Heeft u de AOW-leeftijd bereikt? Dan kunt u recht hebben op ouderenkorting. Deze belastingkorting kan in 2027 oplopen tot €1.993 per jaar. Hoeveel u werkelijk krijgt, hangt vooral af van uw verzamelinkomen.
Vanaf een verzamelinkomen van €46.577 wordt de ouderenkorting volgens de huidige plannen geleidelijk lager. Bij een inkomen van rond de €59.864 is er geen ouderenkorting meer over.
Daarmee verandert er in 2027 het nodige. Het maximale bedrag daalt ten opzichte van 2026, terwijl de inkomensgrens waarbij de afbouw begint iets omhooggaat.
Belangrijk: de bedragen voor 2027 zijn op dit moment nog onderdeel van het Belastingplan 2027. Dat plan moet nog definitief worden goedgekeurd. De bedragen in dit artikel zijn daarom de voorgestelde bedragen zoals die op Prinsjesdag 2026 zijn gepubliceerd.
Ouderenkorting 2027 in het kort
Volgens het huidige voorstel gelden in 2027 deze bedragen:
Verzamelinkomen 2027 | Ouderenkorting |
|---|---|
Tot en met €46.577 | Maximaal €1.993 |
Boven €46.577 | Wordt met 15% afgebouwd |
Rond €59.864 of hoger | €0 |
Daarnaast bedraagt de voorgestelde alleenstaandeouderenkorting €547 per jaar.
De ouderenkorting is geen bedrag dat de Belastingdienst apart op uw rekening stort. Het is een heffingskorting. Dat betekent dat de korting wordt verrekend met de inkomstenbelasting en premies die u moet betalen.
Ouderenkorting 2026 en 2027 vergeleken
De maximale ouderenkorting daalt in 2027.
2026 | 2027, voorgesteld | |
|---|---|---|
Maximale ouderenkorting | €2.067 | €1.993 |
Start afbouw | €46.002 | €46.577 |
Afbouwpercentage | 15% | 15% |
Ongeveer volledig afgebouwd vanaf | €59.783 | €59.864 |
Alleenstaandeouderenkorting | €540 | €547 |
Het maximale bedrag daalt dus van €2.067 naar €1.993. Dat is een verschil van €74 per jaar, oftewel ongeveer €6,17 per maand.
Dat betekent niet automatisch dat iedere AOW'er in 2027 €6,17 per maand minder overhoudt. Uw uiteindelijke belasting hangt ook af van uw inkomen, andere heffingskortingen en hoeveel belasting u daadwerkelijk verschuldigd bent.
Wilt u weten wat er nog meer verandert rond uw AOW? Bekijk dan ook onze AOW-bedragen voor 2027 en het overzicht van de Prinsjesdagplannen voor ouderen in 2027.
Waarom daalt de ouderenkorting in 2027?
Het kabinet wil de ouderenkorting in 2027 beleidsmatig met €100 verlagen.
Toch is het verschil tussen het maximale bedrag van 2026 en 2027 geen €100 maar €74.
Dat komt doordat belastingbedragen normaal gesproken eerst worden aangepast aan de jaarlijkse indexatie. Vervolgens wordt in het Belastingplan een verlaging van €100 toegepast.
U moet dus niet nog eens €100 van de €1.993 aftrekken. De verlaging zit al in het voorgestelde bedrag van €1.993 verwerkt.
Wie krijgt ouderenkorting in 2027?
U krijgt ouderenkorting als u uiterlijk op 31 december 2027 de AOW-leeftijd heeft bereikt.
U hoeft dus niet op 1 januari al AOW te ontvangen.
Bereikt u bijvoorbeeld in september 2027 de AOW-leeftijd? Dan kunt u over belastingjaar 2027 ook recht hebben op ouderenkorting.
Hoe hoog de korting uiteindelijk is, wordt bepaald door uw verzamelinkomen over het hele jaar.
Dat is belangrijk. In het jaar waarin uw AOW ingaat, kunt u bijvoorbeeld eerst een aantal maanden loon ontvangen en daarna AOW en pensioen. Al die inkomsten kunnen meetellen bij uw belastingberekening.
Meer hierover leest u in wat verandert er voor uw belasting als u de AOW-leeftijd bereikt?.
Hoeveel ouderenkorting krijgt u bij uw inkomen?
Tot een verzamelinkomen van €46.577 krijgt u volgens het voorstel maximaal €1.993 ouderenkorting.
Boven die grens wordt de korting afgebouwd met 15% van het inkomen boven €46.577.
Dat levert onderstaande praktische voorbeelden op.
Verzamelinkomen | Ouderenkorting 2027, ongeveer |
|---|---|
€30.000 | €1.993 |
€35.000 | €1.993 |
€40.000 | €1.993 |
€45.000 | €1.993 |
€46.577 | €1.993 |
€47.000 | €1.930 |
€47.500 | €1.855 |
€50.000 | €1.480 |
€52.500 | €1.105 |
€55.000 | €730 |
€57.500 | €355 |
€59.000 | €130 |
circa €59.864 | €0 |
€60.000 | €0 |
De bedragen zijn afgeronde rekenvoorbeelden op basis van de voorgestelde parameters voor 2027. Uw definitieve belastingaanslag kan door afrondingen en uw persoonlijke situatie iets anders uitvallen.
Zo berekent u zelf uw ouderenkorting
De berekening is redelijk eenvoudig.
Heeft u een verzamelinkomen van maximaal €46.577?
Dan is uw maximale ouderenkorting:
€1.993
Heeft u een hoger inkomen? Gebruik dan:
€1.993 - 15% × (uw verzamelinkomen - €46.577)
Voorbeeld: verzamelinkomen €50.000
Uw inkomen boven de afbouwgrens bedraagt:
€50.000 - €46.577 = €3.423
Daarvan wordt 15% van de ouderenkorting afgetrokken:
€3.423 × 15% = €513,45
Uw ouderenkorting bedraagt dan ongeveer:
€1.993 - €513,45 = €1.479,55
Afgerond ongeveer €1.480.
Voorbeeld: verzamelinkomen €55.000
€55.000 - €46.577 = €8.423
15% daarvan is:
€1.263,45
Uw ouderenkorting wordt dan:
€1.993 - €1.263,45 = €729,55
Afgerond ongeveer €730.
Wat is het verzamelinkomen?
Dit is misschien wel de belangrijkste vraag bij de ouderenkorting.
Uw verzamelinkomen is niet simpelweg het netto bedrag dat iedere maand op uw rekening binnenkomt.
De Belastingdienst kijkt naar uw fiscale inkomen in de verschillende belastingboxen.
Daar kunnen onder andere in meetellen:
- uw AOW;
- aanvullend pensioen;
- loon als u naast uw AOW werkt;
- lijfrente-uitkeringen;
- andere belastbare uitkeringen;
- inkomsten uit een eigen onderneming;
- bepaalde inkomsten uit een aanmerkelijk belang in box 2;
- belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in box 3.
Ook aftrekposten kunnen invloed hebben.
Het verzamelinkomen is dus een fiscaal begrip. Daardoor kan iemand met bijvoorbeeld €45.000 bruto AOW en pensioen toch een ander verzamelinkomen hebben dan precies €45.000.
Waar vindt u uw verzamelinkomen?
U kunt uw verzamelinkomen terugvinden op uw belastingaanslag.
Heeft u aangifte gedaan? Dan ziet u daar per belastingjaar welk verzamelinkomen de Belastingdienst heeft vastgesteld.
Wilt u voor 2027 alvast een schatting maken, tel dan uw verwachte inkomsten uit AOW, pensioenen en andere bronnen bij elkaar op en houd rekening met eventuele andere fiscale inkomsten en aftrekposten.
Uw definitieve verzamelinkomen weet u pas nadat alle gegevens over het jaar bekend zijn.
Telt AOW mee voor de ouderenkorting?
Ja.
Uw AOW maakt normaal gesproken deel uit van uw inkomen in box 1 en telt daardoor mee bij het bepalen van uw verzamelinkomen.
De ouderenkorting komt dus niet bovenop een inkomensberekening waarbij de AOW wordt genegeerd.
Heeft u alleen AOW of AOW met een beperkt aanvullend pensioen? Dan blijft uw verzamelinkomen vaak ruim onder de grens waarbij de ouderenkorting wordt afgebouwd.
Bij een hoger aanvullend pensioen kan dat veranderen.
Telt aanvullend pensioen mee?
Ja.
Een aanvullend ouderdomspensioen telt mee voor uw inkomen.
Heeft u bijvoorbeeld:
- €20.000 AOW;
- €20.000 aanvullend pensioen;
dan komt u alleen met deze twee inkomsten op ongeveer €40.000 bruto inkomen.
Heeft u:
- €20.000 AOW;
- €32.000 aanvullend pensioen;
dan komt u op €52.000 uit. Uw daadwerkelijke verzamelinkomen kan daarvan afwijken, maar u komt dan waarschijnlijk wel in het gebied waarin de ouderenkorting wordt afgebouwd.
Dat is een van de redenen waarom een hoger aanvullend pensioen netto soms minder oplevert dan mensen verwachten.
Niet alleen betaalt u belasting over extra pensioen. Ook bepaalde heffingskortingen kunnen lager worden.
Lees hierover ook waarom u met AOW en pensioen soms belasting moet bijbetalen.
Heeft u meerdere pensioenen? Alles wordt bij elkaar opgeteld
Heeft u pensioen opgebouwd bij verschillende werkgevers? Dan kunt u iedere maand meerdere pensioenbedragen ontvangen.
Voor de uiteindelijke inkomstenbelasting bekijkt de Belastingdienst deze inkomsten niet afzonderlijk.
Stel:
- AOW: €20.000;
- pensioen A: €10.000;
- pensioen B: €9.000;
- pensioen C: €8.000.
Samen is dat €47.000.
Hoewel ieder pensioen afzonderlijk relatief klein lijkt, kan uw totale inkomen daardoor boven de afbouwgrens van de ouderenkorting uitkomen.
Dit is ook een belangrijke oorzaak van onverwachte belastingaanslagen bij gepensioneerden. Iedere pensioenuitvoerder ziet namelijk alleen de uitkering die hij zelf betaalt.
Heeft spaargeld invloed op uw ouderenkorting?
Spaargeld zelf wordt niet rechtstreeks van uw ouderenkorting afgetrokken.
U krijgt dus niet automatisch minder ouderenkorting omdat u bijvoorbeeld €50.000 of €100.000 op een spaarrekening heeft.
Maar vermogen kan indirect wel invloed hebben.
De ouderenkorting wordt berekend op basis van uw verzamelinkomen. Daarin kan ook belastbaar inkomen uit box 3 zitten.
Heeft u voldoende vermogen om belastbaar box 3-inkomen te hebben, dan kan dat uw verzamelinkomen verhogen. Daardoor kan uw ouderenkorting lager worden.
Dat onderscheid is belangrijk:
de hoogte van uw spaargeld is niet rechtstreeks de inkomensgrens voor de ouderenkorting, maar het fiscale box 3-inkomen kan wel meetellen.
Wilt u weten welke andere gevolgen vermogen heeft? Bekijk dan hoeveel spaargeld u mag hebben met AOW.
Heeft een eigen woning invloed op de ouderenkorting?
Niet omdat uw woning bijvoorbeeld €400.000 waard is.
De volledige waarde van uw eigen woning wordt niet simpelweg bij uw verzamelinkomen opgeteld.
Wel kunnen fiscale onderdelen rond de eigen woning van invloed zijn op uw inkomen in box 1, bijvoorbeeld het eigenwoningforfait en eventuele aftrekbare hypotheekrente.
Uw uiteindelijke fiscale situatie kan daardoor anders zijn dan wanneer u alleen AOW en pensioen zou ontvangen.
Heeft uw partner invloed op uw ouderenkorting?
De gewone ouderenkorting is in beginsel persoonsgebonden.
Het pensioen of de AOW van uw partner wordt dus niet simpelweg bij uw inkomen opgeteld om uw ouderenkorting te bepalen.
Heeft u allebei de AOW-leeftijd bereikt en voldoet u allebei aan de voorwaarden? Dan kan ieder afzonderlijk recht hebben op ouderenkorting.
Fiscaal partners kunnen bij de belastingaangifte bepaalde gezamenlijke inkomsten en aftrekposten verdelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor delen van box 3 en bepaalde aftrekposten. De gekozen verdeling kan invloed hebben op ieders verzamelinkomen en daardoor soms ook op de hoogte van heffingskortingen.
Daarom is het verstandig bij een gezamenlijke belastingaangifte niet alleen naar het totale belastingbedrag te kijken, maar ook naar hoe gemeenschappelijke posten zijn verdeeld.
Wat is alleenstaandeouderenkorting?
Naast de gewone ouderenkorting bestaat de alleenstaandeouderenkorting.
De naam zorgt regelmatig voor verwarring.
Deze korting heeft niets te maken met het hebben van kinderen.
De korting is bedoeld voor mensen die recht hebben op een AOW-uitkering voor een alleenstaande.
Volgens het Belastingplan 2027 bedraagt de alleenstaandeouderenkorting in 2027:
€547 per jaar
In 2026 is dit €540.
Deze korting komt, als u aan de voorwaarden voldoet, bovenop de gewone ouderenkorting.
Wie krijgt alleenstaandeouderenkorting?
U kunt recht hebben op alleenstaandeouderenkorting wanneer u in het kalenderjaar een AOW-uitkering voor een alleenstaande ontvangt of daar recht op heeft.
Ook wanneer uw AOW niet volledig is opgebouwd omdat u vóór de AOW-leeftijd een aantal jaren buiten Nederland heeft gewoond, kunt u onder voorwaarden recht hebben op deze korting.
Uw woonsituatie is hierbij belangrijk.
Alleen wonen betekent fiscaal en voor de AOW overigens niet in iedere situatie precies hetzelfde. De SVB bepaalt of u recht heeft op een alleenstaanden-AOW.
Partner in een verpleeghuis: kunt u alleenstaandeouderenkorting krijgen?
Hier geldt een belangrijke uitzondering.
Ontvangt u AOW voor gehuwden, maar woont u niet meer samen omdat u of uw partner in een verzorgingshuis of verpleeghuis woont? Dan kunnen beide partners recht hebben op alleenstaandeouderenkorting.
De Belastingdienst kan niet altijd automatisch zien dat één van beide partners in een instelling woont.
Daardoor kan het voorkomen dat de alleenstaandeouderenkorting niet meteen wordt toegepast. Volgens de Belastingdienst kunt u deze in zo'n situatie alsnog krijgen nadat u aangifte heeft gedaan en aanvullende informatie heeft verstrekt.
Woont uw partner in een verpleeghuis? Kijk dan ook naar onze uitgebreide uitleg over welke AOW financieel het gunstigst kan zijn wanneer uw partner naar een verpleeghuis gaat.
Daar spelen namelijk meer financiële gevolgen dan alleen de ouderenkorting.
Krijgt u ouderenkorting automatisch?
In de uiteindelijke inkomstenbelasting wordt uw recht op ouderenkorting door de Belastingdienst berekend op basis van uw gegevens.
Tijdens het jaar kan met heffingskortingen al rekening worden gehouden bij de loonheffing op bijvoorbeeld uw AOW, pensioen of salaris.
Daar zit wel een aandachtspunt.
Ontvangt u AOW én aanvullend pensioen, dan ziet de SVB alleen uw AOW en ziet het pensioenfonds alleen het pensioen dat het zelf uitbetaalt.
De Belastingdienst kijkt uiteindelijk naar uw totale inkomen.
Daardoor kan gedurende het jaar meer of minder belasting zijn ingehouden dan uiteindelijk nodig blijkt.
Ouderenkorting en loonheffingskorting zijn niet precies hetzelfde
Deze begrippen worden gemakkelijk door elkaar gehaald.
Ouderenkorting is één specifieke heffingskorting waarop mensen vanaf de AOW-leeftijd recht kunnen hebben.
Loonheffingskorting is de verzamelnaam voor heffingskortingen waarmee een werkgever, pensioenfonds of uitkeringsinstantie bij de loonheffing rekening kan houden.
Heeft u meerdere inkomens, bijvoorbeeld AOW en pensioen? Laat loonheffingskorting dan niet tegelijkertijd volledig bij meerdere uitbetalers toepassen.
U kunt anders gedurende het jaar te weinig belasting betalen en na de aangifte moeten bijbetalen.
De Belastingdienst bepaalt uiteindelijk op basis van uw volledige jaarinkomen hoeveel heffingskorting u werkelijk krijgt.
Waarom kan extra pensioen netto minder opleveren?
Vanaf een verzamelinkomen van €46.577 wordt de ouderenkorting volgens de huidige plannen met 15% afgebouwd.
Stel dat uw verzamelinkomen €50.000 bedraagt en u krijgt €1.000 extra belastbaar pensioen.
U betaalt niet alleen belasting over die extra €1.000.
Omdat u in het afbouwgebied van de ouderenkorting zit, daalt uw ouderenkorting daarnaast met ongeveer:
€1.000 × 15% = €150
Van €1.000 extra inkomen houdt u daardoor niet simpelweg €1.000 minus het normale belastingtarief over.
Andere inkomensafhankelijke regelingen en heffingskortingen kunnen eveneens veranderen.
Dat betekent overigens niet dat het financieel voordeliger is om pensioen te weigeren. Het verklaart vooral waarom het nettoverschil soms kleiner is dan verwacht.
Ook het nieuwe pensioenstelsel kan gevolgen hebben voor de hoogte van uw pensioen. Kijk bij een wijziging daarom niet alleen naar het bruto pensioen, maar ook naar het netto-effect.
Wat gebeurt er als uw inkomen net boven €46.577 komt?
U verliest niet meteen uw volledige ouderenkorting.
Dit is een belangrijk misverstand.
Komt uw verzamelinkomen bijvoorbeeld uit op €46.677, dus €100 boven de grens?
Dan wordt de korting met ongeveer 15% van €100 verlaagd:
€15.
Uw ouderenkorting is dan ongeveer:
€1.993 - €15 = €1.978
Er zit dus geen harde afgrond bij €46.577.
De korting loopt geleidelijk terug.
Vanaf welk inkomen krijgt u helemaal geen ouderenkorting meer?
Bij de voorgestelde bedragen voor 2027 is de ouderenkorting rond een verzamelinkomen van €59.864 volledig afgebouwd.
De exacte grens volgt uit:
€1.993 maximale korting gedeeld door 15% afbouw = ongeveer €13.287.
Tel dat op bij de afbouwgrens van €46.577 en u komt rond €59.864 uit.
Vanaf dat niveau blijft er praktisch geen ouderenkorting meer over.
Krijgt u ouderenkorting als u alleen AOW heeft?
Ja, mits u aan de leeftijdsvoorwaarden voldoet.
Heeft u alleen AOW en geen of weinig andere inkomsten, dan zal uw inkomen normaal gesproken ruim onder de afbouwgrens liggen.
U kunt dan in beginsel recht hebben op de maximale ouderenkorting.
Of u het volledige maximale bedrag ook daadwerkelijk als belastingvoordeel kunt benutten, hangt af van de belasting en premies die u verschuldigd bent.
Een heffingskorting kan uw belasting namelijk verlagen, maar is niet hetzelfde als een vaste jaarlijkse toeslag die altijd volledig wordt uitbetaald.
Krijgt u ouderenkorting als u nog werkt?
Ja, dat kan.
Heeft u de AOW-leeftijd bereikt en blijft u werken, dan kunt u naast ouderenkorting mogelijk ook arbeidskorting krijgen over uw arbeidsinkomen.
Uw salaris telt echter mee bij uw inkomen. Daardoor kan uw verzamelinkomen hoger worden en kan de ouderenkorting deels of volledig worden afgebouwd.
Werken na uw AOW-leeftijd kan dus tegelijkertijd betekenen:
- meer bruto inkomen;
- mogelijk arbeidskorting;
- minder ouderenkorting;
- mogelijk minder algemene heffingskorting;
- veranderingen in toeslagen.
Kijk daarom naar het totale netto-effect.
Heeft zorgtoeslag invloed op de ouderenkorting?
Nee. Zorgtoeslag zelf is geen belastbaar inkomen en verlaagt uw ouderenkorting niet.
Andersom kan uw inkomen wel zowel invloed hebben op de ouderenkorting als op uw recht op zorgtoeslag.
Een hoger inkomen kan dus meerdere regelingen tegelijkertijd raken.
Meer hierover vindt u in ons overzicht van kortingen en toeslagen voor AOW'ers.
Heeft huurtoeslag invloed op de ouderenkorting?
Nee. Ook huurtoeslag telt niet als belastbaar inkomen voor uw ouderenkorting.
Wel wordt huurtoeslag zelf bepaald aan de hand van onder meer inkomen, vermogen, huur en huishouden.
Het kan daarom gebeuren dat een wijziging in uw pensioen zowel gevolgen heeft voor belastingkortingen als voor toeslagen, zonder dat de toeslag zelf onderdeel is van uw verzamelinkomen.
Heeft een erfenis invloed op de ouderenkorting?
Een ontvangen erfenis wordt niet simpelweg als inkomen bij uw AOW of pensioen opgeteld.
Blijft het geërfde geld of vermogen echter onderdeel van uw vermogen, dan kan het later gevolgen hebben voor box 3.
Box 3-inkomen kan onderdeel zijn van uw verzamelinkomen en daardoor indirect invloed hebben op uw ouderenkorting.
Een erfenis kan daarnaast gevolgen hebben voor bijvoorbeeld huurtoeslag, zorgtoeslag, AIO en de eigen bijdrage voor langdurige zorg.
Kunt u de ouderenkorting zelf aanvragen?
Normaal gesproken hoeft u geen losse aanvraag voor de gewone ouderenkorting te doen.
Bij uw inkomstenbelasting wordt berekend op welke heffingskortingen u recht heeft.
Het blijft wel verstandig uw aangifte en definitieve aanslag te controleren. Dat geldt vooral wanneer:
- u meerdere pensioenen ontvangt;
- u in 2027 de AOW-leeftijd bereikt;
- uw inkomen sterk verandert;
- u naast pensioen blijft werken;
- u vermogen in box 3 heeft;
- uw partner in een verpleeghuis woont;
- uw woonsituatie verandert.
Bij de alleenstaandeouderenkorting kan een situatie met een partner in een verzorgings- of verpleeghuis extra controle vragen, omdat de Belastingdienst die situatie niet altijd automatisch herkent.
Kan een voorlopige aanslag verstandig zijn?
Ja, vooral als u meerdere inkomens heeft.
De SVB, uw pensioenfonds en een eventuele werkgever weten niet automatisch hoeveel inkomen u bij andere instanties ontvangt.
Daardoor kunnen de inhoudingen gedurende het jaar te laag zijn.
Met een voorlopige aanslag maakt de Belastingdienst een berekening op basis van uw geschatte totale inkomen. Daarmee kunt u voorkomen dat na de belastingaangifte ineens een groot bedrag moet worden betaald.
Verandert uw inkomen gedurende 2027 flink? Controleer dan ook een bestaande voorlopige aanslag.
Checklist ouderenkorting 2027
Controleer voor uzelf:
- Bereikt u uiterlijk 31 december 2027 de AOW-leeftijd?
- Wat verwacht u in 2027 aan bruto AOW te ontvangen?
- Hoeveel aanvullend pensioen ontvangt u?
- Heeft u meerdere pensioenuitvoerders?
- Ontvangt u loon of ander belastbaar inkomen?
- Heeft u belastbaar inkomen in box 2 of box 3?
- Wat is uw geschatte verzamelinkomen?
- Ligt dit boven of onder €46.577?
- Ontvangt u AOW voor een alleenstaande?
- Woont uw partner in een verpleeghuis?
- Wordt loonheffingskorting maar bij één inkomen toegepast?
- Is uw voorlopige aanslag nog gebaseerd op het juiste inkomen?
Vooral wanneer u meerdere inkomsten heeft, loont het om niet alleen naar ieder maandelijks bedrag afzonderlijk te kijken. Tel alles bij elkaar op.
Tot slot
De ouderenkorting kan ook in 2027 een aanzienlijk belastingvoordeel opleveren.
Volgens de huidige plannen krijgt u bij een verzamelinkomen tot €46.577 maximaal €1.993 ouderenkorting. Boven die grens wordt de korting geleidelijk met 15% afgebouwd. Rond een inkomen van €59.864 is de korting volledig verdwenen.
Voor alleenstaande AOW'ers kan daar nog €547 alleenstaandeouderenkorting bijkomen.
Kijk vooral goed naar uw totale inkomen. AOW, aanvullend pensioen, meerdere kleine pensioenen, werk en inkomen uit box 2 of box 3 kunnen samen bepalen hoeveel ouderenkorting u uiteindelijk ontvangt.
En onthoud: €46.577 is geen harde grens waarbij u ineens de hele korting verliest. Alleen het inkomen bóven die grens zorgt voor een geleidelijke afbouw.
De bedragen voor 2027 zijn op dit moment nog voorstellen uit het Belastingplan 2027. Zodra de definitieve fiscale bedragen zijn vastgesteld, is het verstandig deze pagina opnieuw te controleren en waar nodig bij te werken.