Dementie wordt vaak als eerste in verband gebracht met vergeetachtigheid. Maar veranderingen in het dagelijks leven kunnen minstens zo interessant zijn om op te letten. Een internationaal onderzoek onder ruim 11.000 ouderen laat zien dat vijf factoren samen kunnen helpen om het risico op dementie in te schatten. Opvallend is dat ook moeite met het regelen van geldzaken daarbij een rol speelt.
De onderzoekers ontwikkelden een methode die zonder ingewikkelde hersenscans of bloedonderzoek kan worden gebruikt. Leeftijd, sociale contacten, beweging, bloeddruk en veranderingen bij het omgaan met geld bleken samen waardevolle informatie te geven.
Op 2 november 2026 bracht de Britse Northumbria University de onderzoeksresultaten opnieuw onder de aandacht.
Het onderzoek biedt nieuwe mogelijkheden om mensen met een verhoogd risico eerder te herkennen. Maar het is geen dementietest die u zelf thuis kunt doen.
Wat hebben de onderzoekers precies ontdekt? En welke veranderingen in het dagelijks leven verdienen extra aandacht?
Wat ontdekten de onderzoekers?
Een internationaal onderzoeksteam onder leiding van Northumbria University onderzocht gegevens van 11.143 ouderen uit zeven landen.
De deelnemers kwamen uit China, Cuba, de Dominicaanse Republiek, Puerto Rico, Venezuela, Mexico en Peru.
Tijdens de onderzoeksperiode ontwikkelden 1.069 deelnemers dementie. Dat is ongeveer 9,6 procent van de onderzochte groep.
De wetenschappers bekeken eerst een groot aantal mogelijke voorspellers. Vervolgens selecteerden zij vijf factoren die samen konden helpen om de kans op dementie in de daaropvolgende jaren te schatten.
Dat leverde een model op waarvoor geen kostbare medische apparatuur nodig is. De benodigde informatie kan grotendeels tijdens een gesprek worden verzameld.
De vijf factoren zijn:
- Leeftijd
- Sociale contacten en betrokkenheid
- Lichamelijke activiteit
- Hoge bloeddruk
- Moeite met het regelen van geldzaken
Vooral de combinatie maakt het onderzoek interessant. Een enkele factor zegt meestal weinig over iemands persoonlijke toekomst.
Belangrijk: dit zijn geen vijf symptomen waarmee u zelf dementie kunt vaststellen. Het model is ontwikkeld voor onderzoek in lage- en middeninkomenslanden en is nog niet gevalideerd als test voor Nederlandse ouderen.
1. Leeftijd: de belangrijkste voorspeller
Leeftijd bleek van alle onderzochte factoren de sterkste afzonderlijke voorspeller van dementie.
Het risico neemt toe naarmate mensen ouder worden. In het onderzoeksmodel werd de stijging vanaf ongeveer 70 jaar duidelijker en na het tachtigste levensjaar sterker.
Dat is op zichzelf niet verrassend. De kans op verschillende vormen van dementie neemt toe met de leeftijd.
Toch is het belangrijk om onderscheid te maken tussen ouder worden en dementie.
Het is heel normaal dat iemand op latere leeftijd wat langer naar een naam moet zoeken of niet direct meer weet waar de sleutels liggen.
Dementie is geen normaal of onvermijdelijk onderdeel van ouder worden. Veel mensen bereiken een hoge leeftijd zonder dementie te ontwikkelen.
Ook bij iemand van 85 jaar zegt de leeftijd alleen dus onvoldoende over het persoonlijke risico.
2. Sociale contacten: meer dan alleen gezelligheid
De tweede factor heeft te maken met de mate waarin iemand contact heeft met andere mensen.
De onderzoekers keken onder meer naar de woonsituatie, contact met familie en vrienden en deelname aan activiteiten in de gemeenschap.
Dat levert een interessante vraag op: speelt ons sociale leven ook een rol bij de gezondheid van onze hersenen?
Eerder onderzoek laat zien dat weinig sociale contacten samenhangt met een groter risico op dementie.
Contact met anderen zorgt ervoor dat we blijven praten, luisteren, reageren en nieuwe informatie verwerken.
Een gesprek met de buren, samen koffiedrinken of deelnemen aan een vereniging kan bovendien bijdragen aan plezier en betrokkenheid.
Alleen wonen betekent niet dat u een groter risico móét hebben
De onderzoekers gebruikten verschillende kenmerken om sociale betrokkenheid te beoordelen. Dat betekent niet dat iemand die alleen woont automatisch een ongezond sociaal leven heeft.
Sommige alleenwonenden hebben juist een actief netwerk van vrienden, familie en verenigingen.
Andersom kan iemand zich ook eenzaam voelen wanneer hij of zij samenwoont.
Het gaat dus niet alleen om hoeveel mensen er in huis wonen, maar ook om de kwaliteit en regelmaat van het contact.
Een vaste wandelafspraak, een kaartmiddag of vrijwilligerswerk kan een prettige manier zijn om actief en betrokken te blijven.
3. Bewegen: ook dagelijkse activiteiten tellen mee
Lichamelijke activiteit is de derde factor uit het onderzoek.
Dat betekent gelukkig niet dat iedereen meerdere keren per week naar de sportschool moet.
De onderzoekers keken juist naar beweging in het gewone dagelijkse leven.
Wandelen, tuinieren, boodschappen doen, huishoudelijke werkzaamheden en fietsen zijn allemaal voorbeelden van activiteiten waarbij u in beweging blijft.
Regelmatig bewegen ondersteunt de gezondheid van hart en bloedvaten. Dat is ook belangrijk voor de hersenen.
Kleine veranderingen kunnen al prettig zijn
Wie graag meer wil bewegen, hoeft niet meteen een intensief sportprogramma te beginnen.
Een extra rondje wandelen, vaker zelf kleine boodschappen doen of regelmatig opstaan uit de stoel zijn manieren om minder lang achter elkaar te zitten.
Voor iemand die moeilijker loopt, kan beweging in huis of op een stoel ook een goede aanvulling zijn.
Kies vooral een vorm van bewegen die past bij uw mogelijkheden en die u graag doet.
Beweging kan bijdragen aan het verkleinen van het risico op dementie, maar biedt geen garantie dat de ziekte uitblijft.
4. Hoge bloeddruk: belangrijk voor de gezondheid van de hersenen
Ook hoge bloeddruk maakt deel uit van het nieuwe voorspellingsmodel.
Dat is een factor waar veel mensen niet dagelijks bij stilstaan. Een hoge bloeddruk veroorzaakt namelijk vaak geen duidelijke klachten.
Toch kunnen de bloedvaten door langdurig verhoogde bloeddruk beschadigd raken. Dat geldt ook voor de bloedvaten die de hersenen van zuurstof en voedingsstoffen voorzien.
Een gezonde bloedsomloop is belangrijk voor het functioneren van de hersenen.
Eerder onderzoek heeft al verbanden aangetoond tussen hoge bloeddruk en het risico op dementie, vooral wanneer de bloeddruk jarenlang onvoldoende wordt behandeld.
Weet u hoe hoog uw bloeddruk is?
Het kan verstandig zijn om uw bloeddruk af en toe te laten controleren, bijvoorbeeld bij de huisarts of praktijkondersteuner.
Gebruikt u medicijnen tegen hoge bloeddruk? Blijf die volgens voorschrift innemen en bespreek eventuele klachten of twijfels met uw arts.
De gewenste bloeddruk is niet voor iedereen hetzelfde. Leeftijd, andere aandoeningen en het risico op duizeligheid of vallen spelen daarbij mee.
Pas daarom nooit zelf uw bloeddrukmedicatie aan.
OMRON X3 COMFORT-Klinisch gevalideerde bloeddrukmeter bovenarm - AFib detectie-Indicator hoge bloeddruk en onregelmatige hartslag-Intelli Wrap-manchet 22-42cm-Bovenarm-voor thuisgebruik
Beurer BM 27 Basic Bloeddrukmeter bovenarm - Aanbevolen door Hartstichting - Onregelmatige hartslag - Risico-indicator - Manchet-aanbreng controle - Manchet 22 tot 42 cm - Klinisch gevalideerd - Digitale Bloeddrukpas - 5 Jaar garantie
Bloeddrukmeter Omron M3 Comfort versie 2020
OMRON X2 Basic Bloeddrukmeter Bovenarm - Aanbevolen door Hartstichting - Blood Pressure Monitor met Hartslagmeter – Onregelmatige Hartslag - Klinisch Gevalideerd - 22 tot 32 cm Manchet – 5 jaar Garantie
5. Moeite met geldzaken: een opvallende uitkomst
Misschien wel de meest herkenbare factor uit het onderzoek heeft met iets heel gewoons te maken: het regelen van geldzaken.
Voor veel mensen zijn het betalen van rekeningen, controleren van bankafschriften en bijhouden van vaste lasten jarenlang vertrouwde handelingen.
Wanneer dat opeens veel moeilijker wordt, kan dat soms een aanwijzing zijn dat het denken of onthouden verandert.
De onderzoekers namen daarom ook mee of iemand merkbaar meer moeite kreeg met het beheren van geld.
Daarbij werd, wanneer mogelijk, informatie gevraagd aan een naaste die een verandering had opgemerkt.
Welke veranderingen kunnen opvallen?
Denk bijvoorbeeld aan iemand die vroeger altijd zorgvuldig met geld omging, maar ineens regelmatig dezelfde rekening betaalt.
Of iemand die steeds meer moeite krijgt om vertrouwde betalingen uit te voeren, het overzicht over de administratie kwijtraakt of niet meer begrijpt hoe de eigen bankzaken werken.
Ook het vergeten van betalingen kan aanleiding zijn om verder te kijken, vooral wanneer dit vaker gebeurt en duidelijk afwijkt van hoe iemand eerder functioneerde.
Dat betekent nadrukkelijk niet dat iedereen die een rekening vergeet dementie heeft.
Het dagelijkse betalingsverkeer is de afgelopen jaren ingewikkelder geworden. Digitale bankapps veranderen, wachtwoorden moeten worden onthouden en oplichting zorgt soms voor onzekerheid.
Daarnaast kunnen stress, verdriet, vermoeidheid, slecht zien of andere gezondheidsproblemen ervoor zorgen dat geldzaken tijdelijk moeilijker verlopen.
Vooral een duidelijke verandering is belangrijk
Het gaat niet om de vraag of iemand goed met cijfers is.
Veel mensen hebben altijd al een hekel gehad aan administratie of laten hun partner de bankzaken regelen. Dat zegt op zichzelf niets over dementie.
Interessanter is wanneer iemand die dit jarenlang zelfstandig en zonder moeite deed, ineens het overzicht verliest.
Zeker wanneer ook andere dagelijkse handelingen lastiger worden, is het verstandig om de veranderingen met de huisarts te bespreken.
Hoe betrouwbaar is het nieuwe onderzoek?
Het onderzoek is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift American Journal of Epidemiology.
Dat er ruim 11.000 deelnemers zijn onderzocht, maakt het een omvangrijke studie.
De wetenschappers ontwikkelden een puntensysteem waarin de vijf factoren samen een score tussen 0 en 9 opleveren.
Binnen de onderzochte populaties liep de geschatte kans om binnen drie jaar dementie te ontwikkelen uiteen van ongeveer 1 procent bij de laagste score tot bijna 19 procent bij de hoogste score.
Dat zijn statistische schattingen voor groepen mensen. Ze geven geen zekerheid over wat er met één persoon zal gebeuren.
Ook bij de hoogste score ontwikkelt de meerderheid binnen die drie jaar dus geen dementie.
Het model behaalde een statistische score van 0,75 voor het onderscheiden van deelnemers die wel of geen dementie ontwikkelden. Dat wijst op een redelijk tot goed onderscheidend vermogen.
Dat betekent niet dat de methode bij 75 procent van de mensen een juiste diagnose stelt.
Bovendien verschilden de resultaten tussen landen.
Waarom kunnen we deze methode niet zomaar in Nederland gebruiken?
Het model is speciaal ontwikkeld voor landen waar weinig middelen beschikbaar zijn voor uitgebreid onderzoek.
In veel van deze landen zijn medische voorzieningen en specialistische onderzoeken minder gemakkelijk toegankelijk.
De onderzoekers wilden daarom weten of eenvoudige vragen voldoende informatie konden opleveren om groepen met een verhoogd risico te herkennen.
Het model is nog niet onderzocht als screeningsinstrument voor de Nederlandse bevolking.
De wetenschappers zien de methode voorlopig vooral als hulpmiddel voor verder onderzoek en het selecteren van deelnemers voor wetenschappelijke studies.
Er bestaat dus nog geen betrouwbare thuistest waarmee u op basis van deze vijf factoren zelf kunt bepalen of u dementie zult krijgen.
Vergeetachtigheid of beginnende dementie: wat is het verschil?
Een naam vergeten, ergens binnenlopen en niet meer weten wat u daar kwam doen: vrijwel iedereen herkent zulke momenten.
Naarmate we ouder worden, kan het langer duren voordat bepaalde informatie weer te binnen schiet.
Dat is meestal geen reden voor ongerustheid.
Bij dementie ontstaan doorgaans meer problemen dan alleen vergeetachtigheid.
Ook vertrouwde dagelijkse handelingen kunnen steeds moeilijker worden.
Situatie | Wat betekent dit? |
|---|---|
U weet een naam even niet, maar herinnert zich die later weer | Komt vaak voor bij normale veroudering |
U vergeet incidenteel een afspraak | Hoeft geen teken van dementie te zijn |
U krijgt steeds meer moeite met vertrouwde administratie | Reden om met de huisarts te overleggen |
U verdwaalt regelmatig in een bekende omgeving | Een verandering die onderzocht moet worden |
Koken, plannen of bekende apparaten gebruiken lukt steeds minder goed | Bespreek dit met de huisarts |
Ook hier geldt: deze veranderingen hebben niet altijd met dementie te maken.
Sommige medicijnen, depressieve klachten, stress of andere lichamelijke problemen kunnen invloed hebben op het geheugen en de concentratie.
Juist daarom is het verstandig om niet zelf conclusies te trekken.
Wanneer is het verstandig om naar de huisarts te gaan?
U hoeft niet bij iedere vergeten afspraak een afspraak bij de huisarts te maken.
Maar wanneer u merkt dat uw geheugen of uw vermogen om dagelijkse zaken te regelen duidelijk verandert, is het goed om dit te bespreken.
Dat geldt vooral wanneer klachten steeds erger worden of invloed krijgen op het gewone leven.
De huisarts kan onderzoeken of er sprake is van geheugenproblemen en of daar mogelijk een behandelbare oorzaak voor bestaat.
Soms is het zinvol om een partner, familielid of andere vertrouwde persoon mee te nemen. Die kan helpen om de veranderingen zo duidelijk mogelijk te beschrijven.
Het gesprek hoeft niet meteen over dementie te gaan. Het kan ook gaan over slaap, stress, medicatie of andere klachten.
Bij plotseling ontstane ernstige verwardheid is snelle medische beoordeling nodig. Bel dan direct de huisarts of huisartsenpost. Bij levensbedreigende verschijnselen belt u 112.
Wat kunt u zelf doen om uw hersenen gezond te houden?
Het nieuwe onderzoek laat zien dat verschillende aspecten van gezondheid en dagelijks leven samenhangen met het dementierisico.
Hoewel niemand volledige controle heeft over de gezondheid van zijn hersenen, zijn er wel gewoonten die kunnen bijdragen aan een lager risico.
Regelmatig bewegen, gezond eten, voldoende sociale contacten onderhouden en niet roken zijn goede uitgangspunten.
Ook aandacht voor bloeddruk, cholesterol, diabetes en gehoorproblemen kan belangrijk zijn.
Blijf daarnaast dingen doen die u plezier geven en uw gedachten actief houden.
Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Een boek lezen, een nieuwe vaardigheid leren, samen een spel spelen of deelnemen aan een vereniging zijn prettige manieren om actief betrokken te blijven.
Het belangrijkste is om activiteiten te kiezen die bij uw interesses en dagelijkse leven passen.
Wie meer wil weten, vindt in ons uitgebreide artikel over dementie voorkomen en het risico verlagen aanvullende informatie en praktische tips.
Wat betekent dit onderzoek voor ouderen en hun naasten?
De belangrijkste boodschap is misschien wel dat veranderingen in het denken niet altijd beginnen met opvallende geheugenproblemen.
Soms worden ze zichtbaar bij heel gewone bezigheden. Zoals de administratie bijhouden, een vertrouwde handeling uitvoeren of het dagelijkse leven organiseren.
Voor partners, volwassen kinderen en andere naasten kan het waardevol zijn om zulke veranderingen op te merken.
Niet om iemand voortdurend te controleren, maar om op een prettige manier hulp aan te bieden wanneer dat nodig blijkt.
Het is belangrijk om iemands zelfstandigheid en privacy te respecteren. Vraag bijvoorbeeld eerst of het prettig is om samen naar de administratie te kijken, in plaats van taken direct over te nemen.
Een open gesprek geeft vaak meer duidelijkheid dan aannames.
En wanneer de zorgen blijven bestaan, kan de huisarts helpen om te bepalen of verder onderzoek nodig is.
Tot slot: vijf factoren, maar geen voorspelling voor uw eigen toekomst
Het internationale onderzoek laat zien dat leeftijd, sociale betrokkenheid, beweging, hoge bloeddruk en moeite met geldzaken samen kunnen helpen om het risico op dementie te voorspellen.
Vooral de aandacht voor dagelijkse handelingen is interessant. Dementie heeft immers niet alleen invloed op het geheugen, maar kan ook het plannen, begrijpen en uitvoeren van vertrouwde bezigheden moeilijker maken.
Toch is het geen reden om elk vergeetachtig moment als verdacht te zien.
De nieuwe methode is nog geen test voor thuis of voor standaardgebruik in Nederland.
Blijf vooral genieten van de dingen die u graag doet, houd contact met anderen en zorg goed voor uw gezondheid. En merkt u dat vertrouwde dagelijkse handelingen steeds moeilijker worden, bespreek dit dan met uw huisarts.