Eet ik wel voldoende? Ondervoeding komt vaker voor dan u denkt!

Krijgt u dagelijks voldoende energie, eiwitten en andere voedingsstoffen binnen? Ondervoeding kan ongemerkt ontstaan, bijvoorbeeld wanneer u langere tijd minder eet, onbedoeld afvalt of door ziekte meer voedingsstoffen nodig heeft. Vooral op latere leeftijd kan dat gevolgen hebben voor uw spierkracht, weerstand en herstel.

Goed en voldoende eten is daarom belangrijk om fit en sterk te blijven. Dat klinkt eenvoudig, maar minder eetlust, kauw- of slikproblemen, ziekte, medicijngebruik of moeite met boodschappen doen en koken kunnen ervoor zorgen dat u ongemerkt te weinig binnenkrijgt.

In dit artikel leest u wat ondervoeding is, hoe u de signalen herkent, welke oorzaken een rol kunnen spelen en wat u kunt doen om ondervoeding te voorkomen. Merkt u dat u onbedoeld gewicht verliest, langere tijd weinig eet of duidelijk minder kracht heeft? Bespreek dit dan met uw huisarts of diëtist.

Wat is ondervoeding?

Ondervoeding ontstaat wanneer het lichaam langere tijd te weinig energie, eiwitten of andere voedingsstoffen binnenkrijgt in verhouding tot wat het nodig heeft. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren door minder eetlust, ziekte, problemen met kauwen of slikken of doordat het lichaam door ziekte juist meer energie verbruikt.

Het lichaam gaat dan reserves gebruiken. Daarbij kan niet alleen vet verloren gaan, maar ook spiermassa. Vooral verlies van spieren kan grote gevolgen hebben. U kunt zich zwakker voelen, dagelijkse activiteiten kunnen meer moeite kosten en het herstel na ziekte kan langer duren. Ook neemt de kans op vallen, infecties en andere gezondheidsproblemen toe.

Ondervoeding kan ook voorkomen bij mensen met een normaal gewicht of overgewicht. Aan iemands uiterlijk is daarom niet altijd te zien of sprake is van ondervoeding.


 
 


Ondervoeding bij ouderen en andere risicogroepen

Ondervoeding komt relatief vaak voor bij ouderen, vooral wanneer iemand kwetsbaarder wordt, ziek is of thuiszorg ontvangt. Van de zelfstandig thuiswonende 65-plussers in Nederland is ongeveer 1 op de 12 ondervoed. Bij thuiswonende ouderen van 85 jaar en ouder gaat het om bijna 1 op de 5. Van de 65-plussers die thuiszorg ontvangen is ongeveer 16% ondervoed.

Ook in zorginstellingen en ziekenhuizen komt ondervoeding regelmatig voor. Naar schatting is 15 tot 20% van de bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen ondervoed. In ziekenhuizen is bij opname ongeveer 14 tot 15% van de patiënten ondervoed. Onder oudere patiënten die op een afdeling geriatrie worden opgenomen, kan dit percentage aanzienlijk hoger liggen.

Ondervoeding wordt niet altijd direct herkend. Juist daarom is het belangrijk om signalen zoals onbedoeld gewichtsverlies, minder eten en verlies van kracht tijdig serieus te nemen.

Het kan lastig zijn om gevarieerd te blijven koken als u langer thuis blijft wonen.

Wat zijn de gevolgen van ondervoeding?

Ondervoeding kan grote gevolgen hebben voor uw gezondheid en dagelijks functioneren. Vooral het verlies van spiermassa speelt daarbij een belangrijke rol. Uw spieren worden zwakker, waardoor bijvoorbeeld opstaan uit een stoel, traplopen, boodschappen dragen of langere stukken lopen meer moeite kunnen kosten. Ook neemt de kans op vallen en botbreuken toe.

Daarnaast kan ondervoeding ervoor zorgen dat u zich sneller moe voelt en minder weerstand heeft. Wonden kunnen langzamer genezen en na een ziekte, infectie of operatie heeft het lichaam vaak meer tijd nodig om te herstellen. Ook is de kans op complicaties na een operatie groter.

Vooral bij ouderen kan zo een vervelende cirkel ontstaan. Door ziekte of weinig eetlust wordt minder gegeten, waardoor spiermassa en kracht afnemen. Bewegen wordt vervolgens moeilijker en het herstel gaat langzamer. Juist daarom is het verstandig om onbedoeld gewichtsverlies en een duidelijke afname van eetlust of kracht vroeg te herkennen en serieus te nemen.



 

Symptomen van ondervoeding

Ondervoeding is niet altijd gemakkelijk te herkennen. U hoeft bijvoorbeeld niet opvallend mager te zijn. Ook iemand met een normaal gewicht of overgewicht kan ondervoed raken, vooral wanneer in korte tijd veel gewicht of spiermassa verloren gaat.

Let vooral op de volgende signalen:

  • onbedoeld gewichtsverlies;
  • kleding, een riem, horloge of sieraden die losser gaan zitten;
  • minder eetlust of kleinere porties eten;
  • regelmatig maaltijden overslaan;
  • vermoeidheid en minder energie;
  • minder spierkracht;
  • een slechtere conditie;
  • meer moeite met dagelijkse activiteiten, zoals opstaan uit een stoel, traplopen of boodschappen dragen.

Bij ouderen kan verlies van spiermassa relatief snel gevolgen hebben. Lopen en opstaan kunnen moeilijker worden en de kans op vallen neemt toe. Ook langzamer herstellen van ziekte of wonden kan samengaan met ondervoeding.
 

Wanneer is er sprake van ondervoeding?

Een laag gewicht alleen betekent niet automatisch dat iemand ondervoed is. Voor het vaststellen van ondervoeding worden tegenwoordig de internationale GLIM-criteria gebruikt.

Er moet minimaal één lichamelijk kenmerk aanwezig zijn:

  • onbedoeld gewichtsverlies: 5% of meer in de afgelopen 6 maanden, of meer dan 10% over een langere periode;
  • een lage BMI: lager dan 20 bij volwassenen jonger dan 70 jaar of lager dan 22 vanaf 70 jaar;
  • verminderde spiermassa.

Daarnaast moet er minimaal één mogelijke oorzaak aanwezig zijn, zoals:

  • gedurende langere tijd duidelijk te weinig eten of voedingsstoffen opnemen;
  • een aandoening waardoor voedingsstoffen minder goed worden opgenomen;
  • een acute of chronische ziekte waarbij ontstekingsprocessen een rol spelen.

Een arts of diëtist kan beoordelen of daadwerkelijk sprake is van ondervoeding. De BMI is daarbij slechts één van de gegevens die worden meegenomen.
 

Zelf controleren of u risico loopt op ondervoeding

Merkt u dat u zonder duidelijke reden afvalt, minder eet of duidelijk kracht verliest? Bespreek dit dan met uw huisarts. Wacht hier niet te lang mee, omdat vroeg ingrijpen verder verlies van gewicht en spiermassa kan helpen voorkomen.

Op Goed gevoed ouder worden, een initiatief van het Kenniscentrum Ondervoeding, kunt u ook de gratis test 'Ben ik goed gevoed?' doen. De test bestaat uit 10 vragen over onder andere voeding en factoren die invloed hebben op uw gezondheid. Na afloop krijgt u direct een persoonlijk advies.

Een idee om ondervoeding te voorkomen is vaker kleine porties te eten, in plaats van 3 keer per dag.

Hoe ontstaat ondervoeding?

Ondervoeding kan verschillende oorzaken hebben. Soms is er één duidelijke reden, maar vaak spelen meerdere factoren tegelijk een rol. Uiteindelijk ontstaat ondervoeding doordat u langere tijd te weinig energie en voedingsstoffen binnenkrijgt, voedingsstoffen minder goed worden opgenomen of uw lichaam door ziekte juist meer nodig heeft.
 

Lichamelijke oorzaken

Ziekte is een belangrijke oorzaak van ondervoeding. Door bijvoorbeeld een infectie, kanker, COPD, dementie, de ziekte van Parkinson of een andere aandoening kunt u minder trek hebben of juist meer energie en voedingsstoffen nodig hebben.

Ook andere lichamelijke klachten kunnen ervoor zorgen dat eten moeilijker wordt, zoals:

  • minder goed kunnen ruiken of proeven;
  • misselijkheid of snel een vol gevoel hebben;
  • problemen met kauwen door een slecht gebit of pijn in de mond;
  • slikproblemen;
  • diarree of andere problemen met de spijsvertering;
  • bijwerkingen van medicijnen, zoals een droge mond of verminderde eetlust.

Minder goed kunnen boodschappen doen of koken

Ook lichamelijke beperkingen kunnen indirect tot ondervoeding leiden. Als lopen, boodschappen doen, koken of eten klaarmaken steeds meer moeite kost, kan het gebeuren dat maaltijden eenvoudiger worden, worden overgeslagen of dat u minder gaat eten.

Dit risico kan bijvoorbeeld toenemen wanneer u minder mobiel bent, weinig buiten komt of voor dagelijkse boodschappen afhankelijk bent van anderen.
 

Psychische oorzaken

Verdriet, angst, somberheid en depressie kunnen de eetlust sterk verminderen. Ook bij geheugenproblemen of dementie kan iemand vergeten te eten of moeite hebben om regelmatig voldoende te eten.
 

Sociale oorzaken

Ook uw situatie thuis kan invloed hebben op hoeveel en hoe goed u eet. Eenzaamheid kan ervoor zorgen dat iemand minder plezier beleeft aan koken en eten. Financiële problemen kunnen het moeilijker maken om voldoende of gevarieerd voedsel te kopen.

Vaak versterken verschillende oorzaken elkaar. Iemand die ziek wordt, minder beweegt en minder trek heeft, kan bijvoorbeeld snel minder gaan eten. Wanneer vervolgens gewicht en spierkracht afnemen, wordt boodschappen doen of koken nog lastiger. Daarom is het verstandig om onbedoeld gewichtsverlies of langdurig minder eten vroegtijdig te bespreken met de huisarts.

Als u problemen heeft met slikken kan het lastig zijn om voldoende te blijven eten. Een biefstuk is bijvoorbeeld al niet prettig.

Hoe kunt u ondervoeding voorkomen?

Ondervoeding voorkomen begint met op tijd merken dat u minder eet of onbedoeld gewicht verliest. Houd daarom niet alleen uw gewicht in de gaten, maar let ook op veranderingen in uw eetlust, spierkracht en dagelijkse activiteiten.

Probeer regelmatig en voldoende te eten, ook als uw eetlust wat minder is. Vooral voldoende energie en eiwitten zijn belangrijk om uw gewicht en spiermassa op peil te houden. Eiwitten zitten bijvoorbeeld in zuivel, eieren, vis, vlees, peulvruchten en noten. Daarnaast helpt regelmatig bewegen om uw spieren zo sterk mogelijk te houden.

De oorzaak van minder eten is minstens zo belangrijk. Heeft u bijvoorbeeld moeite met kauwen of slikken, last van misselijkheid, weinig eetlust of lukt boodschappen doen en koken niet meer goed? Dan is het verstandig om daar gericht iets aan te doen.

Neem contact op met uw huisarts als u zonder bedoeling gewicht verliest, langere tijd nauwelijks eet of merkt dat uw kracht duidelijk afneemt. De huisarts kan onderzoeken wat er aan de hand is en u zo nodig doorverwijzen naar bijvoorbeeld een diëtist, tandarts, fysiotherapeut of ergotherapeut.

Ondervoeding is niet altijd zelf te voorkomen of op te lossen. Zeker bij ziekte, lichamelijke klachten of medicijngebruik kan professionele begeleiding nodig zijn.

9 tips bij weinig eetlust

Heeft u weinig trek? Dan kan het helpen om eten zo makkelijk en aantrekkelijk mogelijk te maken. Probeer vooral voldoende te blijven eten en kies bij kleine porties voor producten die relatief veel energie en eiwitten leveren.
 

  1. Maak van eten een prettig moment
    Dek de tafel, eet op een rustige plek en maak het eten aantrekkelijk op. Eet u vaak alleen? Spreek dan af en toe met iemand af om samen te eten. Gezelschap kan het eetmoment prettiger maken.
  2. Blijf bewegen als dat lukt
    Regelmatig bewegen helpt om uw spieren zo sterk mogelijk te houden en kan bij sommige mensen ook de eetlust stimuleren. Een korte wandeling voor de maaltijd kan al prettig zijn.
  3. Wissel smaken en gerechten af
    Varieer tussen warm en koud, zoet en hartig en gebruik verschillende kleuren op het bord. Kruiden, jus of saus kunnen een maaltijd extra smaak geven als eten minder aantrekkelijk smaakt dan vroeger.
  4. Kies liever meerdere kleine eetmomenten
    Een groot bord kan tegenstaan als u weinig trek heeft. Neem liever een kleinere portie en schep eventueel later nog wat op.
  5. Let op uw gebit en mond
    Pijn, een slecht passende gebitsprothese, een droge mond of problemen met kauwen kunnen ervoor zorgen dat u minder gaat eten. Laat klachten aan gebit of mond daarom controleren.
  6. Kies voedzame tussendoortjes
    Als u maar kleine hoeveelheden kunt eten, kies dan voor producten die energie en eiwitten leveren. Denk bijvoorbeeld aan volle yoghurt of kwark, een handje noten, kaas, een ei of brood met ruim beleg.
  7. Probeer frisse of hartige smaken
    Frisse producten, zoals wat fruit of een klein beetje sap, kunnen de eetlust stimuleren. Ook een klein kopje bouillon vóór de maaltijd kan helpen. Neem niet te veel vlak voor het eten, zodat u niet al vol zit.
  8. Eet verspreid over de dag
    Lukt drie keer per dag een volledige maaltijd niet? Verdeel uw eten dan over vijf of zes kleinere eetmomenten. Zo hoeft u per keer minder te eten.
  9. Bewaar een deel van de maaltijd voor later
    Zit u na het hoofdgerecht vol? Neem het nagerecht dan bijvoorbeeld een uur later. Zo krijgt u verspreid over de dag toch meer voeding binnen.

Blijft uw eetlust langere tijd slecht of valt u zonder bedoeling af? Bespreek dit dan met uw huisarts of diëtist. Zeker bij ondervoeding is alleen "meer proberen te eten" niet altijd voldoende.

Als u ontbijt met vers fruit, yoghurt of kwark, noten en muesli, begint u de dag goed!

Tot slot

Ondervoeding kan ongemerkt ontstaan. Minder eetlust, onbedoeld afvallen of verlies van spierkracht lijken soms kleine veranderingen, maar kunnen op termijn veel invloed hebben op uw gezondheid en dagelijks functioneren.

Let daarom goed op veranderingen in uw gewicht, eetlust en kracht. Voldoende en gevarieerd eten, met genoeg energie en eiwitten, helpt om uw lichaam sterk te houden. Ook regelmatig bewegen blijft belangrijk om spiermassa en conditie zoveel mogelijk te behouden.

Merkt u dat u zonder duidelijke reden afvalt, langere tijd weinig eet of steeds minder kracht heeft? Wacht dan niet af. Bespreek dit met uw huisarts of diëtist. Hoe eerder ondervoeding of het risico daarop wordt herkend, hoe beter er kan worden gekeken naar de oorzaak en naar voeding die bij uw situatie past.