale, zorgorganisatie of contactpersoon. Wie vervolgens hulp biedt, hangt af van het abonnement en de gemaakte afspraken.
Er bestaan ook systemen die automatisch een mogelijke val herkennen. Deze systemen zijn niet foutloos. Een automatische melder kan een val missen of juist alarm slaan terwijl er niets aan de hand is.
Let hierop bij personenalarmering
Vraag vóór het afsluiten van een abonnement:
- wie de melding ontvangt;
- wie daadwerkelijk naar u toe komt;
- hoe snel hulp doorgaans beschikbaar is;
- of professionele opvolging is inbegrepen;
- wat er gebeurt wanneer u niet reageert;
- of het systeem buiten de woning werkt;
- of een sleutelkluis nodig is;
- wat de eenmalige en maandelijkse kosten zijn;
- of er een internetverbinding nodig is;
- hoe vaak de batterij moet worden opgeladen.
Een alarm geeft vooral rust wanneer duidelijk is wie reageert en hoe hulp binnenkomt.
Sensoren en leefstijlmonitoring in huis
Sensoren kunnen veranderingen in dagelijkse routines herkennen. Ze registreren bijvoorbeeld beweging in bepaalde kamers, het openen van een deur of het gebruik van een apparaat.
Daarmee kan een systeem mogelijk signaleren dat iemand:
- ’s nachts vaker rondloopt;
- minder vaak in de keuken komt;
- lange tijd niet beweegt;
- de woning op een ongebruikelijk tijdstip verlaat;
- een normale dagelijkse handeling overslaat.
Sensoren kunnen familie of zorgverleners helpen veranderingen eerder op te merken. Ze kunnen ook een veiliger gevoel geven zonder dat er een camera nodig is.
Sensoren zijn geen volledige garantie
Een sensor begrijpt niet waarom iets gebeurt. Minder beweging kan betekenen dat iemand ziek is, maar ook dat diegene een middag op bezoek is. De gegevens moeten daarom zorgvuldig worden beoordeeld.
Vraag altijd:
- welke gegevens worden verzameld;
- wie de gegevens kan bekijken;
- wanneer iemand een melding krijgt;
- hoe lang de gegevens worden bewaard;
- wat er gebeurt bij een storing;
- hoe u toestemming kunt intrekken;
- of het systeem ook zonder internet werkt.
Gebruik van sensoren moet passen bij uw wensen, privacy en thuissituatie.
Online patiëntenportalen
Veel huisartsen, ziekenhuizen en andere zorgverleners hebben een patiëntenportaal. Dit is een beveiligde digitale omgeving van één zorgorganisatie.
In een patiëntenportaal kunt u bijvoorbeeld:
- afspraken bekijken of maken;
- herhaalmedicatie aanvragen;
- berichten sturen;
- onderzoeksuitslagen bekijken;
- delen van uw medisch dossier lezen;
- brieven en behandelplannen terugvinden;
- vragenlijsten invullen.
Meestal logt u in met DigiD of een andere beveiligde methode.
Een uitslag bekijken zonder uitleg
Het kan gebeuren dat een onderzoeksuitslag al in het portaal staat voordat u met uw arts heeft gesproken. Cijfers en medische termen zijn zonder toelichting vaak moeilijk te beoordelen.
Trek niet te snel conclusies uit één uitslag. Een waarde die buiten de standaardgrens valt, hoeft niet direct te betekenen dat er iets ernstigs aan de hand is. De betekenis hangt af van uw gezondheid, klachten en eerdere uitslagen.
Vraag om uitleg wanneer u een uitslag niet begrijpt of zich er zorgen over maakt.
Wat is het verschil tussen een patiëntenportaal en een PGO?
Een patiëntenportaal hoort bij één zorgverlener. Heeft u contact met een huisarts, ziekenhuis en andere behandelaar, dan kunt u met verschillende portalen te maken krijgen.
Een persoonlijke gezondheidsomgeving, meestal afgekort tot PGO, kiest u zelf. Hiermee kunt u medische gegevens van verschillende zorgverleners op één plek verzamelen.
Patiëntenportaal | Persoonlijke gezondheidsomgeving |
Hoort bij één zorgverlener | Kiest u zelf |
Bevat gegevens van die organisatie | Kan gegevens van verschillende zorgverleners verzamelen |
Kan afspraken en berichten bevatten | Geeft een breder overzicht van uw gezondheidsgegevens |
Toegang via het systeem van de zorgverlener | Toegang via de gekozen PGO |
De zorgverlener beheert het portaal | U beheert uw eigen omgeving |
Een PGO gebruiken is niet verplicht. Kies bij voorkeur een PGO met het MedMij-label. Dit label geeft aan dat de omgeving voldoet aan afspraken voor veilige gegevensuitwisseling.
Thuismonitoring: metingen vanuit huis doorgeven
Bij thuismonitoring meet u thuis bepaalde waarden. De resultaten worden digitaal doorgestuurd naar een zorgverlener of medisch servicecentrum.
Voorbeelden zijn:
- bloeddruk;
- hartslag;
- gewicht;
- bloedsuiker;
- zuurstofgehalte;
- temperatuur;
- klachten of symptomen.
Soms vult u daarnaast vragenlijsten in. Een zorgverlener beoordeelt de gegevens of krijgt een waarschuwing wanneer waarden buiten afgesproken grenzen vallen.
Vragen die u vooraf moet stellen
Vraag bij thuismonitoring:
- Hoe vaak moet ik meten?
- Wie bekijkt mijn gegevens?
- Worden de gegevens dagelijks beoordeeld?
- Wanneer neemt iemand contact met mij op?
- Wat moet ik doen bij een afwijkende waarde?
- Wie bel ik buiten kantooruren?
- Wat moet ik doen als het apparaat niet werkt?
- Kan ik ook telefonisch contact opnemen?
Ga er niet automatisch van uit dat iemand iedere meting direct ziet. Volg bij ernstige of plotselinge klachten altijd de instructies van uw zorgverlener. Bel bij een levensbedreigende situatie direct 112.
Moet u digitale zorg accepteren?
U hoeft niet automatisch iedere digitale oplossing te accepteren omdat een zorgorganisatie deze aanbiedt.
Tegelijk bestaat er niet in iedere situatie een algemeen recht op precies de contactvorm die u zelf het prettigst vindt. Een zorgverlener mag zorg anders organiseren en kan een deel van persoonlijk contact vervangen door digitale zorg.
Daarbij gelden wel belangrijke voorwaarden:
- de zorg moet veilig en van goede kwaliteit zijn;
- de digitale vorm moet geschikt zijn voor uw situatie;
- u moet begrijpelijke informatie krijgen;
- de zorgverlener moet rekening houden met uw mogelijkheden;
- u moet vragen kunnen stellen;
- noodzakelijke lichamelijke beoordeling mag niet achterwege blijven;
- de keuze moet zo veel mogelijk samen met u worden gemaakt.
Digitale zorg mag dus niet alleen worden gekozen omdat dit voor de organisatie gemakkelijker of goedkoper is. De zorg moet voor u passend blijven.
Wat kunt u weigeren?
U heeft als patiënt het recht om toestemming voor een voorgestelde behandeling te geven of te weigeren. Dat betekent niet automatisch dat u iedere digitale werkwijze afzonderlijk kunt verbieden en toch exact dezelfde zorg thuis ontvangt.
Het is daarom belangrijk om onderscheid te maken tussen de behandeling en de manier waarop de zorg wordt geleverd.
U kunt in ieder geval aangeven dat:
- u de digitale toepassing niet begrijpt;
- u het apparaat niet zelfstandig kunt gebruiken;
- u geen geschikt toestel of internetverbinding heeft;
- u problemen heeft met zien, horen, lezen of onthouden;
- u zich onveilig voelt bij de voorgestelde werkwijze;
- de digitale vorm volgens u onvoldoende is om uw klachten te beoordelen;
- u zorgen heeft over privacy;
- u eerst meer uitleg of oefening nodig heeft;
- u graag een passend alternatief bespreekt.
De zorgverlener moet uw bezwaren serieus beoordelen. Dat betekent niet dat altijd een huisbezoek mogelijk is. Er moet wel worden gekeken hoe noodzakelijke zorg op een veilige en haalbare manier kan worden aangeboden.
Mag persoonlijk contact volledig worden vervangen?
Soms kan persoonlijk contact gedeeltelijk worden vervangen. Een eenvoudige controle of instructie kan bijvoorbeeld via beeldbellen plaatsvinden.
Volledige vervanging is niet passend wanneer fysieke aanwezigheid nodig is om goede zorg te leveren. Dat kan onder meer het geval zijn bij:
- lichamelijk onderzoek;
- wondverzorging;
- injecties;
- hulp bij wassen en aankleden;
- beoordeling van plotselinge klachten;
- ernstige benauwdheid of pijn;
- verwardheid of snelle achteruitgang;
- complexe medicatieproblemen;
- situaties waarin iemand digitaal niet goed kan communiceren.
Ook bij een gesprek dat technisch gezien digitaal kan, kan persoonlijk contact soms beter zijn. Denk aan een slechtnieuwsgesprek, een ingewikkelde behandelkeuze of een situatie waarin u veel moeite heeft met beeldbellen.
Het uitgangspunt hoort niet te zijn: digitaal tenzij u bewijst dat het niet lukt. Het uitgangspunt hoort te zijn: welke vorm levert in deze situatie goede en passende zorg op?
Uw recht op begrijpelijke informatie
Een zorgverlener moet informatie geven die u kunt begrijpen. Dat geldt ook voor digitale zorg.
U moet bijvoorbeeld weten:
- wat het hulpmiddel doet;
- waarom het wordt voorgesteld;
- welk deel van de zorg digitaal wordt;
- welke voordelen worden verwacht;
- welke risico’s of beperkingen er zijn;
- wat u zelf moet doen;
- wie uw gegevens kan zien;
- wat er gebeurt bij een storing;
- wie u kunt bellen bij vragen;
- welk alternatief mogelijk is.
U mag vragen of de uitleg rustiger, eenvoudiger of op papier kan worden gegeven. Ook mag u iemand meenemen of laten aansluiten bij een gesprek, zolang dit praktisch mogelijk is en u daar toestemming voor geeft.
Zo vraagt u om uitleg of een alternatief
U hoeft geen technische woorden te gebruiken. Vertel vooral waar u in de praktijk tegenaan loopt.
U kunt bijvoorbeeld zeggen:
Ik begrijp nog niet goed wat er van mij wordt verwacht. Kunt u het stap voor stap uitleggen?
Ik kan deze app niet zelfstandig gebruiken. Welke hulp of andere mogelijkheid is er?
Kunt u uitleggen waarom een beeldgesprek in mijn situatie voldoende is?
Ik maak mij zorgen dat mijn klachten via het scherm niet goed beoordeeld kunnen worden.
Ik wil dit graag proberen, maar alleen als iemand mij eerst helpt met installeren en oefenen.
Wat gebeurt er als mijn internet of het apparaat niet werkt?
Ik heb behoefte aan persoonlijk contact. Kunt u samen met mij bekijken wanneer dat noodzakelijk is?
Kunt u de afspraken voor mij opschrijven?
Het helpt om duidelijk te maken wat het probleem is. “Ik wil geen digitale zorg” geeft minder informatie dan “ik kan kleine letters niet lezen en raak de weg kwijt in deze app”.
Een digitaal hulpmiddel eerst uitproberen
Vraag of u het hulpmiddel eerst mag proberen voordat het een vast onderdeel van uw zorg wordt.
Let tijdens een proefperiode op:
- begrijp ik de meldingen?
- kan ik de knoppen goed zien en bedienen?
- hoor ik het alarmsignaal?
- weet ik wie ik bij problemen moet bellen?
- werkt het hulpmiddel op alle momenten dat ik het nodig heb?
- geeft het mij meer gemak of juist meer spanning?
- kan ik na een fout zelfstandig verder?
- past het in mijn dagelijkse routine?
- blijft er voldoende persoonlijk contact?
Spreek ook af wanneer de proef wordt geëvalueerd. Een hulpmiddel dat in de eerste week lastig is, kan na goede uitleg prettig blijken. Andersom kan een eenvoudig apparaat in de praktijk toch niet bij u passen.
Wat als u geen smartphone, tablet of internet heeft?
Niet iedereen beschikt over geschikte apparatuur of een stabiele internetverbinding. Een gebruiksvriendelijke mobiele telefoon voor senioren kan soms een oplossing zijn, maar is niet voor iedereen noodzakelijk. Meld dit direct bij de zorgorganisatie.
Vraag:
- of de organisatie een apparaat in bruikleen geeft;
- of installatie en uitleg zijn inbegrepen;
- of de toepassing via een gewone telefoon werkt;
- of een papieren of telefonische mogelijkheid bestaat;
- wie verantwoordelijk is voor onderhoud;
- wie de internetkosten betaalt;
- wat er gebeurt wanneer het apparaat kapotgaat.
Koop niet direct zelf dure apparatuur voordat duidelijk is wat u nodig heeft en wie verantwoordelijk is voor de kosten.
Hulp bij digitale vaardigheden
U hoeft digitale zorg niet zonder ondersteuning te leren gebruiken. Er zijn verschillende plaatsen waar u hulp kunt vragen.
De zorgorganisatie
Vraag de thuiszorg, huisarts, apotheek of het ziekenhuis of iemand kan helpen met:
- installeren;
- inloggen;
- oefenen met beeldbellen;
- meldingen instellen;
- lettergrootte aanpassen;
- uitleg over het patiëntenportaal;
- contact bij storingen.
Vraag bij voorkeur om een geschreven stappenplan met schermafbeeldingen.
Informatiepunt Digitale Overheid
Veel bibliotheken hebben een Informatiepunt Digitale Overheid. U kunt hier terecht met vragen over bijvoorbeeld DigiD en andere digitale overheidsdiensten. De hulp is laagdrempelig en meestal gratis.
Bibliotheken bieden soms ook cursussen aan, zoals Klik & Tik en Digisterker.
Familie, vrienden of een vrijwilliger
Iemand uit uw omgeving kan helpen met oefenen. Zorg er wel voor dat u zelf zo veel mogelijk de regie houdt.
Laat een ander nooit zomaar uw DigiD-gebruikersnaam, wachtwoord of pincode gebruiken. Lees ook hoe u digitale fraude en cybercrime herkent en voorkomt. DigiD is persoonlijk. Wanneer iemand formeel bepaalde digitale zaken voor u regelt, gebruikt u daarvoor een officiële machtiging waar die mogelijkheid beschikbaar is.
Helpdesk van de aanbieder
Bij een app, apparaat of patiëntenportaal hoort duidelijk te zijn waar u technische vragen kunt stellen. Noteer het telefoonnummer op papier en bewaar dit bij het apparaat.
DigiD veilig gebruiken
Veel zorgportalen gebruiken DigiD om uw identiteit te controleren. Uw DigiD geeft toegang tot persoonlijke gegevens en moet daarom goed worden beschermd.
Houd u aan deze regels:
- deel uw gebruikersnaam en wachtwoord niet;
- deel geen sms-code of pincode;
- log niet in via een link in een onverwachte e-mail of sms;
- controleer zelf de website of open de officiële app;
- laat onbekenden niet op afstand meekijken met uw telefoon of computer;
- gebruik DigiD Machtigen wanneer iemand officieel namens u mag handelen;
- log uit wanneer u een gedeelde computer gebruikt.
Een zorgverlener, bank, DigiD-medewerker of overheidsinstantie zal u nooit vragen uw volledige inloggegevens door te geven.
Wie mag uw digitale zorggegevens bekijken?
Medische gegevens zijn bijzonder gevoelige persoonsgegevens. Zorgverleners mogen deze gegevens niet onbeperkt delen
U moet worden geïnformeerd over de manier waarop medische gegevens elektronisch worden uitgewisseld. Voor het delen van gegevens met andere zorgverleners is in veel situaties toestemming nodig.
Vraag bij een digitaal hulpmiddel:
- welke gegevens worden vastgelegd;
- met welk doel dit gebeurt;
- wie toegang heeft;
- of familie gegevens kan bekijken;
- hoe u toestemming geeft of intrekt;
- hoe lang gegevens worden bewaard;
- of gegevens buiten Nederland worden opgeslagen;
- wat er gebeurt wanneer u stopt met de toepassing.
Geef alleen toestemming wanneer u begrijpt waarvoor deze geldt.
Mag familie meekijken?
Familieleden of mantelzorgers mogen niet automatisch uw medische gegevens bekijken. U bepaalt in principe zelf wie informatie ontvangt, zolang u daarover zelf beslissingen kunt nemen.
U kunt iemand toestemming geven om bij een gesprek aanwezig te zijn of bepaalde informatie te ontvangen. Maak daarbij duidelijke afspraken:
- welke informatie mag worden gedeeld;
- met wie;
- voor welk doel;
- voor welke periode;
- of die persoon ook namens u vragen mag stellen.
Geef uw persoonlijke inloggegevens niet aan een familielid. Gebruik een officiële machtigingsmogelijkheid wanneer het betreffende portaal of de organisatie die aanbiedt.
Extra aandacht bij geheugenproblemen
Digitale zorg kan ondersteuning geven bij beginnende geheugenproblemen. Denk aan medicijnherinneringen, beeldcontact en sensoren. Tegelijk kunnen nieuwe apparaten juist verwarring veroorzaken.
Let op signalen zoals:
- herhaald verkeerd gebruik;
- apparaten uitzetten of loskoppelen;
- niet reageren op meldingen;
- vergeten wat een alarm betekent;
- angst voor stemmen of signalen uit een apparaat;
- onbedoeld instellingen veranderen;
- toegangscodes delen;
- meerdere keren dezelfde meting uitvoeren.
Bij geheugenproblemen moeten de zorgverlener, de oudere en eventueel een betrokken naaste extra zorgvuldig bespreken of de toepassing werkelijk helpt. Bekijk daarnaast de woningcheck bij beginnende dementie voor praktische aandachtspunten in huis.
Een apparaat mag geen schijnveiligheid geven. Wanneer iemand het hulpmiddel niet meer begrijpt, kan andere of aanvullende ondersteuning nodig zijn.
Wat als digitale zorg niet goed werkt?
Neem eerst contact op met de betrokken zorgverlener. Beschrijf zo concreet mogelijk wat er misgaat.
Noteer bijvoorbeeld:
- datum en tijd;
- welk apparaat of programma u gebruikte;
- wat u probeerde te doen;
- welke foutmelding verscheen;
- of u zorg of een afspraak heeft gemist;
- met wie u hierover heeft gesproken.
Vraag vervolgens:
- Kan iemand het probleem oplossen?
- Krijg ik extra uitleg?
- Kan de instelling worden aangepast?
- Is een eenvoudiger hulpmiddel beschikbaar?
- Is telefonisch of persoonlijk contact mogelijk?
- Wanneer evalueren we of dit nog passend is?
Een klacht indienen
Komt u er samen niet uit, dan kunt u een klacht indienen bij de zorgaanbieder. Iedere zorgaanbieder moet een klachtenregeling hebben en toegang bieden tot een klachtenfunctionaris.
De klachtenfunctionaris kan helpen bij:
- het duidelijk formuleren van uw klacht;
- contact met de zorgverlener;
- zoeken naar een oplossing;
- uitleg over de verdere procedure.
Blijft het probleem bestaan, dan kunt u zich wenden tot de erkende geschilleninstantie waarbij de zorgaanbieder is aangesloten.
Gaat de klacht over verzekerde zorg of het vinden van een andere zorgaanbieder, dan kunt u ook contact opnemen met uw zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar kan uitleg geven over vergoeding en zorgbemiddeling.
Checklist: past deze digitale zorg bij mij?
Gebruik deze vragen voordat u akkoord gaat met een digitale toepassing.
Over het doel
- Weet ik welk probleem het hulpmiddel oplost?
- Begrijp ik waarom dit in mijn situatie wordt voorgesteld?
- Weet ik welk persoonlijk contact hierdoor verandert?
Over het gebruik
- Kan ik het apparaat goed zien, horen en bedienen?
- Kan ik het zelfstandig gebruiken?
- Krijg ik voldoende uitleg en oefentijd?
- Is er hulp beschikbaar bij een storing?
Over veiligheid
- Weet ik wat ik bij een noodsituatie moet doen?
- Weet ik of iemand mijn gegevens direct bekijkt?
- Is duidelijk wie reageert op een alarm?
- Is er een alternatief wanneer internet of stroom uitvalt?
Over privacy
- Weet ik welke gegevens worden verzameld?
- Weet ik wie deze gegevens kan bekijken?
- Heb ik bewust toestemming gegeven?
- Weet ik hoe ik mijn toestemming kan intrekken?
Over passende zorg
- Voel ik mij veilig bij deze werkwijze?
- Kan de zorgverlener mijn situatie hiermee goed beoordelen?
- Blijft persoonlijk contact mogelijk wanneer dat nodig is?
- Is afgesproken wanneer we evalueren?
Kunt u meerdere vragen niet beantwoorden? Vraag dan eerst om aanvullende uitleg.
Zo maakt digitale zorg het wonen thuis prettiger
Digitale zorg werkt het best wanneer zij een duidelijke verbetering oplevert. Niet omdat er toevallig een app of apparaat beschikbaar is, maar omdat het middel aansluit op uw dagelijkse leven.
Een goede digitale oplossing:
- is eenvoudig te gebruiken;
- geeft rust in plaats van onrust;
- helpt op momenten waarop dat nodig is;
- laat duidelijk zien wat u moet doen;
- houdt rekening met uw zicht, gehoor en geheugen;
- biedt hulp bij storingen;
- beschermt uw privacy;
- ondersteunt persoonlijk contact waar dat nodig blijft.
Het doel is niet dat u zo veel mogelijk zelf achter een scherm regelt. Het doel is dat u prettig, veilig en met vertrouwen in uw eigen huis kunt blijven wonen.
Tot slot
Digitale ouderenzorg kan veel gemak bieden. Een beeldgesprek kan een reis besparen, een medicijndispenser kan structuur geven en personenalarmering kan zorgen voor een veiliger gevoel.
Maar digitaal is niet altijd beter. De toepassing moet passen bij uw gezondheid, mogelijkheden, woning en persoonlijke voorkeuren. U mag om begrijpelijke uitleg vragen, aangeven waar u tegenaan loopt en samen met de zorgverlener bespreken welk alternatief nodig is.
Krijgt u een digitaal hulpmiddel aangeboden? Vraag dan niet alleen hoe het apparaat werkt. Vraag vooral welk probleem het oplost, wie verantwoordelijk is en wat er gebeurt wanneer het niet werkt. Zo blijft digitale zorg een hulpmiddel dat u ondersteunt, in plaats van een nieuwe drempel.