AOW en meerdere pensioenen: hoeveel houdt u netto werkelijk over?

Inhoudsopgave

U ontvangt AOW van de SVB. Daarnaast krijgt u misschien pensioen van ABP, PFZW of PMT. En dan blijkt er ook nog een kleiner pensioen bij een verzekeraar te staan.

Op papier lijkt het eenvoudig: tel alle netto maandbedragen bij elkaar op en u weet wat u iedere maand kunt besteden.

In de praktijk werkt het niet helemaal zo.

Iedere pensioenuitvoerder houdt namelijk afzonderlijk belasting in. De SVB doet hetzelfde met uw AOW. Maar de Belastingdienst kijkt uiteindelijk naar al uw inkomsten samen.

Daardoor kunt u:

  • gedurende het jaar netto te veel ontvangen en later belasting moeten bijbetalen;
  • maandelijks juist te weinig ontvangen en na uw aangifte geld terugkrijgen;
  • door uw totale inkomen minder heffingskorting krijgen;
  • met een deel van uw inkomen in een hogere belastingschijf vallen;
  • meer of minder zorg- of huurtoeslag krijgen;
  • bij meerdere uitkeringen mogelijk te veel bijdrage Zorgverzekeringswet betalen en later geld terugkrijgen.

De bedragen die iedere maand op uw rekening verschijnen geven dus niet altijd het volledige beeld.

AOW wat houdt ik over netto

AOW plus meerdere pensioenen: wat telt allemaal mee?

Veel mensen hebben tijdens hun loopbaan voor verschillende werkgevers gewerkt.

Daardoor kan het inkomen na pensionering bijvoorbeeld bestaan uit:

  • AOW van de SVB;
  • pensioen van ABP;
  • pensioen van PFZW;
  • pensioen van PMT;
  • een pensioen bij een verzekeraar;
  • een lijfrente-uitkering;
  • eventueel nog inkomen uit werk.

U hoeft natuurlijk niet letterlijk bij deze pensioenfondsen te zitten. Het principe is steeds hetzelfde.

Voor uw uiteindelijke belastingberekening worden de belastbare inkomsten bij elkaar opgeteld.

Daarom is het verstandiger om te vragen:

“Hoe hoog is mijn totale bruto jaarinkomen?”

dan:

“Hoeveel krijg ik van ieder pensioenfonds per maand?”

Wilt u eerst weten hoeveel AOW u ontvangt? Bekijk dan onze actuele AOW-bedragen voor 2026.

Maakt het voor de belasting uit of u één of vier pensioenen heeft?

Voor de uiteindelijke belasting over hetzelfde totale inkomen meestal niet.

Stel:

Persoon A ontvangt naast de AOW €24.000 aanvullend pensioen van één pensioenfonds.

Persoon B ontvangt naast dezelfde AOW:

  • €12.000 van pensioenfonds A;
  • €7.000 van pensioenfonds B;
  • €3.000 van pensioenfonds C;
  • €2.000 van een verzekeraar.

Ook persoon B ontvangt in totaal €24.000 aanvullend pensioen.

Voor de uiteindelijke inkomstenbelasting draait het vooral om het totale belastbare inkomen, niet om het aantal pensioenfondsen dat het bedrag uitbetaalt.

Maar er is wel een praktisch verschil.

Bij persoon B zijn vijf verschillende uitbetalers actief: de SVB en vier pensioenuitvoerders. Iedere instantie houdt afzonderlijk loonheffing in en kent de andere inkomsten niet.

Daardoor neemt de kans toe dat de optelsom van alle inhoudingen niet precies aansluit bij wat uiteindelijk verschuldigd is.

Waarom wijkt het netto bedrag af van wat u verwacht?

Er spelen meerdere dingen tegelijkertijd.

1. Iedere pensioenuitvoerder ziet alleen zijn eigen pensioen

ABP weet bijvoorbeeld niet automatisch hoeveel u van PFZW ontvangt.

PFZW houdt bij de maandelijkse loonheffing niet automatisch rekening met uw pensioen van PMT.

En de SVB kijkt bij de inhouding op uw AOW niet naar al uw aanvullende pensioenen.

De Belastingdienst doet dat bij uw uiteindelijke aangifte wel.

2. Uw totale inkomen bepaalt uw belastingschijf

Heeft u het hele jaar de AOW-leeftijd en bent u geboren op of na 1 januari 1946? Dan gelden in 2026 in box 1 deze tarieven:

Belastbaar inkomen

Belastingtarief 2026

Tot en met €38.883

17,85%

€38.884 tot en met €78.426

37,56%

Boven €78.426

49,50%

Bent u vóór 1 januari 1946 geboren, dan loopt de eerste schijf in 2026 tot €41.123.

Het lage tarief van 17,85% geldt dus niet automatisch over al uw AOW en pensioen.

Komt uw totale inkomen boven de eerste grens uit, dan wordt het meerdere tegen het hogere tarief belast.

Meer over deze overgang leest u in AOW-leeftijd bereikt: wat verandert er voor uw belasting?.

Voorbeeld: AOW plus ABP, PFZW en een klein pensioen

Stel dat iemand het hele jaar de AOW-leeftijd heeft bereikt en de volgende bruto inkomsten ontvangt:

Inkomen

Bruto per jaar

AOW

ongeveer €14.571*

ABP-pensioen

€14.400

PFZW-pensioen

€9.600

Klein verzekeringspensioen

€4.800

Totaal

ongeveer €43.371

*Voorbeeld gebaseerd op de volledige AOW voor een gehuwde of samenwonende vanaf 1 juli 2026 en het bijbehorende vakantiegeld. In werkelijkheid bestaat een kalenderjaar uit de AOW-bedragen die in beide halfjaren gelden.

De pensioenuitvoerders zien afzonderlijk bedragen van €14.400, €9.600 en €4.800.

Voor de uiteindelijke belastingberekening gaat het echter om ongeveer €43.371 totaal inkomen.

Dat betekent dat een deel boven de eerste belastingschijf uitkomt.

Daar komt nog bij dat de algemene heffingskorting wordt afgebouwd naarmate uw inkomen stijgt.

Dit is precies waarom het optellen van de netto bedragen op drie pensioenspecificaties niet altijd hetzelfde resultaat geeft als uw uiteindelijke netto jaarinkomen.

Hoe berekent u zelf wat u netto werkelijk overhoudt?

Een bruikbare berekening bestaat uit vier stappen.

Stap 1. Tel al uw bruto jaarinkomsten bij elkaar op

Pak uw pensioenoverzichten of jaaropgaven erbij.

Tel op:

  • bruto AOW inclusief vakantiegeld;
  • bruto pensioen fonds 1;
  • bruto pensioen fonds 2;
  • bruto pensioen fonds 3;
  • pensioen van verzekeraars;
  • lijfrente;
  • eventueel inkomen uit werk.

Stel dat u uitkomt op €47.000 bruto per jaar.

Dat bedrag is veel belangrijker voor uw belasting dan het aantal pensioenuitvoerders.

Stap 2. Kijk welke belastingtarieven gelden

Heeft u het hele jaar de AOW-leeftijd, dan wordt uw inkomen in 2026 volgens de voor u geldende AOW-tarieven belast.

Bij €47.000 valt het eerste deel in de eerste belastingschijf en het resterende deel in de tweede.

Stap 3. Houd rekening met heffingskortingen

Over de berekende belasting worden nog heffingskortingen toegepast.

Voor AOW-gerechtigden zijn vooral belangrijk:

  • algemene heffingskorting;
  • ouderenkorting;
  • eventueel alleenstaandeouderenkorting.

Hoe hoger uw totale inkomen, hoe lager sommige van deze kortingen kunnen worden.

Stap 4. Vergeet de bijdrage Zorgverzekeringswet niet

Op AOW en pensioen wordt daarnaast doorgaans een inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet ingehouden.

In 2026 bedraagt deze bijdrage 4,85%.

Deze bijdrage ziet u terug op uw AOW- en pensioenspecificaties en is een belangrijke reden waarom bruto pensioen en netto pensioen flink kunnen verschillen.
separator
Gratis slaapmagazine ontvangen KLIK HIER ter waarde van euro 29,95
Contour bedden magazine

Ontdek welk bed en welke ondersteuning bij uw lichaam en slaapwensen passen. Kies voor een digitale versie per e-mail of ontvang het magazine thuis per post.

Uw algemene heffingskorting wordt lager bij een hoger inkomen

Heeft u heel 2026 de AOW-leeftijd? Dan bedraagt de maximale algemene heffingskorting €1.556.

Deze maximale korting geldt bij een verzamelinkomen tot €29.736.

Daarboven wordt de korting geleidelijk afgebouwd.

Vanaf €78.427 is de algemene heffingskorting voor iemand die het hele jaar de AOW-leeftijd heeft nihil.

Meerdere pensioenen kunnen er dus voor zorgen dat uw totale inkomen hoger uitkomt dan één afzonderlijke pensioenuitvoerder ziet.

Ook de ouderenkorting kan afnemen

Naast de algemene heffingskorting is de ouderenkorting belangrijk.

In 2026 bedraagt de maximale ouderenkorting €2.067.

Die geldt bij een verzamelinkomen tot en met €46.002.

Daarboven wordt de ouderenkorting afgebouwd.

Vanaf €59.783 is de ouderenkorting nihil.

Dat betekent dat aanvullend pensioen boven een bepaald inkomensniveau niet alleen zelf wordt belast, maar er ook toe kan leiden dat u een deel van uw ouderenkorting verliest.

Dat effect is makkelijk over het hoofd te zien wanneer u alleen naar de afzonderlijke pensioenbedragen kijkt.

Loonheffingskorting bij meerdere pensioenen: hier gaat het vaak mis

Loonheffingskorting mag u maar bij één inkomen tegelijk laten toepassen.

U kunt de korting bijvoorbeeld laten toepassen op:

  • uw AOW;
  • uw grootste pensioen;
  • een ander inkomen.

Maar niet tegelijkertijd volledig op uw AOW én uw ABP-pensioen én uw PFZW-pensioen.

Gebeurt dat wel, dan krijgt u gedurende het jaar te veel korting en betaalt u te weinig belasting.

Bij de belastingaangifte wordt dit hersteld.

U moet het verschil dan terugbetalen.

Waar kunt u loonheffingskorting het beste laten toepassen?

Daar is geen universeel antwoord op.

Bij iemand met alleen AOW en één klein pensioen kan een andere keuze passend zijn dan bij iemand met AOW plus drie forse pensioenuitkeringen.

De Belastingdienst heeft hiervoor een speciaal hulpmiddel voor AOW en andere inkomens.

Belangrijker dan blind kiezen voor uw grootste uitkering is dat u controleert:

staat de loonheffingskorting nergens dubbel aan?

Ook één keer loonheffingskorting kan nog tot bijbetalen leiden

Dit is een belangrijk misverstand.

U kunt de loonheffingskorting keurig bij slechts één instantie hebben aangezet en toch na uw belastingaangifte moeten bijbetalen.

Waarom?

Omdat die ene instantie nog steeds niet weet hoe hoog uw totale inkomen is.

Stel dat u de loonheffingskorting op uw AOW laat toepassen.

De SVB ziet uw AOW.

Maar daarnaast ontvangt u:

  • €1.000 pensioen per maand van ABP;
  • €600 van PFZW;
  • €300 van een verzekeraar.

Uw totale inkomen is daardoor aanzienlijk hoger dan uw AOW alleen.

De uiteindelijke heffingskorting kan daardoor lager zijn dan het bedrag waarmee gedurende het jaar rekening is gehouden.

Wilt u meer weten over dit probleem? Bekijk dan ook onze informatie over belasting rond de AOW-leeftijd.

Waarom kan een klein extra pensioen netto relatief weinig opleveren?

Stel dat u al een redelijk aanvullend pensioen heeft en daar komt nog een klein pensioen van €200 bruto per maand bij.

Dat is €2.400 bruto per jaar.

Het is verleidelijk om te denken dat daar bijna €200 per maand extra van overblijft.

Maar het extra inkomen kan:

  • in een hogere belastingschijf vallen;
  • uw algemene heffingskorting verder verlagen;
  • uw ouderenkorting verlagen;
  • leiden tot extra bijdrage Zvw;
  • uw zorgtoeslag verlagen;
  • uw huurtoeslag verlagen.

Netto kan de extra €200 bruto daarom duidelijk minder opleveren.

Dat betekent niet dat het pensioen 'verdwijnt'. Het betekent wel dat u naar het effect op uw totale inkomen moet kijken.

Hoe werkt de bijdrage Zorgverzekeringswet bij meerdere pensioenen?

Over AOW en pensioen betaalt u in 2026 in veel gevallen zelf een inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet van 4,85%.

Er geldt wel een maximumbijdrage-inkomen.

In 2026 is dat €79.409.

Heeft u veel verschillende pensioenuitkeringen en wordt over uw verschillende inkomsten gezamenlijk meer bijdrage ingehouden dan op basis van het maximum nodig was? Dan kan te veel Zvw zijn ingehouden.

De Belastingdienst betaalt een te veel ingehouden bijdrage normaal gesproken automatisch terug.

Die teruggaaf volgt doorgaans in maart of april van het volgende kalenderjaar.

Kan ik dus geld terugkrijgen omdat ik meerdere pensioenen heb?

Ja.

Er zijn zelfs twee verschillende redenen waarom dat kan gebeuren.

Te veel inkomstenbelasting ingehouden

Bij meerdere kleinere pensioenen kan het gebeuren dat u gedurende het jaar juist te veel belasting betaalt of uw heffingskortingen niet volledig benut.

Via de belastingaangifte kunt u dat terugkrijgen.

Te veel bijdrage Zvw ingehouden

Komt de gezamenlijke inhouding boven het maximumbijdrage-inkomen uit? Dan kan de Belastingdienst te veel betaalde Zvw terugbetalen.

Meerdere pensioenen betekenen dus niet automatisch dat u achteraf moet betalen.

U kunt ook geld terugkrijgen.

Daarom is belastingaangifte bij meerdere pensioenen extra belangrijk

De Belastingdienst adviseert mensen met AOW en één of meerdere kleinere pensioenen expliciet om te controleren of aangifte doen geld kan opleveren.

Bij verschillende uitkeringen kan namelijk zowel te veel als te weinig belasting zijn ingehouden.

U kunt uw aangifte eerst invullen zonder deze direct te verzenden.

Dan ziet u wat de voorlopige uitkomst is.

In 2026 kunt u onder voorwaarden nog belasting terugvragen over de jaren 2021 tot en met 2025.

Wat als u meerdere pensioenfondsen heeft, maar nog niet met pensioen bent?

Controleer dan vooraf hoeveel pensioen u overal heeft opgebouwd.

Via Mijnpensioenoverzicht.nl kunt u zien bij welke pensioenuitvoerders pensioen voor u geregistreerd staat.

Dat is vooral nuttig als u in uw loopbaan vaak van werkgever of sector bent veranderd.

U kunt bijvoorbeeld pensioen hebben bij:

  • ABP uit een periode bij overheid of onderwijs;
  • PFZW uit een periode in zorg of welzijn;
  • PMT uit een technische functie;
  • een verzekeraar via een voormalige werkgever.

Het feit dat u jarenlang niets meer van een oude pensioenuitvoerder hoort, betekent niet dat het pensioen verdwenen is.

Kan ik meerdere pensioenen samenvoegen?

Dat kan in sommige situaties via waardeoverdracht, maar niet altijd.

Bij waardeoverdracht worden opgebouwde pensioenrechten van een oude pensioenuitvoerder ondergebracht bij een nieuwe uitvoerder.

Dat gebeurt vooral tijdens uw werkzame leven wanneer u van werkgever of pensioenregeling verandert.

Bent u al met pensioen en worden verschillende ouderdomspensioenen al uitgekeerd? Dan kunt u die niet zomaar alsnog samenvoegen tot één maandelijkse pensioenuitkering.

Controleer daarom vóór pensionering welke mogelijkheden voor waardeoverdracht er nog zijn.

Wat gebeurt er met hele kleine pensioenen?

Voor kleine pensioenen gelden aparte regels.

In 2026 wordt een pensioen tussen €2 en €632,63 bruto per jaar als klein pensioen beschouwd.

Zo'n klein pensioen kan onder voorwaarden:

  • automatisch worden overgedragen naar een andere pensioenuitvoerder;
  • blijven staan en later worden uitgekeerd;
  • op of in bepaalde gevallen vóór de pensioendatum worden afgekocht.

Pensioen van maximaal €2 bruto per jaar hoeft een pensioenuitvoerder niet uit te betalen.

Juist mensen die veel korte dienstverbanden hebben gehad kunnen meerdere van deze kleine pensioenen hebben opgebouwd.

Is het gunstig om een klein pensioen in één keer te laten uitbetalen?

Niet automatisch.

Bij afkoop krijgt u het pensioenbedrag in één keer.

Daardoor kan uw inkomen in dat kalenderjaar hoger worden.

Dat kan gevolgen hebben voor:

  • inkomstenbelasting;
  • heffingskortingen;
  • zorgtoeslag;
  • huurtoeslag.

Kijk daarom niet alleen naar het bruto afkoopbedrag.

Controleer vooraf wat het bedrag met uw totale jaarinkomen doet.

Verschilt het netto pensioen bij ABP, PFZW en PMT?

De onderliggende pensioenregelingen en bruto pensioenrechten kunnen verschillen.

Maar voor uw persoonlijke inkomstenbelasting geldt uiteindelijk dezelfde landelijke belastingwetgeving.

U betaalt dus niet een speciaal ABP-belastingtarief of PFZW-belastingtarief.

Dat u bij het ene fonds netto een ander percentage overhoudt dan bij een ander fonds kan onder meer komen door:

  • de hoogte van de uitkering;
  • loonheffingskorting;
  • de loonheffingstabel die wordt toegepast;
  • bijdrage Zorgverzekeringswet;
  • uw totale inkomen en uiteindelijke belastingafrekening.

Vergelijk pensioenfondsen daarom niet puur op het percentage dat maandelijks netto wordt uitbetaald.

Waarom lijken bruto en netto pensioenoverzichten soms niet op elkaar aan te sluiten?

Een pensioenuitvoerder kan alleen rekenen met de gegevens die bij die uitvoerder bekend zijn.

Een netto indicatie bij pensioenfonds A hoeft dus niet rekening te houden met pensioenfonds B en C.

Daarom moet u netto prognoses van verschillende pensioenuitvoerders niet zonder meer zien als een definitieve netto berekening van uw hele pensioeninkomen.

Een definitieve belastingberekening kijkt naar het totaal.

Telt het pensioen van uw partner mee voor uw inkomstenbelasting?

Niet rechtstreeks.

De inkomstenbelasting wordt per persoon berekend.

Uw partner kan dus €30.000 pensioen ontvangen zonder dat dit bedrag bij uw eigen AOW en pensioen wordt opgeteld voor uw persoonlijke box-1-belasting.

Voor toeslagen ligt dat anders.

Heeft u een toeslagpartner? Dan kan het inkomen van uw partner wel meetellen bij bijvoorbeeld:

  • zorgtoeslag;
  • huurtoeslag.

Daarom kan uw huishoudinkomen belangrijk zijn, ook al wordt de inkomstenbelasting individueel berekend.

Meer hierover leest u in AOW en toeslagen: controleer uw inkomen op tijd.

Heeft aanvullend pensioen invloed op uw zorgtoeslag?

Ja.

Uw AOW en aanvullende pensioenen tellen mee voor uw toetsingsinkomen.

Krijgt u meerdere pensioenen en stijgt daardoor uw totale inkomen? Dan kan uw zorgtoeslag lager worden of vervallen.

Controleer daarom niet alleen de netto uitbetaling van het pensioen, maar ook wat het nieuwe jaarinkomen doet met uw toeslag.

Lees ook onze uitgebreide uitleg over zorgtoeslag voor ouderen.

Heeft aanvullend pensioen invloed op uw huurtoeslag?

Dat kan.

Ook voor huurtoeslag speelt uw toetsingsinkomen een belangrijke rol.

Een extra pensioen van een oude werkgever kan ervoor zorgen dat uw werkelijke jaarinkomen hoger uitvalt dan het inkomen waarmee Dienst Toeslagen rekent.

Daarom is het verstandig uw inkomen aan te passen zodra een nieuwe pensioenuitkering start.

Meer hierover leest u in Huurprijs gewijzigd? Controleer uw huurtoeslag.

Wat als u naast uw pensioen ook blijft werken?

Dan komt er nog een inkomensbron bij.

U heeft dan bijvoorbeeld:

  • AOW;
  • ABP-pensioen;
  • PFZW-pensioen;
  • loon uit werk.

Uw AOW wordt niet lager omdat u werkt, maar uw totale belastbare inkomen stijgt wel.

U kunt bovendien over uw arbeidsinkomen recht hebben op arbeidskorting.

Wilt u blijven werken? Bekijk dan ook Werken naast uw AOW in 2026: belasting, toeslagen en bijverdienen.

Uw eerste AOW-jaar is extra lastig

Bereikt u gedurende 2026 de AOW-leeftijd? Dan is het belastingtarief in de eerste schijf afhankelijk van de maand waarin u de AOW-leeftijd bereikt.

U kunt in dat jaar bovendien inkomen krijgen uit:

  • salaris;
  • vakantiegeld werkgever;
  • AOW;
  • pensioenfonds 1;
  • pensioenfonds 2;
  • eventueel andere uitkeringen.

Daardoor is uw eerste pensioenjaar vaak lastiger om zelf netto te berekenen dan een volledig kalenderjaar waarin u al AOW ontvangt.

Gebruik in dat eerste jaar daarom bij voorkeur een voorlopige belastingberekening in plaats van alleen maandbedragen bij elkaar op te tellen.

Hoe voorkomt u een onverwachte belastingaanslag?

Heeft u meerdere pensioenen? Doorloop dan deze vijf controles.

1. Zoek al uw pensioenuitvoerders op

Controleer Mijnpensioenoverzicht.nl en uw eigen administratie.

2. Tel alle bruto jaarbedragen bij elkaar op

Vergeet vakantiegeld, lijfrente en eventueel loon niet.

3. Controleer waar loonheffingskorting aanstaat

Laat deze maximaal bij één inkomen toepassen.

4. Controleer uw verwachte belasting

Zeker als uw totale inkomen boven €38.883 of €46.002 uitkomt, omdat dan respectievelijk de tweede belastingschijf en de afbouw van de ouderenkorting relevant kunnen worden.

5. Overweeg een voorlopige aanslag

Daarbij kijkt de Belastingdienst naar uw geschatte totale jaarinkomen.

Zo kunt u een verwachte bijbetaling over het jaar verspreiden.

Hoeveel moet u maandelijks reserveren voor belasting?

Daar bestaat geen vast percentage voor.

Iemand met AOW plus €5.000 aanvullend pensioen kan heel anders uitkomen dan iemand met AOW plus €35.000 pensioen.

Wilt u zekerheid, dan is zelf bijvoorbeeld €50 of €100 per maand reserveren minder nauwkeurig dan een voorlopige aanslag aanvragen.

Bij een voorlopige aanslag wordt rekening gehouden met:

  • uw totale inkomen;
  • belastingschijven;
  • heffingskortingen.

Dat geeft een veel betere indicatie van een eventuele bijbetaling.

Een eenvoudige manier om uw echte netto inkomen te bekijken

Wilt u weten hoeveel u werkelijk maandelijks kunt besteden? Maak dan twee berekeningen.

Uw maandelijkse kasstroom

Tel alle bedragen op die daadwerkelijk op uw bankrekening binnenkomen:

  • netto AOW;
  • netto pensioen ABP;
  • netto pensioen PFZW;
  • netto pensioen PMT;
  • overige netto pensioenen.

Dit is wat u op dit moment ontvangt.

Uw gecorrigeerde netto inkomen

Verdeel daarna een verwachte belastingteruggave of belastingaanslag over twaalf maanden.

Voorbeeld:

U ontvangt op uw rekening samen €3.100 netto per maand.

U verwacht na belastingaangifte €1.200 te moeten bijbetalen.

€1.200 / 12 = €100.

Voor uw huishoudboekje kunt u dan beter rekenen met ongeveer:

€3.000 netto per maand.

Krijgt u juist €600 belasting terug?

Dan was uw uiteindelijke gemiddelde netto inkomen ongeveer €50 per maand hoger dan de maandelijkse betalingen deden vermoeden.

Dat is de reden waarom we spreken over wat u netto werkelijk overhoudt.

Vergeet het vakantiegeld niet

Bij AOW ontvangt u vakantiegeld normaal gesproken in mei.

Pensioenuitvoerders kunnen vakantiegeld op een andere manier verwerken. Soms zit dit al verwerkt in het maandbedrag.

Vergelijk daarom altijd jaarbedragen met jaarbedragen.

Een pensioen van €1.000 bruto per maand is niet automatisch exact hetzelfde als €12.000 totaal jaarinkomen als er daarnaast nog aparte uitkeringen plaatsvinden.

Bekijk voor de actuele AOW-bedragen en het vakantiegeld onze pagina AOW-bedragen 2026.

Waar kunt u al uw pensioenen terugvinden?

Op Mijnpensioenoverzicht.nl ziet u welke Nederlandse pensioenuitvoerders pensioen voor u hebben geregistreerd.

Controleer daarnaast:

  • uw pensioenportalen;
  • uw Uniform Pensioenoverzichten;
  • uw bank- of verzekeringsproducten;
  • eventuele lijfrentes.

Uw AOW vindt u terug bij Mijn SVB.

Voor een breder overzicht van AOW-bedragen, betaaldagen en regels kunt u terecht op onze AOW-pagina.

Checklist: zo krijgt u grip op AOW en meerdere pensioenen

Heeft u pensioen bij meerdere uitvoerders? Controleer dan:

  • hoeveel bruto AOW u per jaar ontvangt;
  • hoeveel pensioen iedere uitvoerder bruto per jaar betaalt;
  • of er nog kleine pensioenen bestaan;
  • of u een lijfrente ontvangt;
  • waar loonheffingskorting wordt toegepast;
  • wat uw totale bruto jaarinkomen is;
  • hoeveel bijdrage Zvw wordt ingehouden;
  • of u mogelijk te veel Zvw betaalt;
  • wat uw geschatte inkomstenbelasting is;
  • of uw zorgtoeslag nog klopt;
  • of uw huurtoeslag nog klopt;
  • of een voorlopige aanslag zinvol is.

Pas daarna weet u redelijk goed wat u netto werkelijk overhoudt.

Tot slot

Meerdere pensioenen zijn op zichzelf geen financieel nadeel.

Het maakt voor uw uiteindelijke inkomstenbelasting in principe weinig verschil of bijvoorbeeld €25.000 aanvullend pensioen door één pensioenfonds of door vier pensioenuitvoerders wordt betaald.

De moeilijkheid zit vooral in de maandelijkse inhoudingen.

ABP kent uw PFZW-pensioen niet. PFZW kent uw kleine verzekeringspensioen niet. En de SVB ziet bij de maandelijkse AOW-betaling niet automatisch uw volledige pensioenplaatje.

De Belastingdienst telt alles uiteindelijk wel bij elkaar op.

Kijk daarom niet alleen naar het netto bedrag op iedere losse pensioenspecificatie. Zet minimaal één keer per jaar uw volledige inkomen naast elkaar:

AOW + alle pensioenen + eventuele lijfrente + eventueel loon.

Controleer daarna belasting, loonheffingskorting, Zvw en toeslagen.

Dat geeft een veel realistischer beeld van het bedrag dat u iedere maand daadwerkelijk kunt besteden.

Veelgestelde vragen over AOW en meerdere pensioenen

Ja. U kunt AOW ontvangen en daarnaast pensioen van meerdere pensioenfondsen, verzekeraars of andere pensioenuitvoerders krijgen.

Nee. De hoogte van uw gewone AOW wordt niet verlaagd omdat u aanvullend pensioen ontvangt. Aanvullend pensioen kan wel gevolgen hebben voor belasting en toeslagen.

Niet alleen vanwege het aantal fondsen. Voor de uiteindelijke inkomstenbelasting is vooral uw totale belastbare inkomen bepalend. Meerdere uitbetalers vergroten wel de kans dat gedurende het jaar te weinig of te veel belasting wordt ingehouden.

Ja. AOW en belastbare pensioenuitkeringen behoren in principe tot uw inkomen in box 1 en worden voor de belastingberekening samen bekeken.

Iedere pensioenuitvoerder is zelf verantwoordelijk voor de loonheffing op de uitkering die hij aan u betaalt. De uitvoerder kent uw andere inkomsten niet automatisch.

Nee. Loonheffingskorting mag maximaal op één inkomen tegelijk worden toegepast.

Dat hangt af van uw totale inkomen. Gebruik hiervoor bij voorkeur het hulpmiddel van de Belastingdienst voor AOW en andere inkomens.

Ja. Ook dan kan te weinig belasting zijn ingehouden omdat de uitbetaler alleen zijn eigen uitkering ziet en niet uw totale inkomen.

Ja. Vooral bij meerdere kleinere pensioenuitkeringen kan ook te veel belasting worden ingehouden. Via uw belastingaangifte wordt dit gecorrigeerd.

Als u van de Belastingdienst een aangiftebrief krijgt, moet u aangifte doen. Ook zonder uitnodiging kan aangifte zinvol zijn als u denkt dat te veel belasting is ingehouden.

Heeft u heel 2026 de AOW-leeftijd en bent u geboren op of na 1 januari 1946, dan geldt 17,85% tot en met €38.883, 37,56% over het gedeelte tot en met €78.426 en 49,50% daarboven. Heffingskortingen beïnvloeden wat u uiteindelijk betaalt.

De maximale ouderenkorting is €2.067 bij een verzamelinkomen tot en met €46.002. Daarboven wordt de korting afgebouwd. Vanaf €59.783 is de ouderenkorting nihil.

De bijdrage Zorgverzekeringswet die op onder andere AOW en pensioen kan worden ingehouden bedraagt in 2026 4,85%. Het maximumbijdrage-inkomen bedraagt €79.409.

Ja. Als door meerdere uitbetalers gezamenlijk meer bijdrage Zvw wordt ingehouden dan op basis van het maximumbijdrage-inkomen nodig is, kan de Belastingdienst het te veel betaalde bedrag teruggeven.

Volgens de Belastingdienst wordt een te veel betaalde bijdrage op basis van de bekende gegevens normaal automatisch terugbetaald. Die teruggaaf volgt doorgaans in maart of april van het volgende jaar.

Soms kunnen pensioenrechten vóór pensionering via waardeoverdracht worden samengevoegd. Of dat mogelijk en verstandig is hangt af van uw situatie en de pensioenregelingen. Pensioenen die al worden uitgekeerd kunt u niet zomaar samenvoegen.

In 2026 geldt een pensioen tussen €2 en €632,63 bruto per jaar als klein pensioen. Hiervoor bestaan speciale regels rond automatische waardeoverdracht en afkoop.

Op Mijnpensioenoverzicht.nl kunt u zien welke Nederlandse pensioenuitvoerders pensioen voor u hebben geregistreerd.

Niet als uw persoonlijke inkomen. Inkomstenbelasting wordt per persoon berekend. Voor toeslagen kan het inkomen van uw toeslagpartner wel meetellen.

Dat kan. Uw aanvullende pensioen verhoogt uw toetsingsinkomen en kan daardoor uw zorgtoeslag verlagen of laten vervallen.

Dat kan eveneens. Controleer uw geschatte jaarinkomen bij Dienst Toeslagen zodra een extra pensioenuitkering start.

Uw AOW blijft in principe gelijk, maar uw totale belastbare inkomen stijgt. Dat kan gevolgen hebben voor belastingen, heffingskortingen en toeslagen.

In het jaar waarin u de AOW-leeftijd bereikt kan uw inkomen bestaan uit loon, AOW en verschillende pensioenuitkeringen. Bovendien geldt in de eerste belastingschijf een aangepast tarief dat afhankelijk is van de maand waarin u de AOW-leeftijd bereikt.

Tel uw volledige jaarinkomen op, controleer waar loonheffingskorting wordt toegepast en vraag indien nodig een voorlopige aanslag aan. Daarmee kunt u een verwachte bijbetaling gedurende het jaar spreiden.

Tel eerst alle daadwerkelijke netto maandbetalingen bij elkaar op. Corrigeer dit vervolgens voor een verwachte belastingaanslag of belastingteruggave, wijzigingen in toeslagen en eventuele teruggaaf van te veel betaalde Zvw. Voor de meest betrouwbare berekening kijkt u naar het volledige jaar.

Over dit artikel

Geschreven door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Laatst gewijzigd op

LangerThuisinHuis.nl helpt ouderen en hun naasten met betrouwbare informatie, praktische tips en onafhankelijke uitleg over zelfstandig en veilig thuis wonen. We schrijven over woningaanpassingen, hulpmiddelen, zorg, geldzaken en prettig ouder worden thuis.

Inhoudelijk gecontroleerd door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Dit artikel is redactioneel gecontroleerd op duidelijkheid, actualiteit en praktische toepasbaarheid, met gebruik van erkende Nederlandse bronnen.