AOW in cijfers: stijgt uw pensioen even snel als de prijzen?

De AOW is de afgelopen jaren flink gestegen. Maar kunt u er ook meer voor kopen? In juli 2022 was de inflatie 10,3%, terwijl het bruto AOW-bedrag voor alleenstaanden op jaarbasis maar ongeveer 2,6% steeg. In 2025 gingen mensen in pensioenhuishoudens er in doorsnee slechts 0,3% in koopkracht op vooruit. En inmiddels ontvangen bijna 3,74 miljoen mensen AOW.

Hoe hangen die cijfers samen? We zetten tien opvallende cijfervergelijkingen naast elkaar, op basis van officiële gegevens van het CBS, de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de Rijksoverheid. Met uitleg over wat de cijfers betekenen voor uw portemonnee, en vooral wat u er niet uit kunt afleiden.

AOW in cijfers

Laatst bijgewerkt: 14 oktober 2026. De nieuwste inflatiecijfers zijn over september 2026; de meest recente SVB-aantallen over juni 2026. Sommige cijfers over 2025 en 2024 zijn nog voorlopig.

De vijf cijfers die opvallen

Cijfer

Wat betekent het?

+23,9%

Stijging bruto AOW voor alleenstaanden van juli 2021 tot juli 2025, inclusief de toenmalige inkomensondersteuning.

+23,1%

Stijging van het algemene prijspeil in dezelfde vier jaar.

+0,3%

Doorsnee koopkrachtgroei in pensioenhuishoudens in 2025, volgens voorlopige CBS-cijfers.

707.386

AOW-ontvangers met een onvolledig opgebouwde AOW in juni 2026.

€ 55,2 miljard

Totale AOW-uitgaven van de overheid in 2025, voorlopig.

1. Heeft de AOW de inflatie sinds 2021 bijgehouden?

Over vier jaar bekeken is het antwoord verrassend: de bruto AOW en de gemiddelde consumentenprijzen zijn vrijwel even sterk gestegen. In juli 2025 lag het bruto maandbedrag voor een alleenstaande met volledige AOW, inclusief de vroegere inkomensondersteuning, 23,9% boven juli 2021. Het algemene prijspeil lag in die periode 23,1% hoger.

Index juli 2021 = 100. De balk toont de groei boven 100, niet het totale indexniveau.

Juli

Cijfers en ontwikkeling

2021

Bruto AOW (index)100,0

Consumentenprijzen (index)100,0

2022

Bruto AOW (index)102,6

Consumentenprijzen (index)110,3

2023

Bruto AOW (index)112,0

Consumentenprijzen (index)115,3

2024

Bruto AOW (index)120,6

Consumentenprijzen (index)119,6

2025

Bruto AOW (index)123,9

Consumentenprijzen (index)123,1

Bruto AOW alleenstaanden (inclusief vroegere inkomensondersteuning) en CBS-consumentenprijsindex, juli 2021 = 100. Bron: Rijksoverheid en CBS; eigen berekening.

Daarmee is niet gezegd dat iedere AOW'er meer te besteden kreeg. Het gaat hier om een vergelijking van bruto AOW en algemene prijzen. Uw netto bedrag, toeslagen, aanvullend pensioen en persoonlijke uitgaven kunnen heel anders zijn veranderd. Bovendien zijn de bedragen zonder vakantiegeld berekend.

Voor de vergelijking is rekening gehouden met de vroegere inkomensondersteuning AOW (IOAOW). Die werd per 2025 afgeschaft. Zonder die correctie zou de historische stijging van het ontvangen bruto bedrag te gunstig lijken.

Thuishulpmiddelen banner

Waarom juist 2022 zo'n lastig jaar was

De uitkomst over vier jaar maskeert flinke verschillen tussen de jaren. In juli 2022 stegen de consumentenprijzen met 10,3% ten opzichte van juli 2021. Het bruto AOW-bedrag lag op datzelfde meetmoment slechts ongeveer 2,6% hoger. Pas daarna volgde een forse inhaalslag, met name in 2023 en 2024.

Juli

Cijfers en ontwikkeling

2022

Bruto AOW+2,6%

Inflatie+10,3%

2023

Bruto AOW+9,2%

Inflatie+4,6%

2024

Bruto AOW+7,7%

Inflatie+3,7%

2025

Bruto AOW+2,7%

Inflatie+2,9%

2026

Bruto AOW+3,1%

Inflatie+3,2%

Jaarlijkse stijging van het bruto AOW-bedrag vergeleken met inflatie in juli. Bron: Rijksoverheid, SVB en CBS.

De AOW is namelijk gekoppeld aan het wettelijk minimumloon en wordt normaal gesproken in januari en juli aangepast. Dat is iets anders dan maandelijks automatisch een bedrag ontvangen dat precies met de inflatie meebeweegt. Door de timing van de aanpassingen kan de AOW een tijd achterlopen op snelle prijsstijgingen.

In juli 2026 lag het bruto alleenstaandenbedrag weer ongeveer 3,1% hoger dan in juli 2025. De CBS-inflatie bedroeg in juli 2026 3,2% op jaarbasis. Voor 2026 gebruikt het CBS een vernieuwde consumentenprijsindex; daarom tonen we de door het CBS gepubliceerde jaarmutatie, niet een ongecorrigeerde voortzetting van de oude indexgrafiek.

De definitieve CBS-inflatie over september 2026 kwam uit op 3,4%. Dat is het actuele inflatiecijfer, maar het kan niet rechtstreeks worden vergeleken met alleen de AOW-verhoging van 1 juli alsof het om dezelfde periode gaat.

2. Waarom kregen gepensioneerden in 2025 zo weinig koopkrachtwinst?

De AOW mag dan zijn gestegen, de totale koopkracht van gepensioneerden vertelt een ander verhaal. In 2025 groeide de koopkracht in pensioenhuishoudens volgens het CBS in doorsnee met 0,3%. Bij werknemershuishoudens was dat 2,2%. Een jaar eerder, in 2024, was het verschil ook al groot.

Jaar

Cijfers en ontwikkeling

2024

Pensioenhuishoudens+2,0%

Werknemershuishoudens+5,3%

2025

Pensioenhuishoudens+0,3%

Werknemershuishoudens+2,2%

Doorsnee koopkrachtontwikkeling naar belangrijkste inkomensbron van het huishouden. Cijfers 2025 voorlopig. Bron: CBS.

Dat verschil heeft onder meer te maken met de loonontwikkeling bij werknemers, belastingmaatregelen en aanvullende pensioenen. Pensioenuitkeringen werden in 2025 niet in alle gevallen even sterk verhoogd als de prijzen.

Let op het woord pensioenhuishouden. De CBS-groep bestaat niet uitsluitend uit mensen die alleen AOW ontvangen. Ook aanvullende pensioenen en andere huishoudinkomsten kunnen meetellen. Een koopkrachtcijfer is bovendien geen stijging van het bedrag dat de SVB maandelijks op uw rekening stort.

Zelfs tussen gepensioneerden zijn de verschillen groot

Het CBS verdeelde de gepensioneerden ook in tien inkomensgroepen. Bij de laagste inkomensgroep was de doorsnee koopkrachtontwikkeling in 2025 plus 0,5%. In de hoogste groep ging het om min 1,2%. In de twee hoogste groepen was sprake van een doorsnee daling.

Groep 1 = laagste pensioeninkomens, groep 10 = hoogste. Rode balken wijzen op koopkrachtverlies.

Inkomensgroep

Doorsnee koopkrachtverandering 2025

Groep 1

+0,5%

Groep 2

+0,2%

Groep 3

+0,5%

Groep 4

+0,5%

Groep 5

+0,3%

Groep 6

+0,2%

Groep 7

+0,1%

Groep 8

0,0%

Groep 9

-0,2%

Groep 10

-1,2%

Doorsnee koopkrachtverandering bij gepensioneerden in 2025, van de laagste tot de hoogste inkomensgroep. Voorlopig. Bron: CBS.

Dat is geen reden om aanvullend pensioen als ongunstig te zien. Het laat vooral zien dat een grotere afhankelijkheid van aanvullend pensioen een andere koopkrachtontwikkeling kan geven dan een inkomen dat vooral uit AOW bestaat. Hoeveel u werkelijk overhoudt, hangt af van uw eigen pensioen, belastingen en eventuele toeslagen.

Wilt u weten wat er voor het komende jaar wordt verwacht? Lees dan onze afzonderlijke uitleg over de koopkracht van gepensioneerden in 2027.

banner traplift

3. De huren stegen drie jaar achter elkaar harder dan de inflatie

Voor huurders kan de ontwikkeling van de woonlasten veel belangrijker zijn dan de gemiddelde prijsstijging. In 2024 stegen de Nederlandse woninghuren gemiddeld 5,4%, in 2025 4,9% en in 2026 4,4%. Daarmee lag de huurstijging in alle drie de jaren boven de algemene inflatie in juli.

Juli

Cijfers en ontwikkeling

2021

Huurstijging+0,8%

Inflatie+1,4%

2022

Huurstijging+3,0%

Inflatie+10,3%

2023

Huurstijging+2,0%

Inflatie+4,6%

2024

Huurstijging+5,4%

Inflatie+3,7%

2025

Huurstijging+4,9%

Inflatie+2,9%

2026

Huurstijging+4,4%

Inflatie+3,2%

Gemiddelde landelijke huurstijging versus de inflatie in juli. Huurcijfers inclusief bewonerswisselingen. Bron: CBS.

Die 4,4% is een landelijk gemiddelde inclusief bewonerswisselingen. Bestaande huurders kregen niet allemaal een verhoging van precies 4,4%. Zonder bewonerswisselingen bedroeg de gemiddelde huurstijging in 2026 volgens het CBS 3,8%.

Wie een groot deel van het inkomen aan huur kwijt is, kan door hogere woonlasten minder financiële ruimte ervaren dan het gemiddelde inflatiecijfer doet vermoeden. Huurtoeslag kan een deel van de lasten verlichten, maar verandert ook wanneer inkomen, huur of huishoudsituatie verandert. Bekijk daarom bij een hogere huur altijd of uw gegevens voor de huurtoeslag nog kloppen.

4. Nederland telt inmiddels bijna 3,74 miljoen AOW-ontvangers

Eind juni 2023 ontvingen 3.558.871 mensen AOW. Eind juni 2026 waren dat er 3.737.357. In drie jaar kwamen er dus bijna 180.000 AOW-ontvangers bij. Alleen al in het laatste jaar steeg het aantal netto met 78.569 mensen.

De balk toont de groei ten opzichte van juni 2023, niet het totale aantal AOW-ontvangers.

Juni

Cijfers en ontwikkeling

2023

Ontvangers3.558.871

Groei sinds 2023Beginjaar

2024

Ontvangers3.589.072

Groei sinds 2023+30.201

2025

Ontvangers3.658.788

Groei sinds 2023+99.917

2026

Ontvangers3.737.357

Groei sinds 2023+178.486

Aantal AOW-ontvangers eind juni van elk jaar. Bron: SVB. Cijfer 2025 mede afgeleid uit de SVB-jaarstijging.

De vergrijzing is in deze cijfers goed zichtbaar. In juni 2026 waren 1.119.715 AOW-ontvangers ouder dan tachtig jaar, ongeveer drie op de tien. Ook waren er 2.848 AOW-ontvangers van honderd jaar of ouder.

De groei zegt niet dat iedere oudere hetzelfde inkomen of dezelfde woon- en leefsituatie heeft. Wel laat zij zien hoeveel huishoudens direct te maken hebben met besluiten over AOW-bedragen, pensioenen, belastingen en de kosten van het dagelijks leven.

5. Bijna één op de vijf AOW-ontvangers heeft geen volledige AOW

Veel mensen verwachten dat iedereen op de AOW-leeftijd automatisch het volledige bedrag ontvangt. Maar volgens de SVB kregen in juni 2026 707.386 mensen een onvolledige AOW. Dat is 18,9% van alle AOW-ontvangers. Van deze groep woonden 391.731 mensen in Nederland en 315.655 in het buitenland.

AOW-opbouw

Cijfers en ontwikkeling

Volledig opgebouwd

Aantal personen3.029.971

Aandeel81,1%

Onvolledig opgebouwd

Aantal personen707.386

Aandeel18,9%

Volledige en onvolledige AOW, juni 2026. Bron: SVB; eigen percentageberekening.

U bouwt AOW op in de vijftig verzekerde jaren vóór uw AOW-leeftijd. Elk jaar waarin u verzekerd bent, telt doorgaans voor 2%. Bent u bijvoorbeeld vijf jaar niet verzekerd geweest, dan kan uw AOW 10% lager uitvallen. Dat komt onder meer voor wanneer mensen in het buitenland hebben gewoond of gewerkt of later naar Nederland zijn verhuisd.

Een gekorte AOW betekent niet automatisch dat iemand financieel tekortkomt. Er kan ook ander of buitenlands pensioen zijn. Wie in Nederland woont, onvoldoende inkomen heeft en aan de vermogensvoorwaarden voldoet, kan mogelijk een AIO-aanvulling krijgen. Eind juni 2026 ontvingen 77.294 mensen die aanvulling.

Wilt u vooraf weten hoeveel AOW u heeft opgebouwd? Controleer uw gegevens bij de SVB, zeker wanneer u een deel van uw leven buiten Nederland woonde of werkte.

6. Nederland gaf in 2025 ruim € 55 miljard uit aan AOW

In 2010 bedroegen de totale AOW-uitgaven ongeveer € 28,6 miljard. In 2025 was dat volgens de voorlopige CBS-cijfers € 55,2 miljard. Dat is een nominale stijging van bijna 93% in vijftien jaar.

Nominale eurobedragen, niet gecorrigeerd voor inflatie. * 2025 voorlopig.

Jaar

Totale AOW-uitgaven

2010

€ 28,6 mld

2015

€ 35,8 mld

2020

€ 41,2 mld

2023

€ 47,9 mld

2024

€ 51,9 mld

2025*

€ 55,2 mld

Totale nominale AOW-uitgaven; bedragen niet gecorrigeerd voor inflatie. Cijfer 2025 voorlopig. Bron: CBS.

Er zijn meer AOW-ontvangers bijgekomen en de uitkering is in de loop der jaren verhoogd. Beide ontwikkelingen verhogen de totale uitgaven. De grafiek toont bedragen in euro's van dat jaar, zonder correctie voor inflatie. U kunt er dus niet uit concluderen dat de AOW voor de overheid in koopkrachttermen ook bijna tweemaal zo duur is geworden.

7. Meer dan de helft van de AOW werd voor het eerst met belastinggeld betaald

Een minder bekend gegeven is dat de AOW niet meer grotendeels uit AOW-premies wordt gefinancierd. In 2024 werd voor het eerst bijna 55% van de AOW-uitkeringen betaald uit algemene belastingmiddelen. In 2001 was dat nog ongeveer 4%.

De balk loopt van 0 tot 100% van de financiering. * 2024 voorlopig.

Jaar

Aandeel algemene belastingmiddelen

2001

3,4%

2005

16,0%

2010

30,8%

2015

36,6%

2020

40,8%

2023

49,4%

2024*

54,8%

Aandeel van de AOW-financiering uit algemene middelen. Bron: CBS; eigen berekening. 2024 voorlopig.

Volgens het CBS ging het in 2024 om ongeveer € 23,4 miljard aan AOW-premies en € 28,5 miljard aan bijdragen uit algemene middelen. Het groeiende aandeel belastinggeld hangt samen met de vergrijzing en de stijgende uitkeringsbedragen. De AOW-premieontvangsten zijn minder hard meegestegen.

Dit wordt ook wel fiscalisering van de AOW genoemd. Het betekent niet dat de AOW morgen verdwijnt of dat individuele uitkeringen hierdoor automatisch worden verlaagd. Het laat zien hoe de financiering van het basispensioen door de jaren heen is veranderd.

8. Ruim 339.000 AOW-ontvangers wonen buiten Nederland

Niet iedere AOW-ontvanger woont in Nederland. Eind juni 2026 ging het om 339.677 mensen in het buitenland, ongeveer 9,1% van alle AOW-ontvangers. België (64.504) stond bovenaan, gevolgd door Duitsland (50.205) en Spanje (39.171).

Woonland

AOW-ontvangers (juni 2026)

België

64.504

Duitsland

50.205

Spanje

39.171

Top drie woonlanden buiten Nederland van AOW-ontvangers in juni 2026. Bron: SVB.

Het is vaak mogelijk om AOW in het buitenland te ontvangen, maar de gevolgen voor bijvoorbeeld belasting, zorgverzekering, AOW-opbouw en aanvullende regelingen hangen af van uw situatie en woonland. Overweegt u een verhuizing? Bekijk dan onze uitgebreide uitleg over AOW in het buitenland voordat u een besluit neemt.

Relaxstoel banner

Wat betekent dit voor uw eigen AOW in 2026?

De tabellen gaan over gemiddelden, grote groepen en ontwikkelingen door de tijd. Uw persoonlijke AOW is veel concreter. Vanaf 1 juli 2026 gelden voor iemand met een volledige AOW die in Nederland woont de volgende officiële SVB-bedragen:

Woonsituatie

Bruto en netto AOW per maand

Alleenstaand

Bruto per maand€ 1.662,16
Netto met loonheffingskorting€ 1.581,55

Getrouwd of samenwonend (per persoon)

Bruto per maand€ 1.139,39
Netto met loonheffingskorting€ 1.084,13

Deze nettobedragen gelden bij toepassing van loonheffingskorting op de AOW. Zonder loonheffingskorting, met een onvolledige opbouw of met andere inhoudingen kunnen uw bedragen afwijken. Vakantiegeld wordt afzonderlijk opgebouwd en meestal in mei uitbetaald. Alle bedragen en uitzonderingen staan in ons actuele overzicht AOW-bedragen 2026.

Wilt u weten waarom uw bankrekening niet altijd hetzelfde beeld geeft als de landelijke grafieken? Vergelijk dan drie zaken: het netto bedrag dat u werkelijk ontvangt, uw vaste uitgaven en eventuele wijzigingen in toeslagen. Ook uw spaargeld kan invloed hebben op toeslagen, hoewel het geen invloed heeft op het bedrag van uw gewone AOW.

Hoe zijn de cijfers berekend?

Voor de vergelijking tussen de AOW en de inflatie hebben we telkens juli genomen, zodat de meetmomenten overeenkomen. We vergelijken voor 2021 tot en met 2025 het bruto AOW-bedrag voor alleenstaanden (inclusief de toenmalige inkomensondersteuning en exclusief vakantiegeld) met de algemene CBS-consumentenprijsindex. Beide reeksen beginnen bij 100 in juli 2021. De cijfers over 2026 worden als jaarlijkse veranderingen getoond, omdat het CBS vanaf 2026 werkt met een nieuwe CPI-basis en methode.

De koopkrachttabellen gebruiken CBS-cijfers over de doorsnee (mediane) verandering van besteedbaar huishoudinkomen na prijsontwikkelingen. Dit is een andere maat dan de bruto AOW-verhoging. Bij huurprijzen gaat het om nationale gemiddelden. De SVB-cijfers betreffen personen die AOW ontvangen, niet het aantal huishoudens. De uitgaven aan AOW zijn nominale overheidsuitgaven. Bij het financieringsoverzicht zijn de aandelen berekend uit door het CBS gepubliceerde bedragen.

De gebruikte bronnen zijn uitsluitend officiële Nederlandse instanties. Waar een berekening door ons is gemaakt op basis van broncijfers, staat dat vermeld. Met de cijfers kunt u landelijke ontwikkelingen vergelijken; ze voorspellen niet hoeveel u persoonlijk overhoudt. Alle gekleurde balkjes op deze pagina worden met HTML en CSS weergegeven; er worden geen externe grafiekafbeeldingen geladen.

Tot slot: de AOW steeg, maar het huishoudboekje blijft persoonlijk

De AOW heeft de gemiddelde inflatie tussen juli 2021 en juli 2025 in bruto bedragen vrijwel bijgehouden. Toch kwamen die stijgingen niet ieder jaar tegelijk met de hogere prijzen. Bovendien zorgden belastingen, aanvullende pensioenen en woonlasten voor verschillende uitkomsten tussen huishoudens.

De verstandigste vervolgstap is daarom niet alleen kijken hoeveel procent de AOW stijgt. Controleer vooral hoeveel u netto ontvangt, welke vaste lasten toenemen en of uw toeslagen nog juist zijn ingesteld. Zo ziet u wat de landelijke cijfers voor uw eigen situatie betekenen.

Veelgestelde vragen over AOW en koopkracht

Gemeten van juli 2021 tot juli 2025 steeg het bruto AOW-bedrag voor alleenstaanden inclusief de toenmalige inkomensondersteuning met 23,9%, tegen een stijging van de gemiddelde consumentenprijzen van 23,1%. Dat is geen garantie dat uw persoonlijke koopkracht ook is toegenomen.

Uw netto bedrag, aanvullende pensioen, belastingen, toeslagen en uitgaven veranderen niet allemaal in hetzelfde tempo. Met name hogere huur, zorgkosten of andere vaste lasten kunnen een inkomensstijging deels opvangen.

Vanaf 1 juli 2026 is een volledige AOW voor een alleenstaande € 1.662,16 bruto per maand. Met loonheffingskorting is dat volgens de standaardberekening van de SVB € 1.581,55 netto, exclusief vakantiegeld.

De SVB telde eind juni 2026 in totaal 3.737.357 AOW-ontvangers. Dat is inclusief de 339.677 AOW-ontvangers die in het buitenland wonen.

De AOW-opbouw hangt af van het aantal verzekerde jaren in de vijftig jaar vóór de AOW-leeftijd. Voor ieder verzekerd jaar bouwt u doorgaans 2% op. Wie een aantal jaren niet verzekerd was, kan daardoor minder AOW krijgen.

Mogelijk. De AIO-aanvulling is bedoeld voor mensen die de AOW-leeftijd hebben bereikt en te weinig inkomen en vermogen hebben. De SVB beoordeelt of u aan de voorwaarden voldoet.

Nee, dat volgt niet uit deze cijfers alleen. De uitgaven zijn hoger geworden door meer ontvangers en hogere uitkeringsbedragen. De financiële houdbaarheid hangt ook af van onder andere economische groei, belastinginkomsten en toekomstig overheidsbeleid.

Normaal gesproken op 1 januari en 1 juli. De AOW is gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. De SVB publiceert de actuele bruto- en nettobedragen.

Over dit artikel

Geschreven door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Laatst gewijzigd op

LangerThuisinHuis.nl helpt ouderen en hun naasten met betrouwbare informatie, praktische tips en onafhankelijke uitleg over zelfstandig en veilig thuis wonen. We schrijven over woningaanpassingen, hulpmiddelen, zorg, geldzaken en prettig ouder worden thuis.

Inhoudelijk gecontroleerd door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Dit artikel is redactioneel gecontroleerd op duidelijkheid, actualiteit en praktische toepasbaarheid, met gebruik van erkende Nederlandse bronnen.

Bronnen

Voor dit artikel is gebruikgemaakt van de volgende bronnen:

  1. Sociale Verzekeringsbank (SVB)
  2. Sociale Verzekeringsbank (SVB)
  3. Sociale Verzekeringsbank (SVB)
  4. Sociale Verzekeringsbank (SVB)
  5. Sociale Verzekeringsbank (SVB)
  6. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
  7. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
  8. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
  9. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
  10. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
  11. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)