Kort antwoord: nieuwe landelijke handreikingen maken concreter welke ondersteuning gemeenten en regionale partners moeten organiseren voor mantelzorgers en thuiswonende ouderen. Het gaat om herkenbare mantelzorgondersteuning, laagdrempelige inloopvoorzieningen en beter georganiseerde logeerzorg. De afspraken geven niet direct recht op hulp, maar verduidelijken wel wat inwoners mogen verwachten.
Prettig en langer thuis wonen hangt niet alleen af van een geschikte woning, voldoende beweging of handige hulpmiddelen. Minstens zo belangrijk is de ondersteuning om iemand heen. Denk aan een mantelzorger die de zorg kan volhouden, een vertrouwde plek in de buurt waar vragen kunnen worden gesteld en tijdelijke opvang wanneer thuis zorgen even te zwaar wordt.
Op 15 juli 2026 zijn drie landelijke handreikingen gepubliceerd die deze ondersteuning concreter moeten maken. Ze gaan over laagdrempelige inloopvoorzieningen, herkenbare mantelzorgondersteuning vanuit de Wmo en logeerzorg. De documenten zijn vooral bedoeld voor gemeenten, zorgorganisaties en welzijnspartijen. Toch zijn ze ook belangrijk voor ouderen en mantelzorgers. Ze maken namelijk duidelijker welke ondersteuning lokaal beschikbaar en vindbaar moet zijn.
Van landelijke afspraken naar hulp in de buurt
De handreikingen zijn een uitwerking van afspraken uit het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord, afgekort AZWA, en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg.
Het doel is niet om in iedere gemeente exact hetzelfde aanbod te creëren. Gemeenten houden ruimte om de ondersteuning aan te passen aan hun inwoners en bestaande voorzieningen. Wel moet overal een herkenbare basis ontstaan. Mantelzorgers moeten beter weten waar zij terechtkunnen, inloopvoorzieningen moeten aansluiten bij wat er in een buurt speelt en logeerzorg moet regionaal beter worden georganiseerd.
Dat is nodig omdat de weg naar ondersteuning nu vaak ingewikkeld is. Het beschikbare aanbod verschilt per gemeente, informatie is versnipperd en veel mantelzorgers vragen pas hulp als de belasting al erg hoog is. De nieuwe afspraken leggen daarom nadruk op vroegtijdige signalering, begrijpelijke informatie en een eenvoudige toegang tot hulp.
Waarom dit belangrijk is voor prettig thuis wonen
In Nederland wonen ongeveer 3,8 miljoen mensen van 65 jaar en ouder. Bijna al deze mensen wonen zelfstandig, ook op hoge leeftijd. Voor veel ouderen is dat precies wat zij willen: blijven wonen in het vertrouwde huis en de bekende buurt.
Een fijne woning is daarvoor een belangrijke basis, maar niet de enige voorwaarde. Ook sociale contacten, bereikbare ondersteuning en hulp van mensen uit de omgeving spelen een grote rol. Vooral ouderen met weinig sociale contacten, een laag inkomen, een hoge leeftijd of geheugenproblemen kunnen extra steun nodig hebben.
Mantelzorgers vangen een groot deel van deze ondersteuning op. Nederland telt naar schatting 5,5 miljoen mantelzorgers. Zij helpen bijvoorbeeld met boodschappen, vervoer, administratie, persoonlijke verzorging, medicatie of het organiseren van professionele hulp.
Zonder passende ondersteuning kan deze zorg steeds zwaarder worden. Dat raakt niet alleen de mantelzorger. Wanneer een mantelzorger uitvalt, kan ook de situatie thuis snel veranderen. Lees daarom ook welke signalen kunnen wijzen op overbelasting door mantelzorg. Goede mantelzorgondersteuning is geen extraatje, maar een belangrijk onderdeel van prettig en verantwoord thuis wonen.
Inloopvoorzieningen als vertrouwd eerste aanspreekpunt
De eerste handreiking gaat over inloopvoorzieningen sociaal en gezond. Dit zijn laagdrempelige plekken waar ontmoeting, informatie en ondersteuning samenkomen. Zo’n voorziening kan verschillende vormen hebben, zoals een buurthuis, dorpskamer, wijkpunt of ontmoetingscentrum.
Gemeenten hoeven hiervoor niet altijd een nieuwe locatie te openen. In veel buurten bestaan al plekken waar inwoners, vrijwilligers en professionals elkaar ontmoeten. De bedoeling is vooral dat deze voorzieningen beter worden verbonden met zorg, welzijn en gemeentelijke ondersteuning.
Een inloopvoorziening kan bijvoorbeeld helpen bij vragen over:
- eenzaamheid of behoefte aan meer contact;
- bewegen en vitaal blijven;
- mantelzorg en tijdelijke ontlasting;
- geheugenproblemen;
- vervoer en mobiliteit;
- valrisico en veiligheid in huis;
- administratie en gemeentelijke regelingen;
- activiteiten en ondersteuning in de buurt.
Niet iedereen stapt gemakkelijk naar het gemeentehuis of dient direct een officiële Wmo-aanvraag in. Een bekende plek in de wijk kan die drempel verlagen. Iemand kan er eerst een vraag stellen, informatie krijgen of worden doorverwezen naar de juiste organisatie.
Ook voor vroegtijdige signalering zijn deze plekken waardevol. Vrijwilligers en beroepskrachten kunnen veranderingen eerder opmerken, bijvoorbeeld wanneer iemand steeds minder buiten komt, moeite krijgt met dagelijkse zaken of wanneer een mantelzorger zichtbaar vermoeid raakt.
Niet iedere buurt krijgt automatisch een nieuw wijkpunt
De handreiking betekent niet dat iedere wijk een identiek centrum moet krijgen. Gemeenten moeten aan de hand van wijkbeelden en actuele behoeften bepalen waar een inloopvoorziening nodig is.
Daarbij wordt onder andere gekeken naar mentale gezondheid, vitaal ouder worden, gezond leven en gezondheidsachterstanden. De invulling kan per buurt verschillen. In een dorp kan een dorpshuis de centrale plek zijn, terwijl in een stadswijk meerdere organisaties samenwerken vanuit een bestaand buurtcentrum.
Een inloopvoorziening kan deels digitaal worden ingericht, maar persoonlijk contact blijft belangrijk. Zeker voor mensen die moeite hebben met digitale middelen of die niet precies weten welke hulp zij nodig hebben, moet er ook een fysieke en herkenbare route zijn.
Mantelzorgondersteuning moet herkenbaar en vindbaar zijn
De tweede handreiking gaat over gelijkgerichte mantelzorgondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het woord ‘gelijkgericht’ betekent dat iedere gemeente ondersteuning moet bieden op dezelfde acht vraaggebieden. Hoe dat aanbod precies wordt georganiseerd, mag lokaal verschillen.
De acht vraaggebieden zijn:
- Informatie en advies
- Persoonlijke begeleiding
- Emotionele ondersteuning
- Educatie en kennis
- Praktische hulp
- Vervangende zorg of respijtzorg
- Financiële ondersteuning
- Materiële ondersteuning
In de praktijk betekent dit dat mantelzorgers toegang moeten krijgen tot meer dan een website met algemene informatie. Er moet ook een fysiek toegangspunt zijn, aangevuld met deskundig advies en een vast aanspreekpunt voor mensen die vastlopen.
Zo’n aanspreekpunt, bijvoorbeeld een mantelzorgconsulent, kan helpen met administratie, afstemming tussen zorgverleners en contact met instanties. Daarnaast moeten gemeenten aandacht hebben voor emotionele steun, lotgenotencontact, praktische hulp, financiële tegemoetkomingen en tijdelijke overname van mantelzorgtaken.
Ook waardering en erkenning krijgen een vaste plaats binnen de ondersteuning. Een gemeente bepaalt zelf hoe zij mantelzorgers waardeert. Dat kan financieel zijn, maar ook in de vorm van ontmoeting, persoonlijke aandacht of een andere blijk van waardering.
Informatie mag niet alleen online staan
Een gemeentelijke website is niet voldoende om mantelzorgondersteuning werkelijk toegankelijk te maken. Informatie moet overzichtelijk, eenvoudig geschreven en zowel digitaal als fysiek beschikbaar zijn. Bij voorkeur wordt geschreven op taalniveau B1.
Ook mensen die regelmatig bij ouderen en mantelzorgers thuis komen, moeten weten welke hulp beschikbaar is. Denk aan:
- de huisarts;
- de wijkverpleegkundige;
- de huishoudelijke hulp;
- een welzijnsmedewerker;
- een medewerker van het Wmo-loket;
- vrijwilligers en buurtprofessionals.
Deze mensen kunnen mantelzorgers herkennen, informatie geven en hen gericht doorverwijzen. Dat is belangrijk omdat veel mensen zichzelf niet direct als mantelzorger zien. Zij helpen hun partner, ouder, buur of familielid en vinden dat vanzelfsprekend. Wie sinds kort voor een naaste zorgt, vindt in het overzicht met de eerste stappen als mantelzorger praktische uitleg. Daardoor hoeft ondersteuning niet pas te worden gezocht wanneer de zorg al erg zwaar is geworden.
Het keukentafelgesprek moet ook over de mantelzorger gaan
Een concreet onderdeel van de afspraken is dat gemeenten mantelzorgers moeten uitnodigen voor het keukentafelgesprek van degene die hulp nodig heeft.
Tijdens zo’n gesprek hoort niet alleen te worden besproken wat de hulpvrager nodig heeft. Er moet ook aandacht zijn voor de gevolgen van de zorg voor de mantelzorger. Hoeveel tijd kost de zorg? Is deze nog goed te combineren met werk en gezin? Krijgt de mantelzorger voldoende rust? En welke ondersteuning is nodig om de situatie thuis prettig en haalbaar te houden?
De draagkracht en draaglast van de mantelzorger worden daarmee een vast onderdeel van het gesprek. Dat voorkomt dat de inzet van een partner of familielid als onbeperkt beschikbaar wordt beschouwd.
Mantelzorgers mogen bovendien niet onnodig worden belast met ingewikkelde procedures of steeds terugkerende bewijzen. Als aanvullende controle nodig is, moet de verantwoordelijkheid daarvoor zo veel mogelijk bij de gemeente liggen.
Logeerzorg biedt tijdelijk ruimte om op adem te komen
De derde handreiking gaat over logeerzorg. Hierbij verblijft degene die ondersteuning nodig heeft tijdelijk op een andere locatie. De mantelzorger krijgt daardoor ruimte om te herstellen, een nacht door te slapen, op vakantie te gaan of andere verplichtingen op te pakken.
Logeerzorg is een vorm van respijtzorg of vervangende mantelzorg. Het is bedoeld als tijdelijke vervanging van mantelzorg en kan zowel gepland als incidenteel worden ingezet.
Voorbeelden van situaties waarin logeerzorg kan helpen zijn:
- een mantelzorger die lichamelijk of emotioneel uitgeput raakt;
- een partner die tijdelijk zelf een medische behandeling nodig heeft;
- een mantelzorger die enkele dagen op vakantie wil;
- een situatie waarin nachtzorg voor langere tijd te zwaar wordt;
- een gezin dat tijdelijk ruimte nodig heeft om de zorg opnieuw te organiseren.
Het gebruik van logeerzorg betekent niet dat een mantelzorger tekortschiet. Een tijdige pauze kan juist helpen om de zorg langer op een goede manier vol te houden.
Logeerzorg moet eenvoudiger bereikbaar worden
Logeerzorg valt afhankelijk van de situatie onder verschillende wetten en financiers. De Wmo, Wet langdurige zorg, gemeente, zorgverzekeraar en het zorgkantoor kunnen allemaal een rol spelen. Voor mantelzorgers is daardoor niet altijd duidelijk waar zij moeten beginnen.
De nieuwe handreiking kiest voor een regionale aanpak. Gemeenten, zorgkantoren, zorgverzekeraars en aanbieders moeten gezamenlijk afspraken maken over:
- het aantal beschikbare logeerplekken;
- de toegang en eventuele beoordeling;
- verwijzing naar een passende plek;
- financiering en verantwoording;
- kwaliteit van de opvang;
- duidelijke informatie voor mantelzorgers.
De stap van een verzoek naar een intake moet snel en eenvoudig zijn. Regio’s kunnen hiervoor bijvoorbeeld één centraal meldpunt inrichten. Ook wordt toegewerkt naar minder verschillen tussen gemeenten en naar minder administratieve lasten.
Voor mantelzorgers is vooral belangrijk dat logeerzorg niet pas wordt besproken wanneer de situatie bijna vastloopt. Tijdelijke opvang werkt het beste wanneer deze vooraf kan worden verkend en rustig kan worden voorbereid.
Wat kunt u nu al aan uw gemeente vragen?
De handreikingen geven niet automatisch recht op een bepaalde voorziening. Het zijn richtinggevende landelijke afspraken die gemeenten en regionale partners verder moeten uitwerken. Ze geven u wel aanknopingspunten om gerichter naar ondersteuning te vragen.
Als u mantelzorg verleent, kunt u bij uw gemeente of het lokale mantelzorgsteunpunt de volgende vragen stellen. Moet u nog verschillende vormen van hulp organiseren, bekijk dan ook het praktische overzicht over zorg regelen voor een ouder of naaste.
- Waar vind ik het volledige aanbod voor mantelzorgers?
- Is er een vast aanspreekpunt of een mantelzorgconsulent?
- Kan iemand helpen met administratie en het afstemmen van zorg?
- Welke vormen van respijtzorg zijn beschikbaar?
- Is logeerzorg in onze gemeente of regio mogelijk?
- Wie bespreekt met mij of de zorg nog haalbaar is?
- Is informatie ook telefonisch of op papier beschikbaar?
- Welke praktische of financiële ondersteuning kan ik aanvragen?
Wacht met deze vragen niet totdat de situatie thuis te zwaar is geworden. Vroege ondersteuning biedt meer keuzemogelijkheden en voorkomt dat beslissingen onder tijdsdruk moeten worden genomen.
Wat mag u de komende tijd verwachten?
Gemeenten en regionale partners moeten de handreikingen nog vertalen naar hun eigen beleid en uitvoering. Dat zal niet overal in hetzelfde tempo gebeuren. Ook blijven er lokale verschillen bestaan.
De richting is wel duidelijk. Mantelzorgondersteuning moet beter vindbaar worden, er moet zowel een digitaal als fysiek aanspreekpunt zijn en mantelzorgers moeten eerder worden herkend. In gebieden waar daar behoefte aan is, moet een passende inloopvoorziening beschikbaar zijn. Logeerzorg moet regionaal overzichtelijker en eenvoudiger worden georganiseerd.
Het is daarom verstandig om de website van uw gemeente, het lokale Wmo-loket of mantelzorgsteunpunt te bekijken. Staat de informatie daar niet duidelijk vermeld, vraag dan wie binnen de gemeente verantwoordelijk is voor mantelzorgondersteuning en respijtzorg.
Tot slot
Prettig thuis wonen lukt het beste wanneer hulp niet pas beschikbaar komt bij overbelasting of crisis. Een vertrouwde plek in de buurt, een vast aanspreekpunt voor mantelzorgers en tijdige logeerzorg kunnen kleine problemen opvangen voordat ze groot worden.
De nieuwe handreikingen leggen daarvoor een duidelijkere basis. De echte waarde ontstaat wanneer gemeenten en lokale organisaties deze afspraken omzetten in herkenbare hulp die eenvoudig bereikbaar is. Voor ouderen en mantelzorgers betekent dat vooral: eerder vragen stellen, weten waar u terechtkunt en op tijd ruimte maken om de zorg thuis vol te houden.