Is €10.000 spaargeld na uw 65e veel of weinig? En hoe zit dat bij €25.000 of €50.000? Het is heel begrijpelijk om af en toe te willen weten hoe uw financiële buffer zich verhoudt tot die van leeftijdsgenoten.
De cijfers geven alleen niet één eenvoudig antwoord. Nederlandse 65-plussers hebben gemiddeld behoorlijk wat vermogen, maar een groot deel daarvan zit bij woningbezitters in het huis. Dat is iets anders dan geld dat vrij beschikbaar op een spaarrekening staat.
Hoeveel spaargeld hebben 65-plussers gemiddeld?
Om direct met de belangrijkste cijfers te beginnen:
Cijfer | Bedrag |
|---|---|
Gemiddeld bank- en spaartegoed Nederlandse huishoudens, 2024* | €54.700 |
Mediaan bank- en spaartegoed Nederlandse huishoudens, 2024* | €21.500 |
Gemiddeld vermogen woningbezitters van 65 tot 75 jaar, 2024* | €678.100 |
Gemiddeld vermogen huurders van 65 tot 75 jaar, 2024* | €62.300 |
Bron: CBS. Cijfers over 2024 zijn voorlopig; de cijfers t/m 2023 zijn definitief.
Er is daarbij één belangrijke kanttekening. De bedragen van €54.700 en €21.500 gelden voor alle Nederlandse huishoudens. Het CBS geeft in deze tabel geen apart gemiddeld bank- en spaartegoed voor alleen 65-plussers.
Een bedrag van €54.700 presenteren als "het gemiddelde spaargeld van een 65-plusser" zou daarom niet juist zijn.
Wat we wél weten, is dat oudere huishoudens relatief veel vermogen hebben. Vooral het bezit van een eigen woning maakt daarbij een groot verschil.
Gemiddeld €54.700 spaargeld, maar de helft heeft minder dan €21.500
Nederlandse huishoudens hadden in 2024 gezamenlijk ongeveer €444,4 miljard aan bank- en spaartegoeden. Onder huishoudens met bank- en spaartegoeden komt dat neer op gemiddeld €54.700.
Maar misschien zegt een ander getal meer over hoe gewone huishoudens ervoor staan: €21.500.
Dat is de mediaan.
Bij de mediaan worden alle huishoudens van laag naar hoog gerangschikt. Het huishouden precies in het midden heeft €21.500 aan bank- en spaartegoeden. De ene helft zit daaronder, de andere helft erboven.
Het grote verschil met het gemiddelde van €54.700 ontstaat doordat huishoudens met zeer grote spaartegoeden het gemiddelde omhoogtrekken.
Heeft u bijvoorbeeld €25.000 spaargeld? Dan zit u dus iets boven de mediaan van alle Nederlandse huishoudens. Met €50.000 zit u daar ruimschoots boven.
Dat zegt alleen nog niet alles over uw financiële situatie.
Spaargeld en vermogen zijn twee verschillende dingen
Dit onderscheid is belangrijk wanneer u bedragen over 65-plussers tegenkomt.
Spaargeld is het geld op bank- en spaarrekeningen.
Bij vermogen kijkt het CBS veel breder. Daarbij tellen bijvoorbeeld ook beleggingen en de eigen woning mee en worden schulden daarvan afgetrokken.
Een woning kan daardoor een enorm verschil maken.
Stel dat uw huis €450.000 waard is en er nog €40.000 hypotheek openstaat. Dan zit er ongeveer €410.000 aan overwaarde in uw woning.
U kunt tegelijkertijd €20.000 op uw spaarrekening hebben.
Op papier beschikt u dan over een aanzienlijk vermogen, terwijl het bedrag dat u direct kunt uitgeven veel lager is.
Dat is precies waarom cijfers over "het vermogen van ouderen" niet hetzelfde zijn als cijfers over "het spaargeld van ouderen".
Meer artikelen over AOW, inkomen, vermogen en financiële regelingen vindt u bij Geldzaken op Langer Thuis in Huis.
Hoeveel vermogen hebben 65-plussers dan?
Daarover zijn wél actuele leeftijdscijfers beschikbaar.
Het CBS publiceerde in maart 2026 cijfers over het gemiddelde vermogen naar leeftijd én woningbezit. Deze hebben betrekking op 2024 en zijn voorlopig.
Leeftijd hoofdkostwinner | Eigen woning | Huurwoning |
|---|---|---|
55 tot 65 jaar | €702.900 | €64.700 |
65 tot 75 jaar | €678.100 | €62.300 |
75 tot 85 jaar | €680.700 | €65.900 |
85 jaar en ouder | €661.300 | €71.400 |
Bron: CBS, Integraal Inkomens- en Vermogensonderzoek 2024.
Het verschil is groot. Een woningbezitter van 65 tot 75 jaar heeft gemiddeld €678.100 vermogen, tegenover €62.300 bij een huurder uit dezelfde leeftijdsgroep.
Bij 75- tot 85-jarigen verandert dat beeld nauwelijks. Woningbezitters zitten gemiddeld op €680.700 vermogen, huurders op €65.900.
De eigen woning speelt dus een hoofdrol.
Heeft de gemiddelde 65-plusser dan bijna €700.000?
Nee.
Ten eerste gaat het alleen om woningbezitters. Ten tweede is €678.100 een gemiddelde en geen bedrag dat de meeste 65- tot 75-jarige woningbezitters daadwerkelijk bezitten.
Een kleiner aantal huishoudens met zeer grote vermogens kan het gemiddelde behoorlijk omhoogtrekken.
Een eerdere CBS-analyse laat dat mooi zien. Begin 2022 bedroeg het mediane vermogen van alle 65-plushuishoudens €246.000.
Van de 65-plushuishoudens had destijds:
- 61 procent meer dan €100.000 vermogen;
- 24 procent meer dan €500.000 vermogen;
- ongeveer 3 procent een negatief vermogen.
Ook deze bedragen zijn inclusief bijvoorbeeld de eigen woning. Ze zeggen dus niet hoeveel geld mensen daadwerkelijk op hun spaarrekening hebben staan.
Een eigen huis maakt financieel een enorm verschil
Wie zichzelf wil vergelijken met andere 65-plussers kan daarom beter niet alleen naar leeftijd kijken.
Neem twee huishoudens.
Het eerste heeft €25.000 spaargeld en woont in een vrijwel afbetaald koophuis. Het tweede heeft €40.000 spaargeld, maar woont in een huurwoning met hoge maandelijkse woonlasten.
Wie staat er financieel beter voor?
Dat is op basis van alleen de spaarrekening onmogelijk te zeggen.
Bij oudere huishoudens spelen minstens vier zaken mee: de financiële buffer, het maandelijkse inkomen, de vaste lasten en het vermogen dat eventueel in de woning zit.
Voor woningbezitters kan vooral die laatste post groot zijn. CBS publiceerde in juni 2026 zelfs afzonderlijke cijfers over de overwaarde van woningen van huishoudens vanaf 55 jaar.
Wilt u weten welke mogelijkheden er zijn om vermogen uit uw woning beschikbaar te maken zonder direct te verhuizen? Lees dan ook hoe een opeethypotheek en het opnemen van overwaarde werkt.
Is €20.000 spaargeld na uw pensioen veel of weinig?
Daar bestaat geen bedrag voor dat voor iedereen goed is.
Wel geeft de landelijke mediaan van €21.500 enig houvast. Met ongeveer €20.000 tot €25.000 aan bank- en spaartegoeden zit u rond het midden van alle Nederlandse huishoudens.
Maar belangrijker is wat u met dat geld moet kunnen opvangen.
Een huurder heeft andere financiële risico's dan iemand met een koopwoning. Een woningeigenaar kan plotseling geld nodig hebben voor schilderwerk, een cv-ketel of onderhoud aan het dak. Een huurder hoeft dergelijke kosten meestal niet zelf te betalen.
Ook maakt het uit hoeveel er iedere maand binnenkomt. Na uw pensionering bestaat uw inkomen vaak uit AOW, eventueel aangevuld met pensioen.
Wilt u weten welke bedragen u volgend jaar kunt verwachten? Bekijk dan onze actuele informatie over de AOW-bedragen in 2027.
Na uw pensioen wordt een financiële buffer extra prettig
Tijdens uw werkzame leven kunt u een grote uitgave vaak in de maanden of jaren daarna weer aanvullen met salaris.
Na pensionering werkt dat anders. Uw maandelijkse inkomen ligt meestal meer vast.
Een buffer geeft dan ruimte voor onverwachte uitgaven én voor dingen die uw dagelijks leven prettiger maken.
Denk aan een kapotte wasmachine, onderhoud aan de auto, tandartskosten of werkzaamheden aan uw woning. Maar ook aan een nieuwe badkamer, betere verlichting, een comfortabel bed of andere verbeteringen waar u iedere dag plezier van heeft.
Zeker bij een eigen woning kunnen de kosten in de loop der jaren oplopen. We hebben de mogelijke verborgen kosten van langer thuis wonen daarom ook apart op een rij gezet.
Hoeveel buffer heeft u zelf nodig?
Kijk hiervoor niet alleen naar één bedrag op uw spaarrekening. Vier vragen geven een beter beeld.
1. Hoeveel geld kunt u direct gebruiken?
Kijk naar het bedrag op uw betaal- en spaarrekeningen. Geld dat vastzit in uw woning telt hier niet mee.
2. Hoeveel houdt u iedere maand over?
Zet uw AOW, pensioen en eventuele andere inkomsten tegenover uw vaste en dagelijkse uitgaven.
Wie iedere maand geld overhoudt, kan een gebruikte buffer gemakkelijker weer aanvullen.
3. Welke grote uitgaven kunt u verwachten?
Een auto, koopwoning en grote huishoudelijke apparaten kunnen onverwachte kosten veroorzaken.
Kijk ook een paar jaar vooruit. Misschien wilt u uw badkamer vernieuwen, onderhoud aan de woning laten uitvoeren of uw huis comfortabeler maken.
Op onze pagina over woningaanpassingen voor comfortabel en veilig wonen vindt u veel voorbeelden en mogelijkheden.
4. Hoeveel vermogen zit er in uw woning?
Heeft u een koopwoning met weinig of geen hypotheek? Dan kan uw totale financiële positie aanzienlijk sterker zijn dan uw spaarrekening doet vermoeden.
Dat geld is alleen niet direct beschikbaar. Overwaarde opnemen heeft bovendien financiële gevolgen en is niet in iedere situatie verstandig.
Veel vermogen, maar niet altijd veel geld op de rekening
Dat is misschien wel de interessantste conclusie uit de CBS-cijfers.
Veel 65-plussers zijn financieel relatief vermogend, vooral wanneer zij een eigen woning hebben. De hoogste vermogens zijn volgens het CBS dan ook te vinden bij 65-plushuishoudens. Vaak bezitten zij een woning waarop weinig of geen hypotheek meer rust.
Maar "vermogend zijn" en "veel spaargeld hebben" zijn niet hetzelfde.
Iemand kan in een huis met enkele tonnen overwaarde wonen en tegelijkertijd heel bewust omgaan met dagelijkse uitgaven.
Andersom kan iemand een flinke spaarrekening hebben, maar hoge woonlasten en weinig ander vermogen.
Hoe staat u ervoor?
Wilt u zichzelf vergelijken met anderen? Dan is de mediaan meestal nuttiger dan het gemiddelde.
Voor alle Nederlandse huishoudens bedroeg het mediane bank- en spaartegoed in 2024 €21.500. Het gemiddelde lag op €54.700.
Voor 65-plussers is vooral duidelijk dat woningbezit een enorm verschil maakt. Het gemiddelde vermogen van een woningbezitter van 65 tot 75 jaar bedroeg in 2024 €678.100, tegenover €62.300 bij een huurder van dezelfde leeftijd.
Toch hoeft u niet hetzelfde bedrag te hebben als uw buurman of leeftijdsgenoot.
Een betere graadmeter is of u uw vaste lasten comfortabel kunt betalen, een onverwachte rekening kunt opvangen en voldoende financiële ruimte heeft om te genieten van uw huis en leven.
Dat zegt uiteindelijk meer dan één landelijk gemiddelde.
Waar zijn de cijfers op gebaseerd?
De cijfers over bank- en spaartegoeden komen uit de CBS StatLine-tabel Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, vermogensbestanddelen. De gegevens hebben betrekking op 2024 en zijn voorlopig. Voor huishoudens met bank- en spaartegoeden rapporteert het CBS een gemiddelde van €54.700 en een mediaan van €21.500.
De leeftijdscijfers voor 2024 komen uit Vermogensverdeling in beeld, gepubliceerd door het CBS op 27 maart 2026. De bron daarvan is het Integraal Inkomens- en Vermogensonderzoek. Deze bedragen zijn gemiddelden en de cijfers over 2024 zijn voorlopig.
Het mediane vermogen van €246.000 voor 65-plushuishoudens heeft betrekking op begin 2022. Dit cijfer is dus ouder en wordt alleen gebruikt om te laten zien hoe de vermogens onder 65-plussers verdeeld waren.