Mijn partner overlijdt: hoeveel AOW krijg ik daarna?

Inhoudsopgave

Na het overlijden van uw partner heeft u waarschijnlijk andere dingen aan uw hoofd dan bedragen, formulieren en toeslagen. Toch kan uw financiële situatie vanaf dat moment behoorlijk veranderen.

Een van de eerste vragen is vaak: hoeveel AOW krijg ik nu ik alleen ben?

Ontvangt u zelf AOW en woonde u samen met uw partner? Dan wordt uw eigen AOW normaal gesproken verhoogd naar het bedrag voor iemand die alleen woont.

Vanaf 1 juli 2026 betekent dat bij een volledige AOW:

€1.662,16 bruto per maand
€1.581,55 netto per maand met loonheffingskorting

Maar tegelijkertijd stopt de AOW van uw overleden partner. Uw eigen AOW wordt dus hoger, terwijl een volledig tweede AOW-inkomen wegvalt.

Daarnaast kunnen een partnerpensioen, toeslagen, verzekeringen en uw woonlasten veranderen.

AOW na overlijden van uw partner in het kort

Onderdeel

Wat gebeurt er meestal?

AOW van uw overleden partner

Stopt op de dag na overlijden

Uw eigen AOW

Wordt meestal verhoogd naar alleenstaanden-AOW

Moment van verhoging

Vanaf de maand waarin uw partner overlijdt

Nieuwe volledige AOW vanaf 1 juli 2026

€1.662,16 bruto per maand

Netto met loonheffingskorting

€1.581,55 per maand

Overlijdensuitkering SVB

Eenmalig één maand AOW plus vakantiegeld

Aanvullend pensioen partner

Stopt; mogelijk start partnerpensioen

Toeslagen

Worden opnieuw berekend

Huur of hypotheek

Loopt meestal grotendeels door

Anw

Alleen mogelijk als u zelf nog geen AOW-leeftijd heeft

Wilt u alle actuele bedragen vergelijken? Bekijk dan ook onze AOW-bedragen voor 2026.
separator
Gratis slaapmagazine ontvangen, KLIK HIER

Ontdek welk bed en welke ondersteuning bij uw lichaam en slaapwensen passen. Kies voor een digitale versie per e-mail of ontvang het magazine thuis per post.
Contour bedden magazine

Hoeveel AOW krijgt u nadat uw partner is overleden?

Heeft u zelf de AOW-leeftijd bereikt en kreeg u tot nu toe AOW voor gehuwden of samenwonenden? Dan krijgt u na het overlijden van uw partner normaal het hogere AOW-bedrag voor iemand die alleen woont.

Vanaf 1 juli 2026 is dat bij een volledige AOW:

Situatie

Bruto AOW

Netto met loonheffingskorting

Gehuwd of samenwonend, per persoon

€1.139,39

€1.084,13

Alleenstaand

€1.662,16

€1.581,55

Uw eigen netto AOW stijgt in dit voorbeeld dus met ongeveer:

€497,42 per maand.

Dat klinkt als een flinke stijging. Toch gaat het totale huishoudinkomen meestal omlaag.

Uw eigen AOW stijgt, maar samen verliest u toch inkomen

Stel dat u en uw partner allebei een volledige AOW ontvangen en bij beiden loonheffingskorting wordt toegepast zoals in het SVB-bedragenoverzicht.

Voor het overlijden:

€1.084,13 + €1.084,13 = €2.168,26 netto AOW per maand

Na het overlijden:

Uw nieuwe alleenstaanden-AOW = €1.581,55 netto per maand

Het totale AOW-inkomen daalt dan met:

€586,71 per maand.

Uw eigen AOW stijgt dus, maar de AOW van uw partner valt volledig weg.

En juist daarom is het belangrijk om niet alleen naar het hogere alleenstaandenbedrag te kijken.

Vanaf wanneer krijgt u de hogere AOW?

De SVB verhoogt uw AOW vanaf de maand waarin uw partner is overleden.

U hoeft normaal gesproken niet te wachten tot de daaropvolgende maand om als alleenstaande te worden behandeld.

De AOW van uw overleden partner stopt op de dag na het overlijden.

Was de AOW voor die maand al volledig uitbetaald? Dan kan daardoor te veel AOW zijn betaald. De SVB kan dit verrekenen met het opgebouwde vakantiegeld en de overlijdensuitkering.

Moet u zelf een hogere AOW aanvragen?

Meestal niet.

Als het overlijden in Nederland is geregistreerd, ontvangt de SVB de informatie doorgaans via de gemeente. De SVB stuurt u vervolgens een brief over de aanpassing van uw AOW.

Controleer die brief wel goed.

Kijk met name naar:

  • uw nieuwe AOW-bedrag;
  • de ingangsdatum;
  • de eindafrekening van de AOW van uw partner;
  • het vakantiegeld;
  • de overlijdensuitkering.

Wilt u weten wanneer de volgende AOW-betaling plaatsvindt? Bekijk dan onze AOW-betaaldagen voor 2026.

Krijgt u altijd €1.581,55 netto?

Nee.

Het bedrag van €1.581,55 vanaf 1 juli 2026 geldt voor iemand met een volledige AOW waarbij loonheffingskorting wordt toegepast.

Uw eigen bedrag kan anders zijn.

Bijvoorbeeld wanneer:

  • u niet alle AOW-jaren heeft opgebouwd;
  • u een aantal jaren buiten Nederland woonde of werkte;
  • loonheffingskorting niet op uw AOW wordt toegepast;
  • u in het buitenland woont;
  • er andere inhoudingen gelden.

Heeft u bijvoorbeeld maar 90% AOW opgebouwd? Dan krijgt u na overlijden van uw partner niet ineens 100% van de alleenstaanden-AOW. Uw eigen AOW-opbouw blijft bepalend.

Voor algemene uitleg over opbouw, bedragen en uitzonderingen kunt u terecht in ons complete AOW-overzicht.

Wat gebeurt er met de AOW van uw overleden partner?

De AOW van uw partner kunt u niet overnemen.

De uitkering stopt op de dag na het overlijden.

Is er al geld betaald over dagen na de overlijdensdatum? Dan kan sprake zijn van een te hoge betaling.

De SVB probeert dit bedrag waar mogelijk te verrekenen met geld dat nog aan de overledene of de nabestaande moet worden betaald.

Ga daarom niet automatisch uit van het volledige bedrag dat in de maand van overlijden op de rekening is binnengekomen.

Krijgt u een overlijdensuitkering van de SVB?

Als uw overleden partner AOW ontving en u samenwoonde, krijgt u normaal gesproken een eenmalige overlijdensuitkering van de SVB.

Deze bedraagt:

één maand AOW plus vakantiegeld.

U hoeft deze uitkering als partner normaal niet zelf aan te vragen.

Was er AOW te veel uitbetaald, dan kan de SVB dat bedrag met de overlijdensuitkering verrekenen.

Heeft u geen overlijdensuitkering ontvangen terwijl u denkt dat u er wel recht op heeft? Neem dan contact op met de SVB. Een eventuele aanvraag moet binnen één jaar na het overlijden worden gedaan.

Krijgt u ook het opgebouwde AOW-vakantiegeld?

Het vakantiegeld dat uw partner sinds mei heeft opgebouwd tot en met de dag van overlijden wordt nog afgerekend.

De precieze uitbetaling kan samenhangen met een eventuele te veel betaalde AOW en de overlijdensuitkering.

Zelf blijft u vanaf uw nieuwe alleenstaanden-AOW weer vakantiegeld opbouwen.

Vanaf 1 juli 2026 bedraagt de bruto vakantie-uitkering bij een volledige alleenstaanden-AOW €104,78 per maand.

Meer hierover leest u in onze uitleg over het AOW-vakantiegeld.

Wat gebeurt er met het pensioen van uw partner?

Naast AOW ontvangen veel mensen aanvullend pensioen van één of meer pensioenfondsen of verzekeraars.

Het ouderdomspensioen van uw overleden partner stopt na overlijden volgens de voorwaarden van de pensioenuitvoerder.

Daarvoor in de plaats kunt u mogelijk partnerpensioen krijgen. Dit wordt ook wel nabestaandenpensioen genoemd.

Dit staat los van uw AOW.

U kunt dus tegelijkertijd ontvangen:

  • uw eigen AOW;
  • uw eigen aanvullend pensioen;
  • partnerpensioen van uw overleden partner.

Hoe hoog dat partnerpensioen is, verschilt sterk per pensioenregeling.

Hoeveel partnerpensioen krijgt u?

Daar bestaat geen landelijk vast bedrag voor.

Het bedrag hangt onder meer af van:

  • de pensioenregeling van uw partner;
  • hoeveel pensioen is opgebouwd;
  • of partnerpensioen was verzekerd;
  • de keuzes die uw partner bij pensionering heeft gemaakt;
  • of u bij het pensioenfonds als partner bekend bent;
  • eventuele eerdere partners;
  • de voorwaarden van de pensioenuitvoerder.

Kijk daarom op pensioenoverzichten en neem contact op met de pensioenuitvoerder van uw partner.

Voor algemene financiële gevolgen rond overlijden hebben we daarnaast een uitgebreidere gids: Wat gebeurt er financieel als uw partner overlijdt?.

Kan er géén partnerpensioen zijn?

Ja.

Ga er niet automatisch vanuit dat u partnerpensioen krijgt alleen omdat uw partner aanvullend pensioen ontving.

Er kan bijvoorbeeld weinig of geen partnerpensioen zijn wanneer:

  • er in de pensioenregeling geen of beperkte dekking was;
  • uw partner bepaalde pensioenkeuzes heeft gemaakt;
  • partnerpensioen bij pensionering is uitgeruild voor een hoger eigen ouderdomspensioen;
  • een oude risicodekking is vervallen;
  • u ongehuwd samenwoonde en niet aan de partnervoorwaarden van het pensioenfonds voldoet.

Vraag de pensioenuitvoerder daarom om een schriftelijk overzicht van het bedrag waarop u recht heeft.

Wij waren niet getrouwd. Krijg ik dan partnerpensioen?

Dat kan, maar is minder vanzelfsprekend.

Bent u getrouwd of geregistreerd partner, dan bent u doorgaans bij de pensioenuitvoerder als partner bekend.

Bij ongehuwd samenwonen kunnen aanvullende voorwaarden gelden. Een pensioenuitvoerder kan bijvoorbeeld kijken naar registratie als partner, de duur van het samenwonen of afspraken in een samenlevingscontract.

Woont u ongehuwd samen? Controleer dus altijd de pensioenregeling.

Wat gebeurt er met uw eigen pensioen?

Uw eigen ouderdomspensioen blijft gewoon doorlopen.

Het overlijden van uw partner zorgt er niet voor dat uw eigen opgebouwde pensioen verdwijnt.

Uw totale pensioeninkomen kan er daarna bijvoorbeeld zo uitzien:

  • uw eigen AOW: hoger;
  • uw eigen pensioen: blijft bestaan;
  • AOW van uw partner: stopt;
  • ouderdomspensioen partner: stopt;
  • partnerpensioen: begint mogelijk.

Pas wanneer u al deze bedragen kent, weet u hoeveel inkomen u werkelijk overhoudt.

Let op de belasting als partnerpensioen begint

Krijgt u naast uw AOW ineens partnerpensioen? Dan heeft u meerdere inkomensbronnen.

De SVB en het pensioenfonds houden ieder afzonderlijk loonheffing in. Dat sluit niet altijd exact aan op de belasting over uw totale jaarinkomen.

Controleer daarom ook waar uw loonheffingskorting wordt toegepast. Deze mag niet bij meerdere uitbetalers tegelijk volledig worden toegepast.

Lees hierover ook wat er voor uw belasting verandert rond de AOW-leeftijd.

Wat als u zelf nog geen AOW krijgt?

Bent u jonger dan de AOW-leeftijd wanneer uw partner overlijdt? Dan krijgt u niet automatisch de AOW voor een alleenstaande.

U krijgt pas AOW vanaf uw eigen AOW-leeftijd.

Tot die tijd kunt u onder bepaalde voorwaarden recht hebben op een Anw-uitkering, de nabestaandenuitkering van de overheid.

U kunt daarvoor in aanmerking komen als u:

  • uw AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, én
  • een kind jonger dan 18 jaar verzorgt dat bij u thuis woont, óf
  • minimaal 45% arbeidsongeschikt bent.

Ook moet uw overleden partner verzekerd zijn geweest voor de Anw.

Hoe hoog is de Anw in 2026?

Vanaf 1 juli 2026 bedraagt de volledige Anw maximaal:

€1.698,30 bruto per maand.

Met loonheffingskorting is dat volgens de SVB maximaal ongeveer:

€1.351,47 netto per maand.

Het vakantiegeld bedraagt €127,25 bruto per maand.

Dit zijn maximumbedragen. Andere inkomsten kunnen ervoor zorgen dat uw Anw lager wordt of helemaal vervalt.

Bereikt u uiteindelijk zelf de AOW-leeftijd? Dan stopt de Anw en gaat uw eigen AOW in.

Mijn overleden partner had nog geen AOW. Krijg ik dan toch meer AOW?

Heeft u zelf wel AOW, maar uw jongere partner nog niet? Dan ontving u tijdens het samenwonen normaal gesproken AOW volgens de norm voor gehuwden of samenwonenden.

Overlijdt uw partner, dan verandert uw woonsituatie en kunt u het hogere bedrag voor iemand die alleen woont krijgen.

Omdat uw partner zelf geen AOW ontving, is er in deze situatie geen AOW-uitkering van uw partner die wegvalt.

Een SVB-overlijdensuitkering op basis van de AOW van uw partner is er dan evenmin, omdat uw partner nog geen AOW ontving.

Er kunnen wel andere uitkeringen zijn, zoals partnerpensioen of een verzekering.

Wat gebeurt er met uw zorgtoeslag?

Uw toeslagsituatie verandert na het overlijden van uw partner.

Dienst Toeslagen ontvangt het overlijden doorgaans automatisch en berekent uw toeslagen opnieuw. U krijgt meestal binnen enkele weken een nieuwe berekening.

Controleer daarna goed welk verwacht jaarinkomen voor u is ingevuld.

Uw inkomen kan namelijk veranderen doordat:

  • uw AOW hoger wordt;
  • u partnerpensioen krijgt;
  • een eventuele Anw begint;
  • andere uitkeringen of inkomsten veranderen.

Uw zorgtoeslag kan daardoor hoger of lager worden.

Op onze pagina over zorgtoeslag voor ouderen leest u welke factoren bepalen of u recht heeft op zorgtoeslag.

Wat gebeurt er met uw huurtoeslag?

Ook uw huurtoeslag kan veranderen.

Was u toeslagpartner van de overledene en blijft u in dezelfde huurwoning wonen? Dan wordt de toeslag in veel situaties opnieuw op uw situatie afgestemd.

Uw nieuwe inkomen, huishoudsamenstelling en vermogen bepalen hoeveel huurtoeslag u daarna krijgt.

Was de overledene de persoon op wiens naam de huurtoeslag stond en was u alleen medebewoner, dan kan de bestaande huurtoeslag stoppen en moet u mogelijk zelf huurtoeslag aanvragen zodra u de nieuwe huurder bent.

Controleer daarom de nieuwe beschikking van Dienst Toeslagen.

Lees ook onze uitleg over het controleren en aanpassen van huurtoeslag.

Waarom moet u uw geschatte inkomen bij Toeslagen controleren?

Dit is een belangrijk punt.

In het jaar waarin uw partner overlijdt kan uw inkomen gedurende het jaar flink veranderen.

Voor het eerste deel van het jaar had u bijvoorbeeld:

  • AOW voor samenwonenden;
  • eigen pensioen.

Na het overlijden heeft u mogelijk:

  • hogere alleenstaanden-AOW;
  • eigen pensioen;
  • nieuw partnerpensioen.

Dienst Toeslagen kan niet altijd direct precies weten hoeveel u in het hele kalenderjaar gaat ontvangen.

Controleer daarom zelf het geschatte jaarinkomen in Mijn toeslagen.

Een te lage schatting kan leiden tot een terugbetaling.

Een te hoge schatting kan betekenen dat u maandelijks te weinig toeslag krijgt.

Meer hierover leest u in AOW en toeslagen: controleer uw inkomen op tijd.

Wat is de 10%-regeling na overlijden?

Dit is een regeling die veel mensen niet kennen.

Stijgt uw eigen inkomen na het overlijden van uw partner flink, bijvoorbeeld doordat u partnerpensioen of een andere nabestaandenuitkering krijgt? Dan kan dat hogere jaarinkomen bij de toeslagberekening ook gevolgen hebben voor de maanden waarin uw partner nog leefde.

Moet u daardoor toeslag terugbetalen en was uw inkomen vóór het overlijden minimaal 10% lager? Dan kunt u in bepaalde situaties verzoeken om toepassing van de 10%-regeling.

Dienst Toeslagen kan uw hogere inkomen dan voor de periode vóór het overlijden buiten beschouwing laten.

Niet iedere nabestaande voldoet aan de voorwaarden. Controleer dit vooral als u na overlijden ineens een forse terugvordering ontvangt.

Let na overlijden ook op uw vermogen voor toeslagen

Niet alleen inkomen kan veranderen. Ook uw vermogen kan anders worden.

Bijvoorbeeld door:

  • spaargeld dat u erft;
  • een verzekeringsuitkering;
  • beleggingen;
  • een tweede woning;
  • andere bezittingen uit de nalatenschap.

Een erfenis telt voor toeslagen niet als gewoon inkomen, maar kan wel onderdeel worden van uw vermogen.

Voor huurtoeslag en zorgtoeslag gelden vermogensgrenzen.

De peildatum daarvoor is 1 januari.

Ontvangt u gedurende het jaar een erfenis? Dan heeft dat voor de vermogenstoets van datzelfde toeslagjaar meestal nog geen effect als u het vermogen op 1 januari nog niet had. Staat het geld op 1 januari van het volgende jaar nog op uw rekening, dan kan het vanaf dat jaar wel gevolgen hebben.

Kunt u na het overlijden ineens recht krijgen op toeslagen?

Ja.

Misschien kregen u en uw partner samen geen zorg- of huurtoeslag omdat het gezamenlijke inkomen of vermogen te hoog was.

Na overlijden wordt u als alleenstaande beoordeeld. Uw inkomen en de toepasselijke grenzen veranderen.

Het kan daarom voorkomen dat u na het overlijden voor het eerst recht krijgt op een toeslag.

Maak dus ook een proefberekening wanneer u vóór het overlijden geen toeslag kreeg.

Wat gebeurt er met een eventuele AIO-aanvulling?

Heeft u geen volledige AOW opgebouwd en weinig ander inkomen? Dan kunt u mogelijk een AIO-aanvulling krijgen.

Na het overlijden van uw partner verandert uw huishoudsituatie.

Dat kan gevolgen hebben voor:

  • het AIO-bedrag waarop u recht heeft;
  • het inkomen dat wordt meegerekend;
  • uw vermogen;
  • eventuele pensioeninkomsten.

Partnerpensioen wordt eveneens meegenomen bij het bepalen van uw inkomen.

Ontvangt u al AIO? Controleer de nieuwe beschikking van de SVB goed.

Wat gebeurt er met de huur als uw partner overlijdt?

De huur zelf wordt niet ineens gehalveerd omdat u alleen komt te wonen.

Dat is financieel belangrijk: uw huishoudinkomen kan sterk dalen, terwijl de kale huur vrijwel hetzelfde blijft.

Stonden u en uw partner allebei op het huurcontract? Dan kunt u de huur doorgaans voortzetten.

Was alleen uw partner formeel huurder? Neem dan snel contact op met de verhuurder of woningcorporatie en laat vaststellen wat uw juridische positie is en op wiens naam het contract komt.

Controleer vervolgens opnieuw uw recht op huurtoeslag.

Wat gebeurt er met de hypotheek?

Een hypotheek verdwijnt niet doordat uw partner overlijdt.

Bij een koopwoning moet onder meer duidelijk worden:

  • wie eigenaar van de woning wordt;
  • wie aansprakelijk is voor de hypotheek;
  • of u het aandeel van uw partner erft;
  • of er een overlijdensrisicoverzekering bestaat;
  • hoeveel die verzekering uitkeert;
  • of de hypotheek met uw nieuwe inkomen betaalbaar blijft.

Neem daarom contact op met de hypotheekverstrekker.

Controleer ook of er een overlijdensrisicoverzekering was. Een eventuele uitkering kan bijvoorbeeld worden gebruikt om de hypotheek gedeeltelijk af te lossen, afhankelijk van de polisvoorwaarden.

Voor een uitgebreidere checklist rond hypotheek, bankrekeningen, erfenis en verzekeringen kunt u onze gids Wat gebeurt er financieel als uw partner overlijdt? gebruiken.

Waarom kunnen woonlasten na overlijden relatief zwaarder worden?

Een huishouden van één persoon kost niet de helft van een huishouden van twee personen.

Veel grote uitgaven veranderen nauwelijks.

Denk aan:

  • huur of hypotheek;
  • energie;
  • internet;
  • woonverzekeringen;
  • gemeentelijke lasten;
  • onderhoud;
  • servicekosten;
  • auto;
  • abonnementen voor de woning.

Boodschappen en sommige persoonlijke kosten dalen wel, maar veel vaste woonlasten blijven.

Daarom kan uw besteedbare inkomen sterker teruglopen dan alleen uit het verschil in AOW blijkt.

Een praktisch voorbeeld: AOW vóór en na overlijden

Een echtpaar ontvangt allebei volledige AOW.

Vóór overlijden

AOW persoon 1: €1.084,13 netto
AOW persoon 2: €1.084,13 netto

Samen: €2.168,26

Stel daarnaast dat er aanvullend pensioen is. Dat laten we hier buiten beschouwing, omdat dit per persoon verschilt.

Na overlijden

De AOW van de overleden partner stopt.

De achterblijvende partner krijgt:

Alleenstaanden-AOW: €1.581,55 netto

Het gezamenlijke AOW-inkomen is daardoor €586,71 lager.

Krijgt de achterblijvende partner bijvoorbeeld partnerpensioen, dan wordt een deel van die daling mogelijk opgevangen.

Hoeveel u uiteindelijk werkelijk verliest, kunt u daarom pas berekenen wanneer het partnerpensioen en de nieuwe toeslagen bekend zijn.

Uw nieuwe maandinkomen berekenen

Maak zodra de eerste brieven binnenkomen een eenvoudig overzicht.

Inkomen dat blijft

  • uw eigen AOW;
  • uw eigen aanvullend pensioen;
  • eventueel loon of andere uitkering.

Inkomen dat stopt

  • AOW van uw partner;
  • ouderdomspensioen van uw partner;
  • salaris of uitkering van uw partner.

Inkomen dat mogelijk nieuw begint

  • hogere alleenstaanden-AOW;
  • partnerpensioen;
  • Anw als u daarvoor in aanmerking komt;
  • gewijzigde zorgtoeslag;
  • gewijzigde huurtoeslag;
  • verzekeringsuitkering.

Tel pas bedragen mee als de uitvoerder schriftelijk heeft bevestigd dat u er recht op heeft.

Moet u uw loonheffingskorting opnieuw controleren?

Ja, zeker als er partnerpensioen begint.

U ontvangt dan mogelijk AOW én pensioen van verschillende uitbetalers.

Loonheffingskorting mag niet op meerdere inkomsten tegelijk volledig worden toegepast.

Controleer daarom:

  • of de SVB loonheffingskorting toepast;
  • of het partnerpensioen loonheffingskorting toepast;
  • of uw eigen pensioen dat doet.

Een verkeerde combinatie kan ertoe leiden dat u later belasting moet bijbetalen.

Wat gebeurt er met de inkomstenbelasting in het jaar van overlijden?

Voor uw overleden partner moet over het jaar van overlijden mogelijk nog belastingaangifte worden gedaan.

Met een nabestaandenmachtiging kunt u dit online regelen.

Was u fiscale partner? Dan kunt u bij de aangifte in bepaalde situaties kiezen om voor het hele kalenderjaar als fiscale partners te worden behandeld.

Dat kan invloed hebben op de verdeling van bijvoorbeeld:

  • hypotheekrente;
  • vermogen;
  • zorgkosten;
  • andere gezamenlijke aftrekposten.

Maak deze keuze niet automatisch. Bij een grotere nalatenschap, koopwoning of veel vermogen kan fiscaal advies verstandig zijn.

Wat als u na het overlijden met iemand anders gaat wonen?

Dat kan opnieuw gevolgen hebben voor uw AOW.

Gaat u later samenwonen met een nieuwe partner, dan kunt u weer onder de AOW-regels voor gehuwden of samenwonenden vallen.

Maar niet iedere persoon die bij u woont zorgt automatisch voor een lagere AOW.

Een eigen volwassen kind dat bij u woont wordt bijvoorbeeld anders behandeld dan een nieuwe partner, broer, zus of vriend.

Daarover leest u meer in Iemand bij u in huis? Dit kan er met uw AOW gebeuren.

En als u al duurzaam gescheiden leefde?

Dan kan de uitkomst anders zijn.

Woonde u duurzaam gescheiden van uw echtgenoot en ontving u daardoor al AOW volgens de alleenstaandennorm? Dan hoeft uw eigen AOW door het overlijden niet opnieuw te stijgen.

Ook kan er bij duurzaam gescheiden leven geen recht bestaan op de gewone overlijdensuitkering voor de partner.

Controleer in zo'n situatie de beschikking van de SVB.

Welke zaken moet u als eerste controleren?

U hoeft niet alles op de eerste dag te regelen.

Voor uw inkomen zijn deze stappen het belangrijkst:

  1. Controleer de brief van de SVB.
    Kijk naar uw nieuwe AOW, de eindafrekening en overlijdensuitkering.
  2. Neem contact op met de pensioenuitvoerder.
    Vraag hoeveel partnerpensioen u krijgt en vanaf wanneer.
  3. Controleer Mijn toeslagen.
    Bekijk of uw nieuwe inkomen en huishoudsituatie kloppen.
  4. Maak een nieuwe maandbegroting.
    Zet het nieuwe netto inkomen tegenover huur, hypotheek en andere vaste lasten.
  5. Controleer verzekeringen.
    Kijk vooral naar een overlijdensrisicoverzekering, levensverzekering en eventuele nabestaandenlijfrente.
  6. Controleer loonheffingskorting.
    Zeker wanneer u voortaan meerdere pensioenen ontvangt.
  7. Neem bij een koopwoning contact op met de hypotheekverstrekker.
  8. Neem bij een huurwoning contact op met de verhuurder wanneer het huurcontract moet worden aangepast.

Tot slot

Na het overlijden van uw partner krijgt u als AOW-gerechtigde meestal een hogere AOW voor een alleenstaande. Vanaf 1 juli 2026 is dat bij een volledige AOW €1.662,16 bruto per maand en €1.581,55 netto met loonheffingskorting.

Maar die verhoging maakt het wegvallen van de AOW van uw partner niet volledig goed.

Bij twee volledige AOW-uitkeringen daalt het gezamenlijke netto AOW-inkomen in het voorbeeld met bijna €587 per maand.

Daarom zijn vooral drie bedragen belangrijk:

uw nieuwe AOW, uw eventuele partnerpensioen en uw nieuwe toeslagen.

Zodra u die kent, kunt u pas goed beoordelen wat het overlijden van uw partner betekent voor uw maandelijkse financiële ruimte en of de huur of hypotheek comfortabel betaalbaar blijft.

Veelgestelde vragen over AOW na overlijden van uw partner

Heeft u een volledige AOW en woont u na overlijden alleen, dan bedraagt uw AOW vanaf 1 juli 2026 €1.662,16 bruto per maand. Met loonheffingskorting is dat €1.581,55 netto per maand. Uw persoonlijke bedrag kan afwijken.

De SVB past uw AOW aan vanaf de maand waarin uw partner is overleden.

Normaal gesproken niet wanneer het overlijden in Nederland is geregistreerd. De SVB krijgt het overlijden doorgaans via de gemeente door en stuurt u een nieuwe beschikking.

Nee. De AOW is persoonlijk. De AOW van uw partner stopt op de dag na overlijden en wordt niet aan u overgedragen.

Bij een volledige AOW en de bedragen vanaf 1 juli 2026 stijgt het nettobedrag met loonheffingskorting van €1.084,13 naar €1.581,55. Dat is ongeveer €497,42 meer per maand.

Meestal niet. Uw eigen AOW stijgt, maar de volledige AOW van uw partner valt weg. Bij twee volledige AOW-uitkeringen daalt het gezamenlijke netto AOW-inkomen in het voorbeeld met ongeveer €586,71 per maand.

Als uw overleden partner AOW ontving en u partner was, krijgt u normaal een eenmalige overlijdensuitkering van één maand AOW plus vakantiegeld. Eventueel te veel betaalde AOW kan hiermee worden verrekend.

Het tot de overlijdensdatum opgebouwde vakantiegeld wordt afgerekend. De SVB kan hier eventueel te veel betaalde AOW mee verrekenen.

Dat kan. Partnerpensioen of nabestaandenpensioen staat los van de AOW. Of en hoeveel u krijgt, hangt af van de pensioenregeling van uw overleden partner.

Neem contact op met het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar van uw partner. Het bedrag hangt af van de regeling, opgebouwde rechten en eerdere pensioenkeuzes.

Dat kan, maar de voorwaarden verschillen per pensioenregeling. Bij ongehuwd samenwonen moet u soms vooraf bij de pensioenuitvoerder als partner zijn geregistreerd.

Uw eigen aanvullend pensioen blijft normaal doorlopen. Het overlijden van uw partner heeft geen einde van uw eigen pensioen tot gevolg.

Als u zelf AOW ontvangt en na het overlijden alleen woont, kan uw AOW worden aangepast naar de norm voor iemand die alleen woont. Omdat uw partner nog geen AOW ontving, valt er geen tweede AOW-uitkering weg.

Nee. U krijgt pas AOW wanneer u zelf de AOW-leeftijd bereikt. Tot die tijd kunt u onder voorwaarden wel recht hebben op een Anw-uitkering.

U moet nog niet de AOW-leeftijd hebben bereikt en u moet onder andere een kind jonger dan 18 jaar verzorgen dat bij u woont of minimaal 45% arbeidsongeschikt zijn. Ook moet uw overleden partner verzekerd zijn geweest voor de Anw.

Ja. Uw huishoudsituatie en inkomen veranderen. Dienst Toeslagen maakt daarom een nieuwe berekening. Controleer zelf of het geschatte jaarinkomen klopt.

Dat kan. Uw huishoudsamenstelling en inkomen veranderen. Of de huurtoeslag stijgt, daalt of gelijk blijft hangt van uw nieuwe situatie af.

Ja. Als uw gezamenlijke inkomen eerder te hoog was, kunt u na overlijden mogelijk als alleenstaande wel aan de voorwaarden voldoen. Maak daarom een nieuwe proefberekening.

Een erfenis telt niet als normaal inkomen voor toeslagen, maar kan wel als vermogen meetellen. De vermogenstoets gebruikt 1 januari als peildatum.

Als uw inkomen na overlijden sterk stijgt en u daardoor toeslag over de eerdere gezamenlijke periode moet terugbetalen, kunt u onder voorwaarden vragen om uw hogere inkomen voor die eerdere periode buiten beschouwing te laten.

Dat hangt onder meer af van het huurcontract en uw juridische positie. Stond u al als huurder of medehuurder geregistreerd, dan is uw positie doorgaans sterker. Neem bij twijfel contact op met de verhuurder.

De hypotheek verdwijnt niet. Controleer wie eigenaar en schuldenaar is, of u het aandeel van uw partner erft en of er een overlijdensrisicoverzekering uitkeert. Neem contact op met de hypotheekverstrekker.

Nee. Huur of hypotheek, internet, verzekeringen, onderhoud en veel andere vaste kosten blijven grotendeels bestaan. Daardoor kunnen woonlasten relatief zwaarder op uw nieuwe inkomen drukken.

Ja. Zeker als u naast uw AOW een nieuw partnerpensioen ontvangt. Loonheffingskorting mag niet tegelijkertijd volledig bij meerdere inkomens worden toegepast.

Dan kan uw AOW opnieuw veranderen naar het bedrag voor gehuwden of samenwonenden. Wie er bij u komt wonen en hoe u samenleeft is daarbij belangrijk.

Mogelijk niet. Als u al het AOW-bedrag voor een alleenstaande ontving, hoeft uw AOW door het overlijden niet hoger te worden. Bij duurzaam gescheiden leven gelden ook andere regels voor de overlijdensuitkering.

Over dit artikel

Geschreven door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Laatst gewijzigd op

LangerThuisinHuis.nl helpt ouderen en hun naasten met betrouwbare informatie, praktische tips en onafhankelijke uitleg over zelfstandig en veilig thuis wonen. We schrijven over woningaanpassingen, hulpmiddelen, zorg, geldzaken en prettig ouder worden thuis.

Inhoudelijk gecontroleerd door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Dit artikel is redactioneel gecontroleerd op duidelijkheid, actualiteit en praktische toepasbaarheid, met gebruik van erkende Nederlandse bronnen.