Opnieuw verliefd worden na uw pensioen. Misschien had u er helemaal niet meer op gerekend. Totdat u iemand ontmoet met wie het meteen klikt. U gaat samen uit eten, brengt weekenden bij elkaar door en merkt dat het steeds moeilijker wordt om afscheid te nemen.
Dan komt vanzelf de vraag: zullen we gaan samenwonen?
Een mooie stap, maar voor wie AOW ontvangt, kan die beslissing onverwachte financiële gevolgen hebben. Als u uw alleenstaanden-AOW verruilt voor de AOW voor samenwonenden, kan dat bijna € 500 netto per maand schelen. Op jaarbasis gaat het om bijna € 6.000, nog zonder het verschil in vakantiegeld.
Gelukkig hoeft een nieuwe liefde niet automatisch te betekenen dat u minder AOW ontvangt. Ook wanneer u regelmatig bij elkaar slaapt of veel tijd samen doorbrengt, kunt u onder bepaalde voorwaarden uw hogere AOW behouden.
Vooral de zogenoemde twee-woningen-regel is interessant. Veel mensen kennen deze uitzondering niet.
Krijgt u minder AOW als u een nieuwe partner krijgt?
Nee, niet automatisch. Een nieuwe vriend of vriendin hebben verandert op zichzelf niets aan uw AOW.
Het wordt anders wanneer u trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of volgens de regels van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een gezamenlijke huishouding gaat voeren.
De SVB maakt voor de AOW onderscheid tussen twee belangrijke situaties:
- U bent alleenstaand: u heeft in de gewone situatie recht op de hogere AOW voor ongehuwden.
- U bent getrouwd of woont samen: u ontvangt doorgaans de lagere AOW voor gehuwden of samenwonenden.
De gedachte achter dit verschil is dat twee mensen die samen een huishouden voeren bepaalde kosten kunnen delen. Denk aan huur of hypotheek, energie, boodschappen en gemeentelijke belastingen.
Toch kan het verschil behoorlijk oplopen, vooral wanneer u gewend bent om van uw eigen inkomen rond te komen.
Hoeveel AOW kunt u verliezen door samen te wonen?
Vanaf 1 juli 2026 gelden de volgende bedragen voor iemand die een volledige AOW heeft opgebouwd en in Nederland woont.
Situatie | Bruto AOW per maand | Netto met loonheffingskorting |
|---|---|---|
Alleenstaand | € 1.662,16 | € 1.581,55 |
Getrouwd of samenwonend | € 1.139,39 | € 1.084,13 |
Verschil | € 522,77 | € 497,42 |
Het gaat om het AOW-bedrag per persoon, exclusief vakantiegeld. De nettobedragen zijn gebaseerd op toepassing van de loonheffingskorting. Heeft u een onvolledige AOW, of wordt de loonheffingskorting niet toegepast? Dan kunnen de bedragen anders uitvallen.
Bijna € 6.000 minder AOW per jaar
Stel dat u 73 jaar bent, alleen woont en een volledige AOW ontvangt. U krijgt dan in de genoemde standaardberekening € 1.581,55 netto per maand.
U ontmoet iemand en besluit samen te gaan wonen. Vanaf dat moment wordt u voor de AOW als samenwonend aangemerkt.
Uw maandelijkse AOW wordt dan € 1.084,13 netto.
Dat betekent:
- € 497,42 minder AOW per maand;
- € 5.969,04 minder AOW over twaalf maanden;
- daarnaast minder opgebouwd vakantiegeld.
Let op: dit is het verschil in uw persoonlijke AOW, niet noodzakelijk het verlies aan gezamenlijk besteedbaar inkomen. Als uw partner ook AOW of andere inkomsten ontvangt, telt dat uiteraard mee. Bovendien kunt u door samenwonen besparen op woonlasten.
Bekijk ook onze actuele AOW-bedragen voor 2026 voor meer informatie over de verschillende AOW-situaties.
Wanneer vindt de SVB dat u samenwoont?
Veel mensen denken dat ze pas officieel samenwonen wanneer ze op hetzelfde adres staan ingeschreven.
Voor de AOW ligt dat ingewikkelder.
De SVB kijkt vooral naar de manier waarop u in het dagelijks leven woont en leeft. Twee afzonderlijke inschrijvingen bij de gemeente zijn dus niet altijd voldoende om als alleenstaand te worden beschouwd.
Wanneer twee ongehuwde volwassenen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en regelmatig voor elkaar zorgen of financieel bijdragen aan het huishouden, kan sprake zijn van een gezamenlijke huishouding.
Daarbij kunnen onder andere de volgende zaken een rol spelen:
- Waar verblijft u meestal?
- Waar bewaart u uw persoonlijke spullen?
- Wie betaalt de boodschappen en andere huishoudelijke kosten?
- Kookt en eet u regelmatig samen?
- Zorgt u voor elkaar wanneer iemand ziek is?
- Wordt er gezamenlijk schoongemaakt of de administratie gedaan?
- Heeft u feitelijk één gezamenlijk huishouden?
Niet iedere vorm van hulp of gezelligheid betekent dat u samenwoont. Het gaat om de feitelijke omstandigheden en de regelmaat en omvang van de wederzijdse bijdragen.
Bij sommige relaties of eerdere gezamenlijke situaties gelden bovendien bijzondere wettelijke regels.
Voorbeeld: u staat apart ingeschreven, maar woont feitelijk samen
Willem (75) heeft officieel nog zijn eigen adres. Toch verblijft hij bijna altijd bij zijn nieuwe vriendin. Zijn eigen woning gebruikt hij nauwelijks meer.
Ze doen samen boodschappen, betalen gezamenlijke kosten en voeren feitelijk één huishouden.
De SVB kan dan beoordelen of zij samenwonen, ook als Willem nog op een ander adres staat ingeschreven.
Of zijn AOW daadwerkelijk verandert, hangt mede af van de vraag of zij aan een wettelijke uitzondering voldoen, zoals de twee-woningen-regel.
Hoeveel nachten mag uw partner blijven slapen zonder dat uw AOW verandert?
Een vraag die veel mensen stellen: mag mijn partner twee, drie of vier nachten per week bij mij slapen?
Er bestaat geen algemene wettelijke grens van bijvoorbeeld drie nachten.
Dat betekent dat u niet automatisch samenwoont wanneer iemand meerdere keren per week blijft slapen. Andersom betekent één nacht in uw eigen woning doorbrengen niet automatisch dat u als alleenstaand wordt gezien.
De SVB kijkt naar het geheel.
Iemand die af en toe logeert, is iets anders dan iemand die feitelijk bij u is ingetrokken.
Maar er bestaat ook een belangrijke uitzondering voor mensen die veel samen zijn en toch allebei een eigen woning houden.
De twee-woningen-regel: samen zijn zonder uw alleenstaanden-AOW te verliezen
Voor veel ouderen is dit misschien wel de belangrijkste regeling om te kennen.
Heeft u een nieuwe partner, bent u niet getrouwd en houdt u allebei een eigen woning aan? Dan kunt u onder bepaalde voorwaarden recht houden op de hogere alleenstaanden-AOW.
Dat geldt zelfs wanneer u veel tijd samen doorbrengt.
De regeling wordt ook wel de twee-woningen-regel genoemd.
Aan welke voorwaarden moet u voldoen?
Voor deze uitzondering gelden strikte voorwaarden. In de kern betekent dit dat:
- U allebei ongehuwd bent. De uitzondering geldt niet voor mensen die met elkaar getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben.
- U allebei een eigen woning heeft. Dat kan bijvoorbeeld een huurwoning of koopwoning zijn die op uw naam staat.
- U ieder op uw eigen adres staat ingeschreven. Dit moet blijken uit de Basisregistratie Personen.
- U ieder volledig de kosten van uw eigen woning betaalt. Denk aan huur of andere woonlasten.
- Uw eigen woning vrij beschikbaar blijft. U mag deze voor toepassing van de regeling niet geheel of gedeeltelijk verhuren of onderverhuren. Ook mogen er in beginsel geen andere personen wonen of ingeschreven staan, met een wettelijke uitzondering voor bepaalde minderjarige kinderen.
Een woning die u alleen op papier aanhoudt, maar die niet aan deze voorwaarden voldoet, biedt dus niet automatisch bescherming.
Voorbeeld: samen genieten, ieder een eigen huis
Ria (71) woont al dertig jaar in haar vertrouwde rijtjeshuis. Haar nieuwe partner Frans (74) woont in een appartement aan de andere kant van de stad.
Ze brengen graag tijd samen door. De ene week slapen ze bij Ria, de andere week bij Frans.
Toch willen ze hun eigen huis niet opgeven. Ze hebben allebei hun eigen spullen, buurt en sociale contacten.
Wanneer zij voldoen aan alle voorwaarden van de twee-woningen-regel, kunnen zij ieder hun alleenstaanden-AOW behouden.
Voor twee mensen met een volledige AOW kan dat financieel een groot verschil maken.
Belangrijk: de twee-woningen-regel is een wettelijke uitzondering. Het is dus niet nodig om kunstmatig een bepaald aantal nachten apart door te brengen wanneer u daadwerkelijk aan alle voorwaarden voldoet.
Wat als u uw eigen woning aanhoudt, maar deze verhuurt?
Dat kan gevolgen hebben voor uw AOW.
Stel dat u een nieuwe partner ontmoet en besluit grotendeels bij hem of haar te wonen. Uw eigen woning wilt u niet verkopen, dus verhuurt u deze aan iemand anders.
Dat lijkt financieel aantrekkelijk. U behoudt uw woning en ontvangt huurinkomsten.
Maar voor de twee-woningen-regel moet uw eigen woning vrij ter beschikking staan. Wanneer de woning geheel of gedeeltelijk wordt verhuurd, voldoet u niet aan deze voorwaarde.
De SVB kan dan opnieuw beoordelen of sprake is van samenwonen.
Hetzelfde aandachtspunt geldt wanneer u iemand anders in uw woning laat wonen of op uw adres laat inschrijven, behalve in de situaties waarvoor de wet uitdrukkelijk een uitzondering maakt.
Laat daarom vooraf uitzoeken wat de gevolgen zijn voordat u uw woning verhuurt.
Wat als u uw eigen woning verkoopt en bij uw partner intrekt?
Wanneer u uw woning verkoopt of de huur opzegt en vervolgens bij uw nieuwe partner intrekt, ontstaat doorgaans een gezamenlijke huishouding.
In dat geval krijgt u normaal gesproken de AOW voor gehuwden of samenwonenden.
Heeft uw partner ook een volledige AOW? Dan ontvangt u ieder het bijbehorende bedrag.
Vanaf 1 juli 2026 is dat € 1.084,13 netto per persoon per maand bij toepassing van loonheffingskorting.
Samen ontvangt u in dit voorbeeld € 2.168,26 netto AOW per maand, exclusief vakantiegeld.
Ter vergelijking: twee mensen die ieder recht hebben op een volledige alleenstaanden-AOW ontvangen samen € 3.163,10 netto per maand onder dezelfde aannames.
Het verschil bedraagt dan € 994,84 netto per maand.
Daar staat tegenover dat u bij samenwonen meestal niet langer twee volledige huishoudens hoeft te betalen.
Is samenwonen financieel altijd nadelig?
Nee. Dat hangt af van uw situatie.
Stel dat u allebei afzonderlijk € 900 per maand aan woonlasten heeft. Samen is dat € 1.800.
Wanneer u één woning aanhoudt, kunnen die kosten aanzienlijk dalen. Mogelijk bespaart u ook op energie, verzekeringen, internet en andere vaste lasten.
Of samenwonen financieel voordelig is, hangt daarom af van uw totale inkomsten, uitgaven, woningbezit, belastingen en toeslagen.
Alleen naar de AOW kijken geeft geen volledig beeld.
Nieuwe partner jonger dan de AOW-leeftijd: wat gebeurt er?
Een nieuwe liefde hoeft natuurlijk niet dezelfde leeftijd te hebben.
Misschien bent u 74 en ontmoet u iemand van 62 jaar die nog werkt. Of uw partner is al met pensioen, maar ontvangt nog geen AOW.
Wanneer u samenwoont, krijgt u in de gebruikelijke situatie de AOW voor gehuwden of samenwonenden, ook als uw partner zelf nog geen AOW ontvangt.
Uw AOW wordt dus niet hoger omdat uw partner jonger is.
De vroegere AOW-partnertoeslag voor nieuwe gevallen is bovendien afgeschaft. Alleen mensen die onder de oude overgangsregeling vallen, kunnen nog een bestaande toeslag hebben.
Heeft uw jongere partner weinig of geen inkomen? Dan kan de financiële situatie extra aandacht vragen.
Mogelijk komt u onder bepaalde voorwaarden in aanmerking voor een AIO-aanvulling. Daarbij kijkt de SVB onder meer naar het gezamenlijke inkomen en vermogen.
Meer informatie vindt u in ons artikel Mijn partner heeft nog geen AOW: hoeveel krijg ik?.
Opnieuw trouwen na uw AOW: heeft dat gevolgen?
Ja, trouwen kan gevolgen hebben voor uw AOW.
Wie trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat, wordt voor de AOW in beginsel als gehuwd beschouwd.
Dat geldt ook wanneer u ervoor kiest om ieder in een eigen woning te blijven wonen.
De twee-woningen-regel is namelijk bedoeld voor ongehuwde personen.
Een uitzondering bestaat voor mensen die duurzaam gescheiden leven. Dat betekent dat zij niet meer als echtpaar samenleven en die situatie blijvend bedoeld is. Voor partners die gelukkig getrouwd zijn maar vrijwillig ieder een eigen woning houden, is dit normaal gesproken geen passende uitzondering.
Trouwen kan bovendien gevolgen hebben voor andere financiële en juridische zaken, zoals:
- uw zorgtoeslag;
- fiscale partnerschap;
- erfrecht;
- partnerpensioen;
- uw vermogen en eventuele huwelijkse voorwaarden.
Wilt u opnieuw trouwen en ieder een eigen woning houden? Lees dan ook Getrouwd maar apart wonen: krijgt u alleenstaanden-AOW?.
Een nieuwe relatie kan ook uw zorgtoeslag veranderen
Niet alleen uw AOW verdient aandacht wanneer u gaat samenwonen.
Ook uw zorgtoeslag kan veranderen, vooral wanneer u en uw nieuwe partner volgens de regels van Dienst Toeslagen toeslagpartners worden.
In dat geval tellen voor de zorgtoeslag onder meer het gezamenlijke inkomen en vermogen mee.
Daardoor kunt u minder zorgtoeslag ontvangen of het recht erop verliezen.
Bent u automatisch toeslagpartners als u samenwoont?
Nee. Dit is een belangrijk verschil tussen de AOW en toeslagen.
Voor de AOW kan sprake zijn van een gezamenlijke huishouding, terwijl u voor de zorgtoeslag niet automatisch als toeslagpartners wordt aangemerkt.
Bijvoorbeeld wanneer u ongehuwd gaat samenwonen zonder notarieel samenlevingscontract en zonder andere omstandigheden waardoor u toeslagpartners wordt.
Trouwt u of gaat u een geregistreerd partnerschap aan? Dan worden de regels anders.
De voorwaarden voor AOW, toeslagen en inkomstenbelasting zijn dus niet hetzelfde.
Controleer daarom bij iedere verandering uw persoonlijke situatie op de website van Dienst Toeslagen.
Wat gebeurt er met uw huurtoeslag als u gaat samenwonen?
Ontvangt u huurtoeslag? Dan kan een nieuwe huisgenoot daar gevolgen voor hebben.
Voor de huurtoeslag telt in veel situaties ook het inkomen en vermogen van een medebewoner mee.
Dat kan zelfs wanneer u voor de zorgtoeslag geen toeslagpartners bent.
Stel dat u alleen woont en huurtoeslag ontvangt. Uw nieuwe partner trekt bij u in en heeft een aanvullend pensioen.
Dat inkomen kan vervolgens invloed hebben op uw huurtoeslag.
Heeft uw nieuwe partner een eigen woning en blijven jullie apart wonen? Dan kan de beoordeling anders uitvallen.
Laat daarom een proefberekening maken voordat u uw woonadres verandert.
Heeft een nieuwe partner gevolgen voor uw aanvullende pensioen?
Een veelvoorkomend misverstand is dat uw aanvullende pensioen automatisch lager wordt wanneer u opnieuw gaat samenwonen.
Dat is niet de algemene regel.
Uw eigen ouderdomspensioen blijft in beginsel gebaseerd op uw opgebouwde pensioenrechten.
Wel zijn er andere zaken waarmee u rekening moet houden.
Partnerpensioen voor uw nieuwe partner
Wanneer u samenwoont of trouwt, kan uw nieuwe partner mogelijk recht krijgen op partnerpensioen wanneer u overlijdt.
Bij ongehuwd samenwonen kunnen daarvoor registratie of andere voorwaarden gelden.
Controleer dit bij uw pensioenuitvoerder.
Ontvangt u al een partnerpensioen?
Krijgt u een nabestaandenpensioen van een eerdere partner? Dan is het verstandig te controleren of opnieuw samenwonen of trouwen daarop invloed heeft.
De voorwaarden verschillen per pensioenregeling.
Een nieuwe relatie heeft dus niet automatisch gevolgen voor iedere vorm van pensioen, maar het kan financieel belangrijk zijn om uw persoonlijke pensioenoverzicht te laten controleren.
Wat als u na het overlijden van uw partner opnieuw verliefd wordt?
Na het overlijden van een echtgenoot of partner verandert de AOW meestal naar het hogere bedrag voor een alleenstaande, wanneer uw woonsituatie daar recht op geeft.
Vindt u later een nieuwe liefde en gaat u opnieuw samenwonen, dan kunt u weer onder de AOW-regels voor gehuwden of samenwonenden vallen.
Uw AOW kan daardoor opnieuw dalen.
Dat kan een onverwachte verandering zijn wanneer u al geruime tijd gewend bent aan het hogere maandbedrag.
Heeft u na het overlijden van uw partner vragen over uw inkomen? Bekijk dan Mijn partner overlijdt: hoeveel AOW krijg ik daarna?.
Moet u een nieuwe relatie doorgeven aan de SVB?
Een nieuwe relatie op zichzelf hoeft u niet te melden.
Dat wordt anders wanneer uw woon- of leefsituatie verandert op een manier die van belang kan zijn voor uw AOW.
Denk aan:
- uw nieuwe partner trekt bij u in;
- u gaat zelf bij uw partner wonen;
- u trouwt of gaat een geregistreerd partnerschap aan;
- u gaat een gezamenlijke huishouding voeren;
- uw omstandigheden veranderen waardoor u niet langer aan de twee-woningen-regel voldoet.
Een relevante wijziging moet u doorgaans binnen vier weken doorgeven wanneer u in Nederland woont.
Krijgt u hierdoor te veel AOW, dan kan de SVB het te veel betaalde bedrag terugvragen. Onder bepaalde omstandigheden kan ook een boete volgen.
Lees hierover meer in ons overzicht van AOW-regels en veranderingen.
Vijf situaties op een rij: verandert uw AOW?
Situatie | Gevolg voor uw AOW |
|---|---|
U krijgt een nieuwe vriend of vriendin, maar woont apart | Meestal geen verandering |
U blijft regelmatig bij elkaar slapen en voldoet aan de twee-woningen-regel | U kunt de hogere AOW behouden |
U trekt bij uw partner in en voert samen een huishouden | Meestal lagere AOW voor samenwonenden |
U trouwt, maar houdt ieder een eigen woning | In beginsel AOW voor gehuwden |
U houdt uw eigen woning aan, maar verhuurt deze | Twee-woningen-regel geldt niet; SVB beoordeelt uw situatie |
Dit overzicht geeft de hoofdregels weer. Bijzondere persoonlijke omstandigheden kunnen tot een andere uitkomst leiden.
Checklist: controleer dit voordat u gaat samenwonen
Heeft u plannen om met uw nieuwe partner te gaan samenwonen? Neem dan vooraf deze punten door.
- Bekijk uw huidige AOW-bedrag. Controleer wat u nu ontvangt en hoeveel u na samenwonen zou krijgen.
- Controleer of u de twee-woningen-regel kunt gebruiken. Vooral interessant wanneer u allebei een eigen woning wilt houden.
- Maak een overzicht van uw gezamenlijke inkomsten. Neem AOW, pensioen, salaris en eventuele uitkeringen mee.
- Bereken uw nieuwe woonlasten. Eén huishouden kan goedkoper zijn dan twee afzonderlijke woningen.
- Controleer uw zorgtoeslag en huurtoeslag. Een nieuwe partner of medebewoner kan invloed hebben op uw toeslagen.
- Vraag uw pensioenuitvoerder naar de gevolgen. Denk aan partnerpensioen en bestaande nabestaandenuitkeringen.
- Bespreek uw situatie met de SVB. Zeker wanneer u regelmatig bij elkaar verblijft maar apart ingeschreven blijft.
Door deze zaken vooraf uit te zoeken, voorkomt u dat een mooie nieuwe stap onverwachte financiële gevolgen krijgt.
Tot slot: een nieuwe liefde hoeft niet automatisch minder AOW te betekenen
Een nieuwe relatie kan veel plezier brengen. Samen op vakantie, gezellig koken, elkaar gezelschap houden of simpelweg weten dat er iemand is met wie u de dagelijkse dingen kunt delen.
Daar hoeft u niet meteen uw eigen woning voor op te geven.
Voor mensen die bewust kiezen voor een latrelatie kan de twee-woningen-regel een belangrijke mogelijkheid zijn om hun zelfstandigheid en hogere AOW te behouden.
Besluit u wel samen te wonen? Dan kan uw persoonlijke AOW bijna € 500 netto per maand lager worden. Daartegenover staan mogelijk lagere woonkosten en het inkomen van uw partner.
De beste keuze is daarom niet alleen een financiële. Het gaat er ook om waar en hoe u samen prettig wilt leven.
Heeft u twijfels over uw situatie? Vraag dan vóórdat u gaat verhuizen, trouwen of uw woning verhuren duidelijkheid aan de SVB. Zo weet u waar u aan toe bent en kunt u met een gerust gevoel genieten van uw nieuwe liefde.