Woningveiligheidscheck voor mantelzorgers: waar let u op?

Zo kijkt u stap voor stap of uw ouder nog veilig thuis woont

Als mantelzorger merkt u vaak als eerste dat thuis wonen minder vanzelfsprekend wordt. Misschien ziet u dat uw vader vaker steun zoekt aan meubels. Uw moeder doucht minder omdat ze bang is om uit te glijden. De trap wordt vaker vermeden. Of u merkt dat u zelf steeds vaker denkt: dit gaat nog net goed.

Dat zijn signalen om serieus te nemen. Niet omdat er meteen iets groots aan de hand hoeft te zijn, maar omdat kleine risico’s in huis samen kunnen zorgen voor onveilige situaties.

Met deze woningveiligheidscheck loopt u rustig door de woning van uw ouder, partner of naaste. U kijkt per ruimte wat goed gaat, waar risico’s zitten en welke vervolgstap logisch is. Het doel is niet om direct alles aan te passen. Het doel is overzicht krijgen, zodat u op tijd kunt handelen.

vader en zoon bekijken woning voor aanpassingen
 

Kort antwoord: hoe doet u een woningveiligheidscheck?

Een woningveiligheidscheck is een praktische controle van het huis van uw ouder of naaste. U kijkt per ruimte naar veiligheid, valrisico, verlichting, looproutes, badkamer, toilet, trap, slaapkamer, keuken en noodhulp.

Begin met de plekken waar iemand dagelijks komt: de route van bed naar toilet, de badkamer, de trap, de woonkamer en de keuken. Let vooral op situaties waarin iemand moet opstaan, draaien, bukken, reiken, lopen of zich vasthouden.

Ziet u meerdere risico’s, is iemand gevallen of voelt douchen, traplopen of opstaan onveilig? Dan is het verstandig om hulp of advies te vragen aan de huisarts, ergotherapeut, fysiotherapeut, wijkverpleging of gemeente/Wmo.
 

Wanneer is een woningcheck verstandig?

Een woningcheck is niet alleen nodig na een val. Juist vóórdat er iets ernstigs gebeurt, kan een eenvoudige controle veel duidelijk maken.

Doe een woningveiligheidscheck als u merkt dat uw ouder of naaste:

  • vaker struikelt of bijna valt;
  • minder zeker loopt;
  • bang is om te vallen;
  • traplopen vermijdt;
  • douchen spannend vindt;
  • moeilijker opstaat uit stoel of bed;
  • ’s nachts vaak naar het toilet moet;
  • minder goed ziet in donkere ruimtes;
  • zich vasthoudt aan meubels;
  • vaker duizelig is;
  • meer spullen laat liggen;
  • vergeet apparaten uit te zetten;
  • hulp niet goed kan inschakelen bij nood.

 

Ook uw eigen gevoel telt mee. Als u steeds vaker denkt: ik vertrouw dit eigenlijk niet helemaal, dan is dat genoeg reden om samen rustig te kijken.
 

Begin niet met oplossingen, maar met kijken

Veel mensen willen meteen weten welk hulpmiddel nodig is. Een beugel? Douchestoel? Traplift? Personenalarmering?

Maar de beste volgorde is anders:

Eerst kijken. Dan begrijpen. Dan pas aanpassen.

Een hulpmiddel is pas zinvol als duidelijk is welk probleem het oplost. Soms is een woningaanpassing nodig. Maar soms helpt iets eenvoudigs al: betere verlichting, minder losse spullen, een andere stoel, een vaste plek voor de telefoon of een veiligere route naar het toilet.

Loop daarom eerst rustig door het huis. Kijk niet alleen naar de woning, maar ook naar hoe uw ouder beweegt. Hoe staat iemand op? Waar wordt steun gezocht? Welke route wordt vermeden? Waar ontstaat haast, onzekerheid of spanning?
 

Zo voert u de woningcheck op een prettige manier uit

Een woningcheck kan gevoelig liggen. Voor uw ouder kan het voelen alsof u komt controleren of beoordelen. Begin daarom rusti

U kunt bijvoorbeeld zeggen:

“Ik wil graag samen kijken of het thuis nog veilig en makkelijk genoeg is, zodat u zo lang mogelijk prettig thuis kunt blijven wonen.”


Of:
 

“Zullen we samen eens kijken of er plekken zijn die makkelijker of veiliger kunnen?”


Maak het niet te groot. U hoeft niet het hele huis in één keer te beoordelen. Begin met de ruimtes waar u zich het meeste zorgen over maakt.

Neem eventueel pen en papier mee en noteer per ruimte:

  • Wat gaat goed?
  • Wat voelt lastig?
  • Waar is iemand bijna gevallen?
  • Waar zoekt iemand steun?
  • Wat kan eenvoudig worden opgelost?
  • Waar is advies nodig?

 

Kies na afloop maximaal drie actiepunten. Dat voorkomt dat het overweldigend wordt.
 

1. Entree en voordeur

De veiligheid begint al bij de voordeur. Kan uw ouder veilig naar binnen en buiten? En kan hulp naar binnen als er iets gebeurt?

Let op:

  • Is de voordeur goed bereikbaar?
  • Is er voldoende buitenverlichting?
  • Zijn er losse tegels, opstapjes of drempels?
  • Ligt er een losse deurmat?
  • Kan uw ouder de deur makkelijk openen?
  • Is er een plek om rustig te staan?
  • Kan familie, buur of zorgverlener naar binnen bij nood?
  • Zijn sleutels makkelijk vindbaar?

 

Een klein opstapje of donkere entree lijkt misschien onschuldig, maar kan veel onzekerheid geven. Zeker bij regen, haast of slecht zicht.


Wat kunt u doen?

Begin met eenvoudige verbeteringen. Haal een losse mat weg, controleer buitenverlichting, maak de entree vrij en bespreek een sleutelafspraak met iemand die dichtbij woont.

Als uw ouder alleen woont en moeilijk hulp kan inschakelen, kan personenalarmering of een veilige sleuteloplossing passend zijn. Bekijk hiervoor ook onze pagina over personenalarmering.

 

2. Hal en looproutes

Looproutes zijn vaak de snelste winst. Veel valrisico’s ontstaan door spullen die “er altijd al lagen”: een kleedje, snoer, tas, mand, bijzettafel of drempel.

Loop samen de routes die uw ouder dagelijks gebruikt:

  • van woonkamer naar keuken;
  • van stoel naar toilet;
  • van slaapkamer naar badkamer;
  • van voordeur naar woonkamer;
  • van bed naar toilet in de nacht.

 

Let op:

  • Zijn de routes breed genoeg?
  • Liggen er snoeren of losse kleedjes?
  • Zijn drempels goed zichtbaar?
  • Is er genoeg licht?
  • Is er ruimte voor een rollator of stok?
  • Moet uw ouder langs scherpe hoeken of lage tafels?
  • Worden meubels gebruikt als steun?

 

Vraag ook:
 

“Waar voelt u zich het minst zeker als u door het huis loopt?”


Het antwoord daarop is vaak waardevoller dan wat u zelf ziet.
 

Wat kunt u doen?

Maak looproutes vrij. Verplaats kleine meubels, werk snoeren weg, haal losse kleedjes weg en zorg voor goed licht. Vooral de route naar het toilet in de nacht verdient aandacht.
 

3. Woonkamer

De woonkamer is vaak de plek waar iemand het meest zit, opstaat en rondloopt. Juist daar ziet u goed of dagelijkse bewegingen moeilijker worden.

Let op:

  • Kan uw ouder makkelijk opstaan uit de stoel?
  • Is de stoel stevig en hoog genoeg?
  • Moet iemand zich optrekken aan tafel of kast?
  • Is de telefoon goed bereikbaar?
  • Is er genoeg licht bij opstaan en lopen?
  • Zijn afstandsbediening, bril en telefoon makkelijk te vinden?
  • Liggen er snoeren van lampen of opladers?
  • Staat er te veel meubilair in de looproute?
  • Is er voldoende ruimte om te draaien?

 

Een veelvoorkomend signaal is dat iemand zich telkens aan meubels vasthoudt. Dat lijkt praktisch, maar meubels zijn geen veilige steunpunten. Ze kunnen verschuiven of omvallen.
 

Wat kunt u doen?

Kijk eerst naar de stoel. Een te lage of zachte stoel maakt opstaan moeilijker. Zorg ook dat belangrijke spullen binnen handbereik liggen, zodat uw ouder niet gehaast hoeft op te staan.

Als opstaan steeds moeilijker wordt, kan een fysiotherapeut of ergotherapeut meedenken. Zij kijken niet alleen naar de woning, maar ook naar kracht, balans en beweging.
 

4. Keuken

De keuken vraagt veel tegelijk: staan, draaien, tillen, bukken, reiken, opletten en apparaten gebruiken. Als iemand vergeetachtiger of minder mobiel wordt, kunnen hier risico’s ontstaan.

Let op:

  • Kan uw ouder nog veilig koken?
  • Worden pannen of apparaten vergeten?
  • Moet iemand vaak bukken of hoog reiken?
  • Zijn veelgebruikte spullen goed bereikbaar?
  • Is de vloer glad?
  • Is er voldoende licht?
  • Staat er bedorven eten in de koelkast?
  • Is de koelkast juist vaak leeg?
  • Wordt er minder gekookt dan eerst?
  • Is er een werkende rookmelder?
  • Wordt het gas of de kookplaat veilig gebruikt?

 

Let niet alleen op veiligheid, maar ook op voeding. Een lege koelkast, bedorven producten of maaltijden die blijven staan kunnen signalen zijn dat boodschappen doen, koken of eten moeilijker wordt.
 

Wat kunt u doen?

Zet veelgebruikte spullen op grijphoogte. Maak de vloer vrij en droog. Controleer rookmelders. Bespreek maaltijdservice, boodschappenhulp of samen koken als koken te zwaar wordt.

Als koken onveilig wordt door vergeetachtigheid, neem dit serieus. Bespreek dit met de huisarts of wijkverpleging.
 

5. Trap

De trap is een van de belangrijkste plekken om te controleren. Traplopen vraagt kracht, balans, zicht en vertrouwen. Als één van die dingen minder wordt, kan de trap een risico worden.

Let op:

  • Wordt traplopen vermeden?
  • Gaat iemand langzamer of onzeker omhoog?
  • Is er een stevige trapleuning?
  • Is er aan beide kanten steun nodig?
  • Zijn de treden goed zichtbaar?
  • Is de trap goed verlicht?
  • Liggen er spullen op de trap?
  • Wordt iemand duizelig of kortademig?
  • Gaat traplopen vooral ’s avonds of ’s nachts moeilijker?
  • Is er al eens bijna iets misgegaan?

 

Vraag niet alleen: “Lukt de trap nog?”
Vraag liever:
 

“Wanneer vindt u de trap het lastigst?”


Sommige mensen redden zich overdag nog goed, maar vinden de trap lastig met was, in het donker, bij haast of na het douchen.
 

Wat kunt u doen?

Begin met goed licht, vrije treden en een stevige leuning. Als traplopen onzeker blijft, kan een fysiotherapeut kijken naar kracht en balans. Een ergotherapeut kan meekijken naar veilig gebruik van de woning. Bij grotere woningaanpassingen is de gemeente/Wmo vaak het aanspreekpunt of overweeg een traplift.
 

6. Slaapkamer

De slaapkamer is belangrijker dan veel mensen denken. In en uit bed komen, opstaan in het donker en naar het toilet gaan zijn momenten waarop risico’s kunnen ontstaan.

Let op:

  • Kan uw ouder makkelijk in en uit bed komen?
  • Staat het bed op een goede hoogte?
  • Is er voldoende ruimte naast het bed?
  • Staat er niets op de vloer?
  • Is de telefoon bereikbaar?
  • Zijn bril, rollator, stok of pantoffels makkelijk te pakken?
  • Is er nachtlampje of automatische verlichting?
  • Is de route naar het toilet vrij?
  • Wordt uw ouder duizelig bij opstaan?
  • Moet iemand ’s nachts vaak haasten naar het toilet?

 

De nachtelijke route

Loop de route van bed naar toilet na alsof het nacht is. Dat betekent: weinig licht, slaperig, misschien haast. Juist dan ziet u risico’s die overdag niet opvallen.
 

Wat kunt u doen?

Zorg voor goede nachtverlichting, een vrije route en spullen op vaste plekken. Als opstaan uit bed moeilijker wordt, vraag advies aan een ergotherapeut of wijkverpleging. Een hoog laag bed kan ook uitkomst bieden in sommige gevallen.

 

7. Badkamer en toilet

De badkamer en het toilet verdienen extra aandacht. Vloeren kunnen glad zijn, draaien is lastig en opstaan kost kracht. Bovendien speelt schaamte soms mee. Daardoor vertellen mensen niet altijd dat douchen of toiletgang moeilijker wordt.

Let op:

  • Voelt douchen veilig?
  • Is de vloer glad?
  • Is er steun bij in- en uitstappen?
  • Kan uw ouder veilig staan tijdens het douchen?
  • Wordt douchen uitgesteld of vermeden?
  • Is er ruimte om rustig te bewegen?
  • Kan iemand makkelijk bij handdoek en kleding?
  • Gaat opstaan van toilet goed?
  • Is er goede verlichting?
  • Zijn er blauwe plekken of bijna-valmomenten?
  • Wordt de deur op slot gedaan terwijl dat onveilig kan zijn?

 

Signalen die u serieus moet nemen:

  • uw ouder doucht minder uit angst;
  • er wordt steun gezocht aan wastafel, douchewand of deur;
  • iemand is bijna uitgegleden;
  • toiletgang kost zichtbaar moeite;
  • persoonlijke verzorging gaat achteruit.

 

Wat kunt u doen?

Bespreek het rustig. Niet als verwijt, maar vanuit veiligheid en zelfstandigheid.

Bijvoorbeeld:

“Ik merk dat douchen minder prettig voelt. Zullen we samen kijken hoe het veiliger kan?”


Vraag advies aan wijkverpleging, ergotherapeut, huisarts of gemeente/Wmo als douchen of toiletgang onveilig wordt. Mogelijke oplossingen kunnen klein zijn, maar het is belangrijk dat ze passen bij de situatie.

Voor een overzicht van hulpmiddelen zoals douchestoel, beugels of toiletverhoger kunt u verder lezen op Hulpmiddelen bij mantelzorg.
Voor meer tips voor uw badkamer kunt u deze pagina raadplegen.

 

 

8. Telefoon, medicatie en noodhulp

Woningveiligheid gaat niet alleen over vloeren en trappen. Het gaat ook over de vraag: kan iemand hulp inschakelen als er iets gebeurt?

Let op:

  • Is de telefoon opgeladen?
  • Is de telefoon makkelijk bereikbaar?
  • Weet uw ouder wie hij of zij moet bellen?
  • Zijn noodnummers zichtbaar?
  • Kan iemand hulp inschakelen na een val?
  • Weet familie of zorg hoe zij binnen kunnen komen?
  • Is medicatie overzichtelijk opgeborgen?
  • Wordt medicatie vergeten of dubbel ingenomen?
  • Is er een actueel medicatieoverzicht?
  • Is duidelijk wie contactpersoon is bij nood?


Doe een eenvoudige test:

“Als u nu zou vallen, hoe zou u hulp inschakelen?”


Als uw ouder daar geen duidelijk antwoord op heeft, is dat een belangrijk aandachtspunt.
 

Wat kunt u doen?

Maak een lijst met belangrijke telefoonnummers. Controleer of de telefoon bereikbaar is vanaf de favoriete stoel en vanaf het bed. Bespreek personenalarmering als iemand alleen woont of niet goed hulp kan inschakelen.

Bij twijfel over medicatie is de apotheek of huisarts het juiste aanspreekpunt.
 

9. Brandveiligheid

Brandveiligheid wordt vaak vergeten, maar is belangrijk. Zeker als iemand vergeetachtiger wordt, minder goed ruikt, op gas kookt, rookt of kaarsen gebruikt.

Let op:

  • Zijn er werkende rookmelders?
  • Worden rookmelders getest?
  • Is er een koolmonoxidemelder waar nodig?
  • Wordt er veilig gekookt?
  • Worden kaarsen veilig gebruikt?
  • Wordt er gerookt in huis?
  • Zijn vluchtwegen vrij?
  • Kan uw ouder snel naar buiten bij nood?
  • Is er een sleutelafspraak?
  • Weet iemand wat te doen bij brand?

 

Wat kunt u doen?

Controleer melders, maak vluchtwegen vrij en bespreek wat iemand doet bij rook, brand of gaslucht. Als koken onveilig wordt, is dat een signaal om verder te kijken naar ondersteuning.

 

Wat als uw ouder geen aanpassingen wil?

Dit komt vaak voor. Uw ouder wil geen “zorgspullen” in huis, wil niet betutteld worden of is bang zelfstandigheid kwijt te raken.

Begin dan niet met oplossingen, maar met wat iemand belangrijk vindt.

Niet:

“Er moet hier van alles aangepast worden.”


Wel:

“Ik wil graag dat u zo veilig en prettig mogelijk thuis kunt blijven wonen. Zullen we samen kijken wat het makkelijker maakt?”


Tips:

  • begin met één ruimte;
  • benoem wat u ziet, niet wat iemand fout doet;
  • vraag waar iemand zelf onzeker over is;
  • kies eerst iets kleins;
  • leg de nadruk op zelfstandigheid behouden;
  • betrek een vertrouwd persoon of professional als dat helpt.

 

Als de situatie onveilig wordt, hoeft u het niet alleen op te lossen. Bespreek uw zorgen met huisarts, wijkverpleging, ergotherapeut of gemeente/Wmo.
 

Wanneer schakelt u hulp in?

Niet elk aandachtspunt vraagt meteen professionele hulp. Maar wacht niet te lang als meerdere signalen samenkomen.
 

Neem contact op met de huisarts of huisartsenpost bij:

  • plotselinge verwardheid;
  • plotselinge achteruitgang;
  • vallen of flauwvallen;
  • duizeligheid met uitval, moeilijk praten of minder kracht;
  • klachten na verkeerd medicijngebruik;
  • nauwelijks eten of drinken;
  • een situatie die onveilig voelt.

 

Bij levensgevaar belt u 112.

 

Neem contact op met een ergotherapeut of fysiotherapeut bij:

  • onzeker lopen;
  • moeite met opstaan;
  • angst om te vallen;
  • problemen met traplopen;
  • onveilig douchen;
  • onhandige inrichting;
  • vragen over veilig bewegen in huis.

 

Neem contact op met gemeente/Wmo bij:

  • woningaanpassing;
  • huishoudelijke hulp;
  • begeleiding;
  • hulpmiddelen of voorzieningen;
  • vervoer;
  • ondersteuning om zelfstandig thuis te blijven wonen.

 

Neem contact op met wijkverpleging bij:

  • hulp bij wassen of aankleden;
  • wondzorg;
  • medicatiehulp;
  • kwetsbare gezondheid;
  • zorgmomenten thuis.

 

Maak na de woningcheck een kort actieplan

Na het rondlopen door het huis heeft u misschien veel gezien. Maak het niet te groot. Kies maximaal drie acties.


Vandaag

Kijk of er iets is dat niet kan wachten:

  • een los kleedje op een belangrijke looproute;
  • slechte verlichting richting toilet;
  • medicatie die onduidelijk is;
  • iemand die na een val niet goed herstelt;
  • een situatie die direct onveilig voelt.


Deze week

Kies één of twee acties:

  • huisarts bellen;
  • apotheek bellen;
  • ergotherapeut of fysiotherapeut vragen;
  • gemeente/Wmo informeren;
  • badkamer of trap nader bekijken;
  • sleutelafspraak maken;
  • noodnummers zichtbaar ophangen.


Deze maand

Kijk naar grotere stappen:

  • woningaanpassing onderzoeken;
  • mantelzorgtaken verdelen;
  • hulpmiddelen vergelijken;
  • Wmo-gesprek voorbereiden;
  • valpreventie bespreken;
  • checklist opnieuw nalopen.

 

Praktische woningveiligheidscheck per ruimte

Ruimte

Waar let u op?

Eerste stap

Entree

Verlichting, drempels en toegang voor hulp.

Buitenlamp en losse mat controleren.

Hal

Snoeren, kleedjes, drempels en voldoende loopruimte.

Looproute vrijmaken en struikelpunten verwijderen.

Woonkamer

Opstaan uit de stoel, snoeren, telefoon en voldoende ruimte.

Stoel, telefoonplek en looproute beoordelen.

Keuken

Koken, apparaten, bukken, reiken en brandveiligheid.

Veelgebruikte spullen bereikbaar maken.

Trap

Leuning, verlichting, zichtbare treden en onzekerheid bij traplopen.

Trap vrijmaken en goed verlichten.

Slaapkamer

Opstaan uit bed, nachtlicht en de route naar het toilet.

Nachtelijke route veilig en vrij maken.

Badkamer

Gladheid, douchen, steunpunten, toilet en opstaan.

Advies vragen als douchen of toiletgang onveilig voelt.

Noodhulp

Telefoon, alarm, sleutel, contactpersonen en hulp inschakelen.

Noodplan maken en belangrijke nummers zichtbaar neerleggen.

Brandveiligheid

Rookmelder, koolmonoxidemelder, vluchtweg en veilig koken.

Melders testen en vluchtweg vrijhouden.

 

Download de printbare checklist

Wilt u de woningcheck rustig op papier invullen? Gebruik dan onze printbare mantelzorg-checklist voor thuis.

Daarin loopt u stap voor stap langs veiligheid in huis, vallen, medicatie, eten en drinken, persoonlijke verzorging, administratie en uw eigen belasting als mantelzorger. Aan het einde kiest u een logische vervolgstap.

Download de mantelzorg-checklist

Voor meer informatie over mantelzorg klik hier.

Veelgestelde vragen over woningveiligheid en mantelzorg

Een woningveiligheidscheck is een praktische controle van de woning van uw ouder of naaste. U kijkt per ruimte waar risico’s zitten, bijvoorbeeld bij lopen, douchen, traplopen, opstaan, koken, medicatie en noodhulp. Het doel is niet om het huis direct te verbouwen, maar om op tijd te zien waar kleine of grotere aanpassingen nodig kunnen zijn.

Doe een woningcheck als uw ouder is gevallen of bijna gevallen, onzeker loopt, traplopen vermijdt, douchen spannend vindt, minder goed opstaat of als u merkt dat het huis rommeliger of onveiliger wordt. Ook als u als mantelzorger vaker denkt “dit gaat net goed”, is dat een goed moment.

Begin met badkamer, toilet, trap, slaapkamer, looproutes en keuken. Let ook op de route van bed naar toilet in de nacht. Veel risico’s vallen pas op als u kijkt naar wat iemand meerdere keren per dag doet.

Nee. Begin eerst met kijken wat het probleem precies is. Soms helpt opruimen, beter licht of een andere indeling al. Als een hulpmiddel nodig lijkt, kies dan iets dat past bij de situatie. Voor een overzicht van hulpmiddelen kunt u het artikel Hulpmiddelen bij mantelzorg lezen.

Een ergotherapeut kan goed meekijken naar dagelijkse handelingen en veiligheid in huis. Een fysiotherapeut kan helpen bij bewegen, balans en valangst. De huisarts kan meedenken bij medische zorgen. Voor woningaanpassingen of ondersteuning thuis is de gemeente/Wmo vaak het aanspreekpunt.

Neem contact op met de gemeente/Wmo als er mogelijk een woningaanpassing, huishoudelijke hulp, begeleiding, vervoer of andere ondersteuning nodig is om zelfstandig thuis te blijven wonen. Bij het Wmo-loket of sociaal wijkteam kunt u vragen wat mogelijk is.

Begin klein. Benoem wat u ziet en leg de nadruk op zelfstandig blijven wonen. Vraag waar uw ouder zelf onzeker over is. Soms helpt het om een neutrale professional, zoals een ergotherapeut of wijkverpleegkundige, mee te laten kijken.

Herhaal de woningcheck als er iets verandert: na een val, ziekenhuisopname, nieuwe medicatie, toegenomen vergeetachtigheid, minder mobiliteit of als de mantelzorg zwaarder wordt. Bij een kwetsbare situatie is het verstandig om elke paar maanden kort opnieuw te kijken.

Nieuwsbrief aanmelden

Over dit artikel

Geschreven door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Laatst gewijzigd op

LangerThuisinHuis.nl helpt ouderen en hun naasten met betrouwbare informatie, praktische tips en onafhankelijke uitleg over zelfstandig en veilig thuis wonen. We schrijven over woningaanpassingen, hulpmiddelen, zorg, geldzaken en prettig ouder worden thuis.

Inhoudelijk gecontroleerd door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Dit artikel is redactioneel gecontroleerd op duidelijkheid, actualiteit en praktische toepasbaarheid, met gebruik van erkende Nederlandse bronnen.

Nu te bestellen: De Langer Thuis in Huis Gids(100+ pagina’s)!

 Hoe maak ik mijn woning levensloopbestendig?

 Welke handige hulpmiddelen zijn er?

 Heb ik recht op vergoedingen?

 Hoe kan ik woningaanpassingen financieren?


Van € 19,99 voor maar € 14,99!

Lees meer

Het is een prachtige gids waar ik echt heel veel aan heb. Het was nog mooier dan ik verwacht had.

Mevr. Elmendorp (83 jaar)