Spelregels van koersbal
De bedoeling van het spel is om de koersbal zo dicht mogelijk bij de jack te rollen. Bij aanvang van het spel staan alle spelers aan één zijde van de mat. Meestal spelen paren tegen elkaar. Het ene paar speelt met de zwarte bowls, het andere paar met de gele (of bruine) bowls. De namen van de paren worden op het wedstrijdformulier genoteerd.
Het paar dat zal beginnen, speelt met zwart en gooit als eerste de jack op het speelveld. Zodra de jack tot stilstand is gekomen, wordt deze naar het midden verplaatst, ter hoogte van de plek waar deze tot stilstand kwam. Let op, want bij het ingooien van de jack moet deze wel tot over de middellijn zijn gekomen. Is dat niet gelukt? Dan mag het andere paar de jack in het spel proberen te brengen. Als het die keer ook niet lukt, dan wordt de jack op het witte dwarsstreepje voor het dubbelscorevak geplaatst. Op dit moment kan het spel beginnen.
Het paar dat begint rolt vervolgens de eerste zwarte koersbal. Door een beetje naar rechts of links van de jack te mikken, rolt de koersbal in een flauwe bocht richting de jack. Let op de markeringen op de koersbal om te weten welke kant de bal op zal gaan rollen. Nadat de koersbal tot stilstand is gekomen, is het volgende paar aan de beurt en rolt dit paar de eerste gele koersbal. Zo gaat het om de beurt verder, totdat alle 8 koersballen zijn gerold.
Hierbij zijn een aantal regels:
- Koersballen die de middellijn niet halen tellen niet mee
- Koersballen die van de mat afrollen, worden uit het spel verwijderd
- Als de jack van de mat gestoten wordt, dan wordt deze weer in het midden van de mat teruggelegd, ter hoogte van de de plek waar hij van de mat afrolde
- Als een koersbal de jack raakt en deze verplaatst daardoor, dan blijft de jack op zijn nieuwe plaats liggen
- Als iemand een koersbal van een ander paar eruit rolt, dan krijgen zij 1 punt