U heeft jarenlang geld opzijgezet. Voor onverwachte uitgaven, een mooie reis of gewoon het prettige gevoel dat er iets achter de hand is. Maar misschien vraagt u zich af of dat geld nog op de juiste plek staat. Kan het meer opleveren? En hoeveel risico wilt u daarvoor nemen, nu u met pensioen bent?
Uw spaargeld laten renderen hoeft niet te betekenen dat u dagelijks de beurs volgt. U kunt ook spaarrekeningen vergelijken, een bedrag tijdelijk vastzetten of onderzoeken of lagere woonlasten aantrekkelijker zijn. Welke keuze past, hangt vooral af van waarvoor u het geld nodig heeft, wanneer u erbij wilt kunnen en hoeveel verlies u kunt dragen.
Het belangrijkste uitgangspunt: geef niet al uw spaargeld dezelfde bestemming. Geld voor een onverwachte rekening vraagt om een andere aanpak dan geld dat u jarenlang kunt missen. Beleggen komt pas in beeld wanneer uw financiële reserve op orde is en tegenvallers uw gewone uitgaven niet in gevaar brengen.
Waarom uw spaargeld kan groeien terwijl uw koopkracht daalt
Een hoger saldo op uw spaarrekening voelt als vooruitgang. Toch kunt u er soms minder van kopen. Dat gebeurt wanneer de prijzen sneller stijgen dan uw spaargeld groeit.
Inflatie betekent dat goederen en diensten gemiddeld duurder worden. Hoe sterk u dat zelf merkt, hangt mede af van uw uitgaven: niet ieder huishouden koopt dezelfde boodschappen, verbruikt evenveel energie of heeft dezelfde woonlasten.
Een eenvoudig rekenvoorbeeld
Stel dat u € 50.000 spaargeld heeft. U ontvangt een jaar lang 2% rente, terwijl de prijzen in dat jaar gemiddeld 3% stijgen.
Wat gebeurt er? | Bedrag |
|---|---|
Spaargeld aan het begin van het jaar | € 50.000 |
Ontvangen rente | € 1.000 |
Saldo na één jaar | € 51.000 |
Koopkracht daarvan, uitgedrukt in prijzen van het beginjaar | Ongeveer € 49.515 |
Uw saldo is met € 1.000 gestegen, maar uw koopkracht is ongeveer € 485 gedaald.
Dit is een fictief rekenvoorbeeld, zonder belasting en kosten. De percentages zijn geen actuele renteaanbieding of inflatievoorspelling.
Dat is een reden om uw mogelijkheden te bekijken. Het is geen reden om haastig te gaan beleggen. Een belegging kan immers ook minder opleveren dan verwacht, of een deel van uw inleg verliezen.
Welk deel van uw spaargeld kunt u werkelijk missen?
Voordat u rentepercentages of beleggingsfondsen vergelijkt, helpt het om uw geld op papier een bestemming te geven.
Geld voor onverwachte uitgaven
Een kapotte wasmachine, een autoreparatie of een onverwachte rekening: daarvoor houdt u een buffer aan. Hoe groot die moet zijn, verschilt per huishouden. Een passende buffer is geld waarmee u noodzakelijke tegenvallers direct kunt betalen.
Geld voor plannen en aanvulling op uw inkomen
Misschien wilt u over twee jaar de badkamer vernieuwen, een andere auto kopen of een bijzondere reis maken. Dat geld is niet zomaar over, ook al staat het voorlopig op uw rekening.
Maak daarnaast een aparte berekening wanneer u iedere maand spaargeld gebruikt om uw pensioen aan te vullen. Een reserve voor lagere inkomsten is iets anders dan een noodbuffer voor onverwachte rekeningen.
Twijfelt u hoeveel u achter de hand moet houden? Bekijk dan onze uitleg over hoeveel spaargeld u nodig heeft na uw pensioen.
Geld voor de langere termijn
Blijft er daarna geld over dat u jarenlang niet nodig verwacht te hebben? Dan kunt u onderzoeken of beleggen bij u past. Niet alleen uw bereidheid om risico te nemen telt mee. U moet een tegenvaller ook daadwerkelijk kunnen betalen.
Een nuttige vraag is: kan ik mijn plannen nog uitvoeren als dit bedrag flink minder waard wordt?
Vijf mogelijkheden om meer met uw spaargeld te doen
1. Een spaarrekening kiezen die beter bij u past
Meer uit uw geld halen begint niet noodzakelijk met een belegging. Kijk eerst eens naar uw huidige spaarrekening.
Welke rente ontvangt u? Geldt die voor uw hele saldo? Kunt u zonder kosten opnemen? En kunt u gemakkelijk bij uw geld, ook wanneer u liever telefonisch contact heeft dan alles via een app regelt?
Een klein renteverschil kan bij een groter bedrag merkbaar zijn. Een verschil van 0,5 procentpunt op € 50.000 betekent € 250 rente per jaar, wanneer dat bedrag en het renteverschil een heel jaar gelijk blijven. Dat is vóór eventuele kosten en belasting.
Let op de bescherming van uw spaargeld
Onder de Nederlandse Depositogarantie is geld op bankrekeningen normaal beschermd tot € 100.000 per persoon, per bank. Voor een gezamenlijke rekening kan de bescherming voor twee rekeninghouders samen oplopen tot € 200.000. Andere rekeningen bij dezelfde bank tellen daarbij mee.
Verschillende banknamen betekenen niet altijd verschillende banken. Merken die onder dezelfde bank vallen, delen de beschermingsgrens. Controleer daarom de bankvergunning, niet alleen de naam op de website.
Bij een buitenlandse bank kan een ander Europees depositogarantiestelsel gelden. Vraag welk stelsel uw rekening beschermt, in welke valuta een eventuele vergoeding plaatsvindt en hoe de procedure werkt. Een spaarplatform is daarbij niet automatisch de bank waar uw geld uiteindelijk staat.
2. Geld tijdelijk vastzetten op een spaardeposito
Heeft een deel van uw spaargeld een duidelijke bestemming over bijvoorbeeld één, twee of drie jaar? Dan kunt u een spaardeposito vergelijken met vrij opneembaar sparen.
Bij een spaardeposito spreekt u een looptijd af en doorgaans een vaste rente voor die periode. U weet daardoor vooraf welke rente geldt. Daar staat tegenover dat u uw geld niet altijd zomaar tussentijds kunt opnemen. De mogelijkheden en eventuele kosten staan in de voorwaarden.
Let niet alleen op de rente, maar ook op de einddatum. Geld dat u in april nodig heeft, moet niet tot december vaststaan.
Niet alles tegelijk vastzetten
U kunt bedragen over verschillende looptijden verdelen. Dat wordt ook wel een depositoladder genoemd.
Een fictief voorbeeld: u heeft buiten uw buffer € 15.000 beschikbaar. U verdeelt dat over drie deposito’s van € 5.000, met looptijden van één, twee en drie jaar. Daardoor komt ieder jaar een deel vrij. U kunt dan opnieuw bepalen of u dat geld nodig heeft of opnieuw wilt vastzetten.
Een deposito beschermt uw koopkracht niet automatisch. De afgesproken rente kan lager blijken dan de inflatie. Bovendien kan de rente voor een nieuw deposito aan het einde van uw looptijd lager zijn. Dat laatste verandert niets aan de rente van een al lopend deposito.
3. Beleggen in obligaties
Met een obligatie leent u geld aan bijvoorbeeld een overheid of onderneming. Bij een gewone obligatie ontvangt u doorgaans rente en is afgesproken wanneer de hoofdsom wordt terugbetaald. Dat gebeurt alleen zoals afgesproken wanneer de uitgever aan zijn verplichtingen kan voldoen.
Een obligatie is geen spaarrekening. De uitgever kan in betalingsproblemen komen. Ook kan de beurswaarde veranderen. Wie vóór de einddatum verkoopt, kan daardoor minder terugkrijgen dan hij heeft betaald.
Daarom zegt een aantrekkelijk rentepercentage niet alles. Kijk ook naar de financiële gezondheid van de uitgever, de looptijd, de aankoopprijs en eventuele valutarisico’s. Een zeer hoge rente kan juist wijzen op een groter risico.
Een obligatiefonds belegt in meerdere obligaties. Dat is iets anders dan zelf één obligatie tot de afgesproken einddatum aanhouden. Ook een fonds kan koersverlies lijden; spreiding maakt het niet risicoloos.
Obligaties kunnen dus een onderdeel zijn van een beleggingsplan, maar behandel ze niet als een vervanging voor uw direct beschikbare noodbuffer.
4. Breed gespreid beleggen met een fonds of ETF
Wilt u voor de langere termijn beleggen zonder zelf losse aandelen te selecteren? Dan kunt u zich verdiepen in een breed gespreid beleggingsfonds of een ETF.
Een ETF is een fonds dat op de beurs wordt verhandeld. Veel ETF’s volgen een index: een verzameling beleggingen die als meetlat wordt gebruikt. Maar niet iedere ETF werkt hetzelfde. Er bestaan ook actief beheerde ETF’s, fondsen die zich op één sector richten en ingewikkelde varianten met extra risico.
Een breed aandelenfonds kan uw geld verdelen over veel ondernemingen. Toch blijft de waarde afhankelijk van ontwikkelingen op de financiële markten. Ook een gespreide belegging kan flink dalen. De inhoud van het fonds is belangrijker dan het etiket ‘fonds’ of ‘ETF’.
Lees daarom waarin het fonds belegt, welke kosten gelden en welke risico’s worden genoemd. Gebruik alleen geld dat u langere tijd kunt missen. Een lange looptijd geeft geen garantie dat u winst maakt.
Zelf beleggen of laten beheren?
Bij zelf beleggen kiest u uw beleggingen zelf. Bij beleggingsadvies bespreekt u keuzes met een adviseur, maar beslist u zelf. Bij vermogensbeheer neemt een beheerder beslissingen binnen de afspraken die u vooraf maakt.
Dat laatste kan werk uit handen nemen, maar neemt het beleggingsrisico niet weg. Vraag vooraf welke dienstverlening u krijgt en welke kosten daarbij horen.
5. Uw woonlasten verlagen
Uw geld kan ook voordeel opleveren doordat u minder uitgeeft. Denk aan extra hypotheekaflossing of een energiebesparende verbetering aan uw woning. Dat is een andere afweging dan sparen of beleggen.
Extra aflossen op uw hypotheek
Extra aflossen kan uw rentelasten verlagen. Hoe aantrekkelijk dat is, hangt onder meer af van uw hypotheekrente, hypotheekvorm, belastingpositie en voorwaarden. Soms betaalt u een vergoeding wanneer u meer aflost dan contractueel zonder vergoeding is toegestaan.
Een eenvoudig voorbeeld: € 10.000 minder schuld bij 4% rente betekent bij een gelijkblijvende rente op jaarbasis € 400 minder bruto rente over dat bedrag. Het netto voordeel kan lager zijn, bijvoorbeeld doordat ook uw hypotheekrenteaftrek afneemt.
Daar staat iets belangrijks tegenover: geld dat u aflost, staat niet meer vrij op uw spaarrekening. Houd voldoende over voor onderhoud, geplande uitgaven en tegenvallers. Heeft u een oude spaarhypotheek of bankspaarhypotheek? Laat de gevolgen dan eerst doorrekenen; aflossen kan daarbij ongunstig uitpakken.
Investeren in minder energieverbruik
Isolatie kan uw energieverbruik verlagen en uw huis comfortabeler maken. Of een maatregel financieel aantrekkelijk is, hangt af van onder meer uw woning, de investering, uw verbruik en toekomstige energieprijzen. Een berekende besparing is daarom geen gegarandeerd rendement.
Vraag om een berekening voor uw eigen woning. Bekijk niet alleen wanneer u de investering mogelijk terugverdient, maar ook welk comfort u ervoor terugkrijgt en hoelang u verwacht van de verbetering gebruik te maken.
Andere woningaanpassingen voor meer comfort en gemak kunnen eveneens een goede bestemming voor uw geld zijn. Maar prettig wonen en financieel rendement zijn niet hetzelfde. Een badkamer die beter bij uw wensen past, hoeft zichzelf niet terug te verdienen om waardevol te zijn.
Heeft u iedere maand geld nodig uit uw vermogen?
Er is een groot verschil tussen beleggen met geld dat kan blijven staan en beleggen met geld waarmee u de boodschappen betaalt. Voor beleggen moet u geld langere tijd kunnen missen.
Een fictief voorbeeld maakt duidelijk waarom.
Stel dat u € 50.000 heeft belegd. Door een koersdaling van 20% is dat nog € 40.000 waard. Vervolgens moet u € 3.000 verkopen om uitgaven te betalen. Er blijft € 37.000 belegd.
Als de koersen daarna herstellen, profiteert alleen het overgebleven bedrag daarvan. De beleggingen die u heeft verkocht, doen niet meer mee.
Een verwacht gemiddeld rendement is dus geen vast maandinkomen. Maak eerst een overzicht van hoeveel u jaarlijks uit uw vermogen nodig heeft en welk deel beschikbaar moet blijven. Gebruik een noodbuffer bovendien niet ongemerkt als oplossing voor een blijvend maandelijks tekort. Voor het opvangen van lagere inkomsten is een aparte reserve nodig.
Wat houdt u over na kosten en belasting?
Een rendement op papier vertelt niet wat u uiteindelijk overhoudt.
Kleine kostenpercentages kunnen merkbaar zijn
Bij beleggen kunt u betalen voor het platform, transacties, advies, vermogensbeheer en de fondsen zelf. Niet alle kosten worden op dezelfde manier in rekening gebracht. Vraag daarom naar het totale kostenoverzicht, liefst ook uitgedrukt in euro’s.
Bij een gelijkblijvend belegd bedrag van € 50.000 betekent:
Jaarlijkse kosten | Bedrag per jaar |
|---|---|
0,5% | € 250 |
1,0% | € 500 |
1,5% | € 750 |
Dit is een vereenvoudigd rekenvoorbeeld. In werkelijkheid kunnen uw vermogen en kosten tijdens het jaar veranderen.
Goedkoper is niet automatisch beter wanneer u andere dienstverlening krijgt. Maar u moet wel begrijpen waarvoor u betaalt. Kosten gaan ten koste van uw resultaat, ook wanneer uw beleggingen tegenvallen.
Sparen en beleggen worden in box 3 verschillend behandeld
Bij de reguliere box 3-berekening gebruikt de Belastingdienst verschillende rendementspercentages voor banktegoeden en beleggingen. Het belastingtarief is in 2026 36% over het berekende box 3-inkomen, niet over uw volledige vermogen.
In 2026 bedraagt het heffingsvrije vermogen bij deze berekening € 59.357 zonder fiscale partner en € 118.714 met fiscale partner. Die vrijstelling geldt niet afzonderlijk per bankrekening of per soort belegging.
Is uw werkelijke rendement lager dan het fictief berekende rendement? Dan kan de tegenbewijsregeling van belang zijn. Bij die berekening gelden andere regels: ook waardeveranderingen tellen mee en er wordt geen heffingsvrij vermogen afgetrokken. De Belastingdienst gebruikt de voordeligste uitkomst wanneer u uw werkelijke rendement opgeeft.
Lees meer over box 3, spaargeld en beleggingen. Laat bij grotere bedragen of een ingewikkelde situatie uw mogelijkheden doorrekenen voordat u geld verplaatst.
Hebben sparen en beleggen gevolgen voor uw AOW?
Sparen of beleggen verandert uw opgebouwde AOW-rechten niet. Die opbouw hangt af van de jaren waarin u voor de AOW verzekerd bent geweest. Uw woonsituatie is daarnaast van belang voor het AOW-bedrag.
Voor andere regelingen kunnen uw geld en bezittingen wél meetellen.
Bij een AIO-aanvulling kijkt de SVB naar inkomen en vermogen. Voor huurtoeslag en zorgtoeslag gelden eveneens vermogensgrenzen en inkomensvoorwaarden. Zowel spaargeld als beleggingen kunnen daarbij meetellen. Spaargeld omzetten in aandelen laat uw vermogen voor deze regelingen dus niet zomaar verdwijnen.
Bekijk de uitleg over hoeveel spaargeld u met AOW mag hebben voor het onderscheid tussen uw gewone AOW, aanvullende regelingen en belasting.
Twee mensen met € 50.000 spaargeld kunnen heel anders kiezen
Er bestaat geen verdeling die voor iedereen met hetzelfde spaarbedrag verstandig is. Kijk naar deze twee fictieve situaties.
Anja heeft voldoende pensioen, maar wil haar woning verbeteren
Anja heeft € 50.000 spaargeld. Haar pensioen dekt haar gewone uitgaven. Over twee jaar wil zij ongeveer € 15.000 besteden aan werkzaamheden in huis.
Dat bedrag heeft al een bestemming. Daarnaast moet zij bepalen welke buffer zij wil houden. Pas daarna kan zij bekijken of er geld overblijft voor een ander doel, zoals beleggen voor de langere termijn.
Haar eerste vraag is niet: welk fonds levert het meeste op? Maar: welk geld moet op welk moment beschikbaar zijn?
Kees vult zijn pensioen iedere maand aan
Kees heeft ook € 50.000 spaargeld, maar gebruikt daarvan iedere maand € 400. Dat is € 4.800 per jaar, nog zonder onverwachte uitgaven.
Zijn spaarpot heeft dus een belangrijke taak in zijn dagelijkse inkomen. Voor hem begint de afweging met een begroting: hoe ontwikkelt dat tekort zich, welke uitgaven komen eraan en hoeveel financiële ruimte blijft er over?
Hetzelfde saldo betekent hier niet dezelfde mogelijkheden. Een voorbeeldverdeling van een ander is daarom geen persoonlijk advies.
Laat u niet opjagen door een aantrekkelijk aanbod
Een aanbod met een opvallend hoog rendement verdient extra onderzoek, niet een snelle beslissing.
Wees alert wanneer iemand u ongevraagd benadert, druk zet om vandaag nog over te maken of ‘gegarandeerde’ hoge winsten belooft. Bij beleggingsfraude worden soms namen en logo’s van bekende financiële partijen misbruikt. Ook besloten chatgroepen met exclusieve tips kunnen een manier zijn om mensen naar nepbeleggingen te leiden.
Controleer zelf de aanbieder en de contactgegevens. Kijk in de registers van de AFM welke vergunning van toepassing is. Een vergunning is geen garantie tegen beleggingsverlies, maar helpt wel om te controleren met welke partij u zaken doet.
Tot slot: begin bij wat uw geld voor u moet doen
Misschien ontdekt u dat een andere spaarrekening al voldoende verbetering geeft. Misschien past een deposito bij een geplande uitgave. Of u heeft ruimte om een deel van uw geld voor langere tijd te beleggen.
Begin met drie vragen: welk geld moet beschikbaar blijven, welk geld heeft al een bestemming en welk bedrag kunt u werkelijk missen?
U hoeft niet met iedere euro het hoogste rendement na te streven. Ook de vrijheid om een rekening te betalen, uw huis comfortabeler te maken of een langgekoesterde wens uit te voeren is iets waard.
Dit artikel geeft algemene informatie en is geen persoonlijk beleggings-, hypotheek- of belastingadvies. De fiscale informatie heeft betrekking op 2026. Laat keuzes die grote gevolgen voor uw inkomen of vermogen hebben beoordelen door een bevoegde adviseur.