AOW en samenwonen in het kort
Uw situatie | Wat gebeurt er meestal met uw AOW? |
|---|
Uw eigen kind woont bij u | U houdt in principe het bedrag voor een alleenstaande |
Uw vader of moeder woont bij u | U houdt in principe het bedrag voor een alleenstaande |
Uw partner komt bij u wonen | Meestal krijgt u het bedrag voor gehuwden/samenwonenden |
Uw broer of zus woont bij u | Hangt af van hoe u samen het huishouden voert |
Een vriend of vriendin woont bij u | Hangt af van hoe u samen het huishouden voert |
Uw kleinkind woont bij u | Kan gevolgen hebben, afhankelijk van hoe u samenleeft |
U verhuurt zakelijk een kamer | U kunt het bedrag voor een alleenstaande behouden |
Er wonen meerdere volwassenen bij u | De SVB beoordeelt de situatie per persoon |
De precieze situatie blijft belangrijk. Daarom is vooral de vraag wie er bij u komt wonen bepalend.
Krijg ik minder AOW als mijn volwassen kind bij mij woont?
Nee, in principe niet.
Bent u ongehuwd en woont u uitsluitend met één of meer van uw eigen kinderen? Dan kunt u voor de AOW het bedrag voor een alleenstaande blijven ontvangen.
De leeftijd van uw kind maakt daarbij voor deze AOW-regel niet uit.
Stel dat uw dochter van 38 na een scheiding tijdelijk bij u intrekt. Zij betaalt mee aan de boodschappen en de energierekening. Alleen daardoor wordt u voor de AOW niet ineens als samenwonend gezien.
Hetzelfde geldt wanneer u als ongehuwde uitsluitend met uw vader of moeder woont.
Dat is een belangrijke uitzondering binnen de AOW-regels.
Let wel op: voor andere regelingen kan een inwonend volwassen kind wél gevolgen hebben. Verderop leggen we uit wat er bijvoorbeeld met uw AIO-aanvulling en huurtoeslag kan gebeuren.

Word uitgerust wakker: vraag hier het gratis slaapmagazine aan ter waarde van €19,95!

Krijg ik minder AOW als mijn partner bij mij komt wonen?
Meestal wel.
Bent u niet getrouwd, maar gaat u met uw partner samenwonen? Dan krijgt u normaal gesproken het AOW-bedrag voor gehuwden en samenwonenden.
U hoeft daarvoor dus niet eerst te trouwen of een geregistreerd partnerschap aan te gaan.
Vanaf 1 juli 2026 ziet het verschil er voor iemand met een volledige AOW en loonheffingskorting als volgt uit:
Situatie | Bruto per maand | Netto per maand |
|---|
Alleenstaand | € 1.662,16 | € 1.581,55 |
Getrouwd of samenwonend | € 1.139,39 p.p. | € 1.084,13 p.p. |
Uw individuele AOW kan bij samenwonen daardoor ongeveer € 497 netto per maand lager zijn.
De bedragen veranderen normaal gesproken ieder halfjaar. Op onze pagina over de AOW-bedragen in 2027 houden we bij wat al bekend is over het komende jaar.
Hoe bepaalt de SVB of u samenwoont?
Alleen naar de inschrijving bij de gemeente kijken is niet voldoende.
Voor de AOW kijkt de Sociale Verzekeringsbank vooral naar hoe u daadwerkelijk woont en leeft.
Iemand woont voor de AOW bij u wanneer die persoon het grootste deel van de tijd in dezelfde woning woont en u delen van de woning samen gebruikt.
Dat betekent bijvoorbeeld dat iemand officieel nog een ander adres kan hebben, maar in de praktijk toch bij u kan wonen.
Andersom betekent inschrijving op hetzelfde adres niet in iedere situatie automatisch dat u samen een gezamenlijke huishouding voert.
Wat is een gezamenlijke huishouding voor de AOW?
Deze term komt vaak terug bij AOW en samenwonen.
Bij twee volwassenen kan sprake zijn van een gezamenlijke huishouding wanneer:
- u daadwerkelijk samenwoont, én
- u beiden regelmatig en in voldoende mate bijdraagt aan het huishouden.
Die bijdrage hoeft niet alleen uit geld te bestaan.
De SVB kijkt bijvoorbeeld ook naar:
- samen woonlasten of boodschappen betalen;
- regelmatig voor elkaar koken;
- schoonmaken;
- boodschappen doen;
- administratie verzorgen;
- elkaar regelmatig verzorgen bij ziekte.
Af en toe een boodschap meenemen of een keer voor iemand koken is iets anders dan structureel samen één huishouden voeren.
Hoeveel nachten mag mijn partner bij mij slapen zonder gevolgen voor de AOW?
Hier bestaat veel verwarring over.
Er is geen eenvoudige regel dat uw partner bijvoorbeeld drie nachten per week bij u mag slapen en u vanaf vier nachten automatisch als samenwonend wordt gezien.
De SVB kijkt naar de totale woonsituatie.
In het beleid van de SVB speelt bij twijfel over iemands hoofdverblijf wel mee waar iemand het merendeel van de nachten doorbrengt. Vier of meer nachten per week kan daarbij een aanwijzing zijn dat iemand daar woont.
Maar het aantal nachten is niet het enige criterium. Ook de beschikking over een andere woning, het gebruik van de woning en de manier waarop u samenleeft kunnen meetellen.
Gebruik het aantal nachten daarom niet als een harde grens om te bepalen of u wel of niet samenwoont.
Ik heb een LAT-relatie. Verandert mijn AOW?
Dat hoeft niet.
Heeft u allebei daadwerkelijk een eigen woning en woont u niet hoofdzakelijk bij elkaar? Dan kan ieder zijn eigen woonsituatie houden.
Maar alleen twee adressen in de gemeentelijke administratie zijn niet voldoende.
Stel dat uw partner nog een eigen woning heeft, maar praktisch iedere week het grootste deel van de tijd bij u verblijft. Dan kan de feitelijke situatie voor de SVB belangrijker zijn dan de inschrijving.
Bij twijfel is het verstandig uw situatie vooraf aan de SVB voor te leggen.
Kan mijn broer of zus bij mij wonen zonder dat mijn AOW daalt?
Dat kan, maar het hangt af van de situatie.
Een broer of zus valt niet onder dezelfde uitzondering als een eigen kind of ouder.
Stel dat uw broer bij u intrekt. U betaalt samen de vaste lasten, doet gezamenlijk boodschappen, kookt om de beurt en verdeelt het huishoudelijke werk.
Dan kan de SVB concluderen dat u samen een gezamenlijke huishouding voert. Uw AOW kan dan veranderen naar het bedrag voor gehuwden en samenwonenden.
Woont uw broer of zus wel bij u, maar vormt u in de praktijk geen gezamenlijke huishouding? Dan kan de uitkomst anders zijn.
En als een vriend of vriendin bij mij woont?
Daarvoor geldt in grote lijnen hetzelfde als bij een broer of zus.
Het enkele feit dat u geen liefdesrelatie heeft, betekent niet automatisch dat u altijd het alleenstaandenbedrag behoudt.
De SVB kijkt naar hoe u samenwoont en hoe u het huishouden organiseert.
Woont u bijvoorbeeld met een goede vriend in één woning, betaalt u beiden structureel de huishoudelijke kosten en zorgt u regelmatig voor elkaar? Dan kan sprake zijn van een gezamenlijke huishouding.
Heeft een inwonend kleinkind invloed op mijn AOW?
Dat kan.
Een kleinkind valt voor deze AOW-regel niet onder dezelfde uitzondering als een eigen kind of uw vader of moeder.
Het hangt daarom onder andere af van de bijdrage van uw kleinkind aan het huishouden.
Een studerend kleinkind dat bij u woont, vrijwel niets bijdraagt en af en toe eens boodschappen doet, vormt niet automatisch met u een gezamenlijke huishouding.
Betaalt uw volwassen kleinkind structureel mee, verdeelt u de huishoudelijke taken en zorgt u over en weer voor elkaar? Dan kan de beoordeling anders uitvallen.
Heeft een mantelzorger die bij mij woont gevolgen voor mijn AOW?
Ook hier hangt het af van wie die mantelzorger is.
Is de mantelzorger uw eigen kind of uw vader of moeder? Dan geldt de bijzondere positie die hierboven is uitgelegd.
Trekt bijvoorbeeld een broer, zus, vriend of andere volwassene bij u in om u structureel te helpen? Dan kan die zorg juist onderdeel zijn van de beoordeling of sprake is van een gezamenlijke huishouding.
Er bestaat dus niet automatisch een algemene uitzondering op de AOW omdat iemand mantelzorg verleent.
Laat zo'n situatie bij twijfel vooraf door de SVB beoordelen.
Moet iemand op mijn adres ingeschreven staan voordat mijn AOW verandert?
Nee.
Dit is een van de belangrijkste misverstanden.
Voor de AOW kijkt de SVB naar de feitelijke situatie. Iemand kan dus bij u wonen terwijl die persoon volgens de Basisregistratie Personen nog op een ander adres staat.
Andersom kan één adres ook uit twee echt zelfstandige woonruimten bestaan.
Denk bijvoorbeeld aan een woning met:
- twee eigen ingangen;
- een eigen keuken;
- een eigen badkamer;
- gescheiden woonruimten.
Dan kan er sprake zijn van twee afzonderlijke huishoudens.
Kan ik een kamer verhuren zonder dat mijn AOW lager wordt?
Ja, dat kan.
Heeft u een kamer over en verhuurt u die op zakelijke basis? Dan hoeft de huurder niet automatisch als uw partner of huisgenoot voor de AOW te worden gezien.
Zorg ervoor dat de verhuur ook echt aantoonbaar zakelijk is.
Denk aan:
- een schriftelijke huurovereenkomst;
- een afgesproken huurprijs;
- maandelijkse, aantoonbare huurbetalingen;
- duidelijke afspraken over wat bij de huur hoort.
Een huurcontract alleen is niet altijd voldoende. De praktijk moet bij de afspraken passen.
Betaalt iemand formeel huur, maar leeft u ondertussen feitelijk volledig als één gezamenlijk huishouden, dan kan de SVB alsnog naar die werkelijke situatie kijken.
Wat als iemand alleen tijdelijk bij mij verblijft?
Een paar weken logeren is iets anders dan daadwerkelijk bij iemand wonen.
Er bestaat alleen geen vaste termijn waarmee iedere situatie automatisch kan worden opgelost.
De SVB kijkt onder meer naar:
- waar iemand normaal gesproken woont;
- waar iemand het grootste deel van de tijd verblijft;
- of iemand nog daadwerkelijk over een andere woning beschikt;
- hoe de woning wordt gebruikt;
- hoe u samen het huishouden organiseert.
Verandert uw woon- of leefsituatie echt? Dan is het verstandig dit bij de SVB te melden in plaats van zelf te bepalen dat iets nog onder 'logeren' valt.
Heeft samenwonen altijd gevolgen als u vroeger al een relatie had?
Sommige situaties worden strenger beoordeeld.
Woont u opnieuw samen met iemand en geldt één van onderstaande situaties, dan kan volgens de AOW-regels direct sprake zijn van een gezamenlijke huishouding:
- u bent eerder met elkaar getrouwd geweest;
- u heeft eerder met elkaar samengewoond;
- u heeft samen een eigen of erkend kind;
- u heeft een notarieel samenlevingscontract;
- u bent voor een andere regeling al geregistreerd als gezamenlijke huishouding.
De SVB hoeft in deze situaties niet eerst te onderzoeken hoeveel boodschappen ieder betaalt of wie er kookt.
Wat gebeurt er als er meerdere volwassenen bij mij wonen?
Dan gelden weer andere regels.
Woont u als ongehuwde met minimaal twee andere volwassenen? Dan bekijkt de SVB per persoon of u daarmee een gezamenlijke huishouding heeft.
Daar kan een opvallende uitkomst uit volgen:
- met niemand een gezamenlijke huishouding: waarschijnlijk het ongehuwdenpensioen;
- met één persoon een gezamenlijke huishouding: het gehuwdenpensioen;
- met twee of meer personen een gezamenlijke huishouding: het ongehuwdenpensioen.
Juist bij een woning met meerdere volwassenen is het daarom verstandig niet zelf te gokken welk AOW-bedrag geldt.
Let op: uw AOW kan hetzelfde blijven terwijl uw inkomen tóch daalt
Dit is vooral belangrijk als uw volwassen kind bij u intrekt.
Voor de AOW kunt u het alleenstaandenbedrag behouden. Maar andere regelingen gebruiken andere definities van samenwonen en medebewoners.
Eén inwonend kind kan daarom voor verschillende regelingen verschillend worden behandeld.
Een inwonend kind en uw AIO-aanvulling
Heeft u naast uw AOW een AIO-aanvulling? Dan gelden andere regels.
Woont er iemand van 27 jaar of ouder bij u die als kostendeler telt? Dan kan de kostendelersnorm van toepassing zijn. Uw AIO-aanvulling kan daardoor lager worden, óók wanneer uw gewone AOW niet verandert.
Lees daarom ook onze uitgebreide uitleg over de AIO-aanvulling, voorwaarden en bedragen.
Een inwonend kind en huurtoeslag
Bij huurtoeslag geldt weer een ander systeem.
Iemand die op uw woonadres staat ingeschreven, geldt meestal als medebewoner. Het inkomen en vermogen van die medebewoner kunnen meetellen bij de berekening van uw huurtoeslag.
Voor thuiswonende kinderen jonger dan 23 jaar geldt in 2026 een vrijstelling over een deel van het inkomen. Voor kinderen vanaf 23 jaar telt het inkomen volledig mee.
Het kan dus gebeuren dat:
uw AOW gelijk blijft, maar uw huurtoeslag lager wordt.
Krijgt u AOW en één of meer toeslagen? Bekijk dan ook wanneer u volgens ons uw inkomen voor AOW en toeslagen moet controleren.
Ontvangt u huurtoeslag? Dan kunt u daarnaast onze uitleg over het controleren en aanpassen van uw huurtoeslag gebruiken.
En hoe zit het met zorgtoeslag?
Sinds 2025 wordt uw eigen kind of ouder niet meer alleen door het samenwonen uw toeslagpartner voor onder andere de zorgtoeslag.
Voor de huurtoeslag kan die persoon wel als medebewoner blijven meetellen.
Komt er een partner of andere volwassene bij u wonen, dan kunnen de regels anders uitpakken. Meer over de voorwaarden vindt u in ons overzicht over zorgtoeslag voor ouderen.
Voorbeeld: uw dochter van 40 trekt weer bij u in
U woont alleen, ontvangt een volledige AOW en uw dochter gaat na een scheiding een jaar bij u wonen.
Wat kan er gebeuren?
Uw AOW:
Uw dochter is uw eigen kind. U kunt daardoor in principe het ongehuwdenpensioen behouden.
Uw AIO-aanvulling:
Ontvangt u AIO? Dan kan uw dochter van 40 als kostendeler meetellen. Uw aanvulling kan daardoor veranderen.
Uw huurtoeslag:
Uw dochter wordt na inschrijving meestal medebewoner. Haar inkomen en vermogen kunnen gevolgen hebben voor uw huurtoeslag.
Uw zorgtoeslag:
Uw dochter wordt sinds 2025 niet meer alleen vanwege deze ouder-kindrelatie uw toeslagpartner.
Eén verhuizing kan dus voor verschillende regelingen verschillende gevolgen hebben.
Moet ik doorgeven dat iemand bij mij komt wonen?
Vaak wel.
Woont u in Nederland en verandert uw woon- of leefsituatie? Dan moeten verschillende wijzigingen binnen vier weken aan de SVB worden doorgegeven.
Dat geldt onder meer wanneer:
- u alleen woont en met iemand gaat samenwonen;
- iemand bij u en uw partner komt wonen;
- uw gezamenlijke huishouding verandert;
- iemand een kamer bij u huurt;
- u een kostganger krijgt;
- iemand uit uw huishouden verhuist.
Een gewone adreswijziging ontvangt de SVB vaak via de gemeente. Dat betekent niet dat iedere verandering in uw feitelijke leefsituatie automatisch goed bij de SVB bekend is.
Twijfelt u? Meld de situatie dan liever vooraf. Daarmee verkleint u het risico dat u later AOW moet terugbetalen.
Dit kunt u controleren voordat iemand bij u intrekt
Voordat u de extra sleutel laat maken, zijn vooral deze vier controles verstandig:
- Controleer wat de nieuwe woonsituatie betekent voor uw AOW.
Vooral bij een partner, broer, zus, vriend, kleinkind of andere volwassene kan de manier waarop u samenleeft verschil maken. - Bekijk uw huur- en zorgtoeslag opnieuw.
Voor toeslagen gelden andere regels dan voor de AOW. - Ontvangt u AIO? Controleer die apart.
Een kostendeler kan gevolgen hebben terwijl uw gewone AOW gelijk blijft. - Geef relevante wijzigingen tijdig door.
Bij twijfel kan de SVB uw persoonlijke situatie beoordelen.
Tot slot
De vraag “Krijg ik minder AOW als iemand bij mij komt wonen?” heeft dus geen simpel ja of nee als antwoord.
Komt uw eigen kind bij u wonen, dan blijft uw AOW in principe gelijk. Bij een partner ligt dat meestal anders. En bij een broer, zus, vriend, kleinkind of andere volwassene draait het vooral om de vraag hoe u daadwerkelijk samenwoont en of er sprake is van een gezamenlijke huishouding.
Kijk bovendien niet alleen naar uw AOW. AIO, huurtoeslag en zorgtoeslag hebben ieder hun eigen regels.
Een verhuizing die voor uw AOW niets verandert, kan daardoor toch gevolgen hebben voor het bedrag dat u iedere maand overhoudt.
