Valpreventie wordt uitgebreid in 2027: dit verandert er voor 65-plussers

Valpreventie krijgt vanaf 2027 een grotere rol in Nederland. Gemeenten en zorgpartijen moeten zorgen voor voldoende aanbod en professionals, terwijl het kabinet onderzoekt of valpreventie uiteindelijk zelfs een wettelijk vastgelegde taak voor gemeenten moet worden.

Het doel is duidelijk: in 2030 moet er in heel Nederland een dekkend aanbod voor valpreventie beschikbaar zijn.

Voor 65-plussers kan dat betekenen dat een valrisicotest, gericht advies en een passende valpreventiecursus steeds makkelijker in de eigen woonplaats beschikbaar worden.

En dat is geen overbodige luxe. Een val kan grote gevolgen hebben, terwijl een verhoogd valrisico vaak al eerder te herkennen is.

Otago oefening vrouw in woonkamer met stoel

Valpreventie krijgt vanaf 2027 een grotere rol

Nederland werkt al enkele jaren aan een landelijke aanpak om vallen onder ouderen terug te dringen.

Daarbij werken gemeenten samen met onder andere huisartsen, fysiotherapeuten, oefentherapeuten, apotheken, zorgverzekeraars en welzijnsorganisaties.

Vanaf 2027 moet deze aanpak verder worden uitgebreid.

Gemeenten en zorgpartijen moeten ervoor zorgen dat er voldoende valpreventieaanbod is én dat er voldoende professionals beschikbaar zijn om mensen met een verhoogd risico te begeleiden.

Het uiteindelijke streven is dat in 2030 overal in Nederland een basisaanbod beschikbaar is.

Daarmee wordt valpreventie steeds minder afhankelijk van toevallige lokale projecten en steeds meer een structureel onderdeel van gezondheidsbeleid.

Wordt valpreventie verplicht voor gemeenten?

Dat is nog niet het geval.

Wel staat in de officiële VWS-begroting dat het kabinet onderzoekt of bepaalde gezondheidstaken wettelijk bij gemeenten kunnen worden vastgelegd. Valpreventie wordt daarbij expliciet genoemd.

Het gaat dus nog om een verkenning.

Gemeenten hebben op dit moment niet ineens een nieuwe wettelijke verplichting gekregen. De ontwikkeling laat wel zien welke richting het beleid opgaat.

Valpreventie moet uiteindelijk niet alleen beschikbaar zijn in gemeenten die hier actief op inzetten, maar onderdeel worden van een landelijk werkende aanpak.

Waarom zet de overheid zo sterk in op valpreventie?

Vallen komt onder mensen van 65 jaar en ouder veel voor.

In 2024 belandden ongeveer 119.000 65-plussers na een val op de Spoedeisende Hulp. Een val kan leiden tot een kneuzing of gebroken pols, maar ook tot ernstiger letsel, zoals een heupfractuur.

De gevolgen houden bovendien niet altijd op wanneer een botbreuk is hersteld.

Na een val kunnen mensen onzeker worden tijdens het lopen, minder naar buiten gaan of bepaalde activiteiten vermijden. Minder bewegen kan vervolgens zorgen voor verlies van spierkracht en balans.

Zo kan een enkele val uiteindelijk veel meer invloed krijgen op het dagelijks leven.

Bent u onlangs gevallen? Bekijk dan ook onze uitgebreide uitleg over wat u na een val kunt doen en hoe u een volgende val kunt voorkomen.

Valpreventie begint voordat u valt

Een belangrijk misverstand is dat valpreventie pas relevant wordt wanneer iemand al een paar keer is gevallen.

De landelijke aanpak is juist bedoeld om risico's eerder te herkennen.

Bij thuiswonende mensen van 65 jaar en ouder kan daarom een valrisicotest worden uitgevoerd.

Daarbij wordt onder andere gekeken naar:

  • eerdere valpartijen;
  • moeite met lopen of bewegen;
  • onzekerheid of angst om te vallen.

Op basis daarvan kan een inschatting worden gemaakt van een laag, matig of hoog valrisico.

U hoeft dus niet eerst ernstig te vallen voordat het zinvol is om naar uw risico te kijken.

Zo werkt de ketenaanpak valpreventie

Valpreventie bestaat uit meer dan alleen een beweegcursus.

De landelijke ketenaanpak probeert verschillende stappen met elkaar te verbinden.

1. Valrisico herkennen

De eerste stap is bepalen of iemand een laag, matig of hoog risico heeft om te vallen.

Dat kan bijvoorbeeld gebeuren via een huisarts, fysiotherapeut, welzijnsorganisatie, gemeente of een andere professional.

2. Achterhalen waardoor het risico verhoogd is

Bij een hoger risico kan verder worden gekeken naar de mogelijke oorzaken.

Denk aan:

  • spierkracht;
  • evenwicht;
  • looppatroon;
  • medicijngebruik;
  • duizeligheid;
  • zicht;
  • voeding;
  • eerdere valpartijen;
  • problemen met dagelijkse activiteiten.

Niet iedereen heeft namelijk om dezelfde reden een verhoogd valrisico.

3. Een passende aanpak kiezen

Vervolgens kan bijvoorbeeld een erkend valpreventieprogramma worden aangeboden.

Daarin wordt vaak gewerkt aan balans, beenkracht en veilig bewegen.

4. Blijven bewegen

Na afloop van een programma is het belangrijk om actief te blijven.

Spierkracht en balans blijven namelijk alleen op peil wanneer u ze gebruikt.

Wat betekent laag, matig of hoog valrisico?

Welke ondersteuning passend is, hangt onder meer af van de hoogte van het risico.

Laag valrisico

Bij een laag risico ligt de nadruk vooral op actief blijven.

Regelmatig wandelen, fietsen, sporten en oefeningen voor spierkracht en balans helpen om stevig op de been te blijven.

Ook de woning verdient aandacht. Goede verlichting en vrije looproutes maken dagelijkse beweging gemakkelijker en veiliger.

Matig valrisico

Bij een matig valrisico kan een valpreventieve beweeginterventie passend zijn.

Daarbij wordt gericht gewerkt aan onderdelen zoals balans, beenkracht en veilig bewegen.

Het doel is niet om voorzichtiger te worden. Juist sterker en zekerder bewegen staat centraal.

Hoog valrisico

Bij een hoog valrisico is vaak uitgebreider onderzoek verstandig.

Er kan bijvoorbeeld worden gekeken naar:

  • problemen met lopen;
  • meerdere recente valpartijen;
  • medicijngebruik;
  • duizeligheid;
  • bloeddruk;
  • verminderd zicht;
  • voeding;
  • spierkracht;
  • dagelijkse handelingen.

Daarna kan gericht worden bepaald welke ondersteuning nodig is.

Meer dan een half miljoen valrisico-inschattingen per jaar

De landelijke doelstellingen zijn ambitieus.

Het streven is dat jaarlijks ongeveer 14 procent van alle thuiswonende 65-plussers een valrisico-inschatting krijgt.

Dat komt neer op ruim een half miljoen mensen per jaar.

Daarnaast moet jaarlijks ongeveer 3 procent van de thuiswonende 65-plussers deelnemen aan een erkende valpreventieve beweeginterventie.

Dat niveau wordt momenteel nog niet bereikt.

Uit de landelijke monitoring blijkt dat vrijwel alle gemeenten inmiddels met de ketenaanpak bezig zijn, maar dat de uitvoering per gemeente behoorlijk kan verschillen.

Daarom draait de periode richting 2030 vooral om opschalen.

Juist mensen met een hoog valrisico worden nog onvoldoende bereikt

Daar zit momenteel een opvallend probleem.

Mensen die het meeste baat kunnen hebben bij uitgebreide valpreventie blijken niet automatisch het gemakkelijkst te bereiken.

Juist mensen met een hoog valrisico kunnen bijvoorbeeld minder mobiel zijn, minder deelnemen aan activiteiten of niet zelf om ondersteuning vragen.

Daarom wordt het belangrijker dat verschillende partijen signalen herkennen.

Een huisarts kan bijvoorbeeld merken dat iemand vaker valt. Een apotheek kan vragen stellen over medicijngebruik. Een fysiotherapeut ziet problemen met lopen of balans. Familie merkt misschien dat iemand ineens de trap vermijdt of minder vaak buiten komt.

Voor familie en mantelzorgers hebben we daarom ook een overzicht gemaakt van signalen waaraan u kunt merken dat een ouder mogelijk extra ondersteuning nodig heeft.

Wat kunt u in 2027 van uw gemeente verwachten?

Het aanbod verschilt voorlopig nog per gemeente.

U kunt bijvoorbeeld te maken krijgen met:

  • een valrisicotest;
  • informatiebijeenkomsten;
  • beweegprogramma's;
  • fysiotherapie of oefentherapie;
  • doorverwijzing bij een hoog valrisico;
  • begeleiding naar lokaal beweegaanbod;
  • advies over veiligheid in en om huis.

Sommige gemeenten organiseren speciale valpreventieweken of informatiebijeenkomsten. Andere werken vooral via huisartsen, fysiotherapeuten of welzijnsorganisaties.

Het uiteindelijke doel richting 2030 is dat die verschillen kleiner worden en er overal een werkende route beschikbaar komt.

Wilt u weten wat er nu al mogelijk is? Zoek op de website van uw gemeente naar valpreventie, vitaal ouder worden of gezond ouder worden.

Ook uw woning speelt een rol bij valpreventie

Een valpreventiecursus kan helpen om sterker en zekerder te bewegen, maar daarmee verdwijnen risico's in huis niet automatisch.

Een donkere trap blijft een donkere trap.

Een los kleed blijft een obstakel.

En een gladde badkamer blijft glad.

Daarom is het verstandig om ook eens rustig naar uw woning te kijken.

Veel aandacht verdienen vooral:

  • de trap;
  • de badkamer;
  • de route tussen slaapkamer en toilet;
  • drempels;
  • gladde vloeren;
  • slecht verlichte gangen;
  • losse snoeren en kleedjes.

Dat hoeft niet direct tot een grote verbouwing te leiden.

Soms maakt een extra lamp, het verplaatsen van een meubel of het verwijderen van een los kleed al verschil.

Op onze pagina met keuzehulpen voor veilig en comfortabel thuis wonen vindt u praktische oplossingen voor onder meer badkamer, toilet, mobiliteit en bewegen.

Vooral 's nachts is extra aandacht verstandig

Een herkenbaar moment is de nachtelijke wandeling naar het toilet.

U bent nog slaperig, het huis is donker en misschien staat u snel uit bed op. Juist dan komen verschillende risico's samen.

Goede nachtverlichting kan daarom verrassend veel verschil maken.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een lamp met bewegingssensor;
  • verlichting langs de route naar het toilet;
  • een nachtlampje bij het bed;
  • voldoende ruimte naast het bed;
  • geen schoenen, tassen of snoeren op de looproute.

Een woning hoeft daardoor niet op een zorginstelling te gaan lijken. Slimme verlichting kan juist extra wooncomfort opleveren.

Spierkracht en balans zijn minstens zo belangrijk als het huis

Bij valpreventie wordt vaak als eerste aan losse kleedjes gedacht.

Maar vallen heeft lang niet altijd met de woning te maken.

Om uzelf op te vangen wanneer u struikelt, heeft u bijvoorbeeld beenkracht, reactiesnelheid en balans nodig.

Ook alledaagse handelingen vragen meer kracht dan veel mensen beseffen:

  • opstaan uit een stoel;
  • een trap oplopen;
  • van richting veranderen tijdens het lopen;
  • een stoeprand nemen;
  • iets van de grond oprapen.

Daarom vormen oefeningen voor spierkracht en balans een belangrijk onderdeel van erkende valpreventieprogramma's.

Regelmatig bewegen helpt bovendien om dagelijkse activiteiten makkelijker te blijven uitvoeren.

Medicijnen kunnen het valrisico beïnvloeden

Ook medicijngebruik kan soms meespelen.

Sommige medicijnen kunnen bijvoorbeeld zorgen voor:

  • duizeligheid;
  • sufheid;
  • een lagere bloeddruk;
  • verminderde alertheid.

Vooral wanneer verschillende geneesmiddelen tegelijk worden gebruikt, kan het verstandig zijn om daar eens kritisch naar te laten kijken.

Stop nooit op eigen initiatief met voorgeschreven medicijnen.

Bent u regelmatig duizelig, bent u recent gevallen of gebruikt u meerdere geneesmiddelen? Bespreek dit dan met uw huisarts of apotheker.

Technologie moet helpen om meer mensen te bereiken

In de plannen voor 2027 krijgt ook technologie aandacht.

Dat is interessant, omdat Nederland tegelijkertijd te maken heeft met een groeiende groep ouderen en personeelstekorten in zorg en welzijn.

Niet iedere eerste controle hoeft daarom per definitie een lang gesprek met een professional te zijn.

Digitale hulpmiddelen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor:

  • het uitvoeren van een eerste valrisicotest;
  • het volgen van oefeningen;
  • het stimuleren van bewegen;
  • het bijhouden van voortgang;
  • het herkennen van veranderingen;
  • het delen van informatie met een professional.

Daarmee kan professionele begeleiding gerichter worden ingezet bij mensen die deze het hardst nodig hebben.

Hoeveel geld gaat er naar valpreventie in 2027?

In de VWS-begroting staat voor 2027 ongeveer € 5,3 miljoen aan subsidie voor VeiligheidNL.

Hier is een belangrijke nuance nodig.

Dit bedrag is niet volledig bestemd voor valpreventie bij ouderen.

Het gaat om geld voor letselpreventie in bredere zin. Daaronder vallen onder meer:

  • valpreventie bij ouderen;
  • kinderveiligheid;
  • preventie van gehoorschade.

Het bedrag van € 5,3 miljoen mag daarom niet worden omschreven als "€ 5,3 miljoen voor valpreventie".

Daarnaast bestaan andere geldstromen voor de daadwerkelijke uitvoering van valpreventie door gemeenten en binnen de zorg.

De totale publieke financiering van valpreventie is dus groter dan deze ene begrotingspost.

Valpreventie groeit van project naar vaste voorziening

Daarmee komen we bij misschien wel de belangrijkste verandering.

Valpreventie was jarenlang sterk afhankelijk van lokale initiatieven en projecten.

De landelijke overheid stuurt nu steeds duidelijker op een structuur waarin:

  • 65-plussers actief worden bereikt;
  • valrisico vroeg wordt herkend;
  • gemeente en zorg samenwerken;
  • passende beweegprogramma's beschikbaar zijn;
  • mensen met een hoog risico verder worden onderzocht;
  • resultaten landelijk worden gevolgd;
  • in iedere regio voldoende aanbod beschikbaar komt.

Het doel van landelijke dekking in 2030 is daarom belangrijker dan één afzonderlijke subsidie of campagne.

Wat kunt u zelf nu al doen om vallen te voorkomen?

U hoeft niet af te wachten tot de landelijke aanpak verder is uitgerold.

Een aantal eenvoudige controles kunt u vandaag al doen.

Let op veranderingen in uw eigen lichaam.
Loopt u minder zeker dan een jaar geleden? Heeft u meer moeite met opstaan? Bent u regelmatig duizelig?

Blijf bewegen.
Wandelen en fietsen zijn goed, maar besteed ook aandacht aan spierkracht en balans.

Bekijk uw belangrijkste looproutes.
Vooral slaapkamer, toilet, badkamer, woonkamer en trap verdienen aandacht.

Zorg voor voldoende licht.
Met name 's nachts en op de trap.

Bespreek terugkerende duizeligheid.
Zeker wanneer u bijna bent gevallen of daadwerkelijk bent gevallen.

Laat uw medicatie controleren als daar aanleiding toe is.
Verander geneesmiddelen nooit zelf.

Vraag naar valpreventie in uw gemeente.
Er bestaat mogelijk al een cursus, bijeenkomst of valrisicotest bij u in de buurt.

Bent u al een keer gevallen? Lees dan onze praktische gids over vallen bij ouderen en wat u daarna het beste kunt doen.

Tot slot

De plannen voor 2027 laten zien dat valpreventie een steeds vastere plek krijgt in Nederland.

Gemeenten en zorgpartijen moeten verder opschalen, er moeten voldoende professionals beschikbaar zijn en in 2030 moet er in heel Nederland een dekkend aanbod bestaan.

Tegelijk onderzoekt het kabinet of valpreventie uiteindelijk wettelijk als gemeentelijke gezondheidstaak kan worden vastgelegd.

Voor 65-plussers is vooral de gedachte achter die ontwikkeling interessant: wacht niet tot een ernstige val laat zien dat er iets veranderd is.

Een wat minder vaste stap, moeite met opstaan, vaker struikelen of onzekerheid op de trap kunnen al redenen zijn om naar uw valrisico te kijken.

Vaak zijn er vervolgens heel praktische mogelijkheden om daar iets aan te doen. Sterker worden, balans trainen, medicijnen laten beoordelen of uw huis op een paar punten slimmer inrichten kan ervoor zorgen dat u zich zekerder blijft bewegen en prettig thuis blijft wonen.

Veelgestelde vragen

De landelijke ketenaanpak richt zich op thuiswonende mensen van 65 jaar en ouder.

Nee. Juist het vroeg herkennen van een verhoogd valrisico is een belangrijk onderdeel van valpreventie. U hoeft dus niet eerst te vallen.

Met een valrisicotest wordt ingeschat hoe groot de kans is dat iemand valt. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gevraagd naar eerdere valpartijen en problemen met lopen of balans.

Dat hangt af van de hoogte van het risico. U kunt bijvoorbeeld advies krijgen over bewegen of deelnemen aan een valpreventieve beweeginterventie. Bij een hoog risico kan uitgebreider worden onderzocht welke factoren het risico verhogen.

Dat verschilt per onderdeel en per situatie. Gemeenten kunnen bepaalde activiteiten financieren. Voor mensen met een hoog valrisico en onderliggende medische problemen kunnen onderdelen onder voorwaarden vanuit de Zorgverzekeringswet worden vergoed. Vraag bij uw gemeente of zorgverzekeraar wat in uw situatie geldt.

U kunt beginnen bij uw gemeente. Ook uw huisarts, fysiotherapeut, oefentherapeut, apotheek of een lokale welzijnsorganisatie kan u vaak verder helpen.

Nog niet. Het kabinet onderzoekt of valpreventie wettelijk kan worden vastgelegd als gemeentelijke gezondheidstaak. Er is dus sprake van een verkenning, niet van een reeds ingevoerde wettelijke verplichting.

Het kabinet streeft naar een landelijk dekkend aanbod van onder meer valpreventie in 2030.

De landelijke doelstelling is dat jaarlijks ongeveer 14 procent van de thuiswonende 65-plussers een valrisico-inschatting krijgt.

Gerichte training van spierkracht en balans is een belangrijk onderdeel van valpreventie. Blijven bewegen na een trainingsprogramma is eveneens belangrijk om het effect vast te houden.

Ja. Slechte verlichting, gladde oppervlakken, losse spullen, onveilige trappen en obstakels in looproutes kunnen de kans op een val vergroten. Vaak zijn deze risico's met kleine woonverbeteringen te verminderen.

Over dit artikel

Geschreven door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Laatst gewijzigd op

LangerThuisinHuis.nl helpt ouderen en hun naasten met betrouwbare informatie, praktische tips en onafhankelijke uitleg over zelfstandig en veilig thuis wonen. We schrijven over woningaanpassingen, hulpmiddelen, zorg, geldzaken en prettig ouder worden thuis.

Inhoudelijk gecontroleerd door

Redactie LangerThuisinHuis.nl

Dit artikel is redactioneel gecontroleerd op duidelijkheid, actualiteit en praktische toepasbaarheid, met gebruik van erkende Nederlandse bronnen.