Hoeveel spaargeld heeft u nodig om na uw pensioen prettig te kunnen leven? Daar bestaat geen bedrag voor dat bij iedereen past. Een huurder zonder auto heeft andere reserves nodig dan iemand met een oudere koopwoning, twee auto’s en plannen voor een nieuwe badkamer.
Ook uw maandelijkse pensioeninkomen maakt veel verschil. Zijn uw AOW en aanvullende pensioen voldoende voor uw gewone uitgaven? Dan dient uw spaargeld vooral als buffer voor onverwachte kosten en grotere plannen. Komt u iedere maand geld tekort, dan heeft u daarnaast een reserve nodig om dat tekort jarenlang aan te vullen.
Een goede berekening begint daarom niet bij het gemiddelde spaargeld van andere gepensioneerden. U kijkt naar uw eigen inkomen, uitgaven, woning, vervoer, gezondheid en wensen.
In het kort: zo berekent u hoeveel spaargeld u nodig heeft
Het benodigde spaargeld bestaat meestal uit vier delen:
- Een noodbuffer voor onverwachte, noodzakelijke uitgaven.
- Geld voor grote kosten die u al ziet aankomen, zoals woningonderhoud, een auto of een verhuizing.
- Een inkomensreserve als uw maandelijkse uitgaven hoger zijn dan uw pensioeninkomen.
- Geld voor persoonlijke wensen, zoals reizen, hobby’s, extra comfort thuis of hulp aan kinderen.
Benodigd spaargeld = noodbuffer + geplande grote uitgaven + inkomensreserve + persoonlijke wensen.
Overwaarde in uw woning telt niet als direct beschikbaar spaargeld. Dat geld komt pas vrij wanneer u verkoopt of een lening op de woning afsluit.
Waarom bestaat er geen standaardbedrag?
Een bedrag van € 20.000 kan in de ene situatie ruim zijn en in een andere situatie snel opraken. Het verschil zit vooral in de maandelijkse begroting en de grote kosten die u zelf moet betalen.
Het Nibud werkt daarom niet met één algemene pensioenbuffer. De BufferBerekenaar geeft een persoonlijke adviesbuffer op basis van onder meer uw huishouden, inkomen, woning, inboedel en auto.
Zo’n buffer is bedoeld voor grotere, noodzakelijke uitgaven die u niet uit één gewone maand kunt betalen. Denk aan een kapotte wasmachine, onderhoud aan de woning, een autoreparatie, het eigen risico of een onverwachte naheffing.
Een persoonlijke buffer is echter nog niet hetzelfde als het totale bedrag dat u tijdens uw pensioen nodig heeft. Een reis, verbouwing of maandelijks inkomenstekort moet u afzonderlijk berekenen.
Een noodbuffer is iets anders dan een inkomensreserve
Soort reserve | Waarvoor gebruikt u het? | Voorbeeld |
|---|---|---|
Noodbuffer | Onverwachte, noodzakelijke kosten | Een nieuwe wasmachine of autoreparatie |
Inkomensreserve | Een terugkerend tekort in uw maandbegroting | Iedere maand € 300 aanvullen |
Geplande reserve | Grote uitgaven die u al verwacht | Schilderwerk, een auto of badkamer |
Wensenpot | Uitgaven die het leven prettig maken | Vakantie, hobby of elektrische fiets |
Een noodbuffer kan een tijdelijk probleem opvangen. Een structureel tekort van enkele honderden euro’s per maand vraagt veel meer vermogen. Dat ziet u pas wanneer u het tekort over twintig of dertig jaar doorrekent.
Bereken eerst uw maandelijkse verschil
De belangrijkste berekening is eenvoudig:
Netto pensioeninkomen - gemiddelde maanduitgaven = maandelijks overschot of tekort.
Stap 1: noteer uw netto pensioeninkomen
Tel alleen inkomsten mee die u werkelijk verwacht te ontvangen:
- AOW;
- aanvullend pensioen van één of meer werkgevers;
- lijfrente;
- partnerpensioen;
- inkomsten uit werk of verhuur;
- zorgtoeslag of huurtoeslag;
- andere vaste uitkeringen.
Op Mijnpensioenoverzicht.nl ziet u uw opgebouwde AOW en werkgeverspensioenen. Voor de actuele AOW kunt u ook ons overzicht met de netto AOW-bedragen vanaf 1 juli 2026 bekijken.
Woonsituatie | Netto AOW per maand |
|---|---|
Alleenstaand | € 1.581,55 |
Getrouwd of samenwonend | € 1.084,13 per persoon |
Getrouwd of samenwonend, samen | € 2.168,26 |
Deze bedragen zijn een algemene richtlijn. Uw eigen bedrag kan afwijken door een onvolledige AOW-opbouw, andere inhoudingen of het wel of niet toepassen van loonheffingskorting. Bekijk uw persoonlijke bedrag daarom altijd in Mijn SVB.
Stap 2: bekijk een volledig jaar aan uitgaven
Een maand met weinig uitgaven geeft een te rooskleurig beeld. Bekijk daarom bij voorkeur twaalf maanden aan bankafschriften. Zo neemt u ook gemeentelijke belastingen, vakanties, onderhoud, tandartsrekeningen en verzekeringen mee.
Verdeel uw uitgaven in vier groepen:
Groep | Voorbeelden |
|---|---|
Vaste lasten | Huur of hypotheek, energie, zorgverzekering, internet, verzekeringen en belastingen |
Dagelijkse uitgaven | Boodschappen, vervoer, kleding, persoonlijke verzorging en huisdieren |
Jaarlijkse en onregelmatige kosten | Vakantie, auto-onderhoud, tandarts, bril, eigen risico en woningonderhoud |
Vrije tijd en comfort | Hobby’s, uit eten, dagjes weg, tuin, cursussen en extra hulp in huis |
Tel jaarlijkse kosten bij elkaar op en deel ze door twaalf. Daarmee voorkomt u dat een grote rekening als een onverwachte tegenvaller voelt, terwijl u wist dat deze zou komen.
Stap 3: bereken het verschil
Ontvangt u bijvoorbeeld € 2.750 netto en geeft u gemiddeld € 2.500 uit? Dan houdt u € 250 per maand over. U heeft dan geen spaargeld nodig om de normale maandlasten aan te vullen.
Ontvangt u € 2.300 en geeft u € 2.600 uit? Dan komt u € 300 per maand tekort. Per jaar gebruikt u dan € 3.600 van uw spaargeld.
Hoeveel reserve vraagt een maandelijks tekort?
Vermenigvuldig uw maandtekort met twaalf en daarna met het aantal jaren dat u wilt overbruggen:
Maandtekort × 12 × aantal jaren = benodigde inkomensreserve.
Maandtekort | 20 jaar | 25 jaar | 30 jaar |
|---|---|---|---|
€ 100 | € 24.000 | € 30.000 | € 36.000 |
€ 200 | € 48.000 | € 60.000 | € 72.000 |
€ 300 | € 72.000 | € 90.000 | € 108.000 |
€ 400 | € 96.000 | € 120.000 | € 144.000 |
€ 500 | € 120.000 | € 150.000 | € 180.000 |
€ 750 | € 180.000 | € 225.000 | € 270.000 |
€ 1.000 | € 240.000 | € 300.000 | € 360.000 |
De tabel is bewust eenvoudig. Er is geen rekening gehouden met inflatie, spaarrente, belasting, rendement of veranderende uitgaven. Gebruik de bedragen daarom als eerste indicatie, niet als exacte voorspelling.
Verdeel uw pensioenbuffer over vijf spaarpotten
Een totaalbedrag zegt weinig wanneer niet duidelijk is waarvoor het geld bedoeld is. Door uw spaargeld per doel te verdelen, ziet u welk deel werkelijk vrij beschikbaar is.
1. Onverwachte, noodzakelijke uitgaven
Dit is uw directe noodbuffer. Denk aan apparaten, inboedel, autoreparaties, onverwacht woningonderhoud en zorgkosten. Gebruik de Nibud BufferBerekenaar om hiervoor een persoonlijke richtlijn te bepalen.
2. Onderhoud en verbeteringen aan uw woning
Een hypotheekvrije woning is niet kosteloos. Schilderwerk, het dak, de verwarming, kozijnen, tuin en huishoudelijke apparaten blijven geld kosten.
Maak een overzicht van wat u de komende tien jaar verwacht. Neem ook verbeteringen mee die uw woning nu al comfortabeler en makkelijker maken. Op onze pagina over woningaanpassingen vindt u voorbeelden voor verschillende ruimtes. Bekijk daarnaast welke mogelijkheden er zijn om woningaanpassingen te financieren.
3. Zorg en praktische ondersteuning
Het verplichte eigen risico bedraagt in 2026 € 385 per persoon. Daarnaast kunt u kosten hebben voor tandarts, bril, fysiotherapie, gehoorapparatuur, medicijnen, vervoer en hulp in huis.
Niet iedere voorziening hoeft volledig uit uw spaargeld te komen. Soms is ondersteuning via de gemeente mogelijk. Lees daarom ook wat de Wmo in 2026 kan betekenen.
4. Auto en ander vervoer
Reserveer bij een auto niet alleen voor onderhoud, maar ook voor vervanging. Denk vooruit over andere vormen van vervoer, zoals een elektrische fiets, openbaar vervoer, taxi, regiotaxi of boodschappenbezorging.
5. Persoonlijke wensen
Spaargeld is er niet alleen voor tegenvallers. Neem ook reizen, hobby’s, een nieuwe fiets, een jubileum, een verhuizing of extra gemak in huis op in uw plan.
Een wens die u binnen enkele jaren wilt uitvoeren, is geen vrije buffer meer. Geef het bedrag daarom een eigen bestemming.
Uw woonsituatie en huishouden maken veel verschil
Hoeveel spaargeld heeft een huurder nodig?
Een huurder hoeft normaal gesproken niet te sparen voor het dak, de buitenkozijnen of de cv-ketel. Wel blijft een buffer nodig voor meubels, apparaten, vervoer, zorgkosten, een verhuizing en een mogelijk maandtekort.
Krijgt u huurtoeslag? Dan is de vermogensgrens belangrijk. Op 1 januari 2026 mag een alleenstaande maximaal € 38.479 aan vermogen hebben. Met een toeslagpartner is de gezamenlijke grens € 76.958. Overschrijdt u de grens op 1 januari, dan heeft u dat jaar in beginsel geen recht op huurtoeslag.
Controleer daarom jaarlijks of uw spaargeld gevolgen heeft voor uw huurtoeslag.
Hoeveel spaargeld heeft een huiseigenaar nodig?
Een huiseigenaar heeft meestal een grotere directe reserve nodig. Grote uitgaven kunnen tegelijk ontstaan, bijvoorbeeld buitenschilderwerk, een defecte verwarming en onderhoud aan het dak.
Veel overwaarde betekent niet automatisch dat u genoeg spaargeld heeft. Overwaarde zit in de woning en kan een rekening niet direct betalen.
Een opeethypotheek of verzilverhypotheek kan onder voorwaarden geld vrijmaken. U gaat dan wel een nieuwe schuld aan en de rente kan bij die schuld worden opgeteld. Laat dit altijd persoonlijk doorrekenen.
Hoeveel spaargeld heeft een alleenstaande nodig?
Een alleenstaande ontvangt een hogere AOW dan één samenwonende partner, maar kan vaste lasten met niemand delen. Huur of hypotheek, energie, internet, woonverzekeringen en een auto worden niet automatisch de helft goedkoper.
Maak daarom een extra berekening waarin uw uitgaven 10 procent stijgen en u tijdelijk hulp in huis nodig heeft. Zo ziet u of uw plan ook bij een minder gunstige ontwikkeling overeind blijft.
Hoeveel spaargeld heeft een stel nodig?
Stellen kunnen veel kosten delen en ontvangen vaak twee AOW-uitkeringen en twee aanvullende pensioenen. Daar staan mogelijk twee zorgpremies, twee eigen risico’s en hogere kosten voor vervoer en vakanties tegenover.
Maak ook een begroting voor de situatie waarin één partner alleen achterblijft. Het inkomen kan dan flink dalen, terwijl veel woonlasten vrijwel gelijk blijven.
Twee rekenvoorbeelden
Voorbeeld 1: het pensioeninkomen dekt de gewone uitgaven
Een stel ontvangt netto € 3.400 per maand en geeft gemiddeld € 3.150 uit. Er blijft maandelijks € 250 over. Er is dus geen inkomensreserve nodig voor de dagelijkse uitgaven.
Doel | Voorbeeldbedrag |
|---|---|
Persoonlijke noodbuffer | € 18.000 |
Gepland woningonderhoud | € 20.000 |
Zorg en praktische ondersteuning | € 5.000 |
Vervanging auto | € 15.000 |
Reizen en andere wensen | € 12.000 |
Totaal | € 70.000 |
Dit bedrag is geen advies voor ieder stel. Een huurder zonder auto kan aanzienlijk lager uitkomen. Een eigenaar van een oudere woning kan juist meer nodig hebben.
Voorbeeld 2: iedere maand € 400 tekort
Een alleenstaande ontvangt netto € 2.100 per maand en geeft € 2.500 uit. Het tekort bedraagt € 400 per maand.
Voor 25 jaar is zonder inflatie en rendement nodig:
€ 400 × 12 × 25 = € 120.000.
Onderdeel | Benodigd bedrag |
|---|---|
Inkomensreserve voor 25 jaar | € 120.000 |
Noodbuffer | € 15.000 |
Gepland woningonderhoud | € 20.000 |
Totaal | € 155.000 |
Dit voorbeeld laat zien waarom een klein maandelijks tekort over een lange periode een groot verschil maakt.
Houd rekening met een lange pensioenperiode en inflatie
De gemiddelde levensverwachting van iemand van 65 jaar was in 2025 ongeveer 20,5 jaar. Voor mannen was dat 19,5 jaar en voor vrouwen 21,4 jaar. Een gemiddelde is geen persoonlijke einddatum. Veel mensen leven langer.
Reken daarom niet alleen tot de gemiddelde levensverwachting. Maak bij voorkeur een planning tot uw 90e en daarnaast een extra scenario tot uw 95e.
Inflatie verdient eveneens aandacht. Wanneer prijzen stijgen, kunt u met hetzelfde bedrag minder kopen. Een aanvullend pensioen stijgt niet altijd volledig mee.
Maak daarom een eenvoudige stresstest:
- Verhoog uw uitgaven met 10 procent.
- Laat uw pensioeninkomen in de berekening gelijk.
- Bereken het nieuwe maandtekort.
- Verleng de pensioenperiode met vijf jaar.
Blijft uw buffer ook in dat scenario voldoende? Dan is uw financiële plan minder afhankelijk van één gunstige voorspelling.
Spaargeld, toeslagen en belasting in 2026
De vermogensgrenzen van toeslagen, box 3 en de AIO-aanvulling zijn niet hetzelfde. Daardoor kunt u onder de grens voor box 3 blijven, maar toch uw recht op huurtoeslag verliezen.
Regeling | Zonder partner | Met partner |
|---|---|---|
Heffingsvrij vermogen box 3 | € 59.357 | € 118.714 samen |
Maximaal vermogen zorgtoeslag | € 146.011 | € 184.633 samen |
Maximaal vermogen huurtoeslag | € 38.479 | € 76.958 samen |
Vermogensgrens AIO-aanvulling | € 8.000 | € 16.000 samen |
Zorgtoeslag
Voor zorgtoeslag mag uw vermogen op 1 januari 2026 niet hoger zijn dan € 146.011 zonder toeslagpartner of € 184.633 samen met een toeslagpartner.
Ook uw inkomen telt mee. De inkomensgrens bedraagt in 2026 € 40.857 zonder toeslagpartner en € 51.142 met toeslagpartner. Lees meer over zorgtoeslag voor ouderen.
Huurtoeslag
De vermogensgrens voor huurtoeslag is veel lager. Ook het vermogen van medebewoners kan meetellen. Controleer daarom de voorwaarden voordat u rond de jaarwisseling een groot bedrag op uw rekening laat staan.
AIO-aanvulling
Heeft u geen volledige AOW en weinig ander inkomen? Dan kunt u mogelijk een AIO-aanvulling krijgen. Een alleenstaande mag in beginsel maximaal € 8.000 vermogen hebben. Voor partners is dat € 16.000. Voor een eigen woning gelden aparte regels.
Bekijk de uitleg over de AIO-aanvulling in 2026.
Sparen, beleggen of de hypotheek aflossen?
Geld dat u binnenkort nodig heeft, hoort bereikbaar te zijn
Uw noodbuffer, gepland onderhoud en de bedragen die u de komende jaren verwacht te gebruiken, horen bij voorkeur veilig en direct beschikbaar te zijn.
Beleggen brengt kans op rendement én verlies
Beleggen kan op lange termijn meer opleveren dan sparen, maar de waarde kan ook dalen. Houd daarom eerst voldoende spaargeld aan voor tegenvallers. Beleg alleen geld dat u langere tijd kunt missen en waarvan u een daling kunt verdragen.
Extra aflossen verlaagt lasten, maar zet geld vast
Aflossen kan uw maandelijkse hypotheeklasten verlagen. Het geld zit daarna wel in uw woning. Los daarom niet zoveel af dat u bij woningonderhoud, zorgkosten of een kapotte auto opnieuw geld moet lenen.
Laat bij twijfel berekenen wat sparen, aflossen of beleggen betekent voor uw maandlasten, box 3, toeslagen en beschikbare buffer.
Bescherming van spaargeld bij de bank
Geld op betaal- en spaarrekeningen bij een Nederlandse bank is via de Nederlandse Depositogarantie beschermd tot € 100.000 per persoon, per bank. Voor een gezamenlijke rekening geldt de grens per rekeninghouder. Samen kan daardoor maximaal € 200.000 zijn beschermd.
Verschillende merknamen kunnen onder dezelfde bankvergunning vallen. De tegoeden bij deze merken worden dan bij elkaar opgeteld.
Wat als u onvoldoende spaargeld heeft?
Een lagere spaarrekening betekent niet automatisch dat uw pensioen onbetaalbaar is. Het maandelijkse verschil is vaak de beste plek om te beginnen.
Verklein een structureel tekort
Een tekort van € 400 per maand vraagt over twintig jaar € 96.000. Brengt u dat tekort terug naar € 200, dan halveert de benodigde inkomensreserve naar € 48.000.
Kijk kritisch naar grote vaste posten, zoals auto’s, verzekeringen, hypotheek, energie en ongebruikte abonnementen. Bezuinig niet als eerste op gezond eten, beweging en sociale contacten. Deze uitgaven dragen bij aan een prettig dagelijks leven.
Controleer toeslagen en regelingen
Controleer of u recht heeft op zorgtoeslag, huurtoeslag, AIO, gemeentelijke regelingen of ondersteuning via de Wmo. Een daling van uw inkomen wordt niet altijd direct in alle voorschotten verwerkt.
Bekijk de mogelijkheden van uw woning
Heeft u weinig spaargeld maar veel overwaarde? Onderzoek dan rustig de mogelijkheden. Denk aan kleiner wonen, een hypotheek aanpassen of een deel van de overwaarde opnemen. Elke keuze heeft gevolgen voor uw maandlasten en nalatenschap.
Bent u nog niet met pensioen?
Iets langer doorwerken kan helpen doordat u langer salaris ontvangt, uw spaargeld nog niet aanspreekt en mogelijk een hogere maandelijkse pensioenuitkering opbouwt. De mogelijkheden verschillen per pensioenregeling.
Wat als u meer spaargeld heeft dan u waarschijnlijk nodig heeft?
Ook dan geeft een plan rust. Verdeel het geld in een directe buffer, kosten voor de komende jaren, een reserve voor later en geld voor persoonlijke wensen.
Denk daarnaast na over schenken, uw nalatenschap, toekomstige woonwensen en extra comfort in huis. Geef niet zoveel weg dat u later onvoldoende ruimte overhoudt voor uw eigen woning, ondersteuning en dagelijks leven.
Uw benodigde spaargeld stap voor stap berekenen
- Noteer uw netto maandinkomen. Tel AOW, pensioen, lijfrente, toeslagen en andere vaste inkomsten op.
- Bereken uw gemiddelde maanduitgaven. Gebruik twaalf maanden aan bankafschriften.
- Bepaal het maandelijkse overschot of tekort.
- Kies een planningsperiode. Reken bijvoorbeeld tot uw 90e en 95e.
- Bereken de inkomensreserve. Gebruik: maandtekort × 12 × aantal jaren.
- Bereken uw persoonlijke noodbuffer. Gebruik hiervoor de BufferBerekenaar van het Nibud.
- Voeg geplande grote uitgaven toe. Denk aan woning, auto, zorg en verhuizing.
- Voeg persoonlijke wensen toe. Denk aan reizen, hobby’s en extra comfort thuis.
- Trek uw beschikbare spaargeld af. Tel alleen geld mee waar u werkelijk over kunt beschikken.
- Doe een stresstest. Verhoog de kosten met 10 procent en reken vijf jaar langer.
Onderdeel | Uw bedrag |
|---|---|
Persoonlijke noodbuffer | € ............ |
Maandtekort × 12 × aantal jaren | € ............ |
Woningonderhoud en verbeteringen | € ............ |
Auto en vervoer | € ............ |
Zorg en praktische ondersteuning | € ............ |
Reizen en persoonlijke wensen | € ............ |
Extra veiligheidsmarge | € ............ |
Totaal gewenst spaargeld | € ............ |
Huidig beschikbaar spaargeld | € ............ |
Nog op te bouwen bedrag | € ............ |
Checklist: is uw pensioenbuffer voldoende?
- Ik weet hoeveel netto AOW en pensioen ik ontvang.
- Ik heb twaalf maanden aan uitgaven bekeken.
- Ik heb jaarlijkse kosten omgerekend naar een maandbedrag.
- Ik weet of ik iedere maand geld overhoud of tekortkom.
- Ik heb een eventueel maandtekort voor meerdere jaren doorgerekend.
- Ik heb een persoonlijke noodbuffer berekend.
- Ik reserveer voor woningonderhoud en apparaten.
- Ik reserveer voor auto en vervoer.
- Ik houd rekening met eigen risico en andere zorgkosten.
- Ik heb reizen, hobby’s en andere wensen meegenomen.
- Ik heb een berekening tot mijn 90e of 95e gemaakt.
- Ik heb een scenario gemaakt waarin één partner alleen achterblijft.
- Ik weet wat mijn spaargeld betekent voor toeslagen en AIO.
- Ik heb voldoende geld direct beschikbaar.
- Ik controleer mijn berekening ieder jaar opnieuw.
Tot slot
Hoeveel spaargeld u na uw pensioen nodig heeft, wordt vooral bepaald door het verschil tussen uw maandelijkse inkomen en uitgaven. Uw woning, auto, gezondheid en persoonlijke plannen bepalen welke extra reserves daarbij komen.
Dekt uw pensioeninkomen alle gewone kosten? Dan heeft u vooral een goede noodbuffer en geld voor bekende grote uitgaven nodig. Is er iedere maand een tekort? Bereken dat tekort afzonderlijk over een ruime periode.
Werk met duidelijke spaarpotten. Zo weet u welk bedrag beschikbaar is voor tegenvallers, welk deel al een bestemming heeft en hoeveel ruimte er overblijft om van uw pensioen te genieten.
De bedragen en voorbeelden in dit artikel geven algemene informatie. Bij een structureel tekort, beleggingen of het opnemen van overwaarde is persoonlijk financieel advies verstandig.