Val bij ouderen: wat te doen en hoe voorkomt u opnieuw vallen?

Een val is vaak binnen een paar seconden gebeurd. U blijft met uw voet achter een kleedje hangen, mist de laatste traptrede of wordt even duizelig wanneer u opstaat. Als er niets gebroken lijkt en de pijn meevalt, is de verleiding groot om het incident snel te vergeten.

Toch is het verstandig om ook na een ogenschijnlijk onschuldige val even stil te staan bij wat er is gebeurd. Zeker als u 65 jaar of ouder bent. Een val kan een eerste teken zijn dat uw evenwicht, spierkracht, zicht of manier van bewegen is veranderd.

Recent onderzoek onder thuiswonende ouderen laat bovendien zien dat één val samen kan hangen met een grotere kans op problemen met dagelijkse activiteiten, een volgende val en de behoefte aan hulp thuis.

Dat betekent niet dat u na iedere struikelpartij ineens kwetsbaar bent. Wel is een val een goed moment om te onderzoeken wat er gebeurde en wat u kunt doen om prettig, veilig en met vertrouwen te blijven bewegen.

Wilt u uw woning meteen eens kritisch nalopen? Bekijk dan ook onze uitgebreide tips om vallen bij ouderen te voorkomen.
 



 

Eén val kan meer vertellen dan u denkt

Onderzoekers volgden 2.454 thuiswonende mensen van 65 jaar en ouder. Aan het begin van het onderzoek hadden zij in de voorafgaande periode geen val gemeld.

Bij de volgende meting bleek ongeveer één op de vijf deelnemers te zijn gevallen. Vervolgens werd gekeken hoe het twee jaar later met deze mensen ging.

Bij deelnemers die vóór de val zelfstandig waren in hun dagelijkse activiteiten, hing een val samen met 71 procent hogere odds op het ontstaan van functionele beperkingen. Bijna 12 procent van de mensen die waren gevallen, kreeg moeite met één of meer dagelijkse activiteiten.

Ook bij thuiszorg was een duidelijk verschil zichtbaar. Mensen die vóór de val geen thuiszorg ontvingen, hadden na een val bijna driemaal zo hoge odds om twee jaar later thuiszorg nodig te hebben.

Een eerste gemelde val hing daarnaast samen met een grotere kans op:

  • opnieuw vallen;
  • een bezoek aan de spoedeisende hulp vanwege een val;
  • een botbreuk;
  • meer moeite met dagelijkse handelingen.

 

Het gaat om een observationeel onderzoek. Daarmee is niet bewezen dat de val zelf deze problemen veroorzaakt. Mensen die vallen kunnen bijvoorbeeld al minder sterk of gezond zijn geweest zonder dat dit direct zichtbaar was.

De belangrijkste boodschap is daarom niet dat één val automatisch tot achteruitgang leidt. Een val kan wél een vroeg signaal zijn om beter naar uw gezondheid, beweging en woonsituatie te kijken.
 

Geen botbreuk? Kijk toch waardoor u bent gevallen

Na een val gaat de eerste aandacht begrijpelijkerwijs uit naar letsel. Heeft u pijn? Kunt u uw arm of been bewegen? Is er iets gebroken?

Als het lichamelijk meevalt, blijft er nog een belangrijke vraag over:

Waarom ben ik gevallen?

Soms is het antwoord duidelijk. U bleef bijvoorbeeld achter een losliggend snoer hangen. Vaak spelen echter meerdere kleine factoren tegelijk mee.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • minder spierkracht;
  • een minder goed evenwicht;
  • moeite met lopen;
  • duizeligheid of een licht gevoel in het hoofd;
  • slechter zien;
  • bepaalde medicijnen of combinaties van medicijnen;
  • voetproblemen;
  • schoenen die onvoldoende steun geven;
  • onvoldoende eten of onbedoeld gewichtsverlies;
  • haast bij het toiletbezoek;
  • drempels, gladde vloeren of obstakels in huis;
  • onvoldoende verlichting;
  • angst om opnieuw te vallen.

 

Juist de combinatie van verschillende factoren maakt het soms lastig om zelf één duidelijke oorzaak aan te wijzen.
 

Angst om opnieuw te vallen kan bewegen moeilijker maken

Een val kan ook iets veranderen zonder dat u lichamelijk gewond bent geraakt.

Misschien loopt u voorzichtiger, neemt u de trap liever niet meer of gaat u minder vaak alleen naar buiten. Het overslaan van een dagelijkse wandeling kan ineens veiliger voelen.

Toch heeft minder bewegen een nadeel. Uw spieren worden minder gebruikt en uw evenwicht wordt minder geoefend. Daardoor kunt u zich na verloop van tijd juist minder zeker op de been voelen.

Probeer beweging daarom niet zonder reden te vermijden. Bent u onzeker geworden na een val? Bespreek dit dan met uw huisarts, praktijkondersteuner, fysiotherapeut of oefentherapeut. Gerichte oefeningen voor kracht, balans en lopen kunnen helpen om het vertrouwen weer op te bouwen.
 

Wat kunt u doen nadat u bent gevallen?

Als u niet ernstig gewond bent geraakt, hoeft een val niet direct aanleiding te zijn voor grote veranderingen. Begin met drie praktische stappen.
 

1. Probeer te achterhalen wat er gebeurde

Denk terug aan de minuten vóór de val. De volgende vragen kunnen helpen:

  • Struikelde u ergens over?
  • Gleed u uit?
  • Werd u duizelig?
  • Stond u net op uit bed of uit een stoel?
  • Was het donker?
  • Had u haast?
  • Was u vermoeid?
  • Droeg u andere schoenen?
  • Bent u kort geleden met nieuwe medicijnen begonnen?
  • Liep u buiten over een ongelijke ondergrond?

 

Schrijf het desnoods kort op. Deze informatie kan later helpen wanneer u de val met uw huisarts of een andere zorgverlener bespreekt.
 

2. Let de dagen erna op veranderingen

Let niet alleen op pijn of blauwe plekken. Kijk ook of u zich anders bent gaan bewegen.
 

Wat merkt u?

Wat kunt u doen?

U voelt zich onzekerder tijdens het lopen

Bespreek dit met uw huisarts, fysiotherapeut of oefentherapeut

U wordt regelmatig duizelig bij het opstaan

Laat dit beoordelen door uw huisarts

U vermijdt ineens de trap

Onderzoek of angst, spierkracht of evenwicht een rol speelt

U gaat minder naar buiten

Probeer te achterhalen waardoor u zich onzeker voelt

U heeft moeite met opstaan uit een stoel

Laat uw kracht en mobiliteit beoordelen

U bent bang om opnieuw te vallen

Bespreek ook valangst, zelfs wanneer u lichamelijk niets mankeert

U struikelt steeds op dezelfde plaats

Controleer daar de vloer, drempel, verlichting en loopruimte

3. Bespreek de val als u zich minder zeker voelt

Een val hoeft niet altijd uitgebreid medisch onderzocht te worden. Bespreek de situatie wel wanneer u regelmatig valt, duizelig bent, moeilijker loopt, bang bent om opnieuw te vallen of niet goed weet waardoor u bent gevallen.

Uw huisarts of praktijkondersteuner kan beoordelen of verder onderzoek verstandig is.

Stop of verander medicijnen nooit op eigen initiatief. Sommige medicijnen kunnen invloed hebben op duizeligheid, sufheid of de bloeddruk. Laat dit altijd beoordelen door een arts of apotheker.
 

Doe een valrisicotest

In Nederland bestaat een landelijke aanpak om het risico op vallen bij thuiswonende 65-plussers tijdig te herkennen.

Met een valrisicotest wordt onder andere gekeken naar eerdere valpartijen, angst om te vallen en problemen met lopen of bewegen. In sommige situaties wordt ook naar de loopsnelheid gekeken.

Daaruit volgt een inschatting van een laag, matig of hoog valrisico.

Bij een hoog valrisico kan een uitgebreidere Valanalyse of valrisicobeoordeling volgen. Daarbij wordt vooral onderzocht waarom uw risico op vallen verhoogd is.
 

Een goede Valanalyse kijkt verder dan losse kleedjes

Bij valpreventie wordt vaak direct aan de woning gedacht. Een veilige woning helpt zeker, maar een goede beoordeling kijkt verder.
 

Bewegen, spierkracht en evenwicht

Minder sterke beenspieren maken opstaan, traplopen en het herstellen van een misstap moeilijker. Ook uw looppatroon en evenwicht kunnen veranderen.

Een fysiotherapeut of oefentherapeut kan beoordelen waar problemen ontstaan en welke oefeningen bij u passen.
 

Duizeligheid en bloeddruk

Wordt u regelmatig licht in uw hoofd wanneer u uit bed of uit een stoel komt? Negeer dit dan niet.

Sta rustig op en bespreek terugkerende duizeligheid met uw huisarts.
 

Medicijnen

Sommige geneesmiddelen of combinaties van medicijnen kunnen bijvoorbeeld slaperigheid, duizeligheid of een lagere bloeddruk veroorzaken. Medicijngebruik is daarom een belangrijk onderdeel van een uitgebreide valanalyse.

Pas medicijnen nooit zelf aan. Laat uw medicatie zo nodig beoordelen door uw arts of apotheker.
 

Zicht

Goed zicht helpt om traptreden, obstakels, drempels en andere hoogteverschillen tijdig te herkennen.

Merkt u dat u slechter ziet of is uw brilsterkte lange tijd niet gecontroleerd? Laat uw ogen dan controleren.
 

Voeten en schoenen

Pijnlijke voeten, minder gevoel in de voeten en slecht passende schoenen kunnen uw manier van lopen beïnvloeden.

Kies schoenen die goed aansluiten en voldoende steun en grip bieden. Losse pantoffels, gladde zolen en schoenen die gemakkelijk van de voet schuiven zijn minder geschikt wanneer u zich al onzeker voelt tijdens het lopen.
 

Voeding

Uw spieren hebben naast beweging ook voldoende voeding nodig. Onbedoeld gewichtsverlies en langdurig weinig eten kunnen bijdragen aan verlies van spiermassa.

Bespreek onbedoeld afvallen of weinig eetlust met uw huisarts. Een diëtist kan indien nodig helpen.
 

Geheugen en aandacht

Ook geheugenproblemen en verminderde aandacht kunnen invloed hebben op het valrisico. Denk aan het vergeten van een rollator of 's nachts zonder verlichting naar het toilet lopen.
 

Nachtelijk toiletbezoek

's Nachts komen verschillende risico's samen. U bent mogelijk nog slaperig, het is donker en u wilt snel naar het toilet.

Goede nachtverlichting of verlichting met een bewegingssensor langs de route van bed naar toilet kan dan veel gemak geven.
 

Angst om te vallen

Valangst verdient net zo goed aandacht als lichamelijke oorzaken. Vooral wanneer u activiteiten gaat vermijden die u vóór de val zonder problemen deed.

Het doel is niet om minder voorzichtig te worden, maar om voldoende vertrouwen te behouden om te blijven bewegen.
 

Maak uw huis veiliger zonder er een zorgwoning van te maken

Valpreventie betekent niet dat uw hele woning moet worden verbouwd. Vaak zorgen enkele gerichte woningaanpassingen voor meer veiligheid en wooncomfort.

Loop eens rustig door uw woning en bekijk vooral de routes en ruimtes die u iedere dag gebruikt.
 

Zorg voor goede verlichting

Een donkere overloop, slecht verlichte trap of schaduwrijke hal maakt hoogteverschillen moeilijker zichtbaar.

Zorg daarom voor voldoende licht en plaats schakelaars op een handige plek. Nachtverlichting of een bewegingssensor is prettig wanneer u 's nachts regelmatig uit bed gaat.
 

Houd belangrijke looproutes vrij

Probeer zonder omwegen van de woonkamer naar de keuken, voordeur, trap en badkamer te kunnen lopen.

Let daarbij vooral op:

  • losse snoeren;
  • kleine bijzettafels;
  • plantenpotten op de looproute;
  • losse of opkrullende vloerkleden;
  • tassen en schoenen op de vloer.

 

Bekijk drempels kritisch

Niet iedere drempel hoeft te verdwijnen. Blijft u er regelmatig achter haken of wordt een drempel lastig met een rollator? Dan verdient deze wel aandacht.

Soms kan een drempel worden verwijderd of verlaagd. Is dat niet mogelijk, dan kan een passende oplossing het hoogteverschil gemakkelijker overbruggen. Lees meer over drempelhulpen en waar u bij de keuze op moet letten.
 

Controleer de trap

Een stevige trapleuning geeft steun bij het op- en aflopen. Zorg daarnaast voor voldoende verlichting en houd de traptreden vrij.

Gebruikt u de trap steeds minder omdat u zich onzeker voelt? Laat eerst onderzoeken waardoor dit komt. Soms helpen kracht- en balansoefeningen. In andere situaties kan een aanpassing aan de trap meer gemak en zekerheid geven.

Wanneer traplopen structureel moeilijk of onveilig wordt, kunt u zich ook verdiepen in de mogelijkheden van een traplift.
 

Kijk extra goed naar de badkamer

De badkamer vraagt extra aandacht. Water, gladde oppervlakken en draaien of opstaan kunnen het lastiger maken om stevig te blijven staan.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een stroeve vloer;
  • voldoende bewegingsruimte;
  • een stevige wandbeugel op de juiste plaats;
  • een comfortabele en lage douche-instap;
  • een zitmogelijkheid wanneer lang staan moeilijk wordt;
  • goede verlichting.

 

Meer praktische mogelijkheden vindt u in onze uitgebreide gids over veilig douchen voor ouderen.
 

Kies vooral aanpassingen die bij uw dagelijkse bewegingen passen. Een wandbeugel waar u tijdens het opstaan of douchen niet goed bij kunt, heeft weinig waarde.
 

Meer hulpmiddelen is niet automatisch veiliger

Na een val kan de neiging ontstaan om direct allerlei hulpmiddelen aan te schaffen. Een wandelstok, rollator, wandbeugels en antislipmateriaal worden dan soms tegelijk toegevoegd.

Dat is niet altijd nodig.

Een hulpmiddel werkt vooral goed wanneer het past bij de oorzaak van uw probleem én op de juiste manier wordt gebruikt.

Een rollator kan bijvoorbeeld veel zekerheid geven wanneer u extra steun nodig heeft tijdens het lopen. Een model dat niet bij uw lengte, woning of gebruik past kan juist onhandig zijn.

Overweegt u een rollator? Bekijk dan eerst welke rollator bij uw situatie past. Laat het hulpmiddel bij twijfel goed instellen en vraag een fysiotherapeut of ergotherapeut om advies over het gebruik.
 



 

Wacht niet op een tweede val

U hoeft niet meerdere keren te vallen voordat het zinvol is om naar uw valrisico te kijken.

Juist een eerste val kan een goed moment zijn om kleine veranderingen vroeg te ontdekken. Misschien blijkt dat u simpelweg over iets bent gestruikeld. Dat kan geruststellend zijn.

Maar misschien merkt u ook dat uw benen minder sterk zijn geworden, dat u vaker duizelig bent of dat u de trap al langere tijd voorzichtiger gebruikt.

Hoe eerder u weet wat er speelt, hoe gerichter u iets kunt doen.
 

Een valpreventieprogramma kan helpen

Voor mensen met een verhoogd valrisico bestaan speciale beweegprogramma's. Daarbij wordt onder andere gewerkt aan balans, spierkracht en veilig bewegen.

Welke aanpak bij u past, hangt af van uw gezondheid, mobiliteit en valrisico.

Sommige valpreventieve beweegprogramma's worden via de gemeente aangeboden. Bij een hoog valrisico kan een programma onder bepaalde voorwaarden ook onderdeel zijn van verzekerde zorg.

De precieze route verschilt per persoon en gemeente. Uw huisarts, zorgverzekeraar of gemeente kan aangeven welke mogelijkheden er in uw woonplaats zijn.
 

Familie kan helpen zonder alles over te nemen

Na een val schrikken kinderen, partners en andere naasten vaak mee. De eerste reactie is soms: "Laat mij dat voortaan maar doen."

Dat is begrijpelijk, maar alles uit handen nemen is niet altijd de beste oplossing. Wanneer u daardoor minder beweegt, kan uw conditie juist sneller achteruitgaan.

Familie kan beter helpen bij het opsporen en wegnemen van de oorzaak. Denk aan:

  • samen bespreken waardoor de val ontstond;
  • meegaan naar een afspraak;
  • een valpreventieprogramma in de buurt zoeken;
  • betere verlichting regelen;
  • losse kleedjes of snoeren weghalen;
  • een hulpmiddel goed laten instellen;
  • na een paar weken vragen hoe het lopen gaat.

 

Een praktische woningveiligheidscheck voor mantelzorgers kan helpen om kamer voor kamer te bekijken waar eenvoudige verbeteringen mogelijk zijn.

Uw eigen wensen blijven daarbij het uitgangspunt. Misschien wilt u vooral zelf naar de winkel blijven lopen, zelfstandig douchen, tuinieren of de trap blijven gebruiken. De oplossing moet daarbij passen.
 

Wanneer moet u na een val medische hulp zoeken?

Sommige valpartijen vragen om directe medische beoordeling.

Zoek met spoed medische hulp wanneer u na een val bijvoorbeeld:

  • bewusteloos bent geweest of niet goed reageert;
  • ernstige pijn heeft;
  • niet meer op een been kunt staan;
  • een arm of been niet normaal kunt bewegen;
  • ernstig benauwd bent;
  • plotseling problemen heeft met praten, zien of bewegen;
  • bent flauwgevallen zonder duidelijke oorzaak;
  • hard op uw hoofd bent gevallen en daarna klachten krijgt.

 

Gebruikt u bloedverdunners en bent u op uw hoofd gevallen? Neem dit serieus en overleg met een arts over wat u moet doen.

Bij twijfel over letsel of aanhoudende klachten kunt u contact opnemen met uw huisarts of huisartsenpost. Bel bij een levensbedreigende situatie direct 112.
 

Checklist na een val

Bent u gevallen en lijkt het lichamelijk mee te vallen? Loop dan deze punten rustig na:

  • Bedenk waardoor u waarschijnlijk bent gevallen.
  • Noteer of u duizelig was of even wegraakte.
  • Let erop of u de laatste tijd vaker struikelt of wankelt.
  • Kijk of u sinds de val bepaalde activiteiten vermijdt.
  • Controleer de belangrijkste looproutes in uw woning.
  • Zorg voor goed licht bij de trap, hal, slaapkamer en toilet.
  • Bekijk of uw schoenen voldoende steun en grip geven.
  • Bespreek terugkerende duizeligheid met uw huisarts.
  • Verander medicijnen nooit op eigen initiatief.
  • Laat uw valrisico beoordelen wanneer u onzeker bent of opnieuw valt.
  • Blijf bewegen wanneer dat veilig kan.
  • Vraag naar een valpreventieprogramma bij een verhoogd valrisico.

 

Tot slot

Een val betekent niet automatisch dat u minder zelfstandig wordt. Ook hoeft uw huis na één misstap niet direct volledig aangepast te worden.

Zie een val vooral als een moment om goed te kijken naar wat er gebeurde. Voelt u zich nog stevig op de been? Kunt u dezelfde dingen doen als vóór de val? Was er een duidelijke oorzaak? Dan zijn een paar praktische verbeteringen soms voldoende.

Merkt u dat u onzekerder loopt, vaker duizelig bent, minder beweegt of bang bent om opnieuw te vallen? Wacht dan niet op een volgende val. Laat uw valrisico beoordelen en kijk welke oorzaak aangepakt kan worden.

Dat kan iets kleins zijn, zoals betere verlichting of andere schoenen. Soms zijn oefeningen, een medicatiebeoordeling of een aanpassing in huis verstandiger.

Het doel blijft hetzelfde: met vertrouwen blijven bewegen en prettig wonen in het huis waar u zich thuis voelt.

Veelgestelde vragen over digitale innovaties in china voor ouderen

Probeer eerst na te gaan waardoor u bent gevallen en let de dagen daarna op pijn, duizeligheid, onzeker lopen en veranderingen in uw dagelijkse activiteiten. Bent u zonder duidelijke oorzaak gevallen, wordt u regelmatig duizelig of voelt u zich minder zeker op de been? Bespreek dit dan met uw huisarts.

Niet iedere struikelpartij hoeft door een huisarts te worden onderzocht. Contact is wel verstandig als de oorzaak onduidelijk is, u duizelig of bewusteloos bent geweest, u vaker valt, u moeite heeft met lopen of u zich sinds de val duidelijk minder zeker voelt. Bij ernstig letsel of acute alarmsignalen is direct medische hulp nodig.

Met de Valrisicotest kan worden gekeken naar onder andere eerdere valpartijen, valangst en problemen met bewegen. Daaruit volgt een laag, matig of hoog valrisico. Bij een hoog risico kan een uitgebreidere Valanalyse volgen.

Blijf regelmatig bewegen, train zo nodig uw kracht en evenwicht, draag stevige schoenen, zorg dat u goed kunt zien en houd uw belangrijkste looproutes vrij. Goede verlichting en het aanpakken van gladde vloeren of struikelplekken helpen eveneens. Heeft u last van duizeligheid of gebruikt u meerdere medicijnen? Bespreek dit dan met uw huisarts of apotheker.

Dat hangt af van uw situatie. Een valrisicobeoordeling bij een hoog valrisico kan onder de basisverzekering vallen. Ook een valpreventieve beweeginterventie onder begeleiding van een fysiotherapeut of oefentherapeut kan onder voorwaarden worden vergoed wanneer u vanwege gezondheidsproblemen op deze begeleiding bent aangewezen. Andere programma's kunnen via de gemeente worden aangeboden. Vraag uw zorgverzekeraar, huisarts of gemeente welke route voor u geldt.

Nieuwsbrief aanmelden

Over dit artikel

Geschreven door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Laatst gewijzigd op

LangerThuisinHuis.nl helpt ouderen en hun naasten met betrouwbare informatie, praktische tips en onafhankelijke uitleg over zelfstandig en veilig thuis wonen. We schrijven over woningaanpassingen, hulpmiddelen, zorg, geldzaken en prettig ouder worden thuis.

Inhoudelijk gecontroleerd door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Dit artikel is redactioneel gecontroleerd op duidelijkheid, actualiteit en praktische toepasbaarheid, met gebruik van erkende Nederlandse bronnen.

Nu te bestellen: De Langer Thuis in Huis Gids(100+ pagina’s)!

 Hoe maak ik mijn woning levensloopbestendig?

 Welke handige hulpmiddelen zijn er?

 Heb ik recht op vergoedingen?

 Hoe kan ik woningaanpassingen financieren?


Van € 19,99 voor maar € 14,99!

Lees meer

Het is een prachtige gids waar ik echt heel veel aan heb. Het was nog mooier dan ik verwacht had.

Mevr. Elmendorp (83 jaar)