AOW en pensioen: waarom moet u soms belasting bijbetalen?

Inhoudsopgave

U ontvangt iedere maand AOW. Daarnaast krijgt u één of meerdere pensioenuitkeringen. Op al die bedragen wordt al belasting ingehouden.

En toch ligt er na uw belastingaangifte ineens een aanslag van honderden of soms meer dan duizend euro.

Hoe kan dat?

De belangrijkste reden is verrassend eenvoudig: de SVB en uw pensioenfonds kijken ieder alleen naar het bedrag dat zij zelf aan u uitbetalen. De Belastingdienst telt aan het einde van het jaar al uw inkomsten bij elkaar op.

Daardoor kan blijken dat:

  • een deel van uw totale inkomen in een hogere belastingschijf valt;
  • u gedurende het jaar te veel loonheffingskorting heeft gekregen;
  • uw algemene heffingskorting lager is door uw totale inkomen;
  • uw ouderenkorting lager wordt;
  • er via uw verschillende uitkeringen samen te weinig belasting is ingehouden.

U heeft dan niet per se iets verkeerd gedaan. De maandelijkse inhoudingen sloten simpelweg niet volledig aan op uw totale jaarinkomen.

Wilt u eerst weten hoeveel AOW u bruto en netto ontvangt? Bekijk dan onze actuele AOW-bedragen voor 2026.

man en vrouw betalen belasting over aow

Waarom wordt er te weinig belasting ingehouden bij AOW en pensioen?

Stel: u krijgt AOW van de SVB en daarnaast pensioen van twee verschillende pensioenfondsen.

Dan zijn er drie uitbetalende instanties.

De SVB weet hoeveel AOW zij aan u betaalt, maar weet bij het berekenen van de maandelijkse inhouding niet automatisch hoeveel pensioen u elders ontvangt.

Uw pensioenfonds ziet zijn eigen pensioenuitkering, maar niet automatisch uw volledige AOW en andere pensioenen.

Bij uw belastingaangifte gebeurt dat wél.

De Belastingdienst telt uw AOW, aanvullende pensioenen, lijfrentes en eventueel loon uit werk bij elkaar op. Vervolgens wordt berekend hoeveel inkomstenbelasting u over dat totale jaarinkomen verschuldigd bent.

Daar kan een verschil ontstaan.

Een voorbeeld: €45.000 inkomen en toch €1.205 bijbetalen

De Belastingdienst geeft hiervoor zelf een duidelijk voorbeeld.

Iemand heeft heel 2026 de AOW-leeftijd en ontvangt in totaal €45.000 uit AOW, pensioen en loon.

De verschillende uitbetalers houden afzonderlijk belasting in. Samen wordt gedurende het jaar €8.032 ingehouden.

Maar bij de belastingaangifte wordt naar de volledige €45.000 gekeken:

  • over de eerste €38.883 geldt 17,85%;
  • over de resterende €6.117 geldt 37,56%.

De totale belasting komt daardoor uit op €9.237.

Er was al €8.032 ingehouden.

Bij te betalen: €1.205.

Dit officiële voorbeeld laat precies zien waarom een belastingaanslag kan ontstaan terwijl iedere instantie gedurende het jaar netjes loonheffing heeft ingehouden.

Belastingtarieven voor AOW'ers in 2026

Heeft u heel 2026 de AOW-leeftijd en bent u geboren op of na 1 januari 1946? Dan gelden in box 1 de volgende tarieven:

Belastbaar inkomen in 2026

Tarief

Tot en met €38.883

17,85%

Van €38.884 tot en met €78.426

37,56%

Boven €78.426

49,50%

Bent u geboren vóór 1 januari 1946? Dan loopt de eerste schijf in 2026 iets verder door, tot €41.123.

Het tarief in de eerste schijf is voor AOW-gerechtigden lager dan voor mensen die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt. Dat komt doordat u vanaf de AOW-leeftijd geen AOW-premie meer betaalt.

Meer over wat fiscaal verandert zodra uw AOW ingaat, leest u in ons artikel AOW-leeftijd bereikt: wat verandert er voor uw belasting?.
separator
Gratis slaapmagazine ontvangen klik hier
Ontdek welk bed en welke ondersteuning bij uw lichaam en slaapwensen passen. Kies voor een digitale versie per e-mail of ontvang het magazine thuis per post.
Contour bedden magazine

Bereikt u pas in 2026 de AOW-leeftijd? Dan gelden andere percentages

Wordt u gedurende 2026 67 jaar en gaat uw AOW in? Dan werkt de berekening anders.

U betaalt namelijk nog AOW-premie over de maanden vóórdat u de AOW-leeftijd bereikt. Daardoor hangt het tarief van de eerste belastingschijf af van de maand waarin u de AOW-leeftijd bereikt.

Wie heel 2026 al de AOW-leeftijd heeft, betaalt in de eerste schijf 17,85%. Bereikt u de AOW-leeftijd bijvoorbeeld pas in juni, dan geldt over de eerste schijf een hoger aangepast percentage.

Gebruik daarom niet zonder meer de bovenstaande tabel wanneer 2026 uw eerste AOW-jaar is.

Wat is loonheffingskorting?

Loonheffingskorting is een verzamelnaam voor belastingkortingen waarmee een werkgever of uitkeringsinstantie rekening kan houden bij de maandelijkse inhouding.

Daardoor wordt minder loonheffing ingehouden en krijgt u iedere maand netto meer geld op uw rekening.

Bij AOW kunnen onder andere de algemene heffingskorting, ouderenkorting en in bepaalde situaties de alleenstaandeouderenkorting een rol spelen.

De SVB past bij veel AOW-gerechtigden loonheffingskorting toe.

Mag loonheffingskorting op zowel uw AOW als pensioen staan?

Nee.

Loonheffingskorting mag maar bij één inkomen tegelijk worden toegepast.

Dus bijvoorbeeld:

  • wel op uw AOW en niet op uw pensioen;
  • of niet op uw AOW en wel op één pensioen;
  • maar niet tegelijkertijd volledig op uw AOW én pensioen.

Als meerdere instanties tegelijkertijd loonheffingskorting toepassen, krijgt u gedurende het jaar te veel korting. Bij uw belastingaangifte wordt dat gecorrigeerd en moet u het verschil terugbetalen.

Ik heb loonheffingskorting maar op één inkomen. Waarom moet ik dan toch bijbetalen?

Dit is misschien wel de belangrijkste vraag.

Ook als u alles correct heeft ingesteld en loonheffingskorting maar bij één instantie laat toepassen, kunt u toch moeten bijbetalen.

Dat komt doordat die instantie de korting berekent op basis van alleen het inkomen dat zij zelf aan u uitbetaalt.

Stel dat de SVB alleen uw AOW ziet. Op basis daarvan kan een relatief hoge korting worden toegepast.

Maar u ontvangt daarnaast €20.000 of €30.000 pensioen.

De Belastingdienst kijkt uiteindelijk naar beide bedragen samen. Door het hogere totale inkomen kunnen bepaalde heffingskortingen lager worden. Ook kan een deel van uw inkomen in een hogere belastingschijf terechtkomen.

De maandelijkse inhouding kan daardoor alsnog te laag zijn geweest.

Eén keer loonheffingskorting toepassen is dus noodzakelijk, maar geen garantie dat u nooit hoeft bij te betalen.

Waar kunt u de loonheffingskorting het beste laten toepassen?

Daar bestaat geen antwoord voor dat voor iedere AOW'er klopt.

Het hangt onder andere af van:

  • de hoogte van uw AOW;
  • de hoogte van uw aanvullende pensioen;
  • het aantal pensioenuitkeringen;
  • eventueel inkomen uit werk;
  • uw totale jaarinkomen;
  • de heffingskortingen waarop u recht heeft.

De Belastingdienst heeft daarom een speciaal hulpmiddel voor mensen met AOW en andere inkomsten. Daarmee kunt u controleren waar u de loonheffingskorting het beste kunt laten toepassen en of een voorlopige aanslag verstandig kan zijn.

Controleer in ieder geval dat de loonheffingskorting niet bij twee of meer uitbetalers tegelijk aanstaat.

Waarom maakt aanvullend pensioen de berekening ingewikkelder?

Een aanvullend pensioen wordt voor de inkomstenbelasting samen met uw AOW tot uw inkomen in box 1 gerekend.

Het gaat dus niet om de vraag hoeveel pensioen één pensioenfonds aan u betaalt, maar hoeveel inkomen u uiteindelijk in totaal heeft.

Voorbeeld:

  • AOW: €20.000 per jaar;
  • pensioenfonds A: €12.000;
  • pensioenfonds B: €8.000;
  • lijfrente: €5.000.

Uw totale inkomen uit deze bronnen is dan €45.000.

Iedere uitbetaler kan afzonderlijk naar een relatief laag bedrag kijken. De Belastingdienst kijkt uiteindelijk naar €45.000.

Daarom neemt het risico op een verschil tussen ingehouden loonheffing en werkelijk verschuldigde belasting toe naarmate u meer verschillende inkomensbronnen heeft.

Heeft u meerdere kleine pensioenen? Dan kan hetzelfde probleem ontstaan

Ja.

Ook wanneer ieder aanvullend pensioen op zichzelf maar een klein bedrag is, worden ze bij uw aangifte opgeteld.

Drie kleine pensioenuitkeringen van bijvoorbeeld €250 per maand zijn samen €750 per maand en €9.000 per jaar.

Voor de uiteindelijke belastingberekening telt dat bedrag mee bovenop uw AOW en andere inkomsten.

Kijk daarom niet alleen naar ieder pensioen afzonderlijk, maar tel uw bruto jaarinkomen uit alle bronnen bij elkaar op.

Algemene heffingskorting vanaf de AOW-leeftijd

Heeft u heel 2026 de AOW-leeftijd? Dan bedraagt de maximale algemene heffingskorting €1.556 bij een verzamelinkomen tot en met €29.736.

Boven €29.736 wordt deze korting geleidelijk lager.

Vanaf een verzamelinkomen van €78.427 is de algemene heffingskorting nihil.

Dit is een van de redenen waarom meerdere inkomens tot een onverwachte eindafrekening kunnen leiden.

Een instantie kan bij de maandelijkse uitbetaling rekening houden met een korting op basis van het inkomen dat zij ziet, terwijl uw totale inkomen achteraf hoger blijkt.

Hoe werkt de ouderenkorting in 2026?

Naast de algemene heffingskorting bestaat voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt de ouderenkorting.

In 2026 geldt:

Verzamelinkomen

Ouderenkorting

Tot en met €46.002

€2.067

€46.003 tot en met €59.782

Wordt geleidelijk lager

Vanaf €59.783

€0

Tussen €46.002 en €59.782 wordt de ouderenkorting afgebouwd met 15% van het inkomen boven €46.002.

Dit kan een flink verschil maken.

Komt uw totale inkomen door aanvullend pensioen boven €46.002 uit, dan begint uw ouderenkorting af te nemen. Dat betekent dat extra pensioen niet alleen belast kan worden, maar tegelijkertijd ook kan zorgen dat u een deel van deze korting verliest.

Wat is de alleenstaandeouderenkorting?

Ontvangt u AOW voor een alleenstaande of heeft u daar recht op, dan kunt u daarnaast recht hebben op de alleenstaandeouderenkorting.

Deze bedraagt in 2026 €540.

De naam kan verwarrend zijn. De alleenstaandeouderenkorting heeft niets te maken met het hebben van kinderen. Het gaat om een heffingskorting voor mensen die voor de AOW als alleenstaand worden gezien.

Betaalt u minder belasting zodra u AOW krijgt?

Over de eerste belastingschijf meestal wel.

Dat komt doordat u vanaf de AOW-leeftijd geen AOW-premie meer betaalt.

Maar dat betekent niet automatisch dat uw totale belastingrekening laag is.

Heeft u naast AOW een behoorlijk aanvullend pensioen, lijfrente of loon uit werk, dan kan een deel van uw totale inkomen in de tweede of zelfs derde belastingschijf terechtkomen.

Ook kunnen uw algemene heffingskorting en ouderenkorting dalen naarmate uw totale inkomen stijgt.

Daarom zegt alleen het lage tarief van 17,85% weinig over hoeveel belasting u uiteindelijk over uw totale AOW en pensioen betaalt.

Werkt u naast uw AOW? Let dan extra goed op

Werkt u door nadat uw AOW is ingegaan? Dan heeft u mogelijk:

  • AOW;
  • aanvullend pensioen;
  • én salaris.

Daarmee heeft u nog een extra inkomensbron.

Dat vergroot de kans dat de afzonderlijke inhoudingen niet precies aansluiten bij uw totale belastingrekening.

Uw AOW wordt overigens niet lager omdat u blijft werken. Wel kunnen extra inkomsten gevolgen hebben voor belasting, heffingskortingen en toeslagen.

Meer hierover leest u in Werken naast uw AOW in 2026: belasting, toeslagen en bijverdienen.

Krijgt u arbeidskorting over uw pensioen?

Nee.

Arbeidskorting is gekoppeld aan inkomen uit arbeid.

Uw AOW en gewone pensioenuitkering zijn geen arbeidsinkomen voor deze korting.

Blijft u na de AOW-leeftijd daadwerkelijk werken, dan kunt u over uw arbeidsinkomen wel arbeidskorting krijgen. De bedragen en percentages zijn vanaf de AOW-leeftijd lager dan vóór de AOW-leeftijd.

Moet iedereen met AOW en pensioen belasting bijbetalen?

Nee.

Sommige mensen komen bij de aangifte vrijwel exact uit.

Anderen moeten betalen.

En weer anderen krijgen juist geld terug.

De uitkomst hangt onder andere af van:

  • uw totale inkomen;
  • hoeveel loonheffing al is ingehouden;
  • waar loonheffingskorting is toegepast;
  • uw recht op algemene heffingskorting;
  • ouderenkorting en eventueel alleenstaandeouderenkorting;
  • eventuele arbeidsinkomsten;
  • aftrekposten;
  • de maand waarin u in uw eerste AOW-jaar de AOW-leeftijd bereikt.

Daarom kunt u twee mensen met ongeveer dezelfde AOW toch een heel andere belastingaanslag zien krijgen.

Kunt u juist belasting terugkrijgen met AOW en pensioen?

Ja.

Het kan ook gebeuren dat gedurende het jaar te veel loonheffing is ingehouden.

Dat kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer u nergens loonheffingskorting heeft laten toepassen. U ontvangt dan maandelijks minder netto, maar bij de aangifte berekent de Belastingdienst alsnog op welke heffingskortingen u werkelijk recht heeft.

Heeft u te veel belasting betaald, dan krijgt u het verschil terug.

Doe daarom belastingaangifte als u AOW en pensioen ontvangt, ook wanneer u niet verwacht dat u moet betalen.

Hoe voorkomt u een onverwacht hoge belastingaanslag?

De praktischste oplossing is vaak een voorlopige aanslag.

Daarbij geeft u vooraf een schatting van al uw inkomsten door aan de Belastingdienst.

Denk aan:

  • AOW;
  • alle aanvullende pensioenen;
  • lijfrente;
  • loon uit werk;
  • andere inkomsten die in box 1 vallen.

De Belastingdienst kan vervolgens rekening houden met uw totale inkomen, de juiste belastingschijven en de afbouw van heffingskortingen.

Blijkt dat u naar verwachting bijvoorbeeld €1.200 extra belasting verschuldigd bent, dan kunt u dat gedurende het jaar in termijnen betalen in plaats van na de aangifte ineens.

Voorlopige aanslag: een eenvoudig rekenvoorbeeld

Stel dat u verwacht ongeveer €1.200 te moeten bijbetalen.

Betaalt u dat via een voorlopige aanslag verspreid over twaalf maanden, dan is dat ongeveer:

€100 per maand.

Financieel betaalt u uiteindelijk ongeveer hetzelfde, maar u voorkomt dat er later ineens een rekening van €1.200 op de mat valt.

Hoe eerder in het jaar u een voorlopige aanslag aanvraagt, hoe meer maanden er zijn om het bedrag over te verdelen.

Kan ik gewoon extra belasting laten inhouden door mijn pensioenfonds?

Dat kan bij sommige pensioenuitvoerders mogelijk zijn, maar het lost niet automatisch iedere situatie precies op.

Een voorlopige aanslag heeft als voordeel dat de Belastingdienst een berekening maakt op basis van uw totale geschatte inkomen.

Wilt u vooral voorkomen dat u achteraf veel moet betalen, dan is het daarom verstandig de voorlopige aanslag mee te nemen in uw afweging.

Waarom krijg ik juist in mijn eerste AOW-jaar een hoge aanslag?

Uw eerste AOW-jaar is fiscaal bijzonder.

Een deel van het jaar was u mogelijk nog werknemer en betaalde u het normale tarief inclusief AOW-premie. Vanaf uw AOW-leeftijd verandert het tarief.

Tegelijk kunnen in dat ene jaar verschillende inkomsten naast elkaar lopen:

  • salaris;
  • AOW;
  • aanvullend pensioen;
  • vakantiegeld;
  • uitbetaling van verlofuren;
  • een bonus;
  • lijfrente of andere uitkering.

Daardoor kan de belastingberekening van uw eerste AOW-jaar aanzienlijk ingewikkelder zijn dan in de jaren daarna.

Wilt u weten wat er rond dit moment nog meer verandert? Bekijk dan wat er voor uw belasting verandert als u de AOW-leeftijd bereikt.

Heeft aanvullend pensioen invloed op uw zorgtoeslag?

Ja.

Voor zorgtoeslag wordt gekeken naar uw toetsingsinkomen. Uw AOW en aanvullend pensioen tellen daarin mee.

Een hoger aanvullend pensioen kan daardoor betekenen dat uw zorgtoeslag lager wordt of vervalt.

Verandert uw inkomen doordat uw AOW of pensioen ingaat? Pas dan ook uw geschatte inkomen bij Dienst Toeslagen aan.

Meer hierover leest u in onze uitleg over zorgtoeslag voor ouderen en in AOW en toeslagen: controleer uw inkomen op tijd.

Heeft aanvullend pensioen invloed op uw huurtoeslag?

Ook dat kan.

Huurtoeslag hangt onder andere af van uw inkomen. Ontvangt u meer pensioen dan eerder bij Dienst Toeslagen bekend was, dan kan uw huurtoeslag achteraf te hoog blijken te zijn.

Het gevolg kan zijn dat u een deel moet terugbetalen.

Controleer daarom niet alleen uw belastinginstellingen wanneer uw pensioen ingaat, maar ook de inkomensschatting die voor uw toeslagen wordt gebruikt.

Lees ook onze uitleg: Huurprijs of inkomen veranderd? Controleer uw huurtoeslag.

Heeft spaargeld invloed op de belasting over uw AOW en pensioen?

Uw spaargeld verandert de hoogte van uw gewone AOW niet.

Wel kan vermogen apart belast worden in box 3 en kan vermogen gevolgen hebben voor bepaalde toeslagen.

Dat is een ander onderwerp dan de belasting over uw AOW en pensioen in box 1. Houd deze twee daarom uit elkaar:

AOW en pensioen: inkomen in box 1.
Spaargeld en beleggingen: kunnen in box 3 vallen.

Hoe ziet u hoeveel belasting al is ingehouden?

Bekijk uw jaaropgaven.

U krijgt onder andere:

  • een jaaropgave van de SVB;
  • een jaaropgave van ieder pensioenfonds;
  • eventueel een jaaropgave van uw werkgever;
  • eventueel een jaaropgave van een lijfrente-uitvoerder.

Daarop staat hoeveel inkomen u heeft ontvangen en hoeveel loonheffing al is ingehouden.

Door de bruto jaarbedragen bij elkaar op te tellen krijgt u een veel beter beeld van uw totale inkomen dan wanneer u alleen naar uw maandelijkse netto-uitkeringen kijkt.

Hoe controleert u waar loonheffingskorting wordt toegepast?

Controleer uw uitkeringsspecificaties en de gegevens bij:

  • Mijn SVB;
  • uw pensioenfonds(en);
  • uw werkgever als u nog werkt.

Daar kunt u zien of loonheffingskorting wordt toegepast.

Staat de korting bij meerdere uitbetalers aan? Dan is actie nodig, omdat loonheffingskorting maximaal op één inkomen tegelijk mag worden toegepast.

Checklist: zo verkleint u de kans op een hoge naheffing

1. Zet al uw inkomens op een rij.
AOW, pensioen, lijfrente en eventueel loon.

2. Reken met jaarbedragen.
Kijk niet alleen naar wat u per maand ontvangt.

3. Controleer uw loonheffingskorting.
Deze mag niet op meerdere inkomens tegelijk worden toegepast.

4. Kijk naar uw totale inkomen.
Boven €38.883 kan in 2026 een deel van het inkomen in de tweede belastingschijf vallen als u het hele jaar de AOW-leeftijd heeft en op of na 1 januari 1946 bent geboren.

5. Houd rekening met afbouw van heffingskortingen.
Een hoger totaalinkomen kan uw algemene heffingskorting en ouderenkorting verlagen.

6. Overweeg een voorlopige aanslag.
Daarmee kunt u een verwachte bijbetaling over het jaar verspreiden.

7. Controleer uw toeslagen.
Een hoger pensioeninkomen kan ook uw zorg- of huurtoeslag veranderen.

8. Doe belastingaangifte.
U kunt moeten bijbetalen, maar ook juist geld terugkrijgen.

Tot slot

Een hoge belastingaanslag na uw pensionering betekent niet automatisch dat de SVB of uw pensioenfonds een fout heeft gemaakt.

Het probleem zit vaak in het verschil tussen maandelijks belasting inhouden per afzonderlijke uitkering en jaarlijks belasting berekenen over al uw inkomsten samen.

Heeft u alleen AOW, dan is het belastingplaatje vaak relatief overzichtelijk. Met AOW plus één of meerdere pensioenen, lijfrente of loon wordt het ingewikkelder.

Controleer daarom drie dingen zodra uw pensioeninkomen verandert:

waar uw loonheffingskorting staat, wat uw totale bruto jaarinkomen is en of een voorlopige aanslag verstandig is.

Daarmee verkleint u de kans dat u maandenlang denkt dat uw netto inkomen hoger is dan het uiteindelijk blijkt te zijn.

Voor alle actuele AOW-bedragen, betaaldagen en andere onderwerpen kunt u ook terecht op ons complete AOW-overzicht.

Veelgestelde vragen over belasting bij AOW en pensioen

Voor de gewone AOW bestaat geen maximum aan uw spaargeld. Ook met een groot vermogen kunt u AOW ontvangen. Voor een AIO-aanvulling, huurtoeslag en zorgtoeslag gelden wel vermogensgrenzen.

Nee. Uw gewone AOW wordt niet lager als u veel spaargeld of ander vermogen heeft.

Ja. €50.000 spaargeld heeft geen gevolgen voor uw gewone AOW. Als alleenstaande zit u daarmee in 2026 wel boven de vermogensgrens voor huurtoeslag.

Ja. Ook €100.000 spaargeld verlaagt uw gewone AOW niet. Als alleenstaande zit u daarmee in 2026 boven de vermogensgrens voor huurtoeslag, maar nog onder de vermogensgrens van €146.011 voor zorgtoeslag. Voor zorgtoeslag moet u ook aan de inkomensvoorwaarden voldoen.

Zonder toeslagpartner mag uw vermogen op 1 januari 2026 maximaal €146.011 zijn. Met een toeslagpartner is de gezamenlijke vermogensgrens €184.633. Ook uw inkomen moet aan de voorwaarden voor zorgtoeslag voldoen.

Zonder toeslagpartner mag uw vermogen op 1 januari 2026 maximaal €38.479 zijn. Met een toeslagpartner mag u samen maximaal €76.958 vermogen hebben.

In 2026 is de vermogensgrens €8.000 als u alleen woont. Woont u met een partner of met een kind jonger dan 18 jaar, dan is de grens €16.000.

Nee. Een erfenis verlaagt uw gewone AOW niet. Het geld kan wel meetellen als vermogen voor huurtoeslag, zorgtoeslag, een AIO-aanvulling en de belasting in box 3.

Nee. De waarde van uw eigen woning heeft geen invloed op de hoogte van uw gewone AOW. Voor een AIO-aanvulling, belastingen en andere regelingen gelden rond een koopwoning wel aparte regels.

Dat kan. In 2026 bedraagt het heffingsvrije vermogen in box 3 €59.357 per persoon en €118.714 voor fiscale partners samen. Boven deze grens kunt u belasting verschuldigd zijn over het berekende rendement op uw vermogen.

Voor de vermogenstoets van huurtoeslag en zorgtoeslag kijkt Dienst Toeslagen naar uw vermogen op 1 januari van het betreffende jaar. Deze peildatum is daarom belangrijk.

Niet vanwege de vermogenstoets voor datzelfde jaar als uw vermogen op 1 januari nog onder de grens lag. Staat het geld op 1 januari van het volgende jaar nog tot uw vermogen, dan kan het vanaf dat jaar wel gevolgen hebben voor uw zorgtoeslag.

Over dit artikel

Geschreven door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Laatst gewijzigd op

LangerThuisinHuis.nl helpt ouderen en hun naasten met betrouwbare informatie, praktische tips en onafhankelijke uitleg over zelfstandig en veilig thuis wonen. We schrijven over woningaanpassingen, hulpmiddelen, zorg, geldzaken en prettig ouder worden thuis.

Inhoudelijk gecontroleerd door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Dit artikel is redactioneel gecontroleerd op duidelijkheid, actualiteit en praktische toepasbaarheid, met gebruik van erkende Nederlandse bronnen.