Begin met opschrijven wat er precies veranderd is. Gaat het om gezondheid, vallen, medicatie of plotselinge achteruitgang? Neem dan contact op met de huisarts. Gaat het om hulp thuis, woningaanpassing, begeleiding of huishoudelijke ondersteuning? Dan is de gemeente/Wmo vaak het juiste startpunt. Gaat het om wassen, aankleden of verpleging thuis? Dan is wijkverpleging passend.
Zorg regelen voor een ouder: waar begint u?
Inhoudsopgave
- Kort antwoord: wie belt u waarvoor?
- Wat bereidt u voor voor het gesprek met de huisarts?
- Wanneer is Wmo logisch?
- Het keukentafelgesprek
- Lees meer over deze onderwerpen:
- Wat kan helpen?
- Fysiotherapeut
- Ergotherapeut
- Lees meer over deze onderwerpen:
- Waar kunt u terecht?
- Lees meer over deze onderwerpen:
- Waar vraagt u respijtzorg aan?
- Tips voor het gesprek
- Wmo: ondersteuning om zelfstandig te blijven wonen
- Zorgverzekeringswet: wijkverpleging
- Wlz: langdurige intensieve zorg
- Praktische checklist
- Vragen die u kunt stellen
- Vandaag
- Deze week
- Deze maand
- Veelgestelde vragen
- Over dit artikel
Merkt u dat uw ouder steeds meer hulp nodig heeft? Dan kan er veel tegelijk op u afkomen. Misschien blijft de post liggen, wordt douchen lastig, gaat traplopen minder veilig of vergeet uw ouder medicijnen. U wilt helpen, maar weet niet goed waar u moet beginnen.
Belt u de huisarts? De gemeente? Wijkverpleging? De apotheek? Of het mantelzorgsteunpunt?
Dat zoeken veel mantelzorgers pas uit op het moment dat de zorgen al groter worden. En juist dan is overzicht belangrijk. In dit artikel leggen we stap voor stap uit welke hulp past bij welke situatie, wie u waarvoor kunt bellen en wat u alvast kunt voorbereiden.
Kort antwoord: wie belt u waarvoor?
Wilt u zorg regelen voor uw ouder? Begin dan met de vraag wat er precies nodig is.
Bij medische zorgen, plotselinge achteruitgang, vallen, verwardheid, pijn, benauwdheid of twijfel over gezondheid begint u bij de huisarts of, buiten kantooruren bij spoed, de huisartsenpost. Voor verpleging en persoonlijke verzorging thuis, zoals hulp bij wassen, aankleden of wondzorg, is vaak wijkverpleging passend. Voor ondersteuning thuis, begeleiding, dagbesteding, huishoudelijke hulp, woningaanpassingen of hulpmiddelen kunt u meestal terecht bij de gemeente/Wmo. Bij medicatievragen belt u de apotheek of huisarts. Wordt de mantelzorg te zwaar, neem dan contact op met de gemeente, het mantelzorgsteunpunt, de huisarts of de Mantelzorglijn. Regelhulp van het ministerie van VWS legt uit dat ondersteuning thuis grofweg onder drie routes kan vallen: Wmo, wijkverpleging via de Zorgverzekeringswet en langdurige intensieve zorg via de Wlz.
Wanneer moet u direct hulp inschakelen?
Soms is het niet verstandig om eerst rustig uit te zoeken welk loket past. Dan is er snelle hulp nodig.
Neem direct contact op met 112 bij levensgevaar. Denk aan ernstige benauwdheid, pijn op de borst, verlamming, niet goed kunnen spreken, bewustzijnsverlies of een situatie waarin iemand acuut onveilig is.
Neem contact op met de huisarts of huisartsenpost als er wel spoed is, maar geen direct levensgevaar. Denk aan:
- plotselinge verwardheid;
- een val met letsel;
- een val waarbij uw ouder niet goed kan opstaan;
- ernstige zwakte;
- snel minder eten of drinken;
- klachten na verkeerd of dubbel innemen van medicatie;
- plotselinge achteruitgang;
- een situatie die u als mantelzorger niet meer veilig kunt volhouden.
Thuisarts beschrijft dat plotselinge verwardheid, zoals bij een delier, in enkele uren of dagen kan ontstaan en dat iemand dan ineens anders kan zijn dan normaal. Dat is een belangrijk signaal om niet af te wachten.
Eerst overzicht maken: wat is er veranderd?
Als er geen directe spoed is, begint zorg regelen met overzicht maken. Dat klinkt eenvoudig, maar het helpt enorm. Professionals kunnen beter meedenken als u concrete voorbeelden geeft.
Schrijf op:
- Wat lukt uw ouder minder goed dan eerst?
- Sinds wanneer merkt u dit?
- Hoe vaak gebeurt het?
- Is het plotseling ontstaan of langzaam gegroeid?
- Wat doet u als mantelzorger nu al?
- Welke risico’s ziet u?
- Welke hulp is er al?
- Welke medicijnen gebruikt uw ouder?
- Wat wil uw ouder zelf?
- Waar maakt u zich het meeste zorgen over?
Voorbeelden:
- “Mijn moeder is de afgelopen maand twee keer bijna gevallen.”
- “Mijn vader vergeet steeds vaker zijn medicijnen.”
- “De koelkast is vaak leeg en maaltijden blijven staan.”
- “Douchen gebeurt bijna niet meer omdat het spannend voelt.”
- “Ik slaap slecht omdat ik steeds bang ben dat er iets gebeurt.”
- “De post blijft liggen en rekeningen worden niet betaald.”
Deze voorbeelden maken het gesprek met huisarts, gemeente, wijkverpleging of mantelzorgsteunpunt veel concreter.
Routekaart: wie belt u waarvoor?
Onderstaande routekaart helpt om sneller het juiste startpunt te kiezen.
Situatie | Eerste aanspreekpunt | Waarom |
|---|---|---|
Plotselinge klachten, pijn, benauwdheid, ernstige zwakte of verwardheid | Huisarts / huisartsenpost / 112 bij levensgevaar | Medische beoordeling |
Uw ouder valt, struikelt vaak of is bang om te vallen | Huisarts, fysiotherapeut of ergotherapeut | Valrisico en mobiliteit beoordelen |
Medicatie wordt vergeten, dubbel ingenomen of geeft klachten | Apotheek / huisarts | Medicatiegebruik controleren |
Hulp nodig bij wassen, aankleden, wondzorg of verpleegkundige zorg | Wijkverpleging / huisarts | Verzorging en verpleging thuis |
Hulp in huishouden, begeleiding of dagbesteding | Gemeente / Wmo | Ondersteuning om zelfstandig te blijven wonen |
Woningaanpassing of hulpmiddel nodig | Gemeente / Wmo, eventueel ergotherapeut | Veilig thuis wonen |
Mantelzorger raakt overbelast | Mantelzorgsteunpunt, gemeente, huisarts | Ondersteuning en respijtzorg |
U weet niet waar u moet beginnen | Gemeente, cliëntondersteuning of Regelhulp | Meedenken over de juiste route |
De Rijksoverheid beschrijft dat de gemeente een belangrijke rol speelt bij langer zelfstandig wonen, bijvoorbeeld door ondersteuning thuis en ondersteuning van mantelzorgers.
1. Wanneer begint u bij de huisarts?
De huisarts is vaak het eerste aanspreekpunt bij medische zorgen of onduidelijke achteruitgang.
Neem contact op met de huisarts als u merkt dat uw ouder:
- plotseling verward is;
- vaker valt of duizelig is;
- sterk vermoeid of verzwakt is;
- minder eet of drinkt;
- onverklaarbaar afvalt;
- somber, angstig of erg veranderd is;
- pijn heeft;
- benauwd is;
- medicatie niet goed gebruikt;
- lichamelijk snel achteruitgaat;
- niet meer veilig alleen lijkt te zijn.
De huisarts kan beoordelen wat er medisch speelt en zo nodig doorverwijzen. Soms is er aanvullend onderzoek nodig. Soms is juist wijkverpleging, fysiotherapie, ergotherapie, apotheekcontrole of ondersteuning via de gemeente passend.
Wat bereidt u voor voor het gesprek met de huisarts?
Neem, als uw ouder dat goed vindt, deze informatie mee:
- concrete voorbeelden van wat u ziet;
- wanneer het begonnen is;
- medicatielijst;
- recente valincidenten;
- verandering in eten, drinken of gewicht;
- verandering in gedrag of geheugen;
- wat uw ouder zelf ervaart;
- wat u als mantelzorger nu al doet;
- waar u bang voor bent.
Een goede zin om het gesprek te openen:
“Ik merk dat mijn ouder de laatste tijd achteruitgaat en ik weet niet goed welke hulp nodig is. Kunt u met ons meekijken?”
2. Wanneer regelt u wijkverpleging of thuiszorg?
Wijkverpleging is passend wanneer uw ouder verzorging of verpleging thuis nodig heeft. Denk aan hulp bij wassen, aankleden, wondzorg, medicatie of verpleegkundige handelingen. Regelhulp legt uit dat wijkverpleging verpleging en verzorging thuis is bij een kwetsbare gezondheid en onder de zorgverzekering valt. Begeleiding in het dagelijks leven en huishoudelijke hulp vallen juist onder de Wmo.
Voorbeelden waarbij wijkverpleging passend kan zijn:
- wassen of aankleden lukt niet meer zelfstandig;
- douchen is onveilig geworden;
- er is hulp nodig bij medicatie;
- er is wondzorg nodig;
- uw ouder komt uit het ziekenhuis;
- er is verpleegkundige zorg nodig;
- de gezondheid is kwetsbaar en dagelijkse zorg wordt moeilijker.
3. Wanneer neemt u contact op met de gemeente of Wmo?
De gemeente is vaak het juiste loket als uw ouder ondersteuning nodig heeft om zelfstandig thuis te blijven wonen. Dat loopt via de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wmo.
Denk aan:
- huishoudelijke hulp;
- begeleiding;
- dagbesteding;
- ondersteuning voor mantelzorgers;
- aanpassingen in huis;
- hulpmiddelen;
- vervoer;
- een traplift of andere woningaanpassing;
- cliëntondersteuning;
- respijtzorg in sommige situaties.
De Rijksoverheid geeft aan dat gemeenten ondersteuning thuis regelen via de Wmo. Regelhulp legt uit dat maatschappelijke ondersteuning via de Wmo bedoeld is om zelfstandig te wonen en mee te doen in de samenleving.
Wanneer is Wmo logisch?
Neem contact op met de gemeente/Wmo als:
- uw ouder moeite krijgt met het huishouden;
- zelfstandig wonen lastiger wordt;
- de woning niet meer veilig is;
- traplopen niet meer goed lukt;
- begeleiding nodig is;
- dagstructuur ontbreekt;
- vervoer een probleem wordt;
- u als mantelzorger ondersteuning nodig heeft;
- u niet weet welke hulp passend is.
Het keukentafelgesprek
Bij een Wmo-aanvraag volgt vaak een gesprek met de gemeente. Dit wordt vaak het keukentafelgesprek genoemd. Daarin kijkt de gemeente samen met uw ouder naar de situatie, wat iemand zelf nog kan, wat het netwerk kan doen en welke ondersteuning nodig is.
Bereid dit gesprek goed voor. Schrijf op:
- wat niet meer lukt;
- welke risico’s er zijn;
- welke hulp u als mantelzorger geeft;
- wat voor u te zwaar wordt;
- welke oplossingen al geprobeerd zijn;
- wat uw ouder zelf belangrijk vindt;
- welke woningaanpassingen of hulpmiddelen nodig lijken.
Lees meer over deze onderwerpen:
4. Wanneer belt u de apotheek?
De apotheek is een belangrijk aanspreekpunt als er iets misgaat met medicijnen. Veel ouderen gebruiken meerdere medicijnen. Dan kan het overzicht lastig worden, zeker bij vergeetachtigheid, vermoeidheid of veranderingen in gezondheid.
Bel de apotheek of huisarts als:
- medicijnen worden vergeten;
- medicijnen dubbel worden ingenomen;
- doosjes vol blijven;
- er losse pillen liggen;
- uw ouder niet weet waarvoor medicijnen zijn;
- er duizeligheid, sufheid of verwarring ontstaat;
- medicatie recent is gewijzigd;
- u twijfelt over bijwerkingen;
- u niet weet wat te doen na vergeten of verkeerd innemen.
Bij klachten of ernstige twijfel belt u de huisarts of huisartsenpost. Bij direct gevaar belt u 112.
Wat kan helpen?
- actueel medicatieoverzicht;
- medicijnrol;
- medicijndispenser;
- vaste innamemomenten;
- hulp van wijkverpleging;
- medicatiecontrole door apotheek of huisarts.
Medicatieproblemen kunnen ook invloed hebben op vallen, sufheid en duizeligheid. Koppel medicatie daarom altijd aan de bredere veiligheidssituatie thuis.
5. Wanneer schakelt u een ergotherapeut of fysiotherapeut in?
Een fysiotherapeut of ergotherapeut kan helpen als bewegen, opstaan, lopen, traplopen of dagelijkse handelingen moeilijker worden.
Fysiotherapeut
Een fysiotherapeut is vooral passend bij:
- minder kracht;
- slechtere balans;
- onzeker lopen;
- valangst;
- herstellen na ziekte of operatie;
- oefenen met opstaan, lopen of traplopen;
- valpreventie.
Ergotherapeut
Een ergotherapeut kijkt vooral naar dagelijkse handelingen en de omgeving. Denk aan:
- veilig douchen;
- veilig naar het toilet;
- opstaan uit bed of stoel;
- koken;
- traplopen;
- hulpmiddelen;
- woningaanpassingen;
- energie verdelen;
- veilig bewegen in huis.
Bij valrisico wordt onder andere gekeken naar eerdere valincidenten, valangst en problemen met bewegen. VeiligheidNL gebruikt deze onderdelen in de Valrisicotest, en Zorg voor Beter verwijst eveneens naar deze signalen.
Lees meer over deze onderwerpen:
6. Wanneer vraagt u hulp voor uzelf als mantelzorger?
Zorg regelen gaat niet alleen over uw ouder. Het gaat ook over u. Veel mantelzorgers wachten te lang met hulp vragen, omdat ze denken dat het “erbij hoort”. Maar mantelzorg kan langzaam zwaarder worden.
Let op signalen zoals:
- slecht slapen;
- voortdurend alert zijn;
- weinig tijd voor uzelf;
- prikkelbaarheid;
- schuldgevoel;
- lichamelijke klachten;
- werk of gezin komt in de knel;
- u durft geen nee te zeggen;
- u voelt dat alles op u neerkomt;
- u kunt de zorg bijna niet meer volhouden.
Zorg voor Beter beschrijft dat overbelasting ontstaat wanneer draaglast en draagkracht uit balans raken. Respijtzorg kan mantelzorgers helpen om tijdelijk vrij te zijn van zorgtaken en even adem te halen.
Ook het RIVM beschreef recent dat overbelasting vaak ontstaat door een stapeling van zorgen, zoals langdurige zorg, emotionele belasting, regeldruk en gebrek aan structurele ondersteuning. Mantelzorgers ervaren vaak dat zij continu “aan staan”.
Waar kunt u terecht?
- mantelzorgsteunpunt in uw gemeente;
- huisarts;
- wijkverpleging;
- gemeente/Wmo;
- Mantelzorglijn;
- werkgever, als werk en mantelzorg botsen;
- familie of netwerk;
- respijtzorgaanbieders.
De Rijksoverheid noemt respijtzorg, verlof op het werk, ondersteuning via de gemeente en de Mantelzorglijn als mogelijkheden voor mantelzorgers die hulp nodig hebben.
Lees meer over deze onderwerpen:
- Ik ben overbelast door mantelzorg
- Respijtzorg aanvragen als mantelzorger
- Mantelzorg uit liefde, maar niet alleen
7. Wat is respijtzorg en wanneer is het verstandig?
Respijtzorg betekent dat iemand anders de zorg tijdelijk overneemt. Dat kan thuis, buitenshuis, overdag, ’s nachts of voor een langere periode. Het doel is dat u als mantelzorger even rust krijgt, terwijl uw ouder passende zorg of begeleiding krijgt.
Respijtzorg kan helpen als:
- u uitgeput raakt;
- u op vakantie wilt;
- u moet werken;
- u ziek bent;
- u tijdelijk minder kunt zorgen;
- u structureel één of meer dagen per week vrij nodig heeft;
- uw ouder baat heeft bij dagopvang of logeeropvang.
Regelhulp beschrijft vervangende zorg als tijdelijke of structurele overname van zorg, bijvoorbeeld via dagopvang of logeeropvang. MantelzorgNL geeft aan dat respijtzorg kan lopen via gemeente, zorgkantoor, zorgverzekeraar, pgb of eigen betaling, afhankelijk van de situatie.
Waar vraagt u respijtzorg aan?
Dat hangt af van de zorgsituatie. Begin vaak bij:
- gemeente/Wmo;
- mantelzorgsteunpunt;
- zorgverzekeraar;
- zorgkantoor bij Wlz-zorg;
- huisarts of wijkverpleging voor advies.
8. Wat als uw ouder geen hulp wil accepteren?
Dit is een van de moeilijkste situaties voor mantelzorgers. U ziet dat hulp nodig is, maar uw ouder wil het niet. Vaak gaat het niet alleen over hulp, maar ook over zelfstandigheid, schaamte, angst of trots.
Probeer het gesprek klein en concreet te maken.
Niet:
“U kunt dit niet meer alleen.”
Wel:
“Ik merk dat douchen meer moeite kost. Zullen we samen kijken hoe het veiliger kan?”
Niet:
“Er moet thuiszorg komen.”
Wel:
“Zullen we één keer iemand laten meedenken, zodat u zo lang mogelijk zelfstandig kunt blijven?”
Tips voor het gesprek
- Kies een rustig moment.
- Benoem wat u ziet, niet wat iemand fout doet.
- Begin met één probleem.
- Leg de nadruk op zelfstandigheid behouden.
- Vraag wat uw ouder zelf belangrijk vindt.
- Stel een kleine eerste stap voor.
- Betrek een vertrouwd persoon als dat helpt.
- Vraag de huisarts of wijkverpleging om mee te denken als de situatie onveilig wordt.
Als uw ouder wilsbekwaam is, mag hij of zij hulp weigeren. Maar u hoeft als mantelzorger niet alles alleen op te vangen. Als de situatie onveilig wordt of de zorg te zwaar is, vraag dan zelf advies bij huisarts, gemeente of mantelzorgsteunpunt.
9. Welke hulp loopt via welke wet?
Het Nederlandse zorgsysteem is soms verwarrend. Toch helpt het om de drie grote routes te kennen.
Wmo: ondersteuning om zelfstandig te blijven wonen
De Wmo loopt via de gemeente. Het gaat om ondersteuning thuis en meedoen in de samenleving. Denk aan huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, woningaanpassingen, vervoer of mantelzorgondersteuning.
Zorgverzekeringswet: wijkverpleging
De Zorgverzekeringswet loopt via de zorgverzekering. Wijkverpleging valt hieronder. Denk aan verpleging en verzorging thuis bij kwetsbare gezondheid.
Wlz: langdurige intensieve zorg
De Wet langdurige zorg is bedoeld voor mensen die blijvend intensieve zorg of toezicht nodig hebben. Dat kan thuis of in een instelling zijn. Regelhulp noemt deze drie routes als de hoofdvormen van zorg en ondersteuning thuis: Wmo, Zvw en Wlz.
U hoeft dit niet allemaal zelf perfect te weten. Als u twijfelt, begin dan bij de gemeente, huisarts, wijkverpleging of Regelhulp. Zij kunnen helpen bepalen welke route past.
10. Wat moet u voorbereiden voordat u hulp aanvraagt?
Een goede voorbereiding voorkomt dat u tijdens gesprekken belangrijke dingen vergeet.
Praktische checklist
Neem dit mee of houd dit bij de hand:
- naam, geboortedatum en adres van uw ouder;
- contactgegevens huisarts en apotheek;
- medicatieoverzicht;
- beschrijving van de situatie;
- concrete voorbeelden van wat niet meer lukt;
- overzicht van valincidenten of bijna-valmomenten;
- welke hulp u als mantelzorger geeft;
- wat uw ouder zelf wil;
- welke andere familieleden of buren helpen;
- welke hulpmiddelen al aanwezig zijn;
- welke zorgverleners al betrokken zijn;
- vragen die u wilt stellen.
Vragen die u kunt stellen
Aan de huisarts:
- Kan er een medische oorzaak zijn voor deze verandering?
- Is verder onderzoek nodig?
- Welke hulp past nu het beste?
- Is wijkverpleging nodig?
- Is fysiotherapie of ergotherapie verstandig?
Aan de gemeente/Wmo:
- Welke ondersteuning is mogelijk?
- Kan iemand thuis meekijken?
- Is cliëntondersteuning beschikbaar?
- Wat moet ik voorbereiden voor het keukentafelgesprek?
- Welke mantelzorgondersteuning is er?
- Is respijtzorg mogelijk?
Aan wijkverpleging:
- Welke zorg kan thuis worden geboden?
- Hoe wordt de indicatie gesteld?
- Hoe vaak kan iemand langskomen?
- Wie is aanspreekpunt?
- Hoe wordt afgestemd met mantelzorgers?
Aan de apotheek:
- Is het medicatiegebruik nog veilig?
- Zijn er bijwerkingen die duizeligheid of sufheid kunnen geven?
- Is een medicijnrol mogelijk?
- Wat doen we als medicatie wordt vergeten?
- Is een medicatiebeoordeling nodig?
11. Wat als er meerdere problemen tegelijk spelen?
Vaak is er niet één probleem. Uw ouder valt niet alleen vaker, maar eet ook minder. Of medicatie gaat mis én u raakt zelf uitgeput. Juist die combinatie maakt het lastig.
Begin dan met drie vragen:
- Is er direct gevaar?
Zo ja: bel 112, huisarts of huisartsenpost. - Wat is het grootste risico op korte termijn?
Denk aan vallen, medicatie, uitdroging, verwardheid of onveilige woning. - Wie moet als eerste meekijken?
Vaak huisarts bij medische twijfel, gemeente/Wmo bij ondersteuning thuis, wijkverpleging bij verzorging/verpleging en apotheek bij medicatie.
Daarna maakt u stap voor stap een plan. U hoeft niet alles in één week op te lossen.
12. Wanneer is thuis wonen niet meer verantwoord?
Dit is een zware vraag. Vaak is het geen plotseling moment, maar een optelsom.
Signalen dat thuis wonen mogelijk niet meer veilig of verantwoord is:
- herhaald vallen;
- verdwalen;
- brandgevaar;
- medicatie gaat structureel mis;
- ernstige verwaarlozing;
- niet of nauwelijks eten/drinken;
- nachtelijke onrust;
- agressie of paniek;
- mantelzorger kan zorg niet meer volhouden;
- professionele hulp is onvoldoende;
- continu toezicht is nodig.
Bespreek dit altijd met professionals, zoals huisarts, wijkverpleging, casemanager dementie, gemeente of zorgkantoor. Soms kan extra hulp thuis nog voldoende zijn. Soms is dagbesteding, respijtzorg, tijdelijke opname of langdurige zorg nodig.
13. Begin klein: dit kunt u vandaag doen
Als u zich zorgen maakt, hoeft u niet direct het hele zorgsysteem te begrijpen. Begin met kleine, haalbare stappen.
Vandaag
- Schrijf drie concrete zorgen op.
- Vraag uw ouder hoe hij of zij het zelf ervaart.
- Controleer of er direct gevaar is.
- Maak een medicatie- en contactlijst.
- Bespreek met familie wie kan helpen.
Deze week
- Bel de huisarts bij medische zorgen.
- Bel de apotheek bij medicatievragen.
- Neem contact op met de gemeente/Wmo bij ondersteuning thuis.
- Vraag wijkverpleging of thuiszorg om mee te kijken bij verzorging/verpleging.
- Vraag mantelzorgondersteuning als de zorg u te zwaar wordt.
Deze maand
- Maak een mantelzorgplan.
- Controleer de woning op veiligheid.
- Bespreek respijtzorg of dagbesteding.
- Regel belangrijke contactpersonen.
- Maak afspraken met familie en netwerk.
Veelgestelde vragen
Bij medische zorgen begint u bij de huisarts. Bij praktische ondersteuning thuis, begeleiding, huishoudelijke hulp, vervoer, woningaanpassing of mantelzorgondersteuning begint u meestal bij de gemeente/Wmo. Twijfelt u? Dan kunt u ook de huisarts, gemeente of Regelhulp vragen welke route past.
Dat hangt af van de zorgvraag. Voor persoonlijke verzorging en verpleging thuis beoordeelt de wijkverpleegkundige welke zorg nodig is. Huishoudelijke hulp en begeleiding lopen meestal via de gemeente/Wmo. Regelhulp legt uit dat wijkverpleging onder de zorgverzekering valt en begeleiding of huishoudelijke hulp onder de Wmo.
De gemeente kan via de Wmo ondersteuning bieden om zelfstandig thuis te blijven wonen. Denk aan huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, woningaanpassingen, hulpmiddelen, vervoer, cliëntondersteuning en soms mantelzorgondersteuning.
Vraag op tijd hulp. Neem contact op met het mantelzorgsteunpunt, de gemeente, huisarts of wijkverpleging. Bespreek respijtzorg, dagbesteding, hulp van familie of professionele ondersteuning. De Rijksoverheid noemt respijtzorg, verlof, ondersteuning via de gemeente en de Mantelzorglijn als opties voor mantelzorgers.
Mantelzorg is onbetaalde hulp van iemand uit de omgeving, zoals een partner, kind, familielid, vriend of buur. Thuiszorg is professionele zorg of ondersteuning aan huis. Mantelzorg kan naast professionele zorg bestaan. Het is niet de bedoeling dat u als mantelzorger alles alleen moet dragen.
Begin klein en benoem wat u ziet. Leg de nadruk op veiligheid en zelfstandigheid behouden. Bijvoorbeeld: “Ik wil graag dat u zo veilig mogelijk thuis kunt blijven wonen.” Wordt de situatie onveilig of te zwaar voor u, vraag dan advies aan huisarts, gemeente, wijkverpleging of mantelzorgsteunpunt.
Ja. U kunt hulp vragen aan de gemeente, cliëntondersteuning, een mantelzorgsteunpunt, wijkverpleging of Regelhulp. Regelhulp is een wegwijzer van het ministerie van VWS voor zorg en ondersteuning.
Over dit artikel
Inhoudelijk gecontroleerd door
Redactie LangerThuisinHuis.nl
Dit artikel is redactioneel gecontroleerd op duidelijkheid, actualiteit en praktische toepasbaarheid, met gebruik van erkende Nederlandse bronnen.
Bronnen
Voor dit artikel is gebruikgemaakt van de volgende bronnen:
-
Regelhulp — Zorg en ondersteuning
Nieuwsbrief aanmelden
Nu te bestellen: De Langer Thuis in Huis Gids(100+ pagina’s)!
✔ Hoe maak ik mijn woning levensloopbestendig?
✔ Welke handige hulpmiddelen zijn er?
✔ Heb ik recht op vergoedingen?
✔ Hoe kan ik woningaanpassingen financieren?
Van € 19,99 voor maar € 14,99!
![]()
Het is een prachtige gids waar ik echt heel veel aan heb. Het was nog mooier dan ik verwacht had.
Mevr. Elmendorp (83 jaar)