Mijn partner heeft nog geen AOW: hoeveel AOW krijg ik?

U bereikt de AOW-leeftijd, maar uw partner moet nog een paar jaar wachten. Hoeveel AOW krijgt u dan? Krijgt u het hogere bedrag voor een alleenstaande omdat uw partner nog geen AOW ontvangt?

Nee. Woont u samen met uw partner, dan krijgt u normaal gesproken de AOW voor gehuwden of samenwonenden. Ook als uw partner zelf nog geen AOW krijgt.

Vanaf 1 juli 2026 bedraagt een volledige AOW voor iemand die getrouwd is of samenwoont €1.139,39 bruto per maand. Met loonheffingskorting is dat €1.084,13 netto per maand.

Uw jongere partner krijgt pas AOW zodra hij of zij zelf de AOW-leeftijd bereikt.

Dat kan betekenen dat u tijdelijk met één AOW-uitkering moet rondkomen. Zeker als uw partner weinig of geen eigen inkomen heeft, is het daarom verstandig om ook naar een mogelijke AIO-aanvulling, toeslagen en aanvullend pensioen te kijken.

Partner nog geen AOW

Uw partner heeft nog geen AOW: dit is de hoofdregel

De AOW is een persoonlijke uitkering. U krijgt AOW zodra u zelf uw AOW-leeftijd bereikt.

Uw partner krijgt niet automatisch tegelijkertijd AOW.

Bent u getrouwd of woont u samen? Dan kijkt de SVB voor uw AOW naar uw woonsituatie. U ontvangt normaal gesproken het bedrag voor gehuwden of samenwonenden.

Dat blijft zo als uw partner:

  • enkele maanden jonger is;
  • enkele jaren jonger is;
  • nog werkt;
  • geen baan heeft;
  • een uitkering ontvangt;
  • helemaal geen eigen inkomen heeft.

Het feit dat uw partner nog geen AOW krijgt, geeft u dus niet automatisch recht op de hogere alleenstaanden-AOW.

Bekijk voor alle actuele bedragen ook onze AOW-bedragen voor 2026.

Hoeveel AOW krijgt u in 2026 als uw partner nog geen AOW heeft?

Vanaf 1 juli 2026 gelden bij een volledige AOW in Nederland de volgende bedragen:

Situatie

Bruto per maand

Netto met loonheffingskorting

Alleenstaand

€1.662,16

€1.581,55

Getrouwd of samenwonend

€1.139,39

€1.084,13

Heeft uw partner de AOW-leeftijd nog niet bereikt en woont u samen? Dan geldt voor u normaal gesproken de tweede regel.

U ontvangt dus bij een volledige AOW:

€1.139,39 bruto per maand

of in de standaardberekening met loonheffingskorting:

€1.084,13 netto per maand.

Uw persoonlijke nettobedrag kan anders zijn. Dat hangt bijvoorbeeld af van de loonheffingskorting, andere inkomsten en of u een volledige AOW heeft opgebouwd.

De AOW-bedragen veranderen normaal gesproken ieder halfjaar. Op onze pagina over de AOW-bedragen in 2027 houden we de nieuwste ontwikkelingen bij.

Banner contour bedden

Voorbeeld: u heeft AOW, uw partner nog niet

Stel:

Jan is 67 jaar en bereikt zijn AOW-leeftijd. Zijn vrouw Ingrid is 63 jaar.

Ze wonen samen en Jan heeft een volledige AOW opgebouwd. Ingrid heeft nog geen recht op AOW.

Jan ontvangt vanaf 1 juli 2026:

€1.084,13 netto AOW per maand met loonheffingskorting.

Ingrid ontvangt nog geen AOW.

Heeft Ingrid ook geen salaris, pensioen of andere uitkering? Dan bestaat het inkomen van het huishouden in dit eenvoudige voorbeeld dus voorlopig uit slechts één AOW-uitkering, eventueel aangevuld met andere inkomsten, toeslagen of een AIO-aanvulling.

Dat is precies waarom het leeftijdsverschil tussen partners financieel merkbaar kan worden zodra de oudste partner met pensioen gaat.

Waarom krijgt u niet de hogere alleenstaanden-AOW?

Dat voelt soms vreemd.

Uw partner ontvangt immers nog geen AOW. Toch krijgt u zelf niet automatisch het hogere bedrag van €1.581,55 netto voor iemand die alleen woont.

De reden is dat de hoogte van de gewone AOW niet wordt bepaald door de vraag of uw partner ook AOW ontvangt.

Uw woonsituatie is bepalend.

Woont u samen als partners, dan geldt normaal gesproken het AOW-bedrag voor gehuwden of samenwonenden.

Woont u werkelijk alleen, dan kan het hogere bedrag voor een alleenstaande gelden.

Er zijn verschillende bijzondere woonsituaties. Woont er bijvoorbeeld iemand anders bij u in huis? Lees dan ook wat iemand in huis kan betekenen voor uw AOW.

Krijgt uw jongere partner een AOW-partnertoeslag?

Voor vrijwel iedereen die nu voor het eerst AOW krijgt is het antwoord nee.

Vroeger bestond de AOW-partnertoeslag. Iemand met AOW kon daarmee onder voorwaarden een extra bedrag krijgen als de jongere partner nog geen AOW had en weinig of geen inkomen verdiende.

Deze regeling is in 2015 afgeschaft voor nieuwe gevallen.

Krijgt u nu voor het eerst AOW en heeft u een jongere partner? Dan kunt u dus niet alsnog een nieuwe AOW-partnertoeslag aanvragen.

Er bestaat nog wel een kleine groep mensen die de oude toeslag al vóór 2015 ontving en deze onder de overgangsregels heeft behouden. Voor hen gelden aparte regels.

Heeft het inkomen van uw partner invloed op uw AOW?

Nee, niet op uw gewone AOW.

Stel dat uw jongere partner:

  • €500 per maand verdient;
  • €1.500 per maand verdient;
  • fulltime werkt;
  • een eigen pensioen ontvangt;
  • een uitkering ontvangt.

Dan verandert uw gewone AOW daardoor niet.

U blijft het AOW-bedrag ontvangen dat hoort bij uw AOW-opbouw en uw woonsituatie.

Dat is anders bij bijvoorbeeld:

  • een AIO-aanvulling;
  • zorgtoeslag;
  • huurtoeslag;
  • bepaalde belastingregelingen.

Daar kan het inkomen van uw partner wél belangrijk zijn.

Ontvangt u nog een oude AOW-partnertoeslag van vóór 2015? Dan gelden eveneens andere regels en kan het inkomen van uw partner wel invloed hebben op die toeslag.

Wat als uw partner helemaal geen inkomen heeft?

Dit is financieel de belangrijkste situatie.

U krijgt zelf bijvoorbeeld €1.084,13 netto AOW, terwijl uw partner nog geen AOW, salaris of andere uitkering ontvangt.

Uw gewone AOW wordt daardoor niet hoger.

Maar u kunt mogelijk wel recht hebben op een AIO-aanvulling.

De AIO is bedoeld voor huishoudens die de AOW-leeftijd hebben bereikt en weinig inkomen en vermogen hebben.

Ook iemand met een volledige AOW kan in bepaalde situaties AIO krijgen als:

  • de partner nog geen AOW ontvangt;
  • het gezamenlijke inkomen laag is;
  • het gezamenlijke vermogen niet te hoog is;
  • u aan de overige voorwaarden voldoet.

Lees hiervoor onze uitgebreide uitleg over de AIO-aanvulling.

Wanneer kunt u AIO krijgen als uw partner nog geen AOW heeft?

De SVB kijkt bij een AIO-aanvulling naar uw gezamenlijke financiële situatie.

Niet alleen uw eigen AOW telt mee.

Ook onder andere het inkomen van uw partner en uw vermogen worden bekeken.

Woont u met een partner, dan geldt in 2026 voor de AIO een vermogensgrens van €16.000. Bezittingen zoals spaargeld kunnen daarbij meetellen.

Heeft u meer vermogen? Dan heeft u normaal gesproken geen recht op een gewone AIO-aanvulling. Voor een eigen woning gelden aparte regels.

Op onze pagina hoeveel spaargeld mag u hebben met AOW? leggen we de verschillen tussen gewone AOW, AIO, huurtoeslag en zorgtoeslag uitgebreid uit.

Uw partner werkt nog: wat gebeurt er dan?

Veel leeftijdsverschillen tussen partners leveren in de praktijk minder problemen op omdat de jongere partner nog werkt.

Stel dat u AOW krijgt terwijl uw partner nog drie jaar doorwerkt.

Uw salaris of het salaris van uw partner verandert uw gewone AOW niet.

Uw huishoudinkomen bestaat dan bijvoorbeeld uit:

  • uw AOW;
  • uw eventuele aanvullende pensioen;
  • het salaris van uw partner.

Dat salaris kan wél invloed hebben op inkomensafhankelijke regelingen zoals zorgtoeslag en huurtoeslag.

Controleer daarom niet alleen uw nieuwe AOW, maar kijk naar het totale inkomen dat u samen in het betreffende jaar verwacht.

En als uw partner een WW-, WIA- of andere uitkering krijgt?

Ook een uitkering van uw partner verlaagt uw gewone AOW niet.

Uw AOW en de uitkering van uw partner zijn afzonderlijke regelingen.

Een uitkering kan wel meetellen bij andere regelingen waarbij het gezamenlijke inkomen van belang is. Dat geldt bijvoorbeeld voor een AIO-aanvulling en kan ook relevant zijn voor toeslagen.

Controleer daarom altijd de voorwaarden van de betreffende uitkering én van eventuele toeslagen.

Heeft u recht op zorgtoeslag?

Dat kan.

Voor zorgtoeslag kijkt Dienst Toeslagen naar uw gezamenlijke inkomen wanneer uw partner uw toeslagpartner is. Ook geldt een vermogensgrens.

Door de start van uw AOW kan uw gezamenlijke jaarinkomen veranderen.

Dat kan betekenen dat uw zorgtoeslag:

  • hoger wordt;
  • lager wordt;
  • voor het eerst ontstaat;
  • of juist stopt.

Hetzelfde geldt wanneer uw partner later stopt met werken of zelf AOW krijgt.

Bekijk daarom ook ons overzicht van kortingen en toeslagen voor AOW'ers.

En hoe zit het met huurtoeslag?

Ook bij huurtoeslag kan de overgang naar AOW gevolgen hebben.

Dienst Toeslagen kijkt onder andere naar:

  • de hoogte van uw huur;
  • uw huishoudsituatie;
  • uw gezamenlijke inkomen;
  • uw vermogen.

Heeft uw jongere partner nog salaris? Dan kan dat salaris dus invloed hebben op de huurtoeslag.

Stopt uw partner later met werken of gaat hij of zij zelf AOW ontvangen? Controleer de huurtoeslag dan opnieuw.

De gewone AOW werkt anders: daarbij bepaalt het inkomen van uw partner niet hoeveel AOW u zelf ontvangt.

Krijgt u aanvullend pensioen bovenop uw AOW?

Heeft u via een werkgever pensioen opgebouwd? Dan kan dat aanvullende pensioen meestal ingaan rond uw pensionering.

U kunt daardoor bijvoorbeeld ontvangen:

AOW + werkgeverspensioen + inkomen partner.

Uw aanvullende pensioen staat los van uw AOW.

Heeft uw partner zelf pensioen opgebouwd? Dan is het afhankelijk van de pensioenregeling wanneer dat pensioen kan ingaan. Dat hoeft niet precies samen te vallen met de AOW-leeftijd.

Kijk daarom op Mijnpensioenoverzicht.nl of bij uw pensioenuitvoerder wanneer u een volledig beeld van uw gezamenlijke pensioeninkomen wilt krijgen.

Wat gebeurt er wanneer uw partner later óók AOW krijgt?

Zodra uw partner zelf de AOW-leeftijd bereikt, krijgt hij of zij een eigen AOW-uitkering.

Woont u op dat moment nog steeds samen? Dan ontvangt u normaal gesproken allebei de AOW voor gehuwden of samenwonenden.

Bij de bedragen vanaf 1 juli 2026 zou dat bij twee volledige AOW-uitkeringen en loonheffingskorting neerkomen op:

Uw AOW: €1.084,13 netto

AOW partner: €1.084,13 netto

Samen: €2.168,26 netto per maand

Dit voorbeeld gaat uitsluitend over de AOW. Pensioen, belasting, toeslagen en persoonlijke inhoudingen zijn niet meegenomen.

De daadwerkelijke bedragen op het moment dat uw partner AOW krijgt kunnen bovendien anders zijn, omdat de AOW ieder halfjaar wordt aangepast.

Moet uw partner zelf AOW aanvragen?

Ja. Uw partner krijgt een eigen AOW-recht.

Woont uw partner in Nederland, dan stuurt de SVB normaal gesproken ongeveer vier maanden vóór de AOW-leeftijd bericht over het aanvragen van AOW.

De AOW van uw partner wordt dus niet automatisch aan uw bestaande AOW toegevoegd.

Na de aanvraag ontvangt ieder van u zijn of haar eigen AOW.

Kan uw partner eerder AOW krijgen omdat u al AOW ontvangt?

Nee.

Iedereen heeft een eigen AOW-leeftijd.

Dat u ouder bent en al AOW ontvangt, betekent niet dat uw jongere partner eerder AOW kan krijgen.

Uw partner moet wachten tot de eigen AOW-leeftijd is bereikt.

Dat kan bij een groot leeftijdsverschil betekenen dat er meerdere jaren zitten tussen de start van uw AOW en die van uw partner.

Kunt u zelf later met AOW beginnen totdat uw partner ook AOW krijgt?

Nee. De Nederlandse AOW werkt niet zoals sommige particuliere pensioenen.

U kunt de ingangsdatum van uw AOW niet vrij naar voren halen of uitstellen om bijvoorbeeld tegelijkertijd met uw partner te beginnen.

Uw AOW gaat in vanaf uw wettelijke AOW-leeftijd.

Relaxstoel banner

Wat als u niet de volledige AOW heeft opgebouwd?

De bedragen hierboven gelden bij een volledige AOW-opbouw.

Heeft u gedurende een deel van de 50 jaar vóór uw AOW-leeftijd niet in Nederland gewoond of gewerkt en was u daardoor niet verzekerd voor de AOW? Dan kan uw AOW lager zijn.

Voor ieder jaar dat u niet verzekerd was, mist u in principe 2% van de volledige AOW-opbouw.

Heeft u bijvoorbeeld 90% AOW opgebouwd? Dan ontvangt u niet automatisch het volledige bedrag van €1.139,39 bruto voor gehuwden of samenwonenden.

Bij een laag gezamenlijk inkomen kan het dan extra belangrijk zijn om te controleren of u recht heeft op een AIO-aanvulling.

Op ons AOW-overzicht vindt u meer uitleg over AOW-opbouw, bedragen en belangrijke wijzigingen.

Wat als u niet samenwoont met uw partner?

Dan wordt de situatie anders.

Een partner hebben betekent niet automatisch dat u voor de AOW als samenwonend wordt beschouwd.

Bij ongehuwde partners kijkt de SVB naar de feitelijke woon- en leefsituatie.

Bent u getrouwd maar woont u ieder in een eigen woning? Dan heeft u evenmin automatisch recht op alleenstaanden-AOW. Daarvoor kunnen de regels rond duurzaam gescheiden leven van belang zijn.

Lees hierover verder in Getrouwd maar apart wonen: krijgt u alleenstaanden-AOW?.

Wat als uw partner naar een verpleeghuis gaat?

Ook dan gelden bijzondere regels.

Wanneer één van u langdurig in een verpleeghuis woont, kan onder voorwaarden een keuze ontstaan rond de AOW voor gehuwden of de hogere AOW voor ongehuwden.

Zo'n keuze moet u niet alleen op basis van het hogere AOW-bedrag maken. De eigen bijdrage voor langdurige zorg en andere regelingen kunnen eveneens veranderen.

Lees daarom eerst welke AOW u kunt kiezen als uw partner naar een verpleeghuis gaat.

Wat als uw jongere partner overlijdt?

Ontvangt u zelf al AOW en overlijdt uw jongere partner voordat hij of zij de AOW-leeftijd heeft bereikt? Dan kan uw eigen AOW veranderen wanneer u daarna alleen woont.

U kunt dan normaal gesproken recht krijgen op het hogere AOW-bedrag voor iemand die alleen woont.

Omdat uw partner nog geen AOW ontving, valt er in die situatie geen tweede AOW-uitkering weg.

Lees meer in Mijn partner overlijdt: hoeveel AOW krijg ik daarna?.

Uw partner is jonger: controleer deze vijf bedragen

Heeft u zelf binnenkort AOW terwijl uw partner nog moet wachten? Kijk dan vóór uw pensionering naar het complete huishoudinkomen.

Controleer minimaal:

  1. Uw AOW
    Bekijk hoeveel AOW u netto gaat ontvangen.
  2. Uw aanvullende pensioen
    Controleer uw pensioen bij uw pensioenuitvoerder of Mijnpensioenoverzicht.nl.
  3. Het inkomen van uw partner
    Denk aan salaris, pensioen of een uitkering.
  4. Uw toeslagen
    Controleer zorgtoeslag en, wanneer van toepassing, huurtoeslag.
  5. Een mogelijke AIO-aanvulling
    Vooral belangrijk als uw partner weinig of geen inkomen heeft en uw vermogen beperkt is.

Zo voorkomt u dat u alleen naar het AOW-bedrag kijkt terwijl andere inkomsten of regelingen een groot verschil kunnen maken.

Tot slot

Heeft u al AOW maar uw partner nog niet? Dan krijgt u niet automatisch de hogere alleenstaanden-AOW.

Woont u samen, dan ontvangt u normaal gesproken de AOW voor gehuwden of samenwonenden. Vanaf 1 juli 2026 is dat bij een volledige AOW €1.139,39 bruto en €1.084,13 netto per maand met loonheffingskorting.

Uw partner krijgt pas een eigen AOW wanneer hij of zij zelf de AOW-leeftijd bereikt.

Heeft uw jongere partner weinig of geen inkomen? Kijk dan verder dan uw gewone AOW. Vooral een AIO-aanvulling en toeslagen kunnen belangrijk zijn om de periode tot de AOW van uw partner financieel te overbruggen.

Veelgestelde vragen over AOW met een jongere partner

Woont u samen en heeft u een volledige AOW opgebouwd? Dan ontvangt u vanaf 1 juli 2026 €1.139,39 bruto per maand. Met loonheffingskorting is dat €1.084,13 netto per maand. Uw persoonlijke bedrag kan afwijken.

Nee, niet als u gewoon samenwoont. U krijgt normaal gesproken het AOW-bedrag voor gehuwden of samenwonenden.

Nee. Het leeftijdsverschil verandert uw gewone AOW-bedrag niet. Uw woonsituatie en uw eigen AOW-opbouw zijn bepalend.

Nee. Uw gewone AOW wordt niet hoger als uw partner geen inkomen heeft. Mogelijk heeft u wel recht op een AIO-aanvulling.

Voor nieuwe gevallen niet. De AOW-partnertoeslag is in 2015 afgeschaft. Alleen mensen die onder de oude overgangsregeling vallen kunnen deze toeslag nog ontvangen.

Niet op uw gewone AOW. Het salaris van uw partner kan wel invloed hebben op bijvoorbeeld AIO, zorgtoeslag en huurtoeslag.

Nee. Het inkomen uit werk van uw partner verlaagt uw gewone AOW niet.

Niet voor de hoogte van uw gewone AOW. De uitkering kan wel relevant zijn voor inkomensafhankelijke regelingen zoals AIO en toeslagen.

Uw partner krijgt AOW zodra hij of zij de eigen wettelijke AOW-leeftijd bereikt. Uw AOW-leeftijd verandert de AOW-leeftijd van uw partner niet.

Nee. Iedereen heeft een eigen AOW-leeftijd. Uw partner kan de AOW niet eerder laten ingaan omdat u al AOW ontvangt.

Dan krijgt uw partner een eigen AOW-uitkering. Woont u nog samen, dan ontvangen u en uw partner normaal gesproken ieder het bedrag voor gehuwden of samenwonenden.

Met de bedragen vanaf 1 juli 2026 ontvangen twee partners met ieder een volledige AOW en loonheffingskorting samen €2.168,26 netto per maand aan AOW. Tegen de tijd dat uw partner AOW krijgt kunnen de bedragen veranderd zijn.

Dat kan. Ook iemand met een volledige AOW kan mogelijk AIO krijgen wanneer de partner nog geen AOW ontvangt en het gezamenlijke inkomen en vermogen laag genoeg zijn. De SVB beoordeelt uw persoonlijke situatie.

Woont u met een partner, dan geldt in 2026 een vermogensgrens van €16.000. Voor een eigen woning en sommige andere bezittingen gelden aanvullende regels.

Ja, wanneer uw partner uw toeslagpartner is wordt voor zorgtoeslag naar uw gezamenlijke toetsingsinkomen gekeken. Ook geldt een vermogensgrens.

Dat kan. Bij huurtoeslag spelen onder meer uw huishoudsituatie, inkomen, vermogen en huur een rol.

Nee. Uw AOW gaat in op uw wettelijke AOW-leeftijd en kan niet vrij worden uitgesteld om gelijk met uw partner te beginnen.

Dan heeft u mogelijk geen volledige AOW opgebouwd. Voor ieder jaar waarin u niet verzekerd was voor de AOW kan uw opbouw in principe 2% lager zijn. Controleer uw persoonlijke AOW-opbouw bij de SVB.

Nee. Het stoppen met werken van uw partner verhoogt uw gewone AOW niet. Het kan wel gevolgen hebben voor AIO of toeslagen.

Over dit artikel

Geschreven door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Laatst gewijzigd op

LangerThuisinHuis.nl helpt ouderen en hun naasten met betrouwbare informatie, praktische tips en onafhankelijke uitleg over zelfstandig en veilig thuis wonen. We schrijven over woningaanpassingen, hulpmiddelen, zorg, geldzaken en prettig ouder worden thuis.

Inhoudelijk gecontroleerd door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Dit artikel is redactioneel gecontroleerd op duidelijkheid, actualiteit en praktische toepasbaarheid, met gebruik van erkende Nederlandse bronnen.