Steeds meer ouderen krijgen zware zorg thuis: verpleeghuis komt later in beeld

Steeds meer ouderen blijven thuis wonen, ook wanneer zij intensieve zorg nodig hebben. Het aantal ouderen dat langdurige zorg thuis ontvangt, is in enkele jaren tijd meer dan verdubbeld: van ongeveer 34.000 in 2018 naar 78.000 in 2024.

Dat betekent niet dat het verpleeghuis verdwijnt. Ouderen verhuizen er gemiddeld wel later naartoe en verblijven er vaker korter. Een steeds groter deel van de ondersteuning en zorg vindt dus plaats in de eigen woning.

Voor wie graag in het vertrouwde huis wil blijven wonen, biedt dat mogelijkheden. Tegelijkertijd wordt het belangrijker dat de woning comfortabel en veilig is, dat passende zorg beschikbaar is en dat duidelijk is wat u kunt regelen als zelfstandig wonen moeilijker wordt.

Twee vrouwen buiten op een bankje in de zon

Steeds meer ouderen blijven thuis wonen

Nederland telt inmiddels miljoenen mensen van 65 jaar en ouder. Het overgrote deel woont zelfstandig, ook op hoge leeftijd.

Dat past bij wat veel mensen zelf graag willen. Uw eigen huis kent u door en door. U kent de buurt, weet waar alles staat en heeft vaak familie, vrienden, buren, winkels en voorzieningen in de omgeving. Zelf bepalen wanneer u opstaat, eet of bezoek ontvangt, geeft bovendien vrijheid.

Wilt u weten wat er allemaal bij komt kijken om prettig in uw eigen woning te blijven wonen? Lees dan ook ons uitgebreide artikel over langer thuis wonen.

Nieuw is vooral dat thuis wonen steeds vaker samengaat met een behoorlijk intensieve zorgvraag.

Van 34.000 naar 78.000 ouderen met langdurige zorg thuis

Tussen 2018 en 2024 steeg het aantal ouderen dat langdurige zorg thuis ontving van ongeveer 34.000 naar 78.000.

Niet alleen het aantal mensen nam toe. Ook de zorg die thuis wordt geleverd, werd gemiddeld zwaarder.

Dat is een belangrijke verandering. Zorg die vroeger sneller aanleiding kon zijn voor een verhuizing naar een instelling, kan tegenwoordig in bepaalde situaties thuis worden georganiseerd.

Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat iemand hulp krijgt bij wassen en aankleden, medicijnen, verpleegkundige handelingen of andere dagelijkse ondersteuning. Welke zorg mogelijk is, verschilt per situatie en hangt ook af van de indicatie.

Wilt u weten welke hulp u thuis kunt krijgen? Lees dan onze uitgebreide uitleg over thuiszorg regelen.

Gaan hierdoor minder ouderen naar het verpleeghuis?

Niet per definitie.

Ook het aantal ouderen dat in een zorginstelling verbleef, nam toe: van ongeveer 112.000 in 2018 naar 127.000 in 2024. Door de vergrijzing zijn er simpelweg veel meer ouderen gekomen.

Wat vooral verandert, is het moment waarop mensen naar het verpleeghuis gaan.

Ouderen blijven langer in hun eigen woning wonen en verhuizen vaker pas wanneer de zorgvraag zwaarder is geworden. Het aantal mensen dat korter dan drie maanden in een verpleeghuis verblijft, verdubbelde in de onderzochte periode. Langdurige verblijven van meer dan vijf jaar kwamen juist minder vaak voor.

Het verpleeghuis verdwijnt dus niet. Het komt voor een deel van de ouderen simpelweg later in beeld.

Bij één op de vijf verpleeghuizen daalt het aantal cliënten

Opvallend is dat ongeveer één op de vijf onderzochte verpleeghuizen tussen 2018 en 2024 juist minder cliënten kreeg.

Dat klinkt vreemd in een land dat snel vergrijst.

Een verklaring is dat lichtere vormen van zorg steeds vaker thuis worden aangeboden. Mensen die uiteindelijk wel naar een verpleeghuis verhuizen, hebben vaak intensievere zorg nodig. Daarvoor zijn voldoende gespecialiseerde medewerkers nodig.

Daarnaast is het aanbod tussen het traditionele eigen huis en het verpleeghuis groter geworden. Denk aan seniorenappartementen, geclusterde woonvormen en woonzorgconcepten waar zelfstandig wonen gecombineerd wordt met voorzieningen of zorg dichtbij.

De keuze is daardoor niet meer automatisch: thuis wonen of naar een verpleeghuis.

Ook met intensieve zorg kunt u soms thuis blijven wonen

Een zware of langdurige zorgvraag betekent niet automatisch dat u moet verhuizen.

Ook wanneer iemand een indicatie heeft vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz), kan zorg onder voorwaarden thuis worden geleverd. Er bestaan verschillende manieren om die zorg te organiseren.

Daarnaast zijn er andere regelingen. Verpleging en persoonlijke verzorging thuis kunnen bijvoorbeeld onder wijkverpleging vallen. Denk aan hulp bij medicatie, wondverzorging, injecties of persoonlijke verzorging.

Heeft u ondersteuning nodig bij het huishouden, begeleiding of bepaalde aanpassingen aan uw woning? Dan kan de gemeente via de Wet maatschappelijke ondersteuning een rol spelen.

Bekijk hiervoor ook onze uitgebreide uitleg over de Wmo en welke hulp, hulpmiddelen en woningaanpassingen mogelijk zijn.

Welke regeling van toepassing is, hangt af van uw persoonlijke situatie. Het is daarom verstandig om niet pas informatie te zoeken wanneer er acuut hulp nodig is.

Uw woning wordt belangrijker wanneer meer zorg thuis plaatsvindt

Wie graag thuis woont, kijkt vaak eerst naar de zorg die beschikbaar is. Maar de woning zelf is minstens zo belangrijk.

Dat begint meestal niet met grote verbouwingen.

Een extra leuning bij de trap kan het dagelijks leven al prettiger maken. Hetzelfde geldt voor betere verlichting, minder hoge drempels of meer houvast in de badkamer.

Een badkamer die jarenlang prima functioneerde, kan bijvoorbeeld minder comfortabel worden wanneer opstaan, bukken of evenwicht bewaren lastiger wordt. Een hoge douche-instap of gladde vloer valt dan ineens veel meer op.

Op LangerThuisinHuis vindt u daarom een compleet overzicht van woningaanpassingen voor veilig en comfortabel thuis wonen.

Daarbij kunt u bijvoorbeeld denken aan wandbeugels voor extra houvast, een toiletverhoger of verhoogd toilet en, wanneer traplopen steeds meer moeite kost, onze traplift keuzehulp.

Het voordeel van tijdig nadenken over dit soort verbeteringen is dat u rustig kunt kiezen. U hoeft dan niet plotseling na een val of ziekenhuisopname alles tegelijk te regelen.

Voorkomen dat een val alles ineens verandert

Een woning kan jarenlang vertrouwd voelen, terwijl kleine risico's ongemerkt groter worden. Een los kleed, slecht verlichte trap, gladde badkamer of lastig opstapje kan steeds meer verschil maken wanneer uw evenwicht of spierkracht verandert.

Juist omdat ouderen langer thuis wonen, wordt valpreventie in huis steeds relevanter.

Loop daarom af en toe bewust door uw woning. Kunt u 's nachts veilig naar het toilet? Heeft u voldoende houvast op de trap? Kunt u gemakkelijk in en uit de douche? Zijn de belangrijkste doorgangen vrij?

Lees ook onze 13 praktische tips om vallen te voorkomen wanneer u uw woning en dagelijkse gewoontes eens kritisch wilt bekijken.

Niet alleen het huis, ook hulp in de omgeving telt

Een comfortabele woning is maar één deel van het verhaal.

Wanneer iemand meer zorg nodig heeft, ontstaat vaak vanzelf een netwerk rondom die persoon. Een huisarts, wijkverpleegkundige, apotheek, ergotherapeut, thuiszorgorganisatie of gemeente kan ondersteuning bieden.

Partners, kinderen, vrienden en buren helpen vaak ook.

Dat begint soms heel eenvoudig. Een boodschap meenemen, meegaan naar een afspraak of helpen met administratie. Wanneer de zorgvraag groter wordt, kunnen daar steeds meer taken bijkomen.

Juist dan wordt het belangrijk om niet alleen te kijken naar wat vandaag nog lukt.

Een betere vraag is: wat heb ik nodig om hier prettig, veilig en met voldoende ondersteuning te kunnen blijven wonen?

De rol van mantelzorg wordt groter

Dat steeds meer zorg thuis plaatsvindt, heeft ook gevolgen voor mantelzorgers.

Partners en kinderen nemen vaak taken op zich die niet direct als zorg voelen. Bellen met instanties, medicijnen ophalen, vervoer regelen, boodschappen doen of regelmatig even controleren of alles goed gaat kan echter behoorlijk optellen.

Zeker wanneer één persoon veel van deze taken uitvoert.

Een goed vangnet is daarom belangrijk. Niet alleen voor degene die zorg nodig heeft, maar ook voor degene die helpt.

Bespreek bijvoorbeeld wie kan bijspringen wanneer een partner ziek wordt of de vaste mantelzorger tijdelijk niet beschikbaar is. Kijk ook welke taken professionele zorg kan overnemen.

Meer informatie en praktische adviezen vindt u in onze artikelen over mantelzorg.

Wat kunt u nu al regelen?

U hoeft niet te wachten totdat zelfstandig thuis wonen moeilijk wordt. Vooruitkijken betekent ook niet dat u morgen uw huis moet verbouwen.

Begin eens met deze vijf eenvoudige vragen:

  1. Kan ik mij gemakkelijk en veilig door mijn hele woning bewegen?
  2. Zijn er dagelijkse handelingen die langzaam meer moeite beginnen te kosten?
  3. Weet ik welke thuiszorg of ondersteuning beschikbaar is als ik die nodig heb?
  4. Wie kan helpen wanneer mijn partner of vaste mantelzorger tijdelijk uitvalt?
  5. Weet ik waar ik terechtkan voor Wmo, wijkverpleging of langdurige zorg?

Vooral die eerste vraag is interessant om eens letterlijk te testen. Loop vanaf de voordeur naar de woonkamer, keuken, badkamer, slaapkamer en eventueel de bovenverdieping.

Kijk daarbij niet alleen naar veiligheid. Let ook op gemak. Kunt u overal gemakkelijk bij? Heeft u genoeg licht? Kost douchen onnodig veel moeite? Is de trap prettig te gebruiken?

Juist kleine woonverbeteringen kunnen iedere dag opnieuw voordeel geven.

Thuis wonen verandert, maar blijft voor veel mensen aantrekkelijk

De ontwikkeling in de ouderenzorg is duidelijk. Meer ondersteuning en steeds zwaardere zorg worden thuis aangeboden. Een verhuizing naar het verpleeghuis komt daardoor voor een deel van de ouderen later in beeld.

Dat biedt kansen om langer te genieten van het huis en de omgeving waar u zich prettig voelt.

Maar thuis wonen moet ook prettig blijven.

Een geschikte woning, passende professionele zorg en mensen op wie u kunt terugvallen horen daarom steeds meer bij elkaar. Wie daar op tijd over nadenkt, houdt meestal meer keuzevrijheid en kan verbeteringen rustig regelen in plaats van op het moment dat het eigenlijk al noodzakelijk is.

Veelgestelde vragen over langer thuis wonen

Veel mensen willen graag in hun vertrouwde woning en omgeving blijven. Daarnaast is het Nederlandse ouderenzorgbeleid steeds sterker gericht op ondersteuning en zorg thuis wanneer dat mogelijk en verantwoord is.

Het aantal ouderen dat langdurige zorg thuis ontving, steeg van ongeveer 34.000 in 2018 naar 78.000 in 2024. Ook de gemiddelde zwaarte van deze zorg nam toe.

Niet in absolute aantallen. Tussen 2018 en 2024 steeg ook het aantal mensen in zorginstellingen. Ouderen gaan gemiddeld wel later naar een verpleeghuis en verblijven er vaker korter.

Dat kan in bepaalde situaties. Langdurige zorg kan via verschillende vormen thuis worden georganiseerd. Of dit mogelijk is, hangt onder meer af van uw indicatie, zorgbehoefte en de vraag of de zorg thuis veilig en verantwoord kan worden geleverd.

Dat hangt vooral samen met het soort ondersteuning dat nodig is. Verpleging en persoonlijke verzorging kunnen bijvoorbeeld via wijkverpleging worden geregeld. De Wmo kan ondersteuning en bepaalde woningaanpassingen bieden. De Wlz is bedoeld voor mensen die blijvend intensieve zorg of permanent toezicht nodig hebben.

U hoeft niet te wachten totdat een aanpassing noodzakelijk wordt. Kleine verbeteringen zoals goede verlichting, extra houvast of het verminderen van struikelpunten kunnen direct meer comfort geven. Wie vroeg begint, heeft bovendien meer tijd om oplossingen rustig te vergelijken.

Bespreek eerst wat precies lastig wordt. Afhankelijk van uw situatie kunt u bijvoorbeeld contact opnemen met de huisarts, wijkverpleging, gemeente of een ergotherapeut. Soms helpt extra zorg, soms een aanpassing aan de woning en vaak een combinatie daarvan.

Over dit artikel

Geschreven door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Laatst gewijzigd op

LangerThuisinHuis.nl helpt ouderen en hun naasten met betrouwbare informatie, praktische tips en onafhankelijke uitleg over zelfstandig en veilig thuis wonen. We schrijven over woningaanpassingen, hulpmiddelen, zorg, geldzaken en prettig ouder worden thuis.

Inhoudelijk gecontroleerd door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Dit artikel is redactioneel gecontroleerd op duidelijkheid, actualiteit en praktische toepasbaarheid, met gebruik van erkende Nederlandse bronnen.